‘Geef me een recept en ik fix het.’ Het is half vijf ’s middags en Arbidjan Hakopians (33), beter bekend als rapper RBDjan, is net klaar met zijn dienst als kok in een hip restaurant in de Amsterdamse Pijp.

Drie jaar geleden had RBDjan - dat je uitspreekt als zijn voornaam: Arbidjan - dringend een baan nodig nadat zijn ex-vriendin zwanger raakte. Via vrienden belandde hij in de keuken van een Amsterdams café. ‘Ik loog dat ik ervaring had.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo moeilijk is het niet, koken.’

Naast kok is RBDjan ook een bekende rapper. Hij was vijftien jaar geleden met zijn groep THC (wat staat voor: Tuindorp Hustler Click) uit Amsterdam-Noord een belangrijke aanjager van het succes van de huidige generatie Nederlandstalige rappers.

Foto: Linda Stulic (voor De Correspondent)

Foto: Linda Stulic (voor De Correspondent)

Waneer hij geen salades samenstelt met gerookte pompoen, of sushi met quinoa, maakt hij nog steeds intense, bespiegelende nummers over zijn door misdaad gekleurde leven. Dat loog er niet om. Zijn ouders zetten hem het huis uit nadat ze een handelsvoorraad drugs bij hem aantroffen. Zijn eigen appartement raakte hij kwijt bij een drugsinval, waarna hij onderdak vond in het honk van de aan de Hell’s Angels gelieerde jongerenvereniging The Hang Out.

Op zijn sterke - zijn eerste wapenfeit na jarenlange afwezigheid - maakt RBDjan de depressiviteit en uitzichtloosheid voelbaar van het milieu waarin hij opgroeide.

Hij rapt hoe hij als jochie in Amsterdam Zuidoost al zijn stal; over het zware geweld dat hij als kind om zich heen zag en de ‘dealers, gangsters en pooiers’ die zijn voorbeelden waren.

‘De jongens in de buurt met de nieuwste schoenen en kleding,’ zegt de rapper in het restaurant. ‘Ik kon altijd bij ze hangen als jongen van zes, zeven jaar oud.’ Op die leeftijd ‘kon ik al niets in de winkel laten liggen,’ vertelt RBDjan. ‘Wanneer ik knikkers wilde, pakte ik ze gewoon.’

‘Mijn moeder sleurde me naar de oven en legde mijn handen erin’

De eerste keer dat zijn moeder erachter kwam dat hij gestolen spullen op zijn kamer bewaarde, was hij zeven, zegt hij. ‘Ze greep me met beide handen vast en sleurde me over het tapijt en het zeil van de keuken richting de oven. Ze deed de ovendeur open en legde mijn handen erin. Ik schreeuwde het uit van de pijn. Dat ding stond niet aan, hij was ijskoud, maar ik rende naar mijn kamer en deed alsof ik doodging.’

Wat hij ervan leerde? Hij glimlacht. ‘Je moet je gestolen spullen nooit thuis bewaren.’

In dezelfde periode kwam zijn oudere broer Alex ‘Flex’ Hakopians, tegenwoordig rapper en internetondernemer, thuis ‘met twee vuilniszakken vol wiet,’ zegt RBDjan. ‘Hij zei: kijk eens mama, wat ik heb gevonden. Ze heeft die vuilniszakken naar het politiebureau gebracht, met haar goede gedrag.’

Bij hun moeder gedroegen de jongens zich keurig, benadrukt hij. ‘We hadden thuis nette manieren. Maar we waren meer op straat dan thuis. En haar invloed ging niet tot buiten.’

Dreiging van sluimerend geweld

Buiten was er op jonge leeftijd al de dreiging van sluimerend geweld. Een schietpartij vlak voor zijn neus, terwijl hij aan het spelen was op straat. Het pistool waarmee hij als jochie speelde, dat hij had gevonden in een vuilniscontainer in een garage. ‘Ik weet niet of het geladen was.’

Foto: Linda Stulic (voor De Correspondent)

Foto: Linda Stulic (voor De Correspondent)

Hij beschrijft hoe hij als klein kind in de lift van zijn flat stond met een man ‘die een Adidas-trainingspak droeg en door een gat in zijn kruis met zijn piemel speelde. Hij vroeg of ik hem niet even wilde aanraken. Ik zei nog netjes: “Nee, dankjewel”.’ De rapper vertelde het niet aan zijn moeder. ‘Ik was bang dat ik nooit meer naar buiten zou mogen.’

RBDjan bouwde de afgelopen vijftien jaar een muziekcarrière op waarin hij beeldend het leven beschrijft dat hij van dichtbij kent, en de luisteraar vraagt zich in zijn schoenen te verplaatsen. Soms letterlijk, zoals een kleine vijftien jaar geleden in het door een hele generatie massaal meegezongen refrein van THC-single ‘Wil je lopen in de schoenen die ik loop? Wil je smoken van de wierie (wiet, red.) die ik rook? Wil je weten hoe het voelt om altijd anders te zijn, wil je weten hoe het voelt om buitenlander te zijn?’

De rapgroep van RBDjan pionierde in 2004 en 2005 in de wijze waarop ze een jonge doelgroep aan zich bond: onafhankelijk en vooral online, via sociale netwerken en downloadplatforms. Ook hun populariteit op muziekzender The Box, waar kijkers zelf hun favoriete clips konden aanvragen, droeg bij aan het succes.

Dominante genre

Nederlandstalige rap is nu het dominante genre in hitlijsten en streamingcijfers, en voor de huidige sterren is het inmiddels de norm: toonaangevende namen zoals Boef, Sevn Alias, Josylvio en Ronnie Flex bereikten hun publiek online, zonder tussenkomst van traditionele poortwachters. Pas nadat hun online-succes meetbaar werd, door de opkomst van muziekstreamingdiensten en het laten meewegen van streamingcijfers in de hitlijsten, volgden muziekindustrie en media.

Ook de stijl van de rappers van THC kreeg inhoudelijk en muzikaal navolging: een mix van melodieuze refreinen en rauwe Nederlandstalige raps op stevige beats, over onderwerpen als racisme, criminaliteit, alledaagse armoede, seks, feesten en het belang van onderlinge loyaliteit. Met altijd merkbaar de invloed van hun favoriete Amerikaanse hiphopartiesten.

‘Ik mis die THC-tijd heel erg’

De virtuoze RBDjan was vanaf het begin een boegbeeld van THC, naast onder anderen rapper Rocks en de inmiddels aan kanker overleden Zuen, een aanstekelijke zanger met een scherp oor voor hitgevoelige refreinen.

‘Ik mis die THC-tijd heel erg,’ zegt RBDjan. ‘Maar het meest mis ik Zuen. Hij bracht zijn ideeën voor nieuwe nummers altijd zo enthousiast over, net zolang totdat jij het net als hij in je hart voelde.’ RBDjan hoort de melodieuze invloed van Zuen duidelijk terug in de muziek van de nieuwe generatie, zegt hij. ‘Er zijn nu wel honderd Zuennetjes. Maar er is er geen één zoals hij.’

Rappers vertellen RBDjan vaak dat THC voor hen een belangrijk voorbeeld was, zegt hij. Zo postte rapper Kempi vorige week op instagram: ‘Tupac en THC zijn mijn belangrijkste inspiratiebronnen.’ RBDjan hoort het ook terug, zegt hij, in de woorden die Nederlandse rappers gebruiken, in de onderwerpen waar ze over rappen en de populariteit van beats met dancehall en bubbling-invloeden.

Maar hij wil niet te lang bij het verleden stilstaan; hij wil in 2018 vlammen met nieuw werk – solo en met THC. ‘Ik vind dat ik vrij jong ben,’ zegt hij. ‘Ik vind het raar om in YouTube-commentaren te lezen dat mensen me ‘oldschool’ noemen.’

Rap bracht te weinig op

Maar de hiphopscene verandert snel. En na zijn geslaagde solodebuut en de EP Renaissance uit 2013 werd het de afgelopen jaren stil rondom RBDjan. ‘Rap bracht gewoon te weinig geld in het laatje,’ zegt hij, terwijl een collega borden met vis, worst, salade en patat op tafel zet.

Succes-rapper Boef benadrukte vorig jaar dat THC ‘de deuren heeft geopend’ waarvan zijn generatie nu financieel de vruchten plukt. ‘Het begon bij THC,’ zei hij. ‘De generatie van nu komt alleen cashen.’ Maar de muziek van RBDjan en THC werd - voor de opkomst van muziekstreaming - vooral gratis gedownload.

‘Ik ben met rap gestopt voor mijn ex. Het was de grootste fout van mijn leven’

Zijn zwangere ex-vriendin overtuigde hem ervan ‘dat het niets meer zou worden met rap,’ zegt RBDjan. ‘Ik ben gestopt voor haar. Dat was de grootste fout van mijn leven, ik heb er echt spijt van. Ze had gelijk, hoor: ik moest werk gaan zoeken. Maar ze was ook negatief over mij als rapper. Zonder haar steun verloor ik mijn motivatie. Terwijl ik werk en muziek had kunnen combineren, zoals ik nu doe. Dan had ik mijn carrière als rapper niet weer vanaf nul hoeven opbouwen.’

Hongerig als in zijn begindagen

King, het album waarmee RBDjan nu op zijn 33ste zijn comeback maakt, laat zien dat het creatieve vuur nog volop in hem brandt. De sterk door Eminem geïnspireerde artiest klinkt hongerig als in zijn begindagen en steekt puur op techniek al ver boven veel andere rappers uit.

Hij met klanken, cadans en rijmschema’s, op de dikke, sfeervolle beats van producer City Lights, en is in zijn teksten reflectief en openhartig en vaak beeldend uitzichtloos, depressief en beklemmend.

Foto: Linda Stulic (voor De Correspondent)

Foto: Linda Stulic (voor De Correspondent)

Het gaat dan over thema’s die dicht bij hem staan, zoals zijn vroegere criminele straatleven de rechtszaken met zijn ex, zijn zoontje naar wie hij het nieuwe album vernoemde, en die hij al twee jaar lang niet meer heeft gezien.

Dat leven is in de muziek van RBDjan niet iets om over te snoeven. Er zijn nummers waarin hij wel degelijk het pochende straatschoffie met opgeblazen borstkas is, klaar om ‘binnen te vallen en je te dwingen te pinnen,’ of die een gevangenisbewaker vlak voor zijn vrijlating toebijt: ‘Ik ga je dochter neuken, let maar op.’

Maar RBDjan geeft ook een persoonlijk inkijkje in het leven dat hem vormde. Zo begint King met een hoorspel over zijn jeugd, waarin zijn ouders ruzie maken (‘Ik steek je neer!’), gelardeerd met Iraanse muziek – zijn Armeense ouders zijn vanuit Iran naar Nederland gevlucht – en nieuwsfragmenten over Amsterdam Zuidoost die snel van hoopvol naar alarmerend promoveren.

Zuidoost blijft boos

‘Man, ik wist niet beter,’ rapt hij. ‘Ik speelde al met een pistool in de garage / terwijl mijn leeftijdsgenoten Disney keken. / Dus vergeef me, het beeld die je hebt, is vertekend / Man, je weet niet eens wat het betekent / het was allemaal vanzelfsprekend. / Luister, ik was aan het knikkeren / en ik zie een wijf schreeuwend d’r huis uit rennen, / d’r man er achteraan, mikkende, en hij lost een paar. / Dat is de normaalste zaak op de wereld hier / Zuidoost blijft boos.’

De rapper stipt in zijn rap oorzaken als groepsdruk, slecht onderwijs en systematische discriminatie aan. Voor jongeren in eenzelfde situatie heeft hij een waarschuwing: ‘Buit is niet wat je eraan overhoudt, alleen een depressie. / Je geeft alles de schuld maar jezelf niet / Maak de juiste keuzes, brada, en blijf scherp.’

RBDjan is op zijn kritisch over collega-artiesten die het criminele leven afschilderen als een paradijs. ‘Geloof rappers niet die doen alsof het allemaal glitter en glamour is,’ zegt hij in het restaurant. ‘Er is niks mis met gewoon werken voor je geld.’

‘Die shit is geen joke, man. Het kan je je kop kosten’

In zijn raps beschrijft RBDjan het criminele leven als een bestaan vol paranoia, waarin voortdurend iets op het spel staat. ‘Ik kan het niet ophemelen. Het is een leuk leven als je een goede slag hebt geslagen en een paar kilo’s hebt verkocht, dan lach je wel even. Maar het kan ook een situatie op leven en dood zijn. Die shit is geen joke, man. Het kan je je kop kosten.’

Dat is het straatleven, benadrukt RBDjan. In zijn muziek is hij trots op de buurt waar hij vandaan komt, en soms op het leven dat hij heeft geleid. ‘Maar ik wil ook eerlijk rappen over de depressieve kanten, ik wil mensen die dit leven niet kennen, een inkijkje bieden. En ze vertellen: dit is niet wat je wilt. Ik leef nu al jaren lekker rustig, dat bevalt me prima. Ik heb geen gezeik met mensen: de telefoon gaat niet meer af midden in de nacht omdat iemand iets nodig heeft. Mijn leven is stabieler en ik bouw goede karma op, nu.’

Ach, het is maar een rappertje

RBDjan heeft vaak het gevoel dat rappers, ondanks het succes van zijn genre, gezien worden als karikaturen. ‘Als achtergestelde jongens die een beetje stoer doen,’ zegt hij. Hij zet een geaffecteerd stemmetje op: ‘Ach, het is maar een rappertje.’

‘Veel mensen ontkennen de onderwerpen waarover we rappen en doen alsof dat leven in Nederland niet bestaat. Alsof je hier geen getto’s en gangsters hebt. Maar ik doe dit niet voor hen. Wanneer je de hele dag met je neus omhoog loopt, zie je niet wat er aan de onderkant gebeurt.’

RBDjan benoemt in zijn raps veelvuldig zijn twijfels, pijn en dramatische dieptepunten in zijn leven. Beeldend beschrijft hij hoe hij zijn ex knock-out aantrof op de vloer met een leeg potje pillen. Vol hoorbare emotie rapt hij hoe gek hij wordt omdat hij zijn kind niet mag zien: ‘Je bent gewoon ontvoerd van me.’

De rapper is voorzichtig over de lopende rechtszaak over de voogdij: hij wil die niet negatief beïnvloeden. Maar reageert fel op de vraag wat hij zelf fout heeft gedaan. ‘Ik heb letterlijk niets fout gedaan. Ze wilde even wat afstand en toen ik haar belde omdat ik mijn zoontje wilde zien, weigerde ze dat.’

Het probleem is, zegt hij, dat ze negatieve verhalen over hem vertelt aan de politie en de rechter. ‘Door mijn afkomst en tattoos kun je mij makkelijk zwartmaken.’

Waarom zo giftig rappen over zijn ex?

Is het kies en, in de context van zijn rechtszaak, verstandig om in zijn muziek zo giftig te zijn over zijn ex en zo open te rappen over haar zelfmoordpoging? ‘Ik heb er lang over nagedacht,’ zegt RBDjan. ‘Maar de waarheid is de waarheid. Ik rap over wat ik voel en wat ik meemaak.’

De rapper denkt daarbij niet aan zijn omgeving, zegt hij. Zijn ouders weten bijvoorbeeld niet dat zijn album begint met hun slaande ruzie. ‘Mijn moeder had ooit moeite met mijn nummer Schizo, waarin ik rap dat mijn vader een schizo is, en mijn moeder ook, maar die ontkent dat ze knettergek is.’

Hij lacht. ‘Dat vond ze een stapje te ver gaan. Ze vroeg of ik het weg wilde halen, alleen was het toen al te laat. Maar het gaat om mijn gevoel en hoe ik dingen in mijn leven geïnterpreteerd heb. Ik mag toch ook mijn verhaal vertellen?’

Meer verhalen over rappers:

In gesprek met Sevn Alias, een van de populairste muzikanten van nu. In de serie 'Artiesten Die We Tof Vinden En Waar We Meer Van Willen Weten zijn we hier thuis bij Sevn Alias, die onlangs zijn nieuwe album 'Picasso' lanceerde. 'In Nederland zijn gewoon veel mensen die van feestmuziek houden.' Luister de podcast hier terug

Popsensatie Ronnie Flex bracht vannacht een nieuw album uit. Hij vond inspiratie bij experimentalist Spinvis Nadat Ronnie Flex tweette Spinvis als grootste inspiratiebron te zien, bracht Saul de twee totaal verschillende muzikanten bij elkaar. 'Het is zo lekker om je muziek stoned terug te luisteren.' Lees het verhaal hier terug