Je staat in de supermarkt met een blikje tonijn in je handen en je vraagt je af: is dit duurzaam? Redelijke kans dat er op de verpakking dit logo staat:

MSC, een afkorting van het Marine Stewardship Council, is wereldwijd het voor wilde vis. Het Voedingscentrum en de Viswijzer prijzen het keurmerk aan. Milieu Centraal noemt het een ‘topkeurmerk’ met ‘de meest strenge eisen op duurzaamheid, transparantie en controle.’ In een wijst MSC op zijn vele successen, variërend van gezondere visbestanden tot een betere leefomgeving. Successen waar moeilijk iets tegenin te brengen is.

MSC is een internationale non-profitorganisatie die in 1997 is opgericht door Unilever en het Wereld Natuur Fonds. Hun keurmerk staat open voor
De MSC-standaard is tot stand gekomen in een tweejarig, internationaal waaraan experts uit wetenschap, milieuorganisaties en de visserijsector deelnamen.
Het werkt

  • Het visbestand is gezond en wordt niet overbevist.
  • De visserij heeft minimale impact op het ecosysteem.
  • De visserij wordt beheerd met regels, controle en handhaving.

Traceerbaarheid is essentieel: een vis met het MSC-keurmerk moet in het gehele productieproces herleidbaar zijn tot de gecertificeerde visserij. Daarnaast moet het altijd gescheiden van reguliere vis worden behandeld. Zo’n van alle geconsumeerde vis in Nederland draagt het keurmerk. Circa 12 procent van de mondiale visvangst is door MSC gecertificeerd.

Maar niet iedereen is er enthousiast over. Diverse mariene biologen hebben ernstige kritiek op het keurmerk. Het is een ‘marketingtruc’ die ‘industrieel gevangen vis verteerbaar maakt voor bezorgde consumenten,’ zeggen zij. Zelfs het Wereld Natuur Fonds, mede-oprichter van MSC, spreekt in een interne memo over ‘betwistbare praktijken’ en ‘zorgwekkende weeffouten.’ In 2011 Greenpeace dat MSC de consument ‘bedondert.’

Dit mag dan het beste keurmerk zijn, maar is het ook goed genoeg om overbevissing te voorkomen?

Certificaten met een vreemde bijsmaak

Op keurmerken valt altijd wel iets aan te merken, en MSC is geen uitzondering. Maar op MSC en zijn certificaten voor duurzame visserij is de afgelopen jaren wel heel stevige kritiek geuit. In een somde een groep wetenschappers in 2010 een aantal visserijen op die volgens hen geen MSC-certificaat hadden mogen krijgen:

  • De Amerikaanse naar koolvis in de oostelijke Beringzee kreeg in 2005 het blauwe keurmerk. In 2010 werd dat verlengd. In nam de van koolvis daar met 64 procent af.
  • In de Stille Oceaan deed zich iets vergelijkbaars voor. De die daar werd opgevist, kreeg in 2009 een MSC-certificaat, terwijl de populatie er sinds eind jaren tachtig met 89 procent was gedaald.
  • Een is zeebaars uit Chili, die volgens de certificeerder duurzaam bevist zou kunnen worden. Volgens de MSC-standaarden moeten deze gemonitord worden, maar dit is volgens de auteurs niet mogelijk omdat er ‘bijna niets bekend is over deze vis’.

De Duitse mariene bioloog Rainer Froese hield vijf jaar geleden 71 MSC-gecertificeerde visserijen tegen het licht. Hij beoordeelde hun status op basis van onafhankelijke onderzoeken van academische wetenschappers en nationale en internationale toezichthouders. Zijn conclusie: maar liefst 31 procent van de vis met een MSC-keurmerk komt uit bestanden die zijn.

Ieder certificaat levert de keurmeester geld op

MSC stelt de standaard op, maar certificeert zelf niet. Dat laat het over aan commerciële bureaus, waarop wordt toegezien door weer een ander Critici vrezen dat hierdoor potentiële belangenverstrengeling ontstaat. Commerciële certificeerders die de criteria ruimhartiger interpreteren, kunnen volgens hen meer werk verwachten en profiteren van de terugkerende jaarlijkse keuringen.

Alsof de slager

Een gelekte memo van het Wereld Natuur Fonds, nota bene een mede-oprichter van MSC, wees eind vorig jaar op een andere ‘zorgwekkende weeffout’: de onafhankelijkheid. Wil het soms te graag een visserij certificeren, om zo meer inkomsten te genereren?

In deze memo blikken medewerkers van WNF terug op certificatieprocedures van het MSC, en dan met name de vijf jaar dat ze betrokken waren bij de certificatie van tonijnvisserij in de Indische Oceaan, rondom de Malediven. Deze visserij kwam in aanmerking voor een certificaat, terwijl de autoriteiten geen vangstbeperkende regulering hadden ingesteld - de zogenoemde ‘harvest control rules.’ Dit is volgens de memo klip-en-klaar in strijd met de standaarden van het MSC, en dus protesteerde het WNF tegen de certificering.

Maar de bezwaren van het WNF maakten geen indruk op de bedrijven die moesten certificeren. Sterker: in de beleving van de betrokken WNF-medewerkers werden de feiten herhaaldelijk genegeerd en deden de certificeerders net alsof er wel zo’n ‘harvest control rule’ was - en alles dus in orde was. Uiteindelijk konden tonijnvisserijen ook een certificaat krijgen als ze nog niet werkten met ‘harvest control rules,’ maar wel hadden beloofd om die Flexibele regels, dus.

De keurmeesters gebruikten ‘betwistbare praktijken’ met als doel ‘de lat te verlagen’

De casus bracht volgens de memo enkele ‘zorgwekkende weeffouten’ met MSC-certificering aan het licht. Die ‘ondermijnen WNF’s vertrouwen in het MSC als een middel om de duurzame visserij te verbeteren.’

Deze zorgen worden vergroot ‘door de agressieve pogingen van MSC om de tonijn-industrie binnen te dringen met hun certificeringsprogramma, overeenkomstig de van MSC.’ Het beeld ontstaat dat MSC linksom of rechtsom wilde dat deze tonijnvisserij gecertificeerd werd. ‘MSC gebruikte betwistbare praktijken’ met als doel ‘de lat te verlagen.’

Het blauwe keurmerk heeft ‘een financieel belang bij de uitkomsten van certificering.’ MSC verdient namelijk aan de verkoop van producten die het logo dragen: 0,5 procent van de verkoopprijs gaat naar MSC, en deze inkomsten zijn goed voor ongeveer driekwart van MSC’s totale budget. De auteurs spreken over conflicten ‘tussen MSC als een onafhankelijke en onpartijdige partij die de standaard bewaakt.’

Nadat de memo door de pers werd opgepikt, verklaarde het WNF dat het om een interne memo gaat. De feiten zijn correct, maar de memo bevat ook de persoonlijke mening van enkele van zijn medewerkers. WNF staat vierkant achter MSC, omdat het om wilde vis te certificeren.’

De overheid kan de beste keurmeester zijn

Misschien wel de ernstigste kritiek op MSC is dat het keurmerk nauwelijks tot meer duurzame visserij leidt. Daniel Pauly, een mariene bioloog, is opvallend fel over het keurmerk. ‘MSC certificeert vooral grote bestanden die relatief sterk zijn,’ zegt hij desgevraagd. ‘De kwetsbare en zwaar overbeviste bestanden komen niet in aanmerking en illegaal opererende vissers laten zich niet certificeren.’

Pauly was betrokken bij de oprichting van MSC en steunde het, maar nu heeft hij er geen goed woord meer voor over. ‘MSC is een marketingtruc geworden, bedoeld om vis duurder te kunnen verkopen. Het keurmerk moet industrieel gevangen vis verteerbaar maken voor bezorgde consumenten. Het sust mensen in slaap.’

MSC is een marketingtruc geworden, bedoeld om vis duurder te kunnen verkopen

Misschien is MSC niet perfect, maar kan het toch een deel van de oplossing zijn? Pauly: ‘MSC is bereid om alles te certificeren dat kan zwemmen – als de industriële visserij dat wil. Het is heel eenvoudig: overbevissing en illegale visserij zijn verboden, en dus mag je geen foute vis verkopen. Het is aan de overheid om regels te handhaven, maar met een keurmerk laat je dat over aan consumenten, die zelf mogen kiezen of ze legale of illegale vis willen kopen. In feite privatiseer je het strafrecht.’

Maar hoe realistisch is dat alternatief? We kunnen de bal leggen bij overheden en internationale organisaties als de Verenigde Naties, maar dat zal het probleem van overbevissing voorlopig helaas Pauly: ‘Dit soort keurmerken leiden de aandacht af van de echte oplossingen: regulering en handhaving. De traceerbaarheid van vis is bijvoorbeeld essentieel, zodat je weet waar, wanneer en hoe deze is gevangen. Wie dit juridisch wil afdwingen, krijgt van de grote visserijen een smoesje te horen: ‘Dat is te duur, te ingewikkeld en je krijgt het in de praktijk nooit sluitend. Laat ons het gewoon zelf regelen.’ Maar als het om MSC-vis gaat, waar ze meer aan kunnen verdienen, kan het ineens wel.

MSC leert van zijn fouten, zegt MSC

Goed, aan kritiekpunten dus geen gebrek. Toch verdient het MSC-keurmerk ook lof.
Ik leg de kritiek voor aan Hans Nieuwenhuis (geen familie van me), de programmadirecteur van MSC Nederland. Natuurlijk, zegt hij. MSC is niet perfect. ‘Het kan beter, en daar werken we elke dag hard aan. Maar MSC is het beste keurmerk voor duurzame vis dat momenteel bestaat.’

Op zo goed als alle kritiekpunten heeft Nieuwenhuis een repliek. Certificeert MSC bestanden die overbevist zijn? ‘De genoemde gevallen hebben terecht het certificaat verdiend. Ze voldoen aan onze standaard, zoals een onafhankelijk wetenschappelijk team, na input van alle betrokken partijen en een kritische peer review, zorgvuldig heeft geoordeeld. Bovendien is er een volledig transparante bezwaarprocedure en op meer dan twee derde van de certificeringen heeft geen enkele wetenschapper, visser of ngo commentaar. Van de ingediende commentaren leidt vervolgens tot aanpassingen van scores – we zien dat juist als de kracht van ons transparante certificeringsproces.’

‘Het kan beter, en daar werken we elke dag hard aan’

Volgens Nieuwenhuis is er wel degelijk dat visbestanden met een MSC-certificaat gezonder zijn dan niet-gecertificeerde. Zie de rapporten van MSC, zegt hij. ‘Ook op het gebied van milieu doen ze het beter. Zo is er minder bijvangst en een gezondere habitat.’

Zijn de certificeerders betrouwbaar, of knijpen ze weleens een oogje toe in de hoop de opdrachtgever te vriend te houden? Nieuwenhuis: ‘De certificeerders zijn uiterst deskundig en betrouwbaar en er is een stevig systeem van toezicht. Maar het blijft mensenwerk. Daarom hebben wij onze standaard in de loop van de jaren explicieter en specifieker gemaakt, zodat de interpretatieruimte minimaal is. Er zijn weleens fouten gemaakt, en daarom zijn enkele certificeerders geschorst.’

Dat MSC de lat lager legt om groeien en omzet te genereren, waar de WNF-memo op zinspeelde, is volgens Nieuwenhuis ‘onzin.’ ‘MSC blijft bij individuele beoordelingen op afstand. We schrijven de exameneisen, maar de certificeringen worden uitgevoerd door onafhankelijke certificeerders. Wij passen ook onze standaard niet aan om meer marktaandeel te creëren: de lat is de lat. Sterker nog: we handhaven onze standaard, zelfs als dat tot een verlies aan marktaandeel leidt. Zo hebben we de certificaten ingetrokken van MSC-gecertificeerde visserijen op zalm en makreel, zodat de vangsten niet meer met MSC-keurmerk verkocht kunnen worden. Deze zijn overigens in omvang veel groter dan die van tonijn. Tot slot: iedere vijf jaar wordt de standaard herzien, en gaat de lat juist omhoog.’

‘We handhaven onze standaard, zelfs als dat tot een verlies aan marktaandeel leidt’

Oké, maar waarom krijgt de tonijnvangst op de Malediven dan een certificaat, terwijl er daar niet aan vangstbeheer wordt gedaan? Nieuwenhuis: ‘Dat is juist de kern van onze verandertheorie: 94 procent van onze visserijen krijgt bij certificering één of meer voorwaarden opgelegd. In dit geval was dat het realiseren van een zogenaamde ‘harvest control rule.’ Besef dat in dit geval meer dan twintig landen het eens moeten worden over beheer, en dat tot vorig jaar er nog nooit enige vorm van vangstregulering overeen is gekomen. Maar dankzij MSC-certificering zitten landen die vangstbeheer willen verbeteren met landen om de tafel als om hierover te onderhandelen. Dat was anders nooit gelukt.’

De rest van de wereld leert van de keurmeester

Nieuwenhuis heeft een punt, vindt Simon Bush, hoogleraar milieubeleid aan Wageningen University. Bush is gespecialiseerd in certificering van visserij. ‘Het MSC-keurmerk is niet ideaal,’ vindt hij. ‘Maar zonder twijfel een welkome bijdrage aan andere maatregelen, zoals regulering, toezicht en vissers helpen om duurzamer te vangen.’

Bush is altijd vrij kritisch over MSC geweest, maar de laatste jaren wordt hij positiever. ‘MSC verandert hoe men tegen visserij aankijkt. Het laat zien: zo kan het ook, en daar zitten voordelen aan vast. Neem Indonesië, waar enkele visbestanden MSC-certificaten hebben. De betrokken overheden en toezichthouders doen ervaring op met een andere manier van visserijbeheer, en dit druppelt door naar andere, niet-gecertificeerde visserijen. Soms heel concreet – een systeem om schepen op zee te volgen wordt ook voor andere visserijen ingezet – soms abstracter: vissers en autoriteiten gaan op een andere manier over visserijbeheer denken.’

Met andere woorden: in zijn kielzog verbetert MSC ook andere visserijen.

MSC doet tenminste íéts

Dus daar sta je binnenkort, bij de blikjes tonijn in de supermarkt. Welk blikje kies je?

Ik zou die met het MSC-keurmerk kiezen. Ja, op dat keurmerk valt het een en ander af te dingen, en de bijdrage aan het voorkomen van overbevissing is minder groot dan ik had verwacht.

De echte vissende boeven verjaag je er niet mee. Maar het verbetert welwillende visserijen wel. En MSC biedt de beste garantie dat je geen vis eet die tot overbevissing leidt. Dat kun je van ongecertificeerde vis absoluut niet zeggen.