Een voetbalwedstrijd terugkijken met is een wonderlijke ervaring – je bekijkt dezelfde beelden, maar je ziet volstrekt verschillende dingen.

Scènes waarvan je denkt dat ze belangrijk zijn, vindt hij er niet zo toe doen.

Scènes die volstrekt onbelangrijk lijken, noemt hij cruciaal.

Dan stopt hij de video met een ferm tikje – pat! – op de spatiebalk van de laptop, spoelt hij de scène terug met felle tikjes op het toetsenbord – tik-tik-tik-tik-tik-tik – en speelt hij de video weer af, soms twee of drie keer, telkens dichter bij het scherm komend. Totdat hij zeker weet dat hij alle informatie die verstopt zat in die fracties van seconden heeft gedestilleerd.

‘Dit zijn de details die beslissend zijn’, zegt hij dan.

Het zijn geen scènes die de voetbalprogramma’s halen. Goals, kansen, overtredingen – Bosz is er niet wezenlijk in geïnteresseerd. Dat is voor de media en de fans.

Zijn aandacht gaat vooral uit naar de situaties vóórdat een kans ontstaat. Of, vaker nog, situaties dáár weer voor, als een kans nog ver weg lijkt, maar als wel omstandigheden gecreëerd hadden kunnen worden die tot kansen leiden.

Kleine handelingen die wel en niet goed gaan, die deurtjes openen of sluiten naar nieuwe handelingen, waardoor volgens Bosz ‘een wedstrijd kan kantelen’.

Tenminste: als niet het ene, maar het andere was gebeurd.

Een post-mortem van de belangrijkste wedstrijd van een Nederlandse club in tijden

Op deze manier keken we - VI-hoofdredacteur voetbalscout en ik - met Bosz opnieuw naar de Europa League-finale van 2017 tussen Ajax, door hem getraind, en Manchester United (0-2).

Het was de belangrijkste wedstrijd uit zijn carrière als trainer. Het was ook de belangrijkste wedstrijd van een Nederlandse club in tijden, en misschien wel de laatste keer ooit dat een Nederlandse club in de finale komt van een Europees toernooi. En het was een teleurstelling: Ajax verloor een saaie finale ogenschijnlijk kans- en machteloos.

Het was óók een wedstrijd die Bosz nog niet had teruggekeken. Normaal kijkt hij elk duel drie keer terug. Direct na afloop in de bus of in het vliegtuig, nog een keer ’s nachts bij thuiskomst op de bank, en een keer de ochtend erna op de club: kijken, stoppen, schrijven, terugspoelen, stoppen, kijken, stoppen, schrijven. En weer kijken.

Pas dan, als de hele wedstrijd scène voor scène is ontleed, trekt Bosz conclusies.

Na afloop van déze finale deed hij dat allemaal niet: het was Ajax’ laatste wedstrijd van dat seizoen en Bosz’ laatste wedstrijd als trainer van Ajax. Na de zomervakantie zou hij overstappen er viel niets meer te evalueren en te

Bosz over de finale: ‘Het was een boutwedstrijd. Ik heb op de bank geen moment zitten genieten’

En er was nog een reden waarom hij de wedstrijd niet had bekeken. Niet zozeer de nederlaag zelf van Ajax, met 0-2. Maar vooral de manier waarop de club verloor.

Bosz: ‘Het was een boutwedstrijd. Ik heb op de bank geen moment zitten genieten. Ik zag niet het Ajax dat in dat seizoen zo geweldig kon spelen. Daar ga ik dan niet nóg eens naar zitten kijken.’

Toch was dat precies wat wij graag wilden doen: deze historische finale door zijn ogen zien, scène voor scène, al zou hij er niet van genieten. We waren benieuwd naar het denk- en kijkproces van een toptrainer. Bovendien: de belangrijkste wedstrijd van een Nederlandse club in jaren verdient een zorgvuldig post-mortem.

Als werkloos trainer had Bosz wellicht tijd ons te woord te staan, hadden Pieter en ik onafhankelijk van elkaar bedacht. Bij een club worden trainers continu geleefd; tijd voor rustige interviews hebben ze niet. En dus trokken we naar Apeldoorn.

Een fractie van een seconde waarin de wedstrijd een andere afslag had kunnen nemen

De eerste tien minuten van Ajax-Manchester United zijn een parodie op topvoetbal – lange ballen, foute passes, chaos.

‘Dat zie je wel vaker. Alsof twee gladiatoren los worden gelaten en op elkaar inbeuken’, zegt Bosz. ‘Het is dan wachten tot de stofwolken zijn opgetrokken en de wedstrijd echt kan beginnen.’

Dat gebeurt in de tiende minuut. Er ontstaat iets van rust. En Bosz spot meteen iets dat beter had gekund.

Na 10 minuten, 1 seconde speeltijd: Ajax heeft balbezit, zoekt naar een afspeelmogelijkheid en passt uiteindelijk naar linksback die onder druk komt van en de bal terugspeelt op De Ligt.

Pat! – Bosz stopt de video via de spatiebalk.

Bosz spoelt de video terug en speelt de scène af – tik-tik-tik-tik-pat – als een rechercheur op de plaats delict. Dan legt hij uit: op het moment dat De Ligt de bal speelt, staat Riedewald verkeerd ingedraaid, waardoor hij de bal met de buitenkant van zijn linkervoet moet aannemen.

Zo’n lichaamshouding, zo’n tikje, maakt dat echt zoveel uit?

Volgens Bosz wel.

Wat Riedewald had moeten doen, zegt Bosz, is met zijn gezicht schuin naar voren staan, ‘open staan’, in jargon. Dan had hij de bal met binnenkant voet kunnen aannemen, had Mata hem moeilijker onder druk kunnen zetten, had hij tijd gehad om aan te spelen, was te laat geweest om die bal te onderscheppen en had Schöne verder naar voren kunnen spelen.

Als dat was gebeurd ‘kunnen we verder’, zegt Bosz. ‘Dan ben je drie man kwijt, en kom je toe aan voetballen.’

‘Vooropgesteld: ik neem het [Riedewald] niet kwalijk’, licht Bosz toe. ‘Het is maar één bal. Maar als je zo’n bal anders aanneemt [en naar Schöne passt], kun je de wedstrijd laten omslaan.’

Het is speltheorie op het voetbalveld. De Ajax-middenvelders worden voortdurend gevolgd door een menselijke schaduw in Manchester United-shirt. Elk moment waarop United-spelers daarin verzaken, moet Ajax benutten. Daarom begint Bosz zo fanatiek op de spatiebalk te drukken. Riedewald laat de kans liggen om de bij Fellaini ontsnapte Schöne in te spelen.

Doe je dat twee keer goed, zegt Bosz, dan werkt dat door in de rest van de wedstrijd. ‘Dan schrikken zij [United]. Dan denken ze: hé, die gasten kunnen en durven écht te voetballen. Dan zetten zij minder druk en krijgen wij meer ruimte.’

Voetbal volgens José Mourinho: de nep-aanval als de beste verdediging

Vanaf dat moment, als de stofwolken zijn opgetrokken, vanaf de tiende minuut dus, voltrekt de wedstrijd zich volgens herkenbare patronen.

Sterker: volgens voorspelde patronen. Manchester United speelde de finale precies zoals Ajax verwachtte. Dat was het werk van Tonny Bruins Slot.

bespioneert voor Ajax toekomstige tegenstanders. Zijn analyses zijn gedetailleerd, zijn presentaties aan de trainersstaf Maar, zegt Bosz, ‘zijn analyses klopten altijd’.

Bruins Slot had de opstelling van - wie er waar speelde - perfect voorspeld. Daarnaast deed hij twee voorspellingen over Uniteds tactiek. De eerste: United zou niet opbouwen van achteruit, maar in plaats daarvan lange ballen spelen naar de grote Belgische middenvelder Marouane Fellaini.

De lange ballen op Fellaini waren minder onderdeel van een aanvals- dan van een verdedigingsplan. Het doel was het omzeilen van Ajax’ sterke punt: het afpakken van de bal op de helft van de tegenstander terwijl die een aanval probeerde op te zetten. Daaruit schiep Ajax het hele seizoen kans na kans.

Hoe je die kansen voorkomt? Voor de trainer van Manchester, was dat geen moeilijke vraag. Probeer gewoon géén aanval op te bouwen – en peer de bal direct naar voren richting je sterkste kopper, die eventueel spits zou kunnen bereiken.

Verfijnd is het niet, functioneel wel. En het stelde Ajax voor een probleem: wat moest het doen tegen een van de beste koppers ter wereld?

Het voetbalbarbarisme dat niet werkte (en ook weer wel)

Bosz besloot tot een tactiek van gecontroleerd verlies.

Kopduels winnen, dat mocht Fellaini best van Bosz. Dat was ook nauwelijks te voorkomen, maar bovenal geen ramp, zolang hij maar flink werd gestoord. Want dan is het zelfs voor iemand als Fellaini lastig een bal richting te geven en – in jargon – ‘speelklaar’ neer te leggen voor een ploeggenoot.

Wat absoluut níet mocht gebeuren van Bosz: dat Fellaini de bal op de borst zou aannemen – gecontroleerd dus – en daardoor een inkomende ploeggenoot nauwkeurig zou kunnen aanspelen. Want die kon dan een gevaar worden.

Bruins Slots voorspelling van Uniteds tactiek bleek adembenemend precies. Vanaf de eerste tot de laatste minuut speelden Uniteds keeper en verdedigers naar Fellaini.

Om zijn afkeer te benadrukken, tikt Bosz op een zeker moment op de spatiebalk van de laptop, om het beeld stil te zetten. ‘Drie keer raden wat hij [United-keeper Sergio Romero] met deze bal gaat doen’, zegt hij dan, spottend.

En ja hoor, weer een lange haal richting Fellaini – puur voetbalbarbarisme, in de ogen van Bosz. En Fellaini wint liefst veertien kopduels. Eentje daarvan leidt, via nog twee kopduels, tot de corner van waaruit United na rust de 2-0 scoort. Maar of dat een verdienste van de tactiek is?

Want verder ontstaat er geen gevaar uit dit barbarisme: gedisciplineerd springt er altijd wel een Ajacied, meestal Lasse Schöne, tegen Fellaini aan zodat hij nauwelijks richting kan geven aan zijn kopballen. Bovendien staan er tal van Ajacieden in de buurt om de van Fellaini’s hoofd afkomstige bal te veroveren. ‘Klein maken’, noemt Bosz dat in jargon.

Pas in de 54ste minuut lukt het Fellaini voor het eerst een bal op zijn borst aan te nemen – maar ook dan ontstaat er geen gevaar.

Kortom: Ajax had – anders dan voetbalanalisten achteraf – verdedigend nauwelijks last van Fellaini. Maar toch kun je zeggen dat United succes had met de lange bal: door amper een aanval op te bouwen, kon Ajax zijn grote wapen, het vroeg verstoren van zo’n opbouw, niet in stelling brengen.

Sterker: Ajax, dat het hele seizoen een machine voor het scheppen van kansen was, vormde zelf tot 20 seconden voor het eind van de wedstrijd nauwelijks een gevaar voor United.

En dat kwam door een tweede tactische zet van Mourinho, die Tonny Bruins Slot ook weer correct had voorspeld.

Voetbalsadisme à la José Mourinho: geef Davinson Sánchez de bal en laat hem lijden

Ajax-Manchester United was de finale van de Europa League 2017. Maar Ajax-Manchester United was ook, met wat fantasie, iets anders: een sadistische film met Davinson Sánchez in de lijdende hoofdrol.

Dat zit zo.

De tweede voorspelling van Tonny Bruins Slot – aldus Bosz – was dat Manchester United de bal grotendeels aan Ajax zou gunnen. En dat het – meer specifiek – de bal zou opdringen aan Ajax’ Colombiaanse verdediger.

De methode die het daarvoor hanteerde, was simpel. Elke keer als Ajax een aanval opzette, stond United-spits Marcus Rashford bij Matthijs de Ligt, die daardoor niet aanspeelbaar was. Doordat de weg naar De Ligt afgesloten was, kwam de bal vrijwel automatisch terecht bij – een relatief zwakke passer.

Met zijn snelheid is Sánchez het perfecte tegengif: hij kan counters onschadelijk maken

Nieuws was dat niet. In één opzicht was Sánchez een ideale verdediger voor een Peter Bosz-ploeg: hij is snel. Bosz’ ploegen hebben veel balbezit op de helft van de tegenstanders. Daardoor ontstaat er veel ruimte achter de verdediging. Sánchez is daarvoor met zijn snelheid kan Sánchez counters onschadelijk maken.

Wat hij niet zo goed kan, is zélf iets met de bal doen. Lange ballen met de wreef, dat doet hij redelijk. Maar middellange passes, met de binnenkant van zijn voet, precies gericht, in drukke zones op het veld – de passes die Bosz’ teams nodig hebben – daar heeft Sánchez moeite mee.

Niet dat Sánchez er niet op trainde. Vrijwel dagelijks was hij voor of na de training bezig met een simpele oefening die Bosz hem had gegeven. Hij gaf harde, vlakke passes, richting een klein vak. Daarin stond zijn maatje, de aanvaller die trainde op het speelklaar neerleggen van zulke passes. Bereikte de pass het vlak niet, won Cassierra een punt. Controleerde Cassierra de bal slecht, had Sánchez een punt.

Maar ondanks alle oefening bleven zulke passes een zwakke plek van Sánchez. En de trainer van Manchester United, José Mourinho, wist dat uiteraard. Mourinho’s carrière valt, ietwat kort door de bocht, samen te vatten als Zoek minutieus naar de relatieve zwakte van de tegenstander - hoe minuscuul ook - en pas daar je strijdplan op aan.

In dit geval: geef Davinson Sánchez alle ruimte om zijn zwakte te tonen. Anticipeer op slechte passes. Sla toe.

Hoe Davy Klaassen met zijn lichaamshouding Sánchez had moeten sturen

De eerste 20 minuten van de wedstrijd legt Mourinho het allemaal pijnlijk bloot: Davinson Sánchez is heel goed in voetbal – behalve als hij zelf de bal heeft.

Telkens krijgt Sánchez van United alle tijd iets met de bal te doen, zelden lukt het hem de bal naar voren te spelen conform Bosz’ aanvalsmodel: naar de aanvallende middenvelders of of naar spits die de bal dan voor hen speelklaar legt.

Bosz zat op de bank te balen. Met elke foute pass zag hij het zelfvertrouwen van Sánchez dalen. ‘Maar dit is niet Sánchez’ kwaliteit, ik neem het hem niet kwalijk. Wij moeten hem meer opties geven om de bal kwijt te kunnen.’

Maar hoe?

Bij 22 minuten, 46 seconden, ‘gunden’ de wrede Engelsen Sánchez weer eens de bal. Je voelt de stress als hij de helft van United indribbelt: waar moet hij heen met de bal? Uiteindelijk passt hij hem recht in de voeten van tegenstander

Bosz zet het beeld stil – pats, tik-tik-tik-tik-tik-tik, pats, tik-tik-tik-tik-tik-tik – en analyseert de situatie. Zijn blik richt zich niet op Sánchez: zoals vaker is de man met de bal in Bosz’ ogen niet degene die bepaalt wat er gebeurt. Hij wijst op middenvelder Davy Klaassen. Hoe is zijn lichaamshouding?

In deze situatie had Sánchez de bal op spits Dolberg moeten spelen, zegt Bosz. Wat dat te maken heeft met Klaassen?

Klaassen had dat met zijn lichaamstaal duidelijk kunnen maken aan Sánchez. Hij had zó moeten staan dat hij de bal van Dolberg kon ontvangen nadat Dolberg de bal van Sánchez had gekregen – hij had een stap vooruit moeten denken dus. (Hij was, in jargon, ‘de derde man’.)

Dat is wat had moeten gebeuren. In werkelijkheid gebeurde iets anders: Klaassen stond zo ingedraaid dat hij aanspeelbaar was voor Sánchez. En dat gaf Sánchez ruimte voor twijfel, twijfel die leidde tot een verkeerde pass.

Als Klaassen zich aanspeelbaar had gemaakt voor Dolberg in plaats van voor Sánchez, door zijn lichaam naar voren te draaien, had hij als het ware Sánchez kunnen aansturen naar Dolberg te schieten.

‘Dit is misschien wat veel gevraagd’, zegt Bosz, onze gedachten feilloos lezend. ‘Maar dit zijn wel de details waar het om gaat.’

Ajax creëerde niets. United ook niet. Maar het maakte wel twee doelpunten

Het grootste deel van de wedstrijd vertoonde dit beeld: United neutraliseerde de aanvallende bedoelingen van Ajax, met de lange ballen op de lange, sterke kopper Fellaini en het sadisme jegens Sánchez. En Ajax neutraliseerde de quasi-aanvallende intenties van United door Fellaini te bestrijden.

Het resultaat: een wedstrijd die voelt als een patstelling van negentig minuten plus extra tijd.

Die patstelling wordt uiteindelijk doorbroken door twee ‘schijtgoals’, om de woorden van Bosz te gebruiken. Niet via een lange bal op Fellaini, niet na een counter na balverlies van Sánchez, maar… Ja, waaruit eigenlijk?

Mourinho zou vermoedelijk zeggen dat alles precies zo verliep als de bedoeling was - voorkom fouten, speel gedisciplineerd en profiteer van de toevalligheden die in elke wedstrijd ontstaan.

Voor Bosz - die van nature niet wil reageren op wat er gebeurt, maar wil bepalen wat er gebeurt - komen de goals uit het niets.

In de 18de minuut neemt Jaïro Riedewald een inworp. De bal glipt uit zijn handen. Daarna ontstaat er een kettingreactie die leidt tot het eerste doelpunt van United. Bosz patst en tikt en patst en tik-tik-tik-tikt, maar een serieus voetbalmisdrijf van een van zijn spelers kan hij niet ontwaren.

Bosz ziet vooral een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Met als negatieve climax een schot van dat naast zou zijn gegaan, maar zo van richting veranderd wordt door Sánchez dat kansloos is.

‘Wat een schijtgoal.’

Vlak na rust valt de tweede United-treffer. Een halve omhaal van Henrikh Mkhitaryan uit een corner. ‘Hoe verzin je het?’, brengt Bosz uit als hij de herhaling ziet. ‘Mkhitaryan staat vol in de dekking, maar hij is gewoon assertiever dan

Maar iets echt verwijtbaars, een schending van afspraken door zijn spelers, nee, dat ziet hij niet.

Daarna gebeurt weinig meer wat van belang is voor de uitkomst. Vlak voor tijd krijgt Ajax zijn enige échte kans van de wedstrijd met het schot van maar zelfs als de Braziliaan gescoord had, was het niet meer spannend geworden.

Het Plan B dat Bosz niet had…

Na de overwinning kon winnend coach Jose Mourinho het niet laten te sneren naar Bosz en andere proponenten van aanvallend balbezitvoetbal.

‘Er zijn heel veel poëten in het voetbal’, de Portugees, ‘maar die poëten winnen niet veel titels. We wisten dat we beter zijn dan zij en wij maakten gebruik van hun zwakheden.’

De quote bepaalt dat over de finale ontstaat: het hyperaanvallende Ajax dat zich slecht had voorbereid en weigerde zich aan te passen, waardoor het in de val trapte die Manchester United en de sluwe Mourinho hadden gezet.

Het humeur van Peter Bosz betrekt als we beginnen over een mogelijk Plan B. De wenkbrauwen gaan omlaag, de lach is weg

Slecht voorbereid was Bosz echter niet. Zo was de tactiek van United om de lange bal naar Fellaini te spelen voorspeld, en Ajax had er zelfs op getraind. Maar had de ploeg dan niet anders kunnen spelen? Bijvoorbeeld door wat te husselen in de opstelling? Dat kan soms helpen om een patstelling te doorbreken.

Maar zo’n Plan B was er niet.

Het humeur van Peter Bosz betrekt als we het gesprek die kant op proberen te duwen. De wenkbrauwen gaan naar beneden. De lach is even weg. Geen enthousiast tik-tik-tik, pats-pats-pats door scènes in wedstrijden, maar korte en afgemeten antwoorden.

‘Naïef? Daar moet ik om lachen.’

‘Het gaat erom dat je Plan A goed uitvoert. Zó zijn we in de finale gekomen.’

‘Wat had dat Plan B dan moeten zijn? De lange bal spelen? Dat had geen enkele zin tegen Manchester United.’

...maar wel had willen hebben.

En toch had Bosz graag een Plan B willen hebben. Dat was althans zijn ambitie toen hij in de zomer van 2016 bij Ajax begon: hij wilde dat de ploeg twee systemen zou beheersen. Voor het geval dat.

Bij de club die hij voor Ajax trainde, Maccabi Tel Aviv, ervoer Bosz hoe leuk het kan zijn om tactisch te variëren. ‘Jordi Cruijff [destijds technisch directeur van Maccabi] moedigde me aan in verschillende formaties te spelen. Zo hebben we een aantal keer in de rust wedstrijden kunnen kantelen.’

Bij Ajax probeert hij daarom in de voorbereiding eveneens verschillende systemen in te slijpen. ‘Geen Plan B zoals veel mensen dat voorstellen – totaal iets anders doen dan waar je goed in bent – maar dezelfde principes toepassen in een ander systeem.’

Het lukt Bosz en Ajax niet om tot zo’n Plan B te komen. En dat komt ook omdat Bosz’ Plan A in het begin van het seizoen nauwelijks werkt. Ajax wordt uitgeschakeld en loopt in de competitie een achterstand op. De kritiek in de media zwelt aan.

Eind september 2016 Bosz zijn gedroomde elftal en Plan A. De ploeg gaat draaien. Maar tijd om te werken aan een tweede speelwijze is er daarna nauwelijks meer. Ajax speelt dat seizoen 56 officiële wedstrijden. Dat betekent dat trainingen vooral worden benut ‘om de speelwijze [Plan A] door te ontwikkelen en specifieke accenten aan te stippen met het oog op de [aanstaande] tegenstander. Meer is niet mogelijk.’

Had een Plan B een middel kunnen zijn om het noodlot in de finale af te wenden?

Niet volgens Bosz. Dezelfde Bosz die aan het begin van het seizoen de intentie had in verschillende formaties te spelen, claimt nu dat dit tegen Manchester United niet geholpen zou hebben.

‘We hebben die finale gehaald dankzij onze manier van spelen. De reden dat we verloren hebben, is vooral dat we die speelstijl tegen United niet zo goed uitgevoerd hebben als we kunnen.’

Een trainerscliché dat opeens begrijpelijk klinkt

Voorafgaand aan de vier uur lange sessie waarin we de finale hebben teruggekeken, was die uitspraak overgekomen als een dooddoener.

Inmiddels begrijpen we beter wat trainers als Bosz daarmee bedoelen: een aaneenschakeling van details die als geheel grote gevolgen hebben. Details die Bosz – tik, tik, tik, pat – geduldig heeft toegelicht.

Jaïro Riedewald die nét niet goed gedraaid staat om vooruit te kunnen spelen. Davy Klaassen die zich niet zo positioneert dat hij met zijn lichaamstaal aan de worstelende Davinson Sánchez vertelt wat hij moet doen: Kasper Dolberg diagonaal inspelen. Een schot van Paul Pogba dat naast zou zijn gevlogen, maar van richting veranderd wordt, en de 1-0 oplevert – waarna United alleen nog maar

Soms ís er geen groter verhaal, geen makkelijk zwart-wit-narratief, geen sweeping statement om een wedstrijd te verklaren of de verliezende coach te bekritiseren.

‘Het was kansloos’, zegt Bosz. ‘Maar niet omdat we zijn weggespeeld. Het was kansloos omdat we geen kansen creëerden.’ Vooraf dacht hij dat veel spelers hun niveau niet haalden in de finale. ‘Maar, denk ik nu ik deze hele wedstrijd weer heb gezien: ik heb mijn spelers tekort gedaan.’

‘We creëerden te weinig, maar niet omdat we overspeeld zijn.’ Bosz pauzeert even. ‘Zegt deze dichter.’ Weer is hij even stil. ‘Maar we hadden deze finale nooit mogen verliezen. En ook niet hoeven verliezen. We hadden hem kunnen winnen. Ik zie dat er mogelijkheden zijn geweest. Maar omdat je geen kans gecreëerd hebt, is dat moeilijk voor te stellen.’

Meer lezen?

Je moet de bal verspelen, anders kun je niet scoren Bosz leerde veel van Pep Guardiola in diens tijd als trainer van FC Barcelona. Guardiola wilde dat zijn ploeg de bal direct na balverlies weer veroverde, en coachte daar fanatiek op. Juist op dat moment, als de tegenstander weer aan aanvallen denkt, is hij kwetsbaar als hij de bal verliest. De Duitse trainer Jürgen Klopp gaf deze speelstijl een naam en populariteit bij Borussia Dortmund: Gegenpressing. Met name Duitse ploegen zijn goed geworden in deze speelstijl, die inmiddels tot het standaardrepertoire van veel trainers hoort. Lees het artikel hier terug. Hoe Peter Bosz Ajax veranderd heeft In mei 2017 analyseerde ik met trainer Sjors Ultee al het spel van Ajax onder Bosz. Ploegen van Bosz bruisen doorgaans van energie en drang naar voren, maar er zit aardig wat denkwerk en trainingsarbeid achter. Lees het stuk hier terug.