Beste,

Onlangs was ik bij de conferentie van de stichting Verhalende Journalistiek. Hier ging het uiteraard ook over het net gepubliceerde, prachtig geschreven stuk van journalist en Pulitzerprijswinnaar Alex Tizon in The Atlantic.

In dit populaire stuk onthult Tizon dat zijn familie een slaaf heeft meegenomen van de Filipijnen naar de VS. Het gaat om Lola, een vrouw die de familie van Tizon 56 jaar heeft moeten dienen.

Het verhaal is het schoolvoorbeeld van narrative journalism. Het heeft alles wat je zoekt in een verhalend journalistiek stuk: een spanningsboog, een sterk narratief én intrigerende personages.

De foto van Tizon werd groot op het projectiescherm aan de zaal getoond. Drie jaar geleden was hij nog in Amsterdam bij de Gerard van Westerloolezing van de stichting Verhalende Journalistiek. Dit jaar kon hij niet bij de conferentie zijn, hij is afgelopen maart overleden. Verdrietig om meerdere redenen. En wat hád ik hem graag de hand geschud.

Alex Tizon drie jaar geleden bij de conferentie van de stichting Verhalende Journalistiek. Foto: Anaïs Lopez
Alex Tizon drie jaar geleden bij de conferentie van de stichting Verhalende Journalistiek. Foto: Anaïs Lopez

Zijn voormalige eindredacteur, Jacqui Banaszynski, was er wel. En ze vertelde wat wij als makers kunnen leren van dit stuk: hoe je soepel switcht in tijd en hoe je met korte, eenvoudige zinnen een zwaar verhaal lichter verteerbaar maakt.

Emotie in een verhaal

De superlatieven laten het wel zien: ik ben zeer enthousiast over ‘My Family’s Slave.’ Vooral omdat ik het moedig vind dat Tizon dit gevoelige familiegeheim uit de doeken heeft gedaan en omdat hij iets aan de kaak heeft gesteld dat helaas nog steeds speelt. Ongetwijfeld is dit het mooiste journalistieke verhaal van dit jaar.

Omdat ik jullie dit verhaal niet heb willen onthouden, heb ik het anderhalve week geleden Nog nooit in de geschiedenis van De Correspondent werd een weekendtip zó vaak gedeeld: al ruim 800 keer.

Ook op social media is dit verhaal internationaal ontzettend veel gedeeld, in de Filipijnen werd het stuk trending topic. Naast veel lof is er ook kritiek, The Atlantic heeft

Waarom het de moeite van het lezen waard is? Van het stuk krijg je geheid binnen tien minuten lezen kromme tenen, en menigeen heeft er een traan bij weggepinkt.

Bij mij was er naast afschuw en verdriet ook een ongemakkelijk gevoel van herkenning, dat als een steen op mijn maag lag. Die herkenning begon bij een van de eerste passages uit het artikel:

"No other word but slave encompassed the life she lived. Her days began before everyone else woke and ended after we went to bed. She prepared three meals a day, cleaned the house, waited on my parents, and took care of my four siblings and me. My parents never paid her, and they scolded her constantly. She wasn’t kept in leg irons, but she might as well have been."

De weesmeisjes in mijn familie

Het bovenstaande raakte mij vooral omdat het mij doet denken aan de weesmeisjes, zussen van elkaar, die mijn eigen familieleden in Marokko in huis hadden.

Tegen kost en inwoning hebben mijn familieleden hen vanaf dat ze een jaar of tien à twaalf waren lange dagen in het huishouden laten sloven, op straffe van een pak slaag als er bij het afwassen ook maar een bordje sneuvelde.

Ik zie nog zo voor me hoe de oudste zus van vijftien met haar enigszins verweerde handen kleding schoonschrobde in de zon of sliep in de bijkeuken en hoe de jongste zus van dertien ’s avonds laat wakker werd geschreeuwd als de baby honger had.

Leeftijdsgenoten zijn ze, die ik in mijn hart heb gesloten en met wie ik veel optrok als ik met mijn ouders op vakantie in Marokko was. De jongste zus is even oud als ik, met de oudste zus scheel ik drie jaar. Cadeaus kon ik hun niet geven, die werden tot mijn woede ingepikt.

We gingen met z’n drieën samen naar de markt, naar de hamam, op familiebezoek aan de andere kant van het dorp, we aten samen bevroren danoontjes (Raïbi), deelden geheimen met elkaar en we lieten ons van mijn zakgeld in een studiootje fotograferen.

De foto waar we met z’n drieën op staan had ik hier graag willen plaatsen, daar zie ik van af omdat ik de zussen geen toestemming heb kunnen vragen.

Hoe mijn familieleden hier tegenaan kijken

Als relatieve buitenstaander die in een andere culturele context is opgegroeid ben ik, op z’n zachtst gezegd, al van opstandige puber af aan zeer sceptisch over de omstandigheid waarin mijn vakantievriendinnen hebben geleefd.

Tegelijkertijd besef ik dat de situatie toch wat genuanceerder ligt dan je aanvankelijk zou denken. Immers, wat zou het alternatief zijn geweest voor meisjes in Marokko zonder ouders of inkomen? Bedelen? Prostitutie? Stelen? Verhongeren? Alle vier?

Mijn ongemak over de positie van de zussen is binnen mijn familie geen gemeengoed. Zo zal mijn familie in Marokko er ongetwijfeld geen nacht minder om geslapen hebben. Mogelijk meenden ze zelfs dat ze er juist goed aan deden. Ik hoop dat mijn vermoeden klopt, dat mijn familieleden inmiddels van gedachten veranderd zijn.

Karima, mijn eigen zes jaar jongere zus die net zoals ik half Nederlands is en hier is opgegroeid, kijkt er in ieder geval wat anders tegenaan dan ik. Maar goed, ze heeft er ook véél minder van meegekregen door ons leeftijdsverschil en verschil in taalbeheersing.

Volgens haar waren de zussen juist blij dat ze bij onze familieleden terechtkonden. En ze herinnert mij eraan dat ze ook gewoon mochten spelen en naar school gingen. Daar heeft ze gelijk in.

Mijn Nederlandse moeder vindt het ook ongemakkelijk, maar tegelijkertijd werpt ze op dat mijn jongste tante ook door haar oudere zussen behandeld werd als een soort assepoester. Ze bedoelt: tieners in het huishouden laten zwoegen is in zekere zin onderdeel van de Marokkaanse cultuur.

Een deel van mij hoopt, ondanks dat ik met eigen ogen gezien heb hoe de weesmeisjes hebben geleefd, dat het totaal anders ligt dan ik al twintig jaar denk en dat mijn idee ervan gebaseerd is op één groot misverstand. Dat ik uiteindelijk badend van het zweet, maar opgelucht, wakker word uit deze nare droom van een indruk.

IJdele hoop, naar alle waarschijnlijkheid. Dat minderjarige meisjes uit arme families het huishouden doen bij (enigszins) rijkere gezinnen is in Marokko niet heel ongebruikelijk. In 2012 nog waren er in Marokko, tot mijn schrik en verdriet, De Marokkaanse overheid werkt as we speak aan wetgeving om dit actief tegen te gaan.

Hoewel het (vrijwel) onbetaald te werk stellen van kinderen in Marokko volgens de cijfers uit het laatste rapport van Human Rights Watch sinds 2005 afneemt én het geen taboe meer is om het er in Marokko openbaar over te hebben, is mijn vaderland helaas nog lang niet waar het wil zijn met het uit de wereld helpen van dit fenomeen.

Hoe dan ook, in gedachten maak ik een diepe buiging voor Tizon, ik ben hem dankbaar voor het op de kaart zetten van dit euvel en het leed van vrouwen als zijn Lola.

En nu verder?

Momenteel ben ik nog heel druk met mijn journalistieke project, de Dementiedagboeken. Het lijkt me echter uiterst interessant om, op een gegeven moment, uit te zoeken hoe het nou zit met het verhaal van de weeszussen.

Hoe zouden alle betrokkenen er nu tegenaan kijken? Zou hun idee zijn veranderd? Wat is er precies gebeurd, hoe is het ontstaan en wat speelt er nu in de Marokkaanse samenleving?

Een verhaal als dit maken zal niet makkelijk zijn. Een familieverhaal is, ten eerste, heel persoonlijk. Ik kan mij voorstellen dat het maken van een eerlijk en openhartig verhaal over deze gevoelige kwestie, zomaar zou kunnen gaan botsen met het belang van de betrokkenen.

Ik voel bij het formuleren van het verhaalidee al lichte weerstand als ik denk aan het gepolariseerde publieke debat in Nederland en het eenzijdig negatieve beeld dat veel media schetsen over mijn Marokkaanse gemeenschap. Daar wil ik niet aan bijdragen.

Tegelijkertijd ben ik journalist en wil ik misstanden aan de kaak stellen, laten zien wat er speelt, de waarheid vertellen al is die soms ongemakkelijk, in Tizons voetsporen treden en een mooi, integer en belangrijk journalistiek verhaal opschrijven.

Alle vormen van moderne slavernij, of wat daar ook maar op lijkt, moeten wat mij betreft stoppen. Dat kan, hopelijk, door het te leren doorgronden en erover te blijven praten. Daar wil ik wel aan bijdragen.

Oproep:

Wat zouden jouw vragen zijn bij mijn verhaal? En, wie is bekend met dergelijke verhoudingen binnen Marokkaanse families? Weet je iets over de positie van (jonge) vrouwen of mannen die in een ongelijke positie onbetaald (bijvoorbeeld) het huishouden runnen? Of is er iemand die een ander inzicht of andere ervaring heeft die verband houdt met dit verhaal? Ik hoor het graag! Deel ze hieronder in de commentsectie. Ik ben ook te mailen op: heiba@decorrespondent.nl.

Wil je per mail op de hoogte blijven van de stukken die ik publiceer? Momenteel onderzoek ik hoe het is om te leven met dementie, met hulp van vijftien mensen met dementie die mij bijpraten via hun spraakdagboek. Klik hier voor de wekelijkse mail van de correspondent Oud worden

P.S. Als je geregeld door mij bijgepraat wilt worden over mijn gebruikelijke thema, oud worden, dan heb je twee opties. Op de website kun je bij een van mijn artikelen onder mijn naam op ‘volgen’ klikken. Als je op het bovenstaande tekstblok klikt, vind je de aanmeldpagina voor mijn wekelijkse e-mail.