Nederland heeft moeite de sterk toegenomen diversiteit te verwerken. Hoe meer nationaliteiten in een wijk bij elkaar wonen, hoe minder de samenhang en hoe groter de kans op onveiligheid is.

Met dat soort bevindingen gaf de (WRR) deze week stof voor een debat over de nieuwste fase van het migratieverhaal Nederland.

Het leek een tijd zo rustig in Nederland. Soms is het hier bijna een paradijs vergeleken bij buurlanden als Groot-Brittannië, Italië, Griekenland, waar een aanzienlijk deel van de bevolking verarmt, zich miskend voelt en overlopen door vreemdelingen – en daar ‘Europa’ de schuld van geeft. In veel landen uit de voormalige Sovjet-sfeer is de sfeer nog grimmiger.

Daarover spreek ik Hans Boutellier, wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut. ‘Zijn’ jubilerende instituut doet al 25 jaar onderzoek naar zorg, welzijn, integratie, veiligheid en wat een samenleving nog meer leefbaar houdt. En de ontegenzeggelijke conclusie: integratie van mensen met een migratieachtergrond gaat steeds beter en Nederland wordt steeds veiliger ervaren.

Is het hier toch ook een kruitvat?
Hans Boutellier: ‘Ha, zo zou ik dat zeker niet willen noemen. Er zijn allerlei problemen, en het is goed dat de WRR deze benoemt. Maar ik vind de uitkomst niet verrassend: hoe meer diversiteit, des te minder thuisgevoel. En dat ook de criminaliteit dan hoger is, verschilt niet van de al bekende oververtegenwoordiging van mensen met een migratieachtergrond in de criminaliteitsstatistieken. De vraag is niet of er problemen zijn, maar hoe je ze wilt aanpakken: polariserend of inclusief.’

‘Dat is ook duidelijk de boodschap van de WRR: get real! De samenleving is veel meer divers dan sommigen denken. Het heeft geen enkele zin te blijven jeremiëren over beslissingen uit het verleden. Kort gezegd: de VVD wilde gastarbeiders, het CDA gezinshereniging en links had oog voor het leed van vluchtelingen. Diversiteit productief maken, dat is de opgave. Als je dat voor elkaar krijgt, heb je als land de beste papieren voor de toekomst’.

‘We leven in een chaotische zonder richting, waarin ondanks alles veel mensen samenwerken, gericht op oplossingen, zonder dominante leiding.’ Als Boutellier beschrijft hoe Nederland zich de afgelopen kwarteeuw heeft ontwikkeld, dan blijven zijn ogen vrolijk. Hij is geen cultuurpessimist, eerder overtuigd genuanceerd, al houdt hij zich bezig met ongeveer alles wat ons is overkomen.

Boutelliers verklaring voor de relatief vreedzame verhoudingen hier: ‘Nederland heeft kennelijk betere schokdempers. Met als grootste de onverschilligheid: leven en laten leven. En als tweede de sterke individualisering.’

‘De schokdempers van Nederland: onverschilligheid, en de vlucht in identiteit’

‘Het lijkt of de polarisatie hier afneemt. Die immigratiesamenleving wordt min of meer geaccepteerd: "Het is zoals het is." Volgens het vond in 1993 43 procent van de Nederlanders dat er te veel migranten waren. Nu is dat percentage gezakt tot 31. Wel is men nogal geneigd zich op de eigen groep te richten, daarom vlamt de vijandigheid recent soms even op. Dit past in het centraal stellen van het individu dat al op gang kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw.’

‘Dat is in de eenentwintigste eeuw alleen maar sterker geworden. Met het wegvallen van collectieve idealen en organisaties zijn mensen houvast gaan zoeken bij ‘primaire identiteiten’, dat waar je onontkoombaar aan vastzit. Denk aan nationaliteit, etniciteit, gender en religie.’

Foto: David Vroom (voor De Correspondent)
Foto: David Vroom (voor De Correspondent)

Tot de moord op Pim Fortuyn was Nederland onverschillig

Als heeft Boutellier veel onderzoek gedaan naar (jeugd)criminaliteit, veiligheid en wat een samenleving leefbaar houdt. Hij schreef boeken en

‘We wilden deze laatste decennia met z’n allen weg van die dominante verhalen over hoe we moesten leven, over de verhouding tussen jong en oud, elite en arbeid, over de inrichting van de samenleving.’

‘Daar is de migratiegolf overheen gespoeld. Net toen wij in westelijke samenlevingen aan een ingrijpende secularisering bezig waren en alle ideologieën relativeerden. Ieder kon zijn eigen God kiezen of denken het zelf te zijn. Die nieuwkomers kwamen met allerlei nieuwe waarheden in een context van relativering. Dat zorgde voor verwarring in het kwadraat.’

‘Voor velen die van buiten kwamen was het volstrekt onduidelijk in welke politieke en morele omgeving zij terechtkwamen. Nederland heeft daar in het begin vooral met onverschilligheid op gereageerd. Tót 11 september 2001 en de moord op Pim Fortuyn. Daarna is de keerzijde van die onverschilligheid zichtbaar geworden: de achterstanden, de discriminatie, de radicalisering, de schurende opvattingen – het was of Nederland wakker schrok. Gaandeweg zijn de nadelen van de onoverzichtelijkheid op de voorgrond getreden.’

‘De migratiegolf kwam net toen westelijke samenlevingen seculariseerden en wij alle ideologieën relativeerden’

‘Een tweede associatie die ik heb bij de vraag waarom het hier relatief vreedzaam toegaat terwijl buurlanden boos en opstandig zijn, is dat Nederland altijd een land van gemeenschappen is geweest. Vroeger hadden we de zuilen met eigen organisaties, nu hebben we nog steeds een sterk middenveld. Ik denk aan scholen, woningbouwcorporaties, de zorg, allemaal privaat-publieke diensten die tot op zekere hoogte nog steeds van de gemeenschap zijn.’

Ik begrijp dat niet goed. Sinds de verzelfstandigingsgolf van de jaren negentig, die nog steeds niet is afgesloten, voeren allerlei besturen beleid zonder er veel verantwoording over af te leggen. Zie het extra geld voor het onderwijs, niemand weet waar het is gebleven. Zie de gekke avonturen van sommige woningbouwcorporaties. Oefen maar eens democratische invloed uit op de zorg.

Er is een ondoordringbare tussenlaag ontstaan die veel mensen een machteloos gevoel geeft. De overheid heeft zich uit de voeten gemaakt.
‘Er is zeker kritiek mogelijk, maar die tussenlaag dempt wel de scherpe tegenstellingen. Er is geen harde relatie tussen overheid en burger zoals in Hongarije of Frankrijk. Ook in Groot-Brittannië zijn minder dempende lagen tussen burger en bestuur.’

‘Vergeet niet, de jaren negentig waren hier heel succesvol. De poldereconomie draaide onder premier Wim Kok op volle toeren. De socioloog Paul Schnabel schetste als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2000 vijf belangrijke ontwikkelingen van de maatschappij. Daaronder waren individualisering, internationalisering en informatisering. Het optimisme rond die drie i’s is de laatste vijftien jaar omgeslagen.’

‘De individualisering heeft een vaak problematische identiteitspolitiek opgeleverd. Identiteit ontstaat in het verschil met anderen. Dat is geen probleem; maar als men zich daarin vastbijt leidt verschil tot tegenstellingen, en uiteindelijk tot vijandschap. Dat is een riskante situatie. Vandaar dat ‘verbinding’ zo’n buzzwoord is geworden.’

‘De internationalisering heeft geleid tot een brede reactie tegen de Europese samenwerking, verzet tegen de internationale elite, tot een begrip als van Thierry Baudet, verzet tegen vrijhandel, Trump met America First en nu Italië Eerst.’

‘Informatisering leek eerst allerlei uitnodigende kansen op te leveren voor vormen van democratisering. Dat heeft zich doorontwikkeld tot stoorzender van verkiezingscampagnes, al het gedoe met sociale media, de privacyproblemen. De keerzijde van die i’s van Schnabel is ten volle tot ons doorgedrongen. Dat zie je nu ook in de discussie rond migratie.’

‘Ik herinner me dat ik eind jaren negentig in een ambtelijk overleg zat met Roger van Boxtel, toen minister van Grotestedenbeleid. Nederland is een migratieland geworden, stelde hij vast. Er werd integratiebeleid gemaakt. Onderwijs in de eigen taal was daar onderdeel van. Wij op zagen ook de problemen van die ontwikkeling. In 1997 schreven wij een nota over ‘Criminaliteit in relatie tot de integratie van etnische minderheden’, de CRIEM-nota. Dat was een uiterst gevoelig thema.’

‘De minister van Justitie stelde in die tijd een commissie in die helemaal bestond uit mensen met een Marokkaanse achtergrond. Die moest met voorstellen komen om de problemen met Marokkaanse jongeren aan te pakken. Hun rapport zag ‘met vertrouwen de toekomst tegemoet’. Maar het was een interessante poging.’

Foto: David Vroom (voor De Correspondent)
Foto: David Vroom (voor De Correspondent)

Jongeren gaan een eigen relatie aan met de islam

Zijn we 25 jaar later opgeschoten met de integratie van Marokkanen en anderen met een migratieachtergrond?
‘Daar moet ik twee antwoorden op geven, ik kan er niets aan doen. We hebben nog steeds dezelfde problemen die we toen signaleerden. Maar de intimiderende overlast van Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, waar wij in de jaren negentig op Justitie over rapporteerden, is bijna geen onderwerp meer. Het is van belang zulke problemen dynamisch te blijven bekijken. De verhoudingen staan niet stil.’

‘Hetzelfde geldt bij religieuze ontwikkelingen. De traditionele islam zoals we die zagen binnenkomen bij de eerste generatie migranten is aan het wegebben. Een behoorlijk deel van de jongeren gaat z’n eigen verhouding daarmee aan. Sommigen zoeken het sterk in symbolen van de identiteitspolitiek, anderen voegen zich naar de niet-religieuze context waarin zij leven.’

‘De Nederlandse samenleving heeft in feite een ongelooflijke prestatie geleverd in een periode van twee generaties, vijftig jaar tijd. Inmiddels heeft Het is ongelooflijk hoe zich in een korte periode een migratiesamenleving heeft ontwikkeld. De Verenigde Staten hebben daar veel langer over gedaan. Die ontwikkeling is goed opgevangen door Nederland.’

‘Er is hogere werkloosheid, maar er zijn er ook meer aan de slag; er zijn nog taalachterstanden, maar velen spreken en schrijven perfect Nederlands’

Welk deel van die 25 procent is goed geland, welk deel niet?
‘Dat is niet eenduidig te beantwoorden. Als je kijkt naar criminaliteit, dan zijn mensen met een niet-westerse migratieachtergrond nog steeds maar minder dan eerst. Qua opleidingsniveau is het percentage dat verder leert omhoog, maar er zijn nog steeds meer uitvallers dan onder oorspronkelijke Nederlanders. Er is een hoger werkloosheidspercentage maar er zijn er ook meer aan de slag. Er zijn nog taalachterstanden, maar velen spreken en schrijven perfect Nederlands. Kijk naar mijn universiteit, de VU, hoeveel mensen met een migratieachtergrond daar rondlopen!’

Is het een redelijke schatting dat driekwart is geland, en een kwart niet?
‘Ik denk dat je dan aardig in de richting komt. Maar je zou er echt onderzoek naar moeten doen om het veel preciezer te kunnen zeggen. Dat is er niet.’

De misdaad verandert van aard

NRC en Nieuwsuur onlangs verontrustende berichten over buitenlands geld dat Nederlandse moskeeën in een radicale richting zou drijven. In de Tweede Kamer en daarbuiten gingen stemmen op om te verbieden. Goed idee?
‘Het lijkt geen randverschijnsel te zijn. Er zijn moskeeën die bedenkelijke financiering aannemen en naïef zijn over de invloed die zij daarmee in huis halen. Ik zou niet tegen een wettelijk verbod op dergelijke echt onwenselijke financiering zijn. Maar beter is in gesprek gaan. Overleg kan dergelijke moskeebesturen weerbaarder maken. Wetgeving lokt ook verzet uit, drukt besturen in de verdediging. De kunst is de situatie dynamisch te houden.’

Foto’s: David Vroom (voor De Correspondent)
Foto’s: David Vroom (voor De Correspondent)

Op het moment dat een vluchteling in Den Haag mensen met een mes aanvalt klinkt snel ‘terrorisme’ en wordt de burgemeester aangesproken op falend veiligheidsbeleid. Is het leven veiliger of onveiliger geworden in Nederland?
‘Als er terroristische motieven in het spel zijn, moet daar snel duidelijkheid over komen en naar gehandeld worden. Dat is per definitie onacceptabel en een relatief nieuw veiligheidsprobleem. Maar het verwijt van falend beleid slaat in het algemeen nergens op.’

‘Alles wordt al sinds de jaren tachtig enorm door de bril van veiligheid bekeken. Ik heb veiligheid in mijn oratie een ‘semantisch sleepnet’ genoemd. Wij hebben in onze samenleving een utopisch verlangen naar een wereld die veilig is. Rond 2000 heb ik het NOS Journaal een tijdje geklokt. Soms ging het in 60 procent van de tijd over onderwerpen die met veiligheid te maken hadden. Er is een enorme groei geweest van beleid en die te maken hebben met dit verlangen naar veiligheid.’

‘In het begin ging het over inbraken, overvallen, misdrijven dicht bij huis Toen kwam de dreiging van terrorisme, radicalisering en door overheden gesponsorde misdrijven.’

‘Ik heb bij Justitie in de jaren negentig nog meegemaakt dat er een bouwprogramma werd opgesteld om van 7.000 cellen naar 14.000 cellen te groeien. Daar staat nu een derde van leeg. In de jaren negentig waren de criminaliteitscijfers vertienvoudigd ten opzichte van dertig jaar eerder. Sindsdien zie je een drastische afname. Daar zijn twee verklaringen voor. Een demografische: criminaliteit is echt een jongerending. Ten tweede is er met succes aan preventie gedaan. Criminaliteit is moeilijker geworden. Bushokjes zijn bij wijze van spreken steviger.’

Hoe betrouwbaar zijn die cijfers? Wie weet hoeveel mensen geen aangifte doen ‘omdat er toch niks mee gebeurt’?
‘Die cijfers zijn wel degelijk betrouwbaar. Niet alleen het aantal aangiftes gaat omlaag. Uit de Veiligheidsmonitor, de vroegere slachtofferenquêtes, blijkt het ook. Er is weinig reden voor mensen om andere antwoorden te geven dan een tijdje geleden. Men ervaart een daling in misdaad.’

‘Er is wel een ander type veiligheidsproblemen ontstaan. Lokaal zie je steeds meer ondermijning van de overheid en legale bedrijven Dan gaat het om grootschalige hennepteelt, de productie van ecstasy en mensenhandel en de hele business daaromheen van witwassen, het onttrekken van huizen, gecorrumpeerde functionarissen (van gemeenteraadsleden tot notarissen en van makelaars tot advocaten). Daarnaast is er veel huiselijk geweld (waar weinig aangifte van wordt gedaan), cybercrime en er zijn groeiende sociale spanningen.’

‘De omzet aan drugs in Tilburg is ongeveer even groot als de gemeentebegroting van die stad, maar mensen ervaren dat vaak niet als bedreigend’

‘De gewone criminaliteit is in vijftien jaar met ongeveer een derde gedaald. Je zou dan een hoger percentage opheldering verwachten, maar dat is niet het geval. Er is niet minder te doen voor politie en Openbaar Ministerie. Het gaat om veel ingewikkelder zaken. De ondermijning van het openbaar bestuur en de legale samenleving is echt groot. De omzet aan drugs in Tilburg is ongeveer even groot als de gemeentebegroting van die stad. Maar mensen ervaren dat vaak niet als bedreigend.’

‘Daarom zie je dat ook de gevoelens van onveiligheid afnemen. Dat is iets anders dan het onbehagen. Of dat echt toeneemt wordt niet gemeten, al wordt het zeker versterkt door de sociale media. Het onbehagen als geheel is moeilijk te vatten. Fortuyn sprak over de Ik denk dat hij gelijk had dat mensen geborgenheid missen in onze complexe netwerksamenleving. Moet je daarom mikken op meer sturing en meer autoriteit? Er is een onmiskenbaar verlangen naar De Grote Oplossing, een groot leider, of het nieuwe grote verhaal waar Bas Heijne iedere week om vraagt, een nieuwe utopische verbeelding.’

‘Ik geloof meer in het samenkomen van een heleboel oplossingen. Ik heb een nieuw Engelstalig bij de uitgever liggen. Dat eindigt met het beeld van een zwerm spreeuwen. Uit miljoenen interacties verschijnt toch een patroon. De netwerksamenleving lijkt chaotisch, maar dat valt tot op grote hoogte mee. Er zijn zelforganiserende patronen in de projecten en praktijken die mensen dagelijks met elkaar uitvoeren.’

Foto: David Vroom (voor De Correspondent)
Foto: David Vroom (voor De Correspondent)

Drie manieren waarop Nederland samenkomt

Boutellier ziet drie dingen die voor ons belangrijk zijn geworden en die zijn kijk ondersteunen.

1. Momenten. ‘Er zijn momenten dat we ons verbonden voelen met het grote geheel. Een voorbeeld is de terugkeer van de MH17-slachtoffers, autoriteiten op klapstoeltjes op het vliegveld, mensen klappend langs de weg. Je ziet het ook bij andere herdenkingen en begrafenissen, grote gebeurtenissen in de Arena of het Concertgebouw.’

2. Geen Groot Verhaal, wel veel verhalen. ‘Mensen ontdekken binnen hun eigen omgeving verhalen die hun leven betekenis geven. Voor de een is dat de bijbel, voor de ander kan het theater zijn, of een actie op Facebook.’

3. Zwaartepunten. ‘De samenleving rust uiteindelijk op instituties: menselijke organisatie. De rechtsstaat, de zorg, het onderwijs, de huisvesting, het bedrijfsleven. Je moet de universiteit eens binnenlopen, dat draait allemaal. Natuurlijk met problemen, maar toch. In die praktijken ligt heel veel richting besloten. De zorg berust op de onuitgesproken vraag: wat is goede zorg? In al dat onderwijs zit altijd een appèl om goed onderwijs te bieden, de hoop om kennis en inzicht van generatie op generatie over te dragen. Dat gebeurt gewoon, en het heeft stabiliteit, daarom noem ik het zwaartepunten.’

Toch is er weinig om in te geloven

Het valt me op dat u tot nu toe nog niet één keer het woord ‘politiek’ hebt genoemd. Speelt die geen rol in al deze ontwikkelingen?
‘Ik zie niet veel verhalende politici. Ons bestuur is zo door en door pragmatisch. Het wordt niet geleid door grote ideeën. Onze politiek is vooral een pragmacratie. Rutte is daar een prototype van. Dat pragmatische bestuur is redelijk succesvol, maar er is weinig om in te geloven. Dat roept onbehagen op. Het is zo willekeurig wat er gebeurt.’

Alles overziende, wat is het belangrijkste dat we de afgelopen 25 jaar hebben meegemaakt in Nederland?
‘De vernetwerking van onze samenleving, tegen de achtergrond van de drie i’s van Schnabel, individualisering, internationalisering en informatisering. We leven minder voor en binnen het collectief, we definiëren meer onze eigen positie. We zijn een Facebooksamenleving geworden: dit ben ik, op deze wijze ben ik bereid me te verhouden tot het geheel. Dat maakt me niet pessimistisch. Er gaat ook een interessante nieuwe dynamiek van uit. Er is een grotere bereidheid initiatieven te nemen. Burgers nemen deel, er is een enorme activiteit dankzij de nieuwe mogelijkheden van de netwerksamenleving.’

‘Moeten we het zoeken in de Grote Leider en het Grote Verhaal? Ik denk dat het de kunst is momenten te grijpen en de samenleving dynamisch te houden.’

Meer lezen?

Geluk Steeds meer landen meten het geluk van hun inwoners. Correspondent Sanne Blauw zoekt uit: wat zeggen die cijfers? Lees de collectie hier Heel veel Nederlanders hebben het ‘als dit zo doorgaat’-gevoel. Kijk maar in Ypenburg Veel Nederlanders hebben het ‘als dit zo doorgaat-gevoel’: als dit zo doorgaat, wordt studeren onbetaalbaar, ben ik de enige witte in mijn wijk, lig ik te creperen in een verzorgingstehuis. Je treft het gevoel in de buitenwijken van Nederland. Zoals Ypenburg. Lees het verhaal van Arjen van Veelen hier terug