De afgelopen maand ging ik naar verschillende supermarkten. Niet om mijn boodschappen te doen, maar omdat deze plekken bij uitstek een dwarsdoorsnede van de samenleving laten zien. Student, dropout, rijk, arm, blank en gekleurd - allemaal werken ze in de supermarkt.

Als politici praten over jongeren gaat het altijd over het onderwijs, de jeugdzorg, of over wat ze allemaal verkeerd doen. Voor mij is dit beeld van jongeren wat kort door de bocht.

Ik vroeg jongeren zelf te vertellen wie ze zijn, wat ze belangrijk vinden, waarom ze daar zo over denken en hoe ze zichzelf terugzien in de media en de politiek. Ik ontdekte twee overeenkomsten in hoe de mensen die ik sprak naar de wereld kijken.

Dit laat ik je zien aan de hand van mijn ontmoetingen met twee jonge mannen: Tim en Tafari.

Tim is bijna 18 en loopt voor zijn mbo-opleiding retailmanagement stage in de supermarkt in Den Bosch. Hij woont thuis bij zijn moeder en gamet graag in zijn vrije tijd. Hoewel hij zeer positief is over de toekomst van Nederland, spreekt hij zich sterk negatief uit over vluchtelingen. Toch is er voor hem alsnog geen partij die er met kop en schouders boven uitsteekt.

Tafari is 27 en heeft een parttime, maar vast contract bij een supermarkt in Amsterdam. Hij werkt in het magazijn, vult vakken en werkt op de kruideniersafdeling. Hij stelt zichzelf voor als ‘parttime rapper.’ Tafari is ook positief over Nederland, maar maakt zich grote zorgen over discriminatie. In zijn vrije tijd leest hij zo veel mogelijk over de Nederlandse politiek en spoort hij iedereen om hem heen aan om te gaan stemmen.

De wereld van Tim en van Tafari bestaat uit wat ze zelf meemaken en hoe ze hun eigen ervaringen en opvattingen delen met hun omgeving, zowel offline als online. En ze zijn optimistisch over de toekomst van Nederland. Als ze verandering willen, nemen ze zelf initiatief.

Verkiezingsposters van PVDA-lijsttrekker Lodewijk Asscher hangen in de regen. Foto: Kees van de Veen
Verkiezingsposters van PVDA-lijsttrekker Lodewijk Asscher hangen in de regen. Foto: Kees van de Veen

‘Sommige mensen hebben gewoon domme keuzes gemaakt’

De supermarkt ligt tussen een autoweg en een klein woonerf in de Bossche wijk Orthen. Rijtjeshuizen krijgen een beetje kleur door voortuintjes van een paar vierkante meter. Halverwege de middag loopt Tim stralend de kantine binnen, hij is razend enthousiast om ‘een journalist’ over zichzelf te kunnen vertellen.

‘Ik heb geen obstakels, en als ik een obstakel heb in het leven, dan zoek ik wel een manier of een omweg. Want ik ben niet iemand die snel vastloopt, vol gaat stressen en de hoop opgeeft. Ik ben meer een doorzetter: als ik dat wil bereiken dan ga ik dat bereiken, punt.’

Thuis, op school en in de supermarkt gaat alles hem voor de wind. ‘Op dit moment zit ik goed.’ Volgens hem hebben mensen hun geluk volledig in eigen hand. ‘Ik denk dat iedereen het op zich goed heeft, sommige mensen hebben gewoon domme keuzes gemaakt.’

‘Volgens mij hebben ze in Saoedi-Arabië een knettergroot gigantisch tentenkamp staan, waar miljoenen mensen heen kunnen’

Tims ouders zijn gescheiden, dat had ongetwijfeld impact. Maar hij lijkt zich met zo’n antwoord niet bewust van zijn voorrechten als witte, intelligente, gezonde jongen ten opzichte van sommige leeftijdsgenoten. Ik vraag Tim hoe hij denkt over vluchtelingen, die vaak de pineut zijn van keuzes die andere mensen voor ze hebben gemaakt.

Op mijn vraag in hoeverre hij zich kan verplaatsen in de situatie van vluchtelingen, volgt een vrij onsamenhangend antwoord - het is niet echt een antwoord.

‘Ik ben het er alleen niet mee eens, met wat jij zegt, die vluchtelingen. Volgens mij hebben ze in Saoedi-Arabië een knettergroot gigantisch tentenkamp staan, waar miljoenen mensen heen kunnen, maar dan worden ze hier naartoe gestuurd. En dan zijn het vaak de mannen, terwijl hun vrouwen daar achterblijven. Daar ben ik het niet mee eens.’

‘Het moet van twee kanten komen’

Eerder wiebelde Tim nog speels op zijn stoel. Nu leunt hij met zijn ellebogen op tafel en vouwt hij zijn handen in elkaar. Hij oogt gespannen.

‘Ik heb natuurlijk niks tegen vluchtelingen, maar qua cultuur denk ik dat ze beter in die buurlanden thuishoren. We zijn op sommige punten gewoon te verschillend. Ik vind wanneer jij naar een ander land gaat dat jij je moet aanpassen. Natuurlijk, wij moeten ons ook aanpassen, maar het moet van twee kanten komen.’

Tijdens die laatste zinnen kijkt hij mij aan. Ik ben zelf Moluks-Marokkaans, dat verraden mijn kleur, krullen en kaaklijn. Ik ben geen vluchteling en mijn ouders zijn ook niet gevlucht. Maar dat sluit mijn uiterlijk niet uit. Ik denk dat hij zich dat op dat moment ook realiseert. Stamelend vraagt hij: ‘Vind jij bijvoorbeeld niet eh... Lijkt jou dat niet praktischer dat ze daar heen gaan?’

Syriërs hebben zelf toch niet gekozen voor oorlog, breng ik in. Tim kijkt mij aan met een scherpe blik en reageert fel met: ‘Maar is dat óns probleem?’

In Den Bosch Tim geeft zelf ook aan geen persoonlijke ervaringen te hebben met vluchtelingen. Op welke informatie baseert hij dan zijn mening?

Thuis praten zijn moeder en zus vaak met hem over het nieuws. ‘Verder, veel social media.’ Onder het gamen skypet hij geregeld met vrienden en hebben ze het over actuele onderwerpen. ‘Geen belangrijke dingen zoals oorlog, want daar praten wij niet over.’

Tim is niet de enige die via sociale media op de hoogte blijft van het nieuws. Alle jongeren die ik heb gesproken zeggen hiervoor gebruik te maken van Instagram, Facebook en WhatsApp. Media waarvan je zelf de inhoud beïnvloedt. Alles wat je kent, weet, denkt, ziet, wordt bepaald door wat je wil kennen, wat je wil weten, wat je wil denken en wat je wil zien.

Ondanks zijn kritiek op vluchtelingen heeft Tim een positieve kijk op de politiek. Ook als de PVV als grote partij uit de verkiezingen komt. ‘Zolang hij de economie maar niet omlaag haalt.’

Foto: Kees van de Veen
Foto: Kees van de Veen

‘De politiek bemoeit zich wel met jou’

De supermarkt staat in een historisch arme wijk van Amsterdam: de Staatsliedenbuurt. In de straat staan vooral seniorenwoningen, tegenover de supermarkt is een daklozenopvang.

In de kantine hangt een memoblaadje aan de muur. ‘Drie medewerkers zijn ontslagen wegens fraude en diefstal.’ Wie dit ook in zijn hoofd haalt, hoeft niet meer terug te komen.

De teamleider vertelt dat het filiaal bekendstaat als ‘probleemfiliaal.’ De jonge medewerkers aan tafel beamen dit: ‘Niemand heeft zin om hier te komen werken.’

Klanten gaan met elkaar op de vuist. Regelmatig worden klanten betrapt op diefstal. ‘Maar we werken hier wel met een heel hecht team,’ voegt de teamleider eraan toe.

‘Mensen denken dat het hen niet raakt wat er in de politiek wordt besloten, maar je merkt toch wel het verschil’

Tafari was eerst van plan terug te gaan naar zijn geboorteland maar nu is hij vastberaden zijn toekomst in Nederland op te bouwen. Daarom houdt hij zich bezig met de Tweede Kamerverkiezingen. Hij motiveert vrienden en kennissen om te gaan stemmen. ‘Heel vaak hoor ik ‘ik bemoei me er niet mee,’ maar dan zeg ik: ‘maar de politiek bemoeit zich wel met jou!’

Tafari gaat niet meer naar school. Van iedereen die ik heb gesproken is hij het beste op de hoogte van alle politieke ontwikkelingen. Ik vraag hoe hij aan zijn informatie komt. ‘Gewoon. Google.’

‘Mensen denken dat het hen niet raakt wat er in de politiek wordt besloten, maar je merkt toch wel het verschil. Er worden wetten gemaakt, aangenomen door de partijen waarop is gestemd.’ Zo heeft hij gemerkt wat de gevolgen voor hem waren zodra kwam te vervallen. Met ingang van dit jaar betaalt hij jaarlijks 500 euro extra uit eigen zak aan ziektekosten.

‘Wat ga ik eraan doen?’

Tafari is heel serieus met het opbouwen van zijn carrière. Hij vertelt over zijn sollicitatie voor een stage bij een drogist. ‘Toen had ik gebeld en die man was enthousiast: ‘Oh wat goed, je doet mbo. Wij zijn echt naar jou op zoek!’ Helemaal blij. Kom ik daar die dag, ziet hij mij, is het meteen over. En zegt diezelfde man ‘eigenlijk heb je een nodig.’ Hij ziet mij natuurlijk en dan ziet hij weer het stereotype Antilliaan en ik zou vast, weet ik veel, spullen gaan stelen. Het is geen bank, het is geen Schiphol. Het is raar dat je voor zo’n stage om een VOG vraagt!’

‘En zo heb ik vaak van die kleine dingetjes meegemaakt en dan zeggen mensen: ‘Ja, zet je er maar overheen.’ Maar het werkt niet zo. Als ik een probleem heb, dan kan ik het ontkennen maar het probleem is er nog steeds. Je moet er juist bij stilstaan, zo van: ‘Oké, ik heb een probleem. Hoe komt het? Wat ga ik eraan doen om het te veranderen?’’

Tafari moet genoegen nemen met een situatie waar hij zelf niet voor kiest. Als iemand eenmaal vooroordelen heeft, kun je je bewijzen tot je een ons weegt. Maar hoewel hij hier geen controle over heeft, legt hij die verantwoordelijkheid toch neer bij zichzelf.

Dit zie ik terug bij meerdere jongeren die ik heb gesproken. Deze generatie groeit op in een tijd waarin veel mensen op zichzelf zijn aangewezen. Dat maakt het vanzelfsprekend zelf actie te ondernemen, in plaats van de verantwoordelijkheid voor verandering bij de regering te leggen. Als ze een verandering in de samenleving willen zien, benoemen ze meteen hoe ze hier zelf aan kunnen bijdragen.

Zo zien ze het snelst verandering. Die behoefte is ook begrijpelijk als je kijkt naar hoe iedereen bezig is met sociale media. Alles is simpel en gebeurt snel.

Waar Tafari wél controle over heeft, is hoe hij zich muzikaal uit als rapper. Hij hoopt met zijn creativiteit op kleine schaal voor verandering te zorgen.

Foto: Kees van de Veen
Foto: Kees van de Veen

‘Je ziet dat wij niet in een machtspositie verkeren’

‘Mijn doelgroep is Wat me opvalt aan die groep is dat ze heel weinig hebben met stemmen en dat ze heel weinig afweten van hun eigen geschiedenis. En dat vind ik wel jammer. Want als je jouw eigen geschiedenis niet kent, dan weet je ook niet waar je naartoe wil gaan. En als je niet weet waar je vandaan komt, dan kun je je eigen vooruitgang niet zien.’

Hij wil hun meegeven dat het leven niet alleen om geld draait. ‘Ik kom zelf van Sint Maarten en daar word je niet zo gauw beoordeeld aan de hand van je kleding. Meer op wat je zegt, hoe je het zegt. Maar hier gaat het echt om: wat voor schoenen heeft-ie, wat voor jas heeft-ie. Alles is materialistisch. Ik ben juist iemand die denkt: het innerlijk is belangrijk want materialistische dingen kunnen altijd verdwijnen.’

Behalve dat hij op deze manier zijn eigen steentje bijdraagt aan verandering, ziet hij hier ook een rol weggelegd voor de Nederlandse politiek. Tafari’s grootste angst is dat de VVD en PVV samen zullen regeren. ‘Omdat het voor mij als Antilliaan gaat betekenen dat ik of weg moet, of minder betaald zal krijgen of meer met racisme te maken zal krijgen.’ Niet alleen is hij bang voor meer discriminatie, hij is vooral bang dat het dit keer legitiem zal zijn. ‘Dat die partijen zullen zeggen: ‘Het is goed. Doe normaal en het [racisme, CP] is oké.’

Toch is hij niet pessimistisch. Met de andere jongeren die ik sprak deelt hij de overtuiging dat ‘alles goed geregeld is in Nederland.’ Veelgenoemde voorbeelden zijn het rechtssysteem en dat je als burger altijd ergens terechtkunt als je een probleem hebt.

Met het oog op de verkiezingen heeft hij hoop voor een linkse coalitie. ‘Op het moment dat je in een machtspositie zit, kan je dingen eisen. Wat je vaak ziet bij allochtonen is dat wij niet in een machtspositie verkeren.’

Deze gesprekken vormen het startpunt voor mijn volgende vraag: hoe betrek je een generatie die het gemak en de snelheid van een online realiteit gewend is, bij de complexe realiteit en het trage tempo van politieke besluitvorming?

Rectificatie 21 maart 2017: In een eerdere versie stond dat Tafari 22 is. Hij is 27, en dat is aangepast. Er stond ook dat ik mensen tussen 17 en 25 jaar sprak, dat is inmiddels aangepast naar tussen 17 en 27 jaar.

Meer lezen?

De Verkiezingsgids: Hoe stemden de partijen de afgelopen vier jaar? De afgelopen weken plozen correspondenten uit hoe partijen de afgelopen vier jaar hebben gestemd in de Tweede Kamer. Kwam dat overeen met wat ze beloofden? In dit overzicht vatten we de belangrijkste inzichten per thema samen. Lees het verhaal van Rob hier terug Wat moet je stemmen als jongere? Kijk dit filmpje en maak een keus 850.000 jongeren mogen deze woensdag voor het eerst stemmen. Om hen bewust te maken van hun belangrijke rol, organiseerde Studio Narrative het Concrete Blossom-verkiezingsdebat. Lees de notitie van Vera terug Help jij ons opvallende fragmenten spotten tijdens de verkiezingsavond? Tijdens de verkiezingsnacht maken wij een speciaal Verkiezingsdingetje. Omdat we ogen tekortkomen om alle (sociale)mediakanalen de hele avond in de gaten te houden, vragen we jou met ons mee te kijken. Lees het verhaal van Daan hier terug