Het is maandagochtend drie minuten voor tien als op het scherm van de iPhone van Loran Vrielink de naam van Stefan de Vrij oplicht.

De Vrij (26) is verdediger van Lazio Roma en het Nederlands elftal, Vrielink (26) is een gymleraar, voetbaltrainer, en oprichter van het bedrijf waarmee hij ambitieuze profvoetballers privélessen tactiek geeft.

Zijn businessmodel berust op een simpele maar wilde these: dat professionele voetbalclubs helemaal niet zo professioneel zijn. Trainers, denkt Vrielink, hebben niet genoeg tijd om spelers individueel te begeleiden. En hoe kunnen ze hen dan beter maken?

Een groeiend klantenbestand van erg goede voetballers is dat met hem eens. Zij huren Vrielink in om in detail hun spel te analyseren, en in online sessies te bespreken. Prominentste van hen: Stefan de Vrij.

Sinds dit seizoen nemen De Vrij en Vrielink een of twee keer per week via FaceTime tientallen clipjes van De Vrijs laatste wedstrijd door.

Deze maandagochtend op het menu:

De Vrij ligt op bed in zijn hotelkamer in Genève, waar hij die avond met het Nederlands elftal de vriendschappelijke wedstrijd tegen Portugal speelt; Vrielink zit onder het systeemplafond van zijn kantoor op een industrieterrein in het zuidwesten van de stad Groningen.

In de sessie van 58 minuten die volgt - en uit de 43 clips die ze afspelen, bespreken, terugspoelen, en weer bespreken - blijkt op welk detailniveau voetbal op het hoogste niveau wordt gespeeld. Vrielink en De Vrij kijken naar dezelfde interland als ieder ander, maar zien totaal andere dingen.

Een stapje naar links richting de Engelse spits Marcus Rashford, een wijzende arm naar Virgil van Dijk, een duwtje in de zij van Raheem Sterling, een blik over zijn rechterschouder richting Matthijs de Ligt: het is allemaal doordacht gedrag. Maar als je er niet van tevoren over was gebriefd, had je het nooit waargenomen.

Hun werk aan deze details heeft een grappig effect, dat typisch is voor De Vrijs carrière: omdat hij aan zulke details werkt, gaat het spel hem makkelijker af. En omdat het spel hem makkelijker afgaat, lijkt het net alsof hij er weinig voor hoeft te doen.

De Vrij is een voetballende zinsbegoocheling - zelfs voor de mensen die dagelijks met hem werken. ‘Ook bij Lazio zeggen ze weleens: dat was een makkelijk potje hè?’, zegt De Vrij later. ‘Weet je: ik ga er niet eens meer tegenin.’

Een negentig minuten durende zoektocht naar fracties van seconden

Centraal thema van de FaceTime-sessie is zo’n kwaliteit van De Vrij: zijn vermogen om mentale momentopnames te maken van het voetbalveld.

Kennis is macht, ook op het voetbalveld, en dus is het zaak om informatie in te winnen. Dat doe je door om je heen te kijken: wie staat waar, wie beweegt waar naartoe? Hoe beter je overzicht, hoe beter je jezelf kunt positioneren.

Goede verdedigers weten precies wanneer ze kunnen kijken, en wanneer niet. Je moet niet kijken als de tegenstander de bal ‘speelklaar’ heeft: bal aan de voet, blik omhoog, klaar om de bal een andere richting op te spelen. Wanneer je wel kunt kijken: van het moment dat de bal de voet verlaat, tot het moment dat diens medespeler de bal heeft gecontroleerd. Als de bal dus niet speelklaar is.

Het gaat om honderdsten van seconden - en een oplettende verdediger gebruikt deze kostbare tijd

Het gaat om honderdsten van seconden - en een oplettende verdediger gebruikt deze kostbare tijd. Door met een blik over zijn schouder (‘headcheck’) een snapshot te maken van het speelveld; door een medespeler met een gebaar te coachen om enkele meters op te schuiven; door een paar stappen naar voor of naar achteren zetten, om de ruimte voor de tegenstander te verkleinen.

En De Vrij, zegt Vrielink, is een meester in het herkennen van de juiste passes om informatie in te winnen.

Fragment na fragment uit Nederland-Engeland komt voorbij waarin hij die fracties winst pakt. Bal wordt gespeeld: De Vrij maakt een headcheck. Bal wordt naar achteren gespeeld: De Vrij zet stappen naar voren. Lange horizontale pass van de Engelsen (meer tijd): headcheck én coachen.

Niets van dit alles - het herkennen van het moment, de headchecks, het coachen - is op zichzelf moeilijk. Wel moeilijk: dit tegelijkertijd te doen. Nog moeilijker (en hondsvermoeiend): dit negentig minuten lang doen. Elke speler laat het wel een keer na. Ook De Vrij.

‘En dan’, zegt De Vrij, ‘kan er uit het niets gevaar ontstaan.’

Zoals gebeurt in de 30ste minuut.

Een voetballer die zijn eigen plaats delict onderzoekt

Als Engelands rechtsback Kieran Trippier de bal ontvangt, stapt Nederlands linksback Patrick van Aanholt naar hem toe.

Van Aanholt stapt naar voren...

Van Aanholt stapt naar voren...

Van Aanholts stap heeft een kettingreactie tot gevolg, met als resultaat dat Van Aanholt, Virgil van Dijk, De Vrij en Kevin Strootman met zijn vieren twee man dekken. Erger: er is een gapend gat ontstaan in het hart van de Nederlandse verdediging, klaar om door de Engelsen benut te worden.

...waarna een groot gat in de verdediging van Oranje ontstaat.

...waarna een groot gat in de verdediging van Oranje ontstaat.

Wat anderen verkeerd deden, doet er even niet toe. Het gaat Vrielink en De Vrij om wat De Vrij doet - en wat De Vrij had moeten doen.

De Vrij: ‘Damn, ik herken dat soort momenten nog niet in de wedstrijd. Zo van: oh, we zijn veel te ver opgeschoven [naar links].’

Vrielink: ‘Hoe komt dat?’

De Vrij: ‘Te veel op de bal gefocust?’

Vrielink: ‘Kijk het filmpje maar.’

Vimeo

Kijk hier filmpje 29 van Vrielinks analyse van Nederland-Engeland.

De Vrij, beteuterd: ‘Shit, ik kijk alleen maar naar de bal.’

Ballwatching - een beginnersfout.

Helemaal waar is dat niet. Op 8 seconden maakt De Vrij een headcheck naar links. ‘Dus dat moment zit wel in je hersenen. Heel goed. Maar daarvóór zie je dat je alleen maar naar de bal kijkt.’

Wat betekent dat hij honderdsten van seconden verspeelde. Tijd waarin hij een ‘foto’ had kunnen maken, tijd waarin hij iets nuttigs had kunnen doen. Niet te ver naar links schuiven; of De Ligt en Hans Hateboer op tijd kunnen coachen, zodat het gat in de verdediging niet ontstaat.

‘Het valt niet op, maar hij helpt er de hele ploeg mee’

De Engelse aanval mondt overigens uit in niets. Maar zo behandelt De Vrij hem niet. Zijn toon is als die van een forensisch onderzoeker op een plaats delict. ‘Dit… had… fout kunnen gaan’, hakkelt hij als hij de video terugkijkt.

‘Het mooie aan Stefan’, zegt Vrielink als de sessie over is, ‘is hoe vaak hij dit wél goed doet. Het valt niet op, maar met al die kleine dingetjes, helpt hij de hele ploeg.’

Een bedrieglijk matige voetballer

Dit is vrij typisch voor De Vrij. Om zijn kwaliteiten te zien, moet je heel precies kijken. Zijn tekortkomingen zie je zo.

De Vrij is niet bijzonder snel, niet bijzonder sterk, en niet bijzonder wendbaar. Hij tackelt vrij weinig, beukt zijn tegenstander niet omver, en wint geen spectaculaire kopduels. Hij schiet zelden en hij scoort (tot dit seizoen) vrijwel nooit - zo was het al in zijn jeugd.

Elk jaar kwam hij in aanmerking om af te vallen uit de van Feyenoord. Carrièrekansen kreeg hij vooral omdat concurrenten Zijn open, vriendelijke gezicht kwam ook al niet overeen met het clichébeeld van de sloper van spitsen. Zijn toenmalige trainer Ronald Koeman vond hem ‘te lief’ - De Vrij moest worden.

De Vrij wilde gewoon De Vrij zijn. ‘Ik ben gewoon niet zo’n fysieke verdediger, zo’n speler die vier of vijf fantastische slidings per wedstrijd maakt, en dat dan iedereen denkt: zo, die heeft goed gespeeld. En die ga ik nooit worden.’

Hij moest zich telkens bij trainers bewijzen; vaak wilden ze wat aan hem veranderen. Maar een andere voetballer worden, wilde hij niet. Zijn respons op de kritiek was om zijn subtiele en misleidende kwaliteiten juist verder te ontwikkelen.

Hij werd geen sloper van aanvallers, maar sloper van aanvallen.

Ontwikkeling als belangrijkste waarde in het leven

‘Iedereen heeft zijn eigen waarden in het leven’, zegt De Vrij. ‘Voor de een is het liefde, voor de ander gezondheid of respect. Bij mij staat ontwikkeling hoog in het vaandel. Iets nieuws onder de knie te krijgen, daar haal ik de meeste voldoening uit.’

Als atheneumleerling op het Thorbecke Lyceum in Rotterdam excelleerde De Vrij. ‘Toen ik een keer een onvoldoende haalde, was er een soort opluchting in de klas. Zo van: Stefan heeft ook een keer een onvoldoende.’

Op school ervaarde hij het plezier van het leren; op de voetbalclub stond leren minder centraal. Hij wilde meer - hij wilde niet alleen maar voetbal spelen en trainen, hij wilde voetbal leren. Hij wilde - en wil - een voorsprong pakken op andere spelers.

En dus investeerde hij in zichzelf. Hij deed - buiten de club - aan nam een mental coach, haalde een in neurolinguïstisch programmeren. En hij zocht hulp om zich beter te leren concentreren - bij waar hij op een zaterdag twee jaar geleden aanbelde voor een workshop.

‘Ik kom voor de workshop’, zei De Vrij.
‘Een workshop? Die is morgen.’
‘Ik dacht vandaag… Kan het niet ook vandaag?’
‘Nee’, zei Hof. ‘Maar kom anders morgen. Dat wordt bijzonder. Er is dan ook een speler van het Nederlands elftal bij, Stefan de Vrij.’
Hof leek er trots op.
‘Maar... ik ben Stefan de Vrij.’

Waarop ze een prima gesprek hadden. Maar toch kon de sessie niet doorgaan. Hof had niet genoeg ijs in de vriezer voor zijn fameuze ijsbad. De volgende dag ging de sessie niet door - Hof had niet het juiste gevoel. (De Vrij: ‘Hij is een beetje een spiritueel persoon. Hij moet klaar zijn voor zo’n sessie.’)

‘Iedereen heeft zijn eigen waarden in het leven. Voor de een is liefde, voor de ander is gezondheid de belangrijkste waarde. Voor mij is dat ontwikkeling’

Niettemin - het goede gesprek met Hof overtuigde De Vrij. Drie uur voor elke wedstrijd ademhalingsoefeningen via Hofs Dertig keer diep in en uit ademen, gevolgd door twee keer zo lang mogelijk zijn adem inhouden, om in de juiste concentratie (‘Mijn kamergenoot, vindt me dan wel een beetje raar.’)

Later wilde hij zich ook verbeteren op het veld. De Vrij was de hongerige leerling die meer stof wilde. Zijn trainers en assistent-trainers waren de docenten die daar geen tijd voor hadden.

En dus was het een kwestie van tijd voordat De Vrij ging samenwerken met Loran Vrielink.

Een theoretisch onmogelijk gat in de markt

Vrielink vond in 2016 een beroep uit: tactiekconsultant voor profvoetballers.

Nadat hij afstudeerde aan ALO, als docent lichamelijk opvoeding, volgde hij in Barcelona een privécursus voetbalcoaching. Daar vatte hij het plan op om consultant voor profspelers te worden.

Hij wist immers dat clubs hun geld liever in spelers steken dan in trainers. Op selecties van twintig man staan doorgaans één trainer en twee assistenten met chronisch tijdgebrek. Veel tijd voor intensieve een-op-een-coaching is er dan niet.

Maar hoe kwam hij aan klanten? In 2016 begon hij spelers te cold callen via Facebook en Instagram. Hij bood ze een gratis analyse aan van hun spel - zodat ze konden zien wat ze aan hem konden hebben. Mark Diemers, aanvoerder van De Graafschap, was nieuwsgierig, en

‘Als trainers geen tijd hebben voor individuele begeleiding - hoe kunnen spelers dan beter worden?’

Inmiddels is hij doorgedrongen tot de elitecategorie - internationals Leroy Fer, Joël Veltman en Wesley Hoedt horen tot zijn klanten, net als oud-Ajacied Mike van der Hoorn.

Wat Vrielink iets leerde: ook bij grote clubs, waar tijd en geld geen belemmering zouden moeten vormen, voelen spelers een tekort aan tactische begeleiding.

‘We zouden eigenlijk niet moeten bestaan’, zegt Vrielink. Wat bij hem een vraag opwerpt. ‘Als trainers geen tijd hebben voor individuele begeleiding - hoe kunnen spelers dan beter worden?’

En toevallig liep er in Rome een speler rond die zichzelf precies die vraag ook stelde.

Het denkwerk achter een paar procentpunten extra passpercentage

De samenwerking tussen Vrielink en De Vrij moet een of ander hoogtepunt in de geschiedenis van het kapitalisme zijn. Zelden stuitte een dergelijk nicheproduct op zo’n enthousiaste afnemer.

De Vrij neemt Vrielink niet mee op het voetbalveld, maar vermoedelijk alleen omdat de regels dat niet toestaan. In plaats daarvan neemt hij Vrielink in geschreven vorm mee. In zijn portemonnee zit een netjes gevouwen papiertje met enkele spelprincipes, dat hij voor elke wedstrijd doorleest.

Het tactiekspiekbriefje van De Vrij. (Foto: Stefan de Vrij)

Het tactiekspiekbriefje van De Vrij. (Foto: Stefan de Vrij)

De Vrij merkt dat hij bewuster - en beter - voetbalt dan ooit. Het is niet alleen zijn gevoel, ook enkele statistieken onderschrijven dit.

Zo is zijn percentage aangekomen passes omhoog gegaan - van 86 procent naar 91 procent. Volgens De Vrij het gevolg van verbeterd vrijlopen als een ploeggenoot de bal heeft.

Voor elke wedstrijd kijkt De Vrij op een keurig gevouwen tactiekspiekbriefje

Ook maakt hij tackles - het gevolg van het verbeterde kijkgedrag: het spotten van fracties van seconden om zich beter te positioneren ten opzichte van tegenstanders.

Opvallender: hij scoort goals. Afgelopen zondag maakte hij zijn zesde van het seizoen. Geen toeval: ze hebben aandacht besteed aan zijn ‘looplijnen’ bij vrije trappen en corners. Zie de goal die hij scoorde tegen Benevento.

De voorbeweging van Stefan de Vrij voordat hij scoort tegen Benevento.

De voorbeweging van Stefan de Vrij voordat hij scoort tegen Benevento.

Vlak voordat de bal wordt getrapt, zet De Vrij een snelle stap naar links, zijn tegenstander meelokkend. Direct daarna stapt hij snel naar rechts, in de rug van de tegenstander. Zijn tegenstander is hem door dit gezigzag één à anderhalve pas kwijt: goal.

‘Met Loran besproken’, zegt De Vrij trots.

Vimeo

De Vrijs goal tegen Benevento.

De onzin van de beste man van het veld

De kritieken in de krant waren na de wedstrijd tegen Benevento lovend, ‘ook al speelde ik eigenlijk geen topwedstrijd’, zegt De Vrij. Goals vallen nu eenmaal op - goals gebeuren.

De Vrijs kerntaak is juist te voorkomen dat er iets gebeurt - te voorkomen dat de tegenstander goals maakt. De onspectaculaire manier waarop hij dat doet, en waarop hij zijn ploeggenoten dat helpt te doen, valt doorgaans veel minder op. En veel daarvan is niet in statistieken te vangen.

Daardoor is De Vrij, voor Vrielink, een speler die je een les kan leren over voetbal. Namelijk dat het ongelooflijk moeilijk is om de bijdrage van individuele spelers te beoordelen. De acties aan de bal, dat gaat nog wel. Maar wat spelers doen als ze de bal niet hebben - wat veruit het grootste deel van de tijd is - dat ziet vrijwel niemand.

En toch dwingt het spel tot stellige instantconclusies over iemands presteren. Na Nederland-Engeland hoorde je vaak dat Matthijs de Ligt de beste speler van het veld was geweest. Vrielink vond die instant analyses maar vreemd. Direct na de wedstrijd al weten wie goed was, wie niet, en zelfs wie de beste is? ‘Dat kan eigenlijk niet, daarvoor moet je de wedstrijd terugkijken.’

Precies dat deed Vrielink. En toen hij de wedstrijd terugkeek, zag hij, onder meer, twee dingen. 1. Waarom Matthijs de Ligt tot beste man van het veld werd uitgeroepen. En 2. Waarom dat toch niet had gemoeten.

Onder punt 1 vielen - vermoedelijk - een dribbel en twee afstandsschoten van De Ligt. Dat zijn acties die het publiek enthousiast maken, maar ondanks De Ligts uitstekende traptechniek, vanaf die afstand vrij kansloos zijn.

Onder punt 2 schaarde hij een aantal momenten waarop De Ligt naar voren ging terwijl hij moest blijven staan, waarop De Ligt geen idee had waar de bal was, en waarop De Ligt buitenspel ophief.

Het  instappen van De Ligt.

Het instappen van De Ligt.

Het leidde niet tot tegengoals, maar dat had wel kunnen gebeuren, in een niet eens zo heel lange kettingreactie van gebeurtenissen. Vrielink: ‘Ik zeg niet dat De Ligt geen geweldige verdediger is. Maar de beste man van het veld? Dat was hij die dag zeker niet.’

Wie dat dan wel was? Weet hij veel. ‘Dat is nooit goed te zeggen.’ Je hoort hem denken: dat is een vraag voor fans, niet voor professionals.

Vimeo

Bekijk hier het instappen van Matthijs de Ligt.

De ironie van verbetering

Speler van de wedstrijd, dat word je als verdediger zelden, en Stefan de Vrij al helemaal niet.

De ironie van zijn samenwerking met Vrielink is dat het de kans nog verder verkleint. ‘Ik was al nooit een opvallende speler’, zegt De Vrij. ‘Maar door met Loran te werken, en mezelf tactisch te verbeteren, wordt het allemaal nog onopvallender.’

Al dat werk aan de details hebben als doel dat problemen niet eens ontstaan. Niet dat hij ze met flitsende tackles oplost. ‘Als ik goed sta, en geen fouten maak, dan lijkt het makkelijk. Dan oogt mijn spel wel oké. Dat hoor ik vaak: ‘Je doet eigenlijk alles goed, maar ik denk nooit: wauw, die is me even goed.’

Al begint hij ook andere dingen te horen.

Zoals bij altijd in zijn carrière veranderde het sentiment rondom hem. De keeperstrainer van Lazio, een wat oudere man, maakte hem laatst een mooi compliment. ‘Iedereen die naast jou speelt, is opeens goed’, zei hij tegen De Vrij. ‘Zelfs ik zou nog naast je kunnen spelen.’

Iemand anders op de club wees hem op Lazio’s eindklasseringen van de afgelopen jaren. 2014: negende. 2015: derde. 2016: achtste. 2017: vijfde. 2018 [vooralsnog]: gedeeld derde. Kortom: met De Vrij lijkt Lazio een veel beter team - 2015 was De Vrijs eerste jaar, in 2016 was hij het hele seizoen geblesseerd.

De Vrij durft niet te zeggen dat dit effect aan hem te wijten is. ‘Ik kan me nauwelijks voorstellen dat dat komt door een centrale verdediger. Maar als dat het effect is,’ zegt hij, ‘dan vind ik dat prima. Ook als niemand het ziet.’

Meer lezen?

Voor de scouts van deze club is het kijken van wedstrijden verboden Als clubs al een data-analist hebben, dan luisteren ze niet naar hem. Bij het Deense FC Midtjylland gaat dat anders: daar heeft de eigenaar een hedgefonds en is de voorzitter een analist. Samen dwingen ze de club om het voetbal statistisch te benaderen. Ook al zegt de ranglijst hen weinig: het team staat fier bovenaan. Lees mijn verhaal hier terug Hoe Daley Blind de Duitsers aan de wereldtitel hielp In de jaaroverzichten overheerst trots op het Nederlands elftal, dat zomaar derde werd op het WK Voetbal in Brazilië. Toch ging de titel weer naar de Duitsers. In een openhartige bui vertellen de videoanalisten van Die Mannschaft over het geheim achter het Duitse succes. Een geheim dat bij Oranje blijkt te spelen. Lees mijn verhaal hier terug Je moet de bal verspelen, anders kun je niet scoren In het Nederlandse voetbal is balbezit nagenoeg heilig. Heb je de bal, dan ben je dominant - zogenaamd. Maar het kan ook anders. Je kunt juist scoren door de bal bewust weg te geven. Maak kennis met ‘Gegenpressing’. Lees mijn verhaal hier terug