82
Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail
Drieduizend kinderen in Nederland zijn op dit moment dakloos. Een derde meer dan in 2009. Hoe is het om de opvang je thuis te moeten noemen?

Met papa en mama in de daklozenopvang

Zij was erotisch model, hij was betontimmerman. Op 12 mei 2011, precies vier jaar nadat ze elkaar ontmoetten op de kermis, beloofden ze elkaar eeuwige trouw. Zaalhuur: 4.600 euro. Boeket: 191 euro. Jawoord op het gemeentehuis: 399 euro. Ze rekenden alles contant af. Geld zat. Voor een grote witte jurk voor overdag, voor een turkooise glitterjurk voor het avondfeest. Voor beide jurken een bijpassende tiara, bezet met honderden kristallen. Onbeperkt drank voor de honderd gasten. Bianca perst haar lippen op elkaar en begint het ivoren zijde van haar ceremoniejurk in elkaar te vouwen. ‘Ooit trek ik hem weer aan. Als ik er weer een beetje uitzie zoals toen. Mijn gezicht was toen nog niet zo ingevallen.’ Ze wil haar bruidsschoenen ook nog laten zien, maar dat redt ze niet. Haar zoontje staat aan haar broekspijp te trekken, want ze moeten aan tafel. In de daklozenopvang van Tilburg wordt om half zes gegeten.

Niemand weet dat ik in de opvang woon

Bianca, haar man Davy en hun drie kinderen vormen een van de talloze gezinnen die in de afgelopen jaren in de daklozenopvang terecht zijn gekomen. Om hoeveel gezinnen het exact gaat is vanwege ingewikkelde gezinssamenstellingen en gedateerde cijfers moeilijk te bepalen, maar wat wel zwart op wit staat is dat het aantal kinderen in de daklozenopvang sinds 2009 met een derde gegroeid is. Drieduizend kinderen zijn op dit moment dakloos. Dat zijn 128 volle basisschoolklassen. Minderjarigen maken ongeveer een vijfde deel uit van de totale Nederlandse daklozenpopulatie. Het doel van crisisopvang is om cliënten kortstondig brood, bad en bed te bieden, om ze vervolgens binnen een maand of drie door te plaatsen naar een zelfstandige woonsituatie.

Minderjarigen maken circa een vijfde deel uit van de totale daklozenpopulatie in Nederland

Maar gezinnen hebben een compleet andere hulpvraag dan ‘reguliere’ daklozen en zitten daardoor langer in de opvang dan die beoogde negentig dagen: gemiddeld minstens een half jaar. Er is vaak sprake van een ingewikkelde financiële situatie, er kan behoefte zijn aan opvoedondersteuning, of er is een echtscheiding of voogdijstrijd aan de gang. Daarnaast is het van belang dat een gezin kan re-integreren op een plek die kansen biedt voor kinderen, bijvoorbeeld met geschikte scholen in de omgeving. Allemaal factoren die bij het herplaatsen van een alleenstaande niet aan de orde zijn.

Toen ik een paar maanden geleden begon met deze reportage, benaderde ik tientallen opvanghuizen, zorginstanties en inloopschepen om in contact te komen met dakloze ouders en hun kinderen. Tot op de dag van vandaag krijg ik telefoontjes en e-mails van instellingen die me vriendelijk melden dat ze ‘intern hebben overlegd, maar in verband met de kwetsbaarheid van de cliënten helaas niet mee kunnen werken.’ Hoe kwetsbaar deze groep precies is, ontdekte ik toen ik ging interviewen. Sommige ouders die ik sprak komen niet voor in dit verhaal. Hun interviews kon ik niet gebruiken vanwege het risico op herkenning door mensen bij wie ze nog schulden uit hebben staan, of door ex-partners of familie voor wie ze op de vlucht zijn. Anderen waren bang hun sociale status te verliezen. Ook heb ik er bewust voor gekozen geen kinderen te citeren, omdat die, juist vanwege hun openhartigheid, de herkenning in veel gevallen onvermijdelijk maken.

'‘Luister alsjeblieft naar me, maar verraad me niet.’'

Eén moeder verzocht me: ‘Luister alsjeblieft naar me, zodat je een beeld krijgt van het leven in een opvang, maar verraad me niet in je verhaal. Gebruik mijn naam niet, gebruik mijn leeftijd niet, zeg niet hoeveel kinderen ik heb. Niemand weet dat ik in de opvang woon. Ik schaam me kapot.’

Wie in de daklozenopvang terechtkomt, heeft meestal geen netwerk meer om op terug te vallen; iets dat het voor de  -over het algemeen lageropgeleide- ouders lastiger maakt weloverwogen beslissingen te nemen. Marc Smulders, manager begeleiding bij de Stichting Maatschappelijke Opvang (SMO) Traverse in Tilburg, ziet regelmatig hoe ouders de vooruitgang van hun eigen kinderen in de weg staan. ‘We hadden hier laatst een vader die weigerde een uitkering aan te vragen. Hij dacht dat hij zijn geldzaken zelf wel geregeld kreeg. Wij kunnen iemand niet verplichten om de bijstand in te gaan, maar evengoed moet je hier wel tien euro pensionkosten per dag betalen. Als je een maand geen inkomen hebt, dan sta je hier al driehonderd euro in het rood. Wij zijn geen bank, we hebben geen reserves, dus dat geld moet je toch echt terugbetalen voordat je doorgeplaatst kunt worden. Dan kan het langer duren dan eigenlijk nodig is, voordat zo’n gezin weer zelfstandig kan gaan wonen.’

Knoflook mis ik elke dag

Etenstijd in de Traverse. Aan lange tafels in de gezamenlijke hal zitten cliënten achter lege borden te wachten op begeleiders die rondgaan met dampende schalen. In een kamer naast de hal kunnen families samen eten, in een poging het normale gezinsleven te simuleren. Bianca, Davy en hun twee zoons zitten aan de grootste tafel. Een andere moeder eet in stilte met haar zoon en dochter aan een tafel die uitkijkt op een muur. Dr. Phil praat vanuit de tv aan de muur luid de kamer in, iets over de gevaren van chrystal meth.

Bianca’s zeven maanden oude dochter Dominique rolt de kamer door in haar loopwagentje. Ze heeft net al flesvoeding gehad, dus ze hoeft niet aan tafel. Borstvoeding geven lukt Bianca niet meer: ze krijgt het eten hier niet weg, valt gestaag af, en produceert daardoor te weinig melk. Oudste zoon Tommy van vier eet met tegenzin één droge aardappel en rent daarna weer naar buiten om te gaan spelen. Bianca haalt haar schouders op. ‘Het is ook niet te vreten, ik neem hem niks kwalijk.’ Middelste zoon Ricardo van anderhalf blijft achter aan tafel, smullend van zijn bord met appelmoes. Davy: ‘Ricardo, dat is de enige die hier goed eet. Die weet nog niet wat lekker is.’

Op het menu: te lang gekookte groenten, te kort gekookte aardappels, dikke donkerbruine jus uit een pakje en een ondefinieerbaar lapje vlees. Het lapje verandert van kleur wanneer je het tegen het licht houdt. Afgaand op het feit dat er voor de moslims ander vlees is, zou het varken moeten zijn. Het avondeten wordt niet bereid op de locatie zelf, alleen opgewarmd en uitgedeeld. Bianca: ‘De enige keer dat ik hier heb kunnen koken was met mijn verjaardag. Toen heeft Davy wat bijverdiend zodat ik boodschappen kon doen en voor alle bewoners roti kon maken. Ik had tien kilo kip, vijf kilo boontjes. Knoflook, massala, tomaten. Knoflook mis ik elke dag.’

Davy (29) en Bianca (30) vielen voor elkaar in 2008. Toen ze tien weken bij elkaar waren, ontdekten ze dat Bianca acht weken zwanger was. Ze besloten het kindje te houden en trokken in bij de vader van Davy, omdat ze zelf op korte termijn geen woning geregeld kregen. De gemiddelde inschrijftermijn om een huurwoning te krijgen in hun woonplaats Berkel-Enschot bedroeg tien jaar; urgentie aanvragen hielp ze ook niet verder. Davy stopte rond die tijd met werken als betontimmerman, omdat zijn lichaam hem te veel pijn deed. Hij bleek wildgroei van bot in zijn knieën te hebben en reuma in zijn spieren. Zijn ogen gingen ook steeds verder achteruit, wat werken achter een beeldscherm voor hem onmogelijk maakt. Fysieke arbeid was geen optie meer en een baan bij bijvoorbeeld een callcenter ook niet. Probeer dan als lageropgeleide nog maar eens werk te vinden.

Bianca bleef nog even werken als model, maar dat hield op naarmate haar buik groeide. Na de geboorte van hun eerste zoon vroeg Davy haar ten huwelijk en probeerden ze opnieuw zwanger te raken. ‘We wilden zwanger zijn op onze trouwdag, zodat we dat aan onze hele familie tegelijk konden aankondigen. Op onze trouwdag was ik zeven weken zwanger.’ Na de geboorte van Ricardo in 2011 was de economische crisis in volle gang en Bianca kwam niet meer aan het werk.

'‘Toen ik op de behandeltafel lag, keek de dokter ineens heel moeilijk.’'

Met twee kinderen, een zieke man, geen eigen woning en geen uitzicht op een baan, besloot ze een spiraaltje te laten zetten. ‘We konden dat nooit aan, nog een kind erbij. Toen ik voor mijn afspraak op de behandeltafel lag, keek de dokter ineens heel moeilijk. Hij liep de kamer uit en kwam even later terug met het bericht: ‘Mevrouw, ik ga vandaag geen spiraaltje bij u zetten.’ Ik werd kwaad, hoe bedoelde hij ‘geen spiraaltje?’ Toen zei hij: ‘Nee mevrouw, dat kan echt niet. U bent weer in verwachting.’’

Bianca: ‘Wat is die uitdrukking? ‘De grond verdween onder onze voeten’? Zoiets.’ De zwangerschap af laten breken was voor het stel moreel bezwaarlijk, maar ze waren allebei werkloos en al hun spaargeld was opgegaan aan de bruiloft. Bianca werkte nog even in de telemarketing, maar haar contract werd niet verlengd. Ze stond op het punt te bevallen van haar derde kind, het was intussen februari 2013, toen er bij haar schoonvader deurwaarders langs begonnen te komen: hij bleek een huurachterstand te hebben van duizenden euro’s. Een paar weken later stonden hij, Davy, Bianca, Tommy, Ricardo, en de pasgeboren Dominique op straat.

Veroordeeld tot opvang

De Tilburgse opvang draait op volle capaciteit. Er verblijven rond de 55 cliënten. Marc Smulders: ‘Mensen die direct hulp nodig hebben moeten hier terecht kunnen. Maar er is standaard een wachtlijst van zestig tot tachtig personen en die slinkt niet. Integendeel.’

Het aantal daklozen en zeer armen groeit niet alleen in Nederland: in heel Europa worden op een willekeurige dag in 2013 evenveel voedselpakketten uitgedeeld als op een dag aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

In Europa worden op een willekeurige dag in 2013 evenveel voedselpakketten uitgedeeld als op een dag aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Wat wel typerend is voor Nederland, zijn de goedbedoelde vormen van organisatie die vooruitgang in de weg kunnen zitten. Marc: ‘zo zijn er woningcoöperaties in Tilburg die eisen stellen aan hun bewoners om een wijk leefbaar te houden. Word je gesnapt met een wietplantage in je woning, dan kan je een huurverbod van drie jaar worden opgelegd.’ Een koopwoning regelen met een klein inkomen is niet realistisch, dus zo’n huurverbod betekent vaak een directe veroordeling tot een lang verblijf in de opvang.

Davy: ‘Jeugdzorg werkt ons ook tegen. We moeten van hen per se een huis met drie slaapkamers, zodat onze zoons en dochter niet samen hoeven te slapen. Maar we hebben nog steeds allebei geen werk, en van onze uitkering is zo’n grote woning niet te betalen. Dus we zitten hier nog wel even.’

Mijn diploma is waardeloos geworden

Er zijn in Nederland ongeveer 250 opvanglocaties, die allemaal vrijwel continu vol zitten. Er is geen provincie waarin het aanbod van bedden de vraag overstijgt. Er zijn in 2013 ongeveer 19.000 mensen dakloos in ons land. Van die populatie is het overgrote deel drugsverslaafd, alcoholist, prostituee, illegaal, psychisch gestoord of verstandelijk beperkt. Verreweg het grootste deel van de daklozen is man: zo’n 85 procent. Maar die cijfers gaan veranderen naarmate meer moeders aangewezen zijn op daklozenzorg.

Veel vrouwelijke broodwinners verliezen hun werk na reorganisaties of omdat hun contract niet verlengd wordt; weer een andere groep komt niet eens aan het werk met haar diploma. Het is in het geval van deze nieuwe lichting daklozen meestal de combinatie van het niet kunnen vinden of behouden van werk en het wegvallen van een sociaal netwerk, die ze de crisisopvang in dwingt.

'‘Ik was al op zoek naar een brug om onder te slapen.’'

Zoals bij Chantelle. Op kerstochtend 2012 stond ze met haar zoontje van negen op straat. ‘Ik was al op zoek naar een brug om onder te slapen. Gelukkig kon ik hier terecht.’ Chantelle verbleef een half jaar in opvangcentrum De Kei van Limor (Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie) in Leeuwarden, tot ze onlangs een eigen woning kreeg toegewezen. ‘In 2009 was ik net afgestudeerd. MBO Detailhandel. Ik had een vaste baan bij M&S mode en een eigen vierkamerwoning. Ik hoorde dat mijn moeder, die op Curaçao woont, ziek was. Dus ik ben daarheen gegaan om haar te verzorgen. Ze knapte op en ik vertrok weer, omdat mijn zoontje een betere opleiding kan krijgen in Nederland.’

‘Toen ik in 2011 weer in Holland kwam wonen, was er nergens meer werk. Mijn diploma is waardeloos geworden. Ik raakte zwanger, maar mijn dochtertje werd veel te vroeg geboren en overleed al na vier weken. Ze had een verdikte hartspier en haar longen waren nog niet gerijpt. Mijn vriend, de vader van mijn dochter, kon niet om gaan met het verlies en we gingen uit elkaar. Ik had de kamer die ik tijdelijk huurde al opgezegd, want het plan was om na de bevalling bij mijn broer te gaan wonen. Toen ik uit het Ronald McDonaldhuis kwam, waar ik zat zodat ik bij mijn dochtertje in het ziekenhuis kon zijn, zei mijn broer: ‘Sorry, je kunt hier toch niet komen, je bent een te grote last.’

‘Ik kon terecht bij mijn vader, die in de Bijlmer woont. Tot hij eind december opeens zei: ik heb een vrouw ontmoet en ik ga samenwonen. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar je zal iets anders moeten regelen.’ Toen heb ik met kerst De Kei gebeld en die vroegen me waarom ik niet in Amsterdam kon blijven. Ik heb uitgelegd dat ik mijn zoon daar niet op wil voeden. Ik ben zelf opgegroeid in de Bijlmer en ik weet hoe de straat is. Ik wil méér voor mijn kind.’

Na een half jaar met haar zoon in de opvang woont ze inmiddels weer zelfstandig, maar Chantelle krijgt nog wel hulp van verschillende instanties. Ze staat onder bewind, gaat tweewekelijks naar de voedselbank en praat regelmatig met een psycholoog. ‘Na het overlijden van mijn dochter heb ik mijn leven nooit meer op de rit gekregen. Uitzendbureaus raadden me af al te gaan werken omdat ze me emotioneel instabiel vonden. Ik ben wel altijd werk blijven zoeken, ik stuur nog steeds elke week minstens tien sollicitatiebrieven. Het ergste van deze hele ervaring is geweest dat ik het vertrouwen in de mens kwijt ben geraakt. Mijn broer wilde me niet. Mijn vader wilde me niet. Waarom zou een vreemde me dan wel nemen? Het leven is hard, dat houd ik mijn zoon ook voor. Gelukkig ben ik niet. Ik ben tevreden.’

Stap 1: Stop met het verhogen van je schuld

Chantelle zit in de schuldsanering. Ze ging flink het schip in door medische rekeningen, dus sloot ze leningen af om haar zoon te kunnen voeden en kleden. Schulden, en het onvermogen ze af te kunnen lossen, is oorzaak nummer één dat gezinnen dakloos worden. Het taboe rondom schuld lijkt minder te worden, naarmate meer mensen sinds de crisis in de geldproblemen kwamen. Er zijn tv-programma’s over, in glossy’s wordt er over geschreven. Er is zelfs van negen stappen om mee uit de schulden te komen. Stap 1: Stop met het verhogen van je schuld. Stap 7: Begin met afbetalen. Stap 9: Geef nooit op. Toch lijkt die schijnbare tolerantie jegens schuld weinig uit te maken voor de mensen die er echt diep in zitten.

Bij ongeveer een half miljoen Nederlandse huishoudens is er op dit moment sprake van ‘problematische’ schulden. Dat betekent dat er structureel meer uit wordt gegeven dan dat er wordt verdiend. Meer dan de helft van die huishoudens zit in de schuldhulpverlening.

Marianne Oostrik is beleidsmedewerker bij de NVVK, de Nederlandse vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren. ‘In de schulden raken is vrij simpel; een lening afsluiten was door het internet nog nooit zo makkelijk als nu. Maar tegelijk is uit de schulden komen nu ook moeilijker dan ooit. Als hier vroeger iemand met een eigen huis aan kwam kloppen, dan konden we zeggen: verkoop uw huis, dan kunt u uw schulden aflossen met de overwaarde. Die oplossing is er nu niet meer. Huizen raken niet verkocht, en áls ze al verkocht raken, dan vaak onder de vraagprijs. Dan blijft de verkoper vaak nog met een restschuld zitten ook.’

Het aantal aanmeldingen bij de schuldsanering steeg van 77.440 in 2010 naar 84.250 in 2012. Het grootste deel daarvan valt onder de noemer  ‘werkende armen’ - een groep die geen financiële buffer heeft en direct in de problemen raakt wanneer zij hun toch al geringe inkomen verliezen. Daarnaast steeg de gemiddelde schuld van de aanvragers in de afgelopen twee jaar van 30.750 euro naar 33.500 euro.

Oostrik: ‘Ik zie de schuldenproblematiek niet afnemen, zeker de komende jaren niet. We zitten nog steeds in een recessie en er worden nog steeds bezuinigingen doorgevoerd die negatieve gevolgen hebben voor mensen met lage inkomens. De werkgelegenheid wordt er niet beter op, en als het sociale leenstelsel voor studenten daadwerkelijk doorgaat, wordt er straks een hele nieuwe groep jonge mensen gedwongen schulden te maken.’

Je móet wel dankbaar zijn

'‘Toen ik een keer ongesteld werd en geen geld meer had voor maandverband, zeiden ze ‘dan gebruik je maar toiletpapier’'

Bianca en Davy hebben geen geld, maar gelukkig ook geen schulden. Ze hebben allebei een uitkering en Bianca probeert weer aan het werk te komen als model. ‘Dat moet ook wel. We krijgen hier ontbijt, lunch en avondeten, maar voor de rest moeten we alles doen van 20 euro per week. Dat ben ik alleen al kwijt aan luiers voor Ricardo en Dominique. Ik heb het echt geprobeerd met dat budget, maar toen ik een keer ongesteld werd en geen geld meer had voor maandverband, zeiden ze ‘dan gebruik je maar toiletpapier.’ Dat was zo’n moment waarop ik mezelf even in moest houden. Ik dacht: Bianca, dit is heel vernederend, maar ben blij dat je een dak boven je hoofd hebt. Je móet wel dankbaar zijn.’

De slaapkamers in de Traverse zijn opgedeeld in een mannen- en een vrouwenkant. Het gezin heeft een kamer aan de vrouwenkant. De ruimte is ongeveer twintig vierkante meter, en heeft een smal raam over de gehele breedte. Buiten is het vandaag 35 graden, binnen ruikt het naar warme gordijnen, afvoer en babydoekjes. De vloer ligt bezaaid met kleren die schoon of vies kunnen zijn. Er staan vijf bedden in de kamer: twee éénpersoonsbedden tegen elkaar aangeschoven, daar slapen Bianca en Davy. Aan hun voeteneind staat een wiegje, en daar schuin tegenover een stapelbed voor de jongens. Het trapgat is dichtgemaakt met een stuk sleepkabel, om te voorkomen dat Ricardo er ’s nachts uitrolt. Op de grootste muur van de kamer hangt een enorme poster van Cars en er staat een Winnie the Pooh-tv op een klein tafeltje. Bianca: ‘Die heb ik voor tien euro geregeld op Marktplaats, leuk toch? We hebben geprobeerd het kindvriendelijk te maken. Beneden is natuurlijk best leuk gedaan, maar dan hebben ze hier boven ook iets.’

Beneden is de kinderkamer. Die dient als speelplek, tv-ruimte, en opslagplaats voor Bianca’s trouwjurk, maar ook als schuilplaats. Sarah, een begeleidster van Traverse: ‘Heel soms breekt de pleuris uit, en dan brengen we de kinderen natuurlijk als eerste in veiligheid. Die pakken we op en zetten we in de kinderkamer.’ ‘De pleuris’ breekt uit wanneer een cliënt door het lint gaat en begint te schelden, vechten, of met dingen gaat gooien. De kinderen blijven in dat geval wachten in de kinderkamer. Met de deur dicht, tot de storm voorbij is.

Kom over drie maanden terug en slaap tot die tijd maar op straat

Crisisopvang De Kei in Leeuwarden lijkt in niets op de crisisopvang van Tilburg. Het is een splinternieuw gebouw. Elke cliënt heeft een modern ingericht appartement met eigen badkamer, keuken en slaapkamer. Er is een kantine met een grote houten tafel met bijpassende leren stoelen. Er is koffie van Douwe Egberts en thee van Pickwick. Het had een willekeurige bedrijfskantine kunnen zijn, maar de kast met Dora-boekjes en Tik-Tak-dvd’s verraadt de aanwezigheid van kinderen. Is er in Tilburg een algemeen toilettenblok met penetrante pislucht; de toiletten in Leeuwarden ruiken naar Ambi-Pur. Er is een wasbakje met een zeeppompje erop. Er hangt een verjaardagskalender. Er staat zelfs een plantje.

Anika Suuring is ondersteuner op De Kei. Ze is aanspreekpunt voor de cliënten, gaat op huisbezoek binnen de faciliteit en helpt andere begeleiders. ‘Onze faciliteiten zijn er op ingericht om cliënten klaar te stomen om straks weer zelfstandig te gaan wonen. Onze opvang was in eerste instantie klassiek geregeld: grote gezamelijke slaapzaal, gezamelijk eten. Maar dat leverde vanwege de verscheidenheid aan bewoners te veel conflict op.

Het is goed dat we het nu zo geregeld hebben, want er komen de afgelopen jaren veel meer gezinnen binnen, en die hebben baat bij deze vorm van opvang. Ze komen hier vooral terecht vanwege het strenger worden van regels bij woningcoörperaties. Heb je een huurachterstand, dan viel er een paar jaar geleden nog wel wat te onderhandelen. Nu is het: ‘Pak je spullen en vertrek maar’, omdat die coörperaties het zichzelf in crisistijd ook niet kunnen veroorloven om geld mis te lopen.

'‘We moeten per maand ongeveer 75 keer nee verkopen’'

Sinds de crisis zitten we permanent vol. We hebben vandaag een appartement leeggeruimd, daar is op dit moment alweer een intakegesprek voor. Omdat we een crisisopvang zijn kun je eigenlijk niet zeggen: ‘Nu even niet, kom over drie maanden terug en slaap tot die tijd maar op straat.’ We hebben niet echt een wachtlijst. Als mensen blijven bellen, en het is echt urgent, dan zijn die gewoon als eerst aan de beurt op het moment dat er iets vrij komt. We moeten per maand ongeveer 75 keer nee verkopen, en dat doet zeer. Je kunt kinderen natuurlijk niet op straat zetten, maar soms kun je niet voorkomen dat het die kant op gaat.’

Schuld blijft synoniem aan schaamte

Zowel Anika uit Leeuwarden als Marc uit Tilburg hebben dezelfde ideeën over een eventuele oplossing voor het almaar groeiende aantal dakloze gezinnen: meer sociale controle. Anika: ‘Netwerken moeten elkaar beter in de gaten houden. Buren, familie, vrienden. Als je dicht op iemand staat dan kun je problemen herkennen voordat ze iemand de das om doen.’ Marc: ‘De toestroom van daklozen kun je kleiner maken door beter toezicht op te zetten. Interveniëren, zodat het niet zo ver hoeft te komen dat je letterlijk met je kinderen op straat komt te staan. Maar goed, ook voor de groep hulpverleners die dát zou kunnen doen is er steeds minder subsidie beschikbaar.’

Het is in de afgelopen jaren makkelijker geworden om als gezin in de opvang terecht te komen. Dat heeft vooral te maken met schuld en het wegvallen van sociale netwerken. Daarnaast wordt het door allerlei regelgeving moeilijker om vervolgens weer uit het rood te komen. Schulden worden meer besproken in de media, maar dat lijkt vooralsnog het taboe in de praktijk niet te doorbreken. Beter ziet niemand het voorlopig worden. Chantelle niet, Bianca niet, Davy niet, de schuldsanering niet, de begeleiders van de opvang niet. Een mogelijke oplossing zou kunnen liggen in het actiever monitoren van probleemgezinnen om op die manier slimmer te interveniëren, maar zo’n vorm van sociale controle in de praktijk brengen heeft eindeloos veel haken en ogen. ‘Risicogezinnen’ blijven moeilijk te detecteren, doordat ze niet naar buiten treden met hun problemen. Schuld blijft synoniem aan schaamte.

Davy heeft last van zijn knie. Hij wordt er chagrijnig van. Hij is pas geopereerd, er is wat overtollig bot weggehaald. Ondanks dat fietst hij elke dag twee uur om zijn oudste naar school te brengen. Tommy zit nog steeds op school in hun oude woonplaats Berkel-Enschot, 12 kilometer op en neer vanaf de opvang. Het schoolbusje rijdt niet zo ver, en een auto kopen om hem te brengen zit er niet in. Davy: ‘Die school is het enige bekende dat hij nog heeft, hij komt er graag. Maar het is soms wel pijnlijk als we daar fietsen. De route naar school gaat langs ons oude huis, en daar wil hij dan naartoe omdat hij denkt dat zijn speelgoed daar nog ligt. Er is helemaal geen speelgoed meer, maar vertel dat maar eens aan een kind van vier.’

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Dan kun je gewoon verder lezen. Wij geloven niet in betaalmuren, omdat we het belangrijk vinden dat onze journalistiek zoveel mogelijk mensen bereikt. Wil jij toegang tot alle verhalen? Word dan lid!