De Europese Unie moet ‘het sterkst mogelijke signaal’ afgeven aan Rusland, aldus EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton. Na gistermiddag weten we wat die stevige taal inhoudt.

Dertien Russische en acht Oekraïnse functionarissen kunnen niet langer vrij reizen en hun banktegoeden zijn bevoren. Al te veel indruk maken deze sancties niet.

Tegelijkertijd probeert Europa duidelijk te maken dat ze kiest voor Oekraïne. Het land mag komende vrijdag het associatieverdrag tekenen met de Europese Unie. Precies dit verdrag stond aan de basis van de protesten in Oekraïne in november afgelopen jaar. Toenmalig president Janoekovitsj weigerde dit te tekenen, waarop duizenden Oekraïners in Kiev en andere steden de straat op gingen.

Maar wanneer we inzoomen op de Europees-Russische gasrelatie komt een heel ander beeld naar voren.

De economische grootmachten vinden elkaar juist in het verminderen van de strategische rol van Oekraïne als doorvoerland van gas. Europa heeft zelfs bitter weinig over voor Oekraïne: het snijdt het land de pas af met directe pijpleidingen naar Rusland. Stroomde in nog 80 procent van het Russisch gas via Oekraïne naar Europa, acht jaar later is en binnen tien jaar zal het land haar positie als gasdoorvoerland geheel kunnen verliezen. En dat heeft flinke nadelige gevolgen voor Oekraïne.

Zo veel mogelijk Russisch gas naar Nederland

In de steeds hechtere gasrelatie tussen de Europa en Rusland speelt Nederland als grootste gasproducent binnen de Europese Unie een belangrijke rol. Het heeft samen met Noorwegen een waarnemersstatus bij het waar het aan tafel zit met gasgrootmachten Rusland, Iran en Qatar. Die positie als voornaam gasland wil Nederland in de toekomst graag behouden, ook over veertig jaar wanneer onze eigen gasvoorraden zijn uitgeput. ‘Die Groningse gasbel is eindig. En als je pas naar de Russen toegaat als het gas op is, dan heb je geen onderhandelingspositie,’ zegt George Verberg, voormalig directeur van de Gasunie, dan ook.

‘Die Groningse gasbel is eindig. En als je pas naar de Russen toegaat als het gas op is, dan heb je geen onderhandelingspositie’

Verberg staat aan de basis van het eerste Nederlandse gascontract met het Russische staatsbedrijf Gazprom in 2000. Vanaf die tijd leveren de Russen gas. Niet omdat Nederland dat per se nodig heeft, maar als onderdeel van een strategisch samenwerkingsband. Gasunie levert opslagcapaciteit: het teveel aan geleverde Russisch gas wordt in de zomer opgeslagen in lege gasvelden in Drenthe en Groningen, zodat Gazprom ’s winters, als er meer vraag is, meer gas kan leveren aan Duitsland: de grootste afnemer van Russisch

Voor Nederland is dit gascontract de voorbode van de zogenoemde ‘gasrotondestrategie’ die vanaf 2005 door het ministerie van Economische Zaken is omarmd als icoon van het Nederlandse energiebeleid. Doel is om zoveel mogelijke internationale gasstromen naar ons land te halen, zodat Nederland zich geen zorgen hoeft te maken over leveringszekerheid en geld kan blijven verdienen met de handel in gas. Verberg: ‘We moeten onze pijpleidingen en gasopslag zo goed mogelijk een plek geven in Noordwest-Europa.’

Als hoogste baas van Gasunie in de periode 1988 tot 2004 staat hij ook aan de basis van de Nederlandse deelname aan de Nord Stream-pijpleidingen. Toen de Russen eind jaren negentig plannen maakten voor deze directe pijpleidingen naar Duitsland, ‘heeft Gasunie van meet af aan geprobeerd om daarbij betrokken te raken.’

Europa passeert Oekraïne, letterlijk en figuurlijk

De belangrijkste Europese voortrekker van het Nord Stream-project is de voormalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder. Hij tekende in 2005 het contract voor de bouw van de pijpleidingen. Een paar maanden later, na zijn vertrek uit de Duitse politiek, werd Schröder benoemd tot voorzitter van de Raad van Toezicht in

Een zeer bijzondere ontwikkeling aangezien het project veel vragen oproept. Zeker in Polen, Oekraïne en de Baltische staten omdat zij letterlijk gepasseerd worden door deze pijpleiding. De twee Nord Stream-pijpleidingen verbinden Rusland via de Baltische zee met Duitsland en hebben een jaarlijkse capaciteit van 55 miljard kubieke meter gas.

Volgens Julian Lee, energie-expert en Ruslandspecialist bij het Centre for Global Energy Studies in Londen zijn deze pijpleidingen ‘meer politiek dan economisch gemotiveerd.’ Een cruciaal moment was het gasconflict in januari 2006 tussen Rusland en Oekraïne. Gazprom verhoogde de gasprijs van 50 dollar naar 230 dollar per duizend kubieke meter (volgens de Russen conform Europese marktprijzen) en Oekraïne weigerde dit te Een paar uur nadat Gazprom de gaslevering richting Oekraïne stop had gezet, nam in een groot deel van Europa, waaronder in Duitsland en Frankrijk, de druk in de leidingen af met 30 procent.

De kwetsbare positie van Europa werd pijnlijk duidelijk. Volgens Lee, zo zegt hij in een telefoongesprek, ‘heeft het conflict gewerkt als een katalysator voor brede acceptatie van de bouw van nieuwe pijpleidingen. Eerst was Nord Stream een Duits-Russisch project. Na het gasconflict in 2006 sloten Nederland en Frankrijk zich erbij aan, waarmee het een Europees-Russisch project is geworden.’

Dat de bouw van Nord Stream minder afhankelijkheid impliceert van Oekraïne is voor zowel Rusland als Europa een belangrijke motivatie. Bij de opening in september 2011 zegt Poetin, dan premier van Rusland: ‘Oekraïne is lang onze traditionele partner geweest. Elk gasdoorvoerland kan uitgedaagd worden om misbruik te maken van zijn positie. Die exclusiviteit bezit de Oekraïne niet langer.’

Ook Schröder is die mening toegedaan. Op een bijeenkomst van werknemers van Wintershall (een van de Duitse aandeelhouders in Nord Stream) in de zomer van 2011 meldt de voormalige bondskanselier dat de onacceptabel hoge afhankelijkheid van Oekraïne als doorvoerland, ‘de reden is waarom dit pijpleidingproject van de grond is

Oekraïne is straks geen brug meer

In 2009 leidde een tweede conflict over de gasprijzen tussen Moskou en Kiev tot een volgend Russisch-Europees gasproject. Opnieuw werden de Oekraïners de pas afgesneden. Dit keer via de South Stream-route. Vanaf Rusland lopen de pijpleidingen, om Oekraïne heen, naar Italië.

De energiespecialist onderzoeker bij het Oxford Institute for Energy Studies, ziet hoe Europa de afhankelijkheid van Oekraïne steeds meer als probleem is gaan beschouwen. ‘Bij de gascrisis in 2006 werden er nog kritische vragen gesteld over de politieke acceptatie van Russisch gas en Gazprom als betrouwbare partner. Drie jaar later was er veel meer Europees begrip voor Rusland. De afhankelijkheid van Oekraïne was het probleem, zeker voor Zuid-Europa dat tijdens het conflict in 2009 even zonder gas kwam te zitten.’

In 2010 schreef ze een artikel over de gasdeal tussen Rusland en Oekraïne waarin een van de conclusies luidt: ‘In een extreem geval - wanneer er geen politieke overeenstemming komt tussen de EU, Rusland en Oekraïne over investeringen in het Oekraïense gasnet, dan kan Oekraïne uitgroeien tot gasdoorvoerland dat alleen gebruikt wordt als laatste

‘Wanneer alle vier de pijpleidingen van South Stream klaar zijn, rond 2020, heeft Gazprom de gasroute via Oekraïne helemaal niet meer nodig’

Dat extreme geval wordt nu werkelijkheid. In een e-mail schetst Yafimava het afnemende belang van Oekraïne als brug tussen Rusland en Europa. ‘Wanneer eind 2015 de eerste pijpleiding van South Stream klaar is, dan stroomt er nog 30 miljard kubieke meter gas via Oekraïne. Wanneer alle vier de pijpleidingen van South Stream klaar zijn, rond 2020, heeft Gazprom de gasroute via Oekraïne helemaal niet meer nodig.’

Dat betekent dat Oekraïne miljarden euro’s misloopt aan doorvoerheffingen en haar strategische rol als doorvoerland van Russisch gas verliest. Bij nieuwe conflicten over gasprijzen kan Rusland de gaslevering naar Oekraïne stopzetten zonder dat de Europese consument daar iets van merkt.

Zoals verwacht gebruikt Rusland ook op dit moment importtarieven met Oekraïne als machtsmiddel om het land onder druk te zetten. De gaskortingen die Rusland in april 2010 beloofde aan de onlangs verdreven Oekraïense president Janoekovitsj, in ruil voor verlenging van de militaire aanwezigheid op de marinebasis in Sevastopol, zijn ingetrokken. Oekraïne zit daardoor met een schuld van ongeveer twee miljard euro en is nagenoeg bankroet.

Volgens Julian Lee betaalt Oekraïne de prijs voor haar instabiliteit. ‘Europa kiest vooral voor energiezekerheid. Of dat hypocriet is? Nou ja, Europa zit in een lastige positie. Iedereen is afhankelijk van elkaar, maar dat de Oekraïners het door de steeds innigere Russisch-Europese samenwerking moeilijk hebben is vrij duidelijk.’

Ook in de komende decennia blijven we afhankelijk van Russisch gas. Alternatieven, zoals vloeibaar gas uit Qatar en Algerije, zijn nu nog veel te duur. Terwijl gas als veel schonere brandstof dan kolen en in combinatie met wind en zonne-energie hard nodig is om de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Niemand in Europa, en in Nederland al heeft er dan ook belang bij om president Poetin onder hoge druk te zetten. Alle publieke verontwaardiging ten spijt.

Dit artikel is een bewerking van een eerdere publicatie in De Groene Amsterdammer.