Je zou maar zo’n uitleg in je inbox krijgen:

‘In de bijlage ontvangt u 2 formats die wij u vragen in te vullen en terug te sturen via de beveiligde omgeving net zoals in 2015 gebruikelijk was. Het eerste template is hetzelfde template die u in 2015 ook heeft ingevuld en het 2e template is de productiemonitor zoals wij die in december 2015 ook hebben uitgevraagd. In het template zit een blad producten, hier zijn een aantal wijzingen in gekomen. 2015 staat er nog in en de nieuwe producten voor 2016 staan er ook bij, daarachter heb ik gezet een kolom 2015 en 2016 met ja en nee, zo kunt u zien welk product in welk jaar te gebruiken is.’

afsluitende_lijn

Voor jeugdhulpverleners is zulk proza aan de orde van de dag. Het gevolg: tientallen jeugdbehandelaars kregen geen contract, sloten hun praktijk of vrezen daarvoor. Kinderen met ernstige psychologische problemen krijgen daardoor niet de hulp die ze nodig hebben. Tientallen jeugdbehandelaars die ik voor dit verhaal sprak, wijzen daarom naar de gemeenten, die sinds 2015 verantwoordelijk zijn.

Gemeenten zouden zorgen voor zorg dicht bij huis

Vijftien jaar lang heeft Marloes Mandjes, psycholoog gespecialiseerd in seksueel trauma bij kinderen, een bloeiende praktijk in Almere. Ze is al die tijd een van de weinige traumapsychologen in de regio die jonge slachtoffers van verkrachting of aanranding kan behandelen, zo’n zestig per jaar.

Maar de decentralisatie van de jeugdzorg, in 2015, leidt er uiteindelijk toe dat ze haar praktijk sluit. Wrang, want de bedoeling van de decentralisatie was dat gemeenten zouden zorgen voor laagdrempelige en kwalitatieve zorg dicht bij huis.

Geregeld ontvangt ze nog telefoontjes van ouders en cliëntjes uit Almere die nergens terechtkunnen. Vaak hebben die last van depressie- of posttraumatische stressklachten en terugkerende nachtmerries. Mandjes: ‘Iedereen wist mij te vinden: huisartsen en collega’s verwezen de jonge slachtoffertjes altijd naar mij door.’

Even later: ‘Ik vind het vreselijk dat mijn praktijk niet meer bestaat.’

Mandjes is niet de enige die haar praktijk sluit.

Na de decentralisatie wordt een contract afsluiten een crime

Sinds 1 januari 2015 valt jeugdzorg onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Zij kopen zorg in voor kinderen. Niet meer de zorgverzekeraars, maar Om zorg te mogen leveren, dient een aanbieder een contract af te sluiten met de gemeente. Van behandelingen bij aanbieders die geen contract hebben, krijgen ouders de rekening.

In het eerste jaar lukt het Mandjes nog een jaarcontract te bemachtigen. Toch werkt ze de eerste tien maanden gratis: er bestaat dan simpelweg nog geen declaratiesysteem. Het kost ruim twintigduizend euro van haar spaargeld. ‘Ik kon de kinderen toch niet de dupe laten zijn door het systeem? Dat zou onverantwoord zijn.’

‘Ik was alleen maar bezig met bureaucratisch geneuzel’

Als ze na bijna een jaar kan beginnen met declareren, valt dat tegen. Acht weekenden lang is Mandjes bezig met één factuur. ‘Het was onnavolgbaar hoe ik door het woud heen moest komen. Ik draaide overuren. Ik was alleen maar bezig met bureaucratisch geneuzel.’

Ze belt de gemeente Almere. ‘Mijn vragen werden niet beantwoord. De communicatie was erbarmelijk.’

Toch wil Mandjes een nieuw jaarcontract met de gemeente. Wederom moet ze aan de slag met een stapel formulieren en rapportages. Door alle chaos mist ze de deadline.

Zo komt ze zonder contract te zitten, dus kan ze haar rekeningen alleen nog bij de ouders indienen. Alleen: voor veel van hen is 85 euro per sessie te duur. Stuk voor stuk schrijnende gevallen – zoals de jongen die jarenlang seksueel is misbruikt door zijn tante; zijn moeder kan van haar bijstand zijn vervolgtraject niet betalen. ‘Mijn hart brak’, zegt Mandjes. ‘Hij had mij zo hard nodig.’

Nog maar één vrijgevestigde kinderpsycholoog heeft een contract in Flevoland

Nu kun je zeggen: had ze de deadline maar moeten halen. Maar Mandjes is niet de enige die een contract misliep. Sterker nog: van de ruim zesentwintig vrijgevestigde kinderpsychologen in Flevoland van voor de decentralisatie is er nog maar één met

Hoe kan dat? In Mandjes’ regio sprak ik met tientallen vrijgevestigde zorgverleners die ook op een contract wachten. Zij runnen een eigen praktijk, zijn niet in loondienst. Anders dan een ggz-instelling kunnen ze zich vaak geen administratief personeel veroorloven. Het is voor hen een hele kluif zelf een contract te bemachtigen.

Verschillende psychologen die zich hebben verenigd in het Psychologen Collectief Flevoland (PCF) leggen mij uit dat de administratieve rompslomp zijn tol eist: ze ontvangen een ‘bombardement’ aan mails, moeten onbegrijpelijke handleidingen bestuderen en invullen.

‘Juridisch gezien hebben wij de aanbesteding gemist, maar dit is oneerlijk. Allemaal zaten we op tijd achter onze computer. We hebben het gewoon niet gered’,

De contractloze hulpverleners behandelen noodgedwongen alleen nog hangen hun praktijk aan de wilgen of verhuizen om elders hun werk voort te kunnen zetten. Traumapsycholoog Mandjes woont nu in Friesland.

Dit is niet alleen een probleem in Flevoland

Mandjes is dus niet de enige die door de bergen aan administratie een contract misliep. En dit probleem speelt zich ook niet alleen af in Flevoland.

Een verschraling van het jeugdzorgaanbod kom ik ook tegen in Amsterdam. Daar zitten vrijgevestigde gz-psychologen gespecialiseerd in eetstoornissen eveneens zonder contract.

De reden volgens Marlies Rekkers, een gz-psycholoog met een eigen praktijk in Amsterdam: ‘Maar niet met mijn specialisatie, eetstoornissen.’ Zij wil inmiddels geen contract met de gemeente meer. ‘Het levert zoveel extra administratief gedoe op, dat het mij blijvend heeft afgeschrikt.’

Rekkers nam daarom een rigoureus besluit: ze stopte met behandelingen voor kinderen. ‘Ik kan als eenmanspraktijk zonder personeel de administratie van de gemeenten en die van de zorgverzekeraars niet bolwerken.’ En ook Rekkers is geen uitzondering. Het overgrote deel van haar in eetstoornissen gespecialiseerde collega’s behandelt sinds 2015 geen kinderen meer, zegt ze.

‘Ik voel mij een boos jochie dat tegen de deur aan zit te schoppen, maar er niet binnengelaten wordt’

Voor die kinderen heeft dat flinke gevolgen. Kinderen met anorexia verwijst Rekkers nu door naar grote instellingen, waar ze volgens patiëntenorganisatie MIND soms een halfjaar tot zelfs een jaar ‘Het afgelopen jaar heb ik veel wanhopige ouders aan de lijn gehad die geen hulp konden vinden voor hun kind met een eetstoornis.’

Dit probleem ziet Rob Leenen, klinisch kinder- en jeugdpsycholoog, ook in Utrecht. Daar heeft hij een eigen praktijk, waar hij een meisje met anorexia niet kon helpen: ook hij heeft geen contract met de gemeente.

De reden van contractweigering is hem onduidelijk. Al vier jaar belt hij, mailt hij en gaat hij bij de gemeente langs. ‘Ik voel mij een boos jochie dat tegen de deur aan zit te schoppen, maar er niet binnengelaten wordt.’

Momenteel behandelt Leenen, tegen zijn zin, alleen vier kinderen van ouders die zelf betalen. ‘Ik werk mee aan klassenzorg: kinderen van rijke ouders krijgen hulp, en de minder bedeelde gezinnen draaien nog meer in de soep.’

Sommigen gaan maar frauderen

In Nederland ontving ruim dertig procent van de vrijgevestigde zorgaanbieders geen contract van de gemeente, bleek in 2016 uit een enquête onder de toen nog tweehonderddertig leden van de landelijke koepelorganisatie van vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten

De redenen zijn uiteenlopend: deadline gemist, praktijk valt buiten de regio, zorgverleners behandelen te weinig kinderen, gemeenten willen alleen contracten afsluiten met grote instellingen of zeggen al voldoende aanbod te hebben. In een aantal gevallen wordt de afwijzing niet gemotiveerd.

Mogen gemeenten op grond van deze argumenten contracten weigeren? Er bestaat geen harde wetgeving, wel een Europese richtlijn voor overheidsopdrachten die de kans op uitsluiting moet beperken. Het doel is een gelijk speelveld creëren, maar in de praktijk krijgen kleine zorgverleners geen voet tussen de deur bij de gemeenten.

Afgelopen weken sprak ik jeugdhulpaanbieders die ver gaan om de kinderen toch te blijven helpen. Zo sprak ik zorgverleners die kinderen op naam van een ouder behandelen, zodat ze de factuur niet hoeven te declareren bij de gemeente, maar bij de zorgverzekeraar. Dit is zorgfraude, en wie dit doet loopt het risico dat hij zijn praktijk meteen kan opdoeken als dit bekend wordt.

Maar de meeste vrijgevestigde hulpverleners besluiten om definitief de stekker eruit te trekken. Sinds de decentralisatie is volgens de LVVP

Administratieve rompslomp en contractuitsluiting zijn de meest aangevoerde argumenten, precies wat ik ook in Almere, Amsterdam en Utrecht hoorde.

‘Een uitholling van de jeugdzorg’, noemt de Utrechtse kinderpsycholoog Leenen het.

Veel contractloze praktijken sluiten de deuren of leggen zich toe op de volwassenzorg. Kinderen komen terecht op de lange wachtlijsten in instellingen die vaak buiten hun eigen regio gevestigd zijn.

Wat zijn de oplossingen?

Kleine jeugdhulpaanbieders willen niet meer uitgesloten worden van een contract. Psychologenkoepel LVVP pleit voor één overzichtelijk kader voor inkoop van jeugdzorg, zonder ingewikkelde en uitgebreide procedures.

Ook pleit ze voor meerjarige standaardcontracten voor de jeugd-ggz om de administratieve druk te verminderen.

Zorgaanbieders hebben vaak met verschillende gemeenten te maken die allemaal verschillende contracten en regels hanteren. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft standaardovereenkomsten ontwikkeld, maar de meeste gemeenten gebruiken deze nog niet.

Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft afgelopen december ingediend om de administratieve lasten van jeugdhulpaanbieders te verminderen. De minister wil dat gemeenten dezelfde contracten gebruiken en dezelfde standaarden voor het verwerken van facturen; één administratief afrekensysteem.

Meer lezen?

Hoe de cijferdictatuur het werk van leraren, agenten en artsen onmogelijk maakt Het is een van de grote thema’s van deze tijd: vakmensen in de publieke sector die moeten sturen op productie, kosten en efficiëntie. Het werk wordt zo teruggebracht tot cijfers en categorieën, met dalende kwaliteit en gefrustreerde werknemers als gevolg. Wij doken in de wereld van de gevaarlijke cijfers. Lees het verhaal van Jesse en Sanne hier terug Komt een kind bij de dokter. Of nee, toch op de wachtlijst Deze week concludeerde wéér een rapport: in Nederland kost het vaak moeite om de zorg en hulp te krijgen die je nodig hebt. Zeker in de jeugdzorg. En er zijn genoeg oplossingen voor te bedenken. Lees mijn verhaal hier terug