Ze wachten op de grafdelver. Hij komt altijd. Maar hij heeft dertien begraafplaatsen te bedienen in Eindhoven en omgeving.Hij kan niet overal tegelijk zijn. Je moet hem niet opjagen. Daar wordt hij zenuwachtig van.

Drie graven moet hij delven. Eén voor de begrafenis vanmiddag, één voor de bijzetting van morgen en één voor een teraardebestelling de dag erna.

Ze proberen dat koste wat kost te vermijden: een graf delven voor een begrafenis op dezelfde dag. Stel dat de graafmachine kapot gaat. Je kunt een begrafenisstoet niet vragen morgen terug te komen. Elke begrafenis is een première. Je kunt het niet over doen.

Een graf gooi je niet dicht. Een graf sluit je

Alles moet kloppen. Daar zijn ze zich elk moment van bewust: Frans, Marino, Hans en Johan. Zij beheren en verzorgen de openbare De Oude Toren. Dat is het grootste kerkhof van Eindhoven, met meer dan 6.100 doden in ruim 4.000 graven. Vroeger lag het tussen de akkers. Nu wordt het omringd door nieuwbouw en doorgaande wegen. Het heeft zijn rust en ruimtelijkheid bewaard.

Alles moet kloppen. Dat begint al met het woordgebruik. Ze hebben het nooit over een kuil die wordt gegraven. Een graf delf je. Een graf gooi je niet dicht. Een graf sluit je. De steen op een graf noem je ook nooit steen of grafsteen maar altijd: monument. Kwestie van respect.

Ze wachten op de grafdelver. Zijn voornaam is Rudolf. Zijn achternaam weet niemand; iedereen kent hem als Boet.

Frans, Marino en Hans hebben alles al voorbereid voor het delven van de graven. Johan is er deze week niet. Zijn badkamer wordt verbouwd.

 

Foto’s: Anne Geene
Foto’s: Anne Geene

De baas schoffelt mee

Frans is de beheerder van de begraafplaats. Hij heeft een kantoor in een groen noodgebouw van metaal aan de rand van het kerkhof. Het bestemmingsplan verbiedt dat op de begraafplaats in steen wordt gebouwd.

Frans doet de administratie en organisatie. Hij onderhoudt de contacten met gemeente, steenhouwers, begrafenisondernemers en nabestaanden. Hij is zo’n baas die graag meeschoffelt en meeharkt. In blauwe werkbroek en groene bodywarmer zit hij achter zijn bureau.

Frans is zo’n baas die graag meeschoffelt en meeharkt

Frans heeft alvast de plaatsen gemarkeerd waar de graven gedolven moeten worden. Dat luistert nauw. Het moeten wel de plaatsen zijn die de nabestaanden hebben gekozen. Er mag niet toevallig al iemand anders liggen. Dat is bij graven zonder monument niet in één oogopslag te zien.

Dus heeft hij een ordner gepakt met de plattegronden van alle vakken met graven en een ordner met de administratie van alle graven. Zwaarbeladen is hij ter plaatse gaan controleren. 

Marino en Hans hebben de plaatsen voor de graven al geprepareerd. Dat wil zeggen: Marino heeft de grasplaggen uitgestoken en op keurige stapels gelegd. Hans heeft de houten schotten, de aluminium bekisting en een plastic zeil klaargelegd.

Graf voor twee

Grafdelver Boet met zijn Boki-graafmachine is gearriveerd. Hij begint meteen met het graf dat nog vanmiddag wordt gevuld. De machine drukt zichzelf omhoog op de vier hydraulische poten die net nog als tentakels langszij hingen. Boet in zijn cabine verheft zich. De banden waarop de machine zoëven reed, bungelen hulpeloos in de lucht.

Wat graaft hij snel. Wat graaft hij secuur, precies langs de graskant. Twee verdiepingen diep. Onderop komt straks een man te liggen. Een moslim, met het hoofd naar het oosten. Daarboven wacht het graf tot zijn weduwe zich bij hem voegt.

De grijper van de graafmachine hapt gulzig in de bruine aarde. Elke schep zand landt op het zeil dat achter de machine ligt. Op de plaats van dit graf is niet eerder iemand begraven. Marino en Hans hoeven dus niet op te letten of er misschien menselijke resten te zien zijn in de groeiende berg aarde. Botjes, kledingstukken. Nabestaanden die een dierbare komen begraven, willen niet geconfronteerd worden met souvenirs van de dood.

Marino zet een ladder in het graf en daalt af naar de bodem. ‘Netjes maken.’ Met een schop en een hark.

Als de bovenste ruimte van het graf is gedolven, laat Boet daar met zijn grijper behoedzaam de grootste van twee aluminium bekistingen in zakken. Ze heeft geen bodem en dient om de wanden op hun plaats te houden tijdens het begraven. Om te voorkomen dat de dragers met de kist in het graf verdwijnen.

Als ook de onderste ruimte klaar is, laat Boet de tweede bekisting zakken. Die past precies door de eerste. Marino zet een ladder in het graf en daalt af naar de bodem. ‘Netjes maken.’ Met een schop en een hark.

Hans harkt intussen het gras rond het graf aardevrij. Samen met Marino legt hij de planken rond het graf. De dragers van de kist komen daar straks op te staan. Samen hangen ze ook de graflift in het gapende gat.

De kist komt straks op twee kabels te rusten. Met een pedaaltje kun je de kabels laten vieren. Hans controleert de spanning van de kabels. Met één voet staat hij erop. Niemand wil dat een kist in de diepte stort.

Is het zo goed? Beheerder Frans komt kijken. Hij wijst op twee harige, witte plantpluimen bij het belendende graf. Ze hangen vol met kruimels aarde. Hij pakt ze op en schudt ze schoon. ‘Ik heb ook altijd wat aan te merken.’

 

Foto’s: Anne Geene
Foto’s: Anne Geene

Verlof tot Begraven

Frans kleedt zich om. In zijn werkkloffie kan hij geen begrafenisstoet ontvangen. In een hoek van zijn kantoor hangen aan een knaapje een overhemd, een stropdas en zijn pak. Hij moet zich haasten want de lijkwagen is zojuist gearriveerd, een kwartier eerder dan afgesproken was.

Maar begraven doe je in Nederland niet zomaar. Begraven is aan regels gebonden. Je moet een Verlof tot Begraven hebben. Dat krijg je van de gemeente als je een overlijdensverklaring van een arts overlegt.

En je moet een Aanvraagformulier Grafrechten hebben. Daar staat op om welke begraafplaats het gaat, om welke graflocatie, hoeveel jaar de grafrechten gelden en wie de rekening betaalt. Dat formulier heeft de familie thuis laten liggen. In allerijl haalt nu iemand dat papier.

Met een ruime vertraging zet de stoet zich in beweging. Frans leidt. Op een rijdende draagbaar volgt de kist. 

Maak maar weer open

Als de begrafenis voorbij is, kan het graf weer dicht. Als de islamitische uitvaartondernemer zijn gebed heeft gezongen, met één oog op zijn smartphone. Als de mannelijke bezoekers een schop aarde op de kist hebben gegooid. Als ook de laatste rouwgast in zijn auto is gestapt. De familie komt straks nog even kijken.

De Boki-graafmachine die tijdens de begrafenis discreet uit zicht bleef, duikt op. De graflift kan weg. De onderste aluminium bak wordt opgevist. En vullen maar. Langzaam slinkt de berg aarde op het plastic zeil.

Ook de tweede alumium bak komt omhoog. Het vullen van het graf gaat verder. Boet laat zijn grijper over de bodem slepen. Zo drukt hij de aarde vaster aan. Marino en Hans harken en vegen.

‘Moet hier ook zo’n bult op?’ Marino wijst naar een ander islamitisch graf. Daar liggen rouwkransen op een platte hoop aarde. ‘Ik weet het niet,’ zegt Hans.

Het graf is gevuld. Marino pakt de grastegels die op het graf ernaast lagen te wachten één voor één op. Aandachtig dekt hj het verse graf met groene zoden af. Met een stamper drukt hij de plaggen aan terwijl Hans de laatste resten aarde van de grasmat harkt.

‘Maak maar open. Haal maar weer weg.’ Even denken Marino en Hans dat Frans een grapje maakt. Maar Frans is doodserieus. Een islamitisch graf mag je in de rouwperiode van veertig dagen niet afdekken. ‘Dat wisten jullie toch. Maak maar weer open.’ 

Hans protesteert. ‘Ik doe het niet.’ Frans blijft laconiek. ‘Als het maar gebeurt. De familie komt zo kijken.’ 

‘Er mag niks fout gaan’, zegt Frans. ‘We moeten elkaar steeds controleren. We hebben maar één kans om het goed te doen.’ 

‘In grote vergetelheid rust hier...’ Zeventig procent van de graven krijgt nooit meer bezoek. Elke maand hang ik rond op een plek waar iedereen wel eens komt, maar niemand het fijne van weet. Dit keer: openbare begraafplaats De Oude Toren in de Eindhovense wijk Woensel. Deel twee, over de (bijna) vergeten doden. Lees hiel deel 2 terug

   In de aula doet de beamer het weer niet 'Ik dacht dat jullie ook poetsten.' Elke maand hang ik rond op een plek waar iedereen wel eens komt, maar niemand het fijne van weet. Dit keer: openbare begraafplaats De Oude Toren in de Eindhovense wijk Woensel. In het slotdeel: klagen als de beamer het niet doet. Lees hier deel 3 terug

Foto’s: Anne Geene
Foto’s: Anne Geene