100
Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail
Recent onthulde ik dat kinderen in de gesloten jeugdzorg vaak onterecht in de isoleercel belanden. Nu vertel ik het verhaal van Roelof, een jongen met autisme die nooit de zorg kreeg die hij echt nodig had.

Door bezuinigingen op de jeugdzorg kwam de angstige Roelof steeds weer in de isoleercel

Het telefoontje komt laat in de avond. ‘Ik heb een vervelende mededeling,’ zegt een man. ‘Momenteel zit uw kind in de politiecel. Wij verzoeken u om hem niet te bezoeken.’

Het is november 2016, aan de telefoon is de groepsleider van Roelof, een normaal begaafde jongen van vijftien met autisme. Een kind dat in Transferium had moeten zitten, een gesloten jeugdzorginstelling in Heerhugowaard. Daar zou hij therapie krijgen om zijn zware woedeaanvallen te beheersen.

In plaats daarvan zit hij in de cel. Vol ongeloof legt moeder Jolanda de telefoon neer. ‘Hoe kan mijn kind, dat hulp nodig heeft, als crimineel behandeld worden?’

Roelof vormt een gevaar voor zijn omgeving, staat in een intern verslag. Hij duwde een hulpverlener over de tafel die hierdoor verschillende schaafwonden opliep. ‘Hij kon zijn verdriet niet meer de baas,’ is de uitleg van Jolanda.

Zo ging het mis. Roelof kreeg die dag te horen of hij naar huis mocht. In een kleine ruimte zaten vier hulpverleners om hem heen. Een van hen bracht het slechte nieuws: ‘Voorlopig moet je hier blijven.’ Hij was er ‘nog niet klaar voor’ om naar huis te gaan.

Het was Roelof een klap in het gezicht. Hij was totaal niet voorbereid op die mededeling. Zo snel mogelijk wilde hij die benauwde kamer uit. Maar hij werd tegengehouden. Voor hij het wist lag de medewerker op de grond. De betrokkene deed aangifte en Roelof moest de nacht in de cel doorbrengen.

Complexe zorg in tijden van bezuinigingen

Dit is het verhaal van Roelof, een jongen met autisme die door zijn beperking opsluiting na opsluiting meemaakte. Dit is een verhaal over mensen die complexe zorg moeten verlenen in

Want Roelof belandde door zijn woedeaanvallen meermaals in de en vier keer in de politiecel. Hoe vaak hij in afzondering werd gezet tijdens zijn verblijf in Transferium

‘Het helpt Roelof niet meer, maar één kind minder in de isoleercel is het mij waard’

Zelf kan hij zijn verhaal niet doen. Hij vindt het te confronterend en is hij bang dat hij de medewerkers van Transferium, waar hij achttien maanden verbleef, weer onder ogen moet komen.

Hij wil wel dat zijn moeder het vertelt. Roelofs verhaal wordt ondersteund door stukken uit het dossier, mailcorrespondentie, rapportages, behandelplannen, aangiftes en klachtenprocedures.

‘Ik wil dit vertellen, hoe hard het ook is,’ zegt Jolanda. ‘Het helpt Roelof niet meer, maar één kind minder in de isoleercel is het mij waard.’

Hoe Roelof onhandelbaar werd

Roelof was een intelligente jongen, maar liep achter in zijn sociale ontwikkeling. In 2008 werd hij onderzocht door Paul Meijer, kinderpsychiater bij Triversum, een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Alkmaar.

De diagnose: PDD-NOS, een pervasieve ontwikkelingsstoornis die valt onder een ‘restcategorie’ binnen het autismespectrum. Typerend voor kinderen met deze aandoening is dat zij sociale situaties niet goed kunnen inschatten en ze hier dus niet op een juiste manier op reageren.

Jolanda: ‘Vanaf het begin wist ik: Roelof is geen doorsnee kind. In groep zes weigerde hij bijvoorbeeld de kaart van Nederland te leren, want zijn vader had een TomTom. Het was dan moeilijk hem te motiveren en hij werd gezien als recalcitrant en onhandelbaar.’

Hoe hiermee om te gaan? Kinderen met PDD-NOS hebben vaste patronen nodig. Dat ze voorbereid worden op nieuwe zaken. Op vaste tijden opstaan, ontbijten, naar school gaan en weer ophalen. Zo volgde Roelof elke dag hetzelfde ritueel.

Maar toen werd de wereld groter en was het voor hen niet langer mogelijk zijn leven te structureren. Eigenlijk gebeurde dat al op de basisschool: als hij een invaldocent had, raakte hij al in de war.

Hij kreeg er last van, liep op zijn tenen en raakte gestrest. Langzaam werd hij ook weerbarstig en prikkelbaar. ‘De wereld was voor hem één grote chaos. Om de kleinste dingen kon hij soms door het lint gaan,’ vertelt Jolanda.

Tot het niet meer ging. ‘We wilden hem graag thuis houden. Maar we waren bang dat ons gezin eraan onderdoor ging. Het was de moeilijkste beslissing uit mijn leven.’

Die beslissing: hem naar de gesloten jeugdzorginstelling Transferium brengen. De enige optie, omdat andere instellingen voor Roelof geen plek hadden. Zijn moeder hoopte dat hij én de rest van het gezin ervan zouden opknappen.

Waarom Roelof in de isoleercel terechtkwam

Het tegenovergestelde gebeurde. Kijk naar die novemberavond in 2016: Roelof zat in een politiecel en verbleef daar de hele nacht. Dat overkwam hem nog drie keer, blijkt uit een intern rapport van de klachtencommissie.

Het voelde voor hem niet veel anders dan de isoleercel in Transferium, vertelt zijn moeder. Het was een kille, kleine kamer waar hij steeds weer in terechtkwam.

Dat begon steeds bij een gebrek aan structuur. Roelof werd ongeduldig en driftig, medewerkers met weinig tijd zetten hem in de isoleercel.

Jolanda: ‘Het was een angstig mannetje. Hij lag op zijn vijftiende nog met een knuffel in bed. Hij ging zich groot maken, omdat vijf man op hem doken.’

‘Hij ging zich groot maken, omdat vijf man op hem doken’

En Roelof is niet de enige. Elk jaar worden in de gesloten jeugdzorg honderden kinderen van twaalf jaar en ouder opgesloten in een isoleercel, Hier is

Jeugdzorginstellingen mogen kinderen in de isoleercel zetten, maar hoeven dit niet te melden aan de inspectie. Kinderpsychiaters vinden het ‘zorgelijk’ dat het er zo aan toe gaat bij de elf instellingen - en ruim 1.500 jongeren - die Nederland telt.

Isoleren is een omstreden manier om agressieve jongeren te kalmeren en suïcidale jongeren te beschermen. Dit soort dwang vindt alleen plaats als er geen enkele andere manier is om een kind weer bij zinnen te krijgen. Instellingen noemen het een ‘allerlaatste redmiddel.’

Uit het verhaal van Roelof blijkt alleen dat de drempel daarvoor steeds lager komt te liggen.

Illustratie: Cliff van Thillo (voor De Correspondent)

Illustratie: Cliff van Thillo (voor De Correspondent)

Wat de bezuinigingen hiermee te maken hebben

Een illustratie daarvan. Op een avond, staat in een intern rapport, kwam Roelof terug van verlof. Hij vroeg aan de conciërge van Transferium om een telefoonoplader, maar kreeg een afkeurende blik. Toen hij tegen de kast aan leunde, ging die open.

De conciërge werd boos, pakte hem stevig vast bij de armen en duwde hem tegen de bank. Roelof slaagde erin op een rode noodknop te drukken. Alleen dachten de te hulp schietende medewerkers dat de conciërge op de knop had gedrukt. En belandde Roelof weer in de isoleercel.

Natuurlijk kunnen kinderen als Roelof lastig te begeleiden zijn, maar het kan ook met onmacht te maken hebben. Dat zegt Peer van der Helm, psycholoog en jeugdzorglector aan de hogeschool Leiden. ‘Medewerkers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de kinderen en hun collega’s en grijpen sneller naar separatie [de isoleercel, ID], omdat ze niet weten hoe ze moeten reageren op het moeilijke gedrag van de jongeren. Daardoor verliezen ze het contact met de jongeren, die zich op hun beurt meer afzetten tegen de leiding. Dat er door de bezuinigingen veel wisselend personeel is en soms met uitzendkrachten moet worden gewerkt die de jongeren niet kennen, werkt agressie in de hand.’

Dat gebeurde inderdaad bij Transferium en Roelof. De instelling verklaart tijdens ‘Voor de begeleiding is het lastig geweest om in te schatten hoe moest worden omgegaan met Roelof; het was zoeken naar de sleutel.’

De inzet van tijdelijke arbeidskrachten hielp ook niet mee. Vrank Post, directeur van Transferium, laat weten dat geldgebrek zijn tol eist binnen zijn instelling. Sinds de decentralisatie van de zorg moeten instellingen als de zijne bezuinigen.

Hierdoor werkt het overgrote deel van zijn medewerkers met een tijdelijk contract. Post: ‘Voortdurend worden kwetsbare kinderen geconfronteerd met nieuwe gezichten; zo kunnen ze geen vertrouwensband opbouwen.’

Zo ook Roelof. Twintig hulpverleners zijn gedurende die achttien maanden de revue gepasseerd, schat zijn moeder. Voor iemand met autisme is dit zeer verwarrend. Voor de hulpverleners is het ook lastig een beeld van Roelof te krijgen als ze van instelling naar instelling hoppen. ‘Het is evident dat dit tot incidenten leidt,’ zegt onderzoeker Van der Helm.

‘Als bestuurder van een instelling heb je de plicht om een goed huis te bieden aan de kinderen.’

Hoe passende zorg voor Roelof uitblijft

Bij Roelof lukte dat niet, vindt zijn moeder. Met zijn beperking is onvoldoende rekening gehouden. Er werd te weinig duidelijkheid gegeven, er waren te weinig patronen waaraan hij vast kon houden.

Niet dat ze niet aan de bel trok. Ze schreef klachtenbrieven en voerde diverse gesprekken met Transferium. ‘De repressies móésten stoppen,’ zegt Jolanda. In principe kon ze Roelof weghalen na toestemming van de gezinsvoogd, maar thuis ging het ook niet. ‘We hebben steeds de samenwerking gezocht in plaats van de strijd.’

‘We hebben steeds de samenwerking gezocht in plaats van de strijd’

Goed, er werden afspraken gemaakt voor een andere aanpak, maar een nieuw behandelplan bleef uit. De hulpverleners bleven met Roelof de strijd aangaan, hij bleef tegenstribbelen, niemand kon hem helpen.

Uiteindelijk werd het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) ingeschakeld, een organisatie die advies geeft over de mogelijkheden voor behandeling op het moment dat hulpverleners vastlopen en de kwaliteit van zorg ernstig onder druk staat.

Ook het CCE gaf het advies om te stoppen met repressie, al had de club geen alternatief voor de isoleercel als de veiligheid van anderen in gevaar kwam door Roelofs gedrag.
Bij gebrek aan een nieuwe aanpak stapte Jolanda naar de klachtencommissie, waar de voorzitter zei: ‘Van een professionele instelling mag worden verwacht dat gemaakte afspraken leiden tot een opgesteld behandelplan dat wordt nagekomen en gemonitord. ’

Illustratie: Cliff van Thillo (voor De Correspondent)

Illustratie: Cliff van Thillo (voor De Correspondent)

Wat zo lastig is aan deze vorm van zorg

‘Maar daar hebben wij nu niks aan,’ zegt Jolanda moedeloos. ‘Hoe we ook aandrongen, er werd niet naar ons geluisterd [bij Transferium, ID]. Het was wrang: Roelof werd telkens gestraft voor zijn beperking, er werden zelfs aangiftes tegen hem gedaan. Ze noemden hem ‘narcistisch psychopathisch.’ Maar dat was hij helemaal niet!’

Die diagnose is inderdaad nooit gesteld. Zo blijkt ook uit een gerechtelijke rapportage naar aanleiding van een klacht van Jolanda: ‘Roelof is geen agressieve jongen. Hij wil het liefst honderd procent voorspelbaarheid en duidelijkheid, maar helaas zit de wereld niet zo in elkaar,’ schreef een gedragswetenschapper die de jongen heeft geobserveerd.

Dit ging mis toen hij de medewerker over de tafel trok. En toen hij op de bel drukte voor hulp. Dat blijkt uit de behandelrapporten: Roelof werd niet voorbereid op wat komen ging, raakte in paniek, werd boos, ging de isoleercel in, of kreeg een aangifte aan zijn broek en moest de nacht in de politiecel doorbrengen.

Transferium laat in een reactie weten niet op individuele gevallen in te gaan. Wel wil directeur Post benadrukken dat de jongeren ‘soms gedrag vertonen, voortkomend uit hun verdriet, onmacht of psychiatrisch ziektebeeld dat echt een direct gevaar voor hun omgeving met zich meebrengt. En die je soms, hoe naar ook, in bescherming moet nemen, zodat zij zichzelf of anderen geen schade toebrengen.’

Mocht zo’n situatie onverhoopt toch ontaarden in geweld, dan doet de directeur altijd aangifte: ‘Het is niet acceptabel dat medewerkers hier klappen oplopen, als een soort secundaire arbeidsvoorwaarde, omdat ze in de jeugdzorg werken.’

Hoe krijgen wij een nieuwe Roelof?

Nu zit Roelof thuis. Zijn herinneringen aan de eenzame opsluitingen zijn levendig, maar hij kan ze moeilijk onder woorden brengen. Dit komt door zijn beperking, maar ook door het trauma dat hij heeft opgelopen.

Hij is verhard en depressief. Kan geen enkele hulpverlener meer dulden. Zelfs zijn eigen ouders niet: die stelt hij verantwoordelijk voor alle ellende die hij heeft moeten doorstaan.

‘Ik zie de strijd bij hem,’ zegt Jolanda. ‘Hij is gek op ons, maar onze liefde laat hij niet meer toe. Hij is boos en wil ons straffen voor wat we hem hebben aangedaan. Onze relatie is verbitterd. Ik kan het niet meer goedmaken.’

‘Roelof zegt letterlijk: ‘Als ik nu een glas kapot gooi en sorry zeg, dan is het glas toch niet heel?’ Er moet dus een nieuw glas komen. Maar hoe krijgen wij een nieuwe Roelof?’

De namen van Jolanda en Roelof zijn pseudoniemen. Hun echte namen en identiteiten zijn bekend bij de reactie.

Update 3-1-2018: Een eerdere versie vermeldde dat de separaties bij Transferium niet worden bijgehouden. Omdat dit niet duidelijk is, is dit aangepast. Tevens is onduidelijk of Jolanda of Transferium het CCE heeft benaderd. Ook dit is aangepast.

Eerder in dit dossier:

Honderden kinderen belanden zonder toezicht in de isoleercel. Nu komt de minister met een reactie In de gesloten jeugdzorg worden honderden kinderen jaarlijks in de isoleercel gezet. Ook als daar geen reden voor is, onthulde ik vorige maand. Nu maakt de minister bekend dat er onderzoek naar komt. Lees de update hier terug Zo belanden honderden kinderen per jaar in de isoleercel In de gesloten jeugdzorg komen honderden kinderen per jaar zonder enige vorm van toezicht in een isoleercel terecht. De Jeugdwet, die daar geldt, schiet tekort. Psychiaters luiden de noodklok: ‘Je schendt hiermee de rechten van het kind.’ Lees het verhaal hier terug

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Dan kun je gewoon verder lezen. Wij geloven niet in betaalmuren, omdat we het belangrijk vinden dat onze journalistiek zoveel mogelijk mensen bereikt. Wil jij toegang tot alle verhalen? Word dan lid!

Ik word lid Eerst verder lezen

In gesprek:
  • Ilona Dahl
    Onderzoeksjournalist
  • Peer van der Helm
    Lector residentiële jeugdzorg
Ilona Dahl
Onderzoeksjournalist Geverifieerd door de redactie
Hebben jullie kennis en ervaringen over hoe jongeren als Roelof beter opgevangen kunnen worden? En het personeel beter zijn werk kan doen?