Sorry God, ik weet dat jij er eerder bij was.

Maar de enige die tijdens carnaval in wordt aanbeden, is Knillis. Een boer van papier-maché op een sokkel, symbool voor het belangrijkste uitgangspunt van ons carnaval: we zijn allemaal boeren, niemand is meer of minder dan de ander.

Knillis’ onthulling op de markt op zondagmiddag luidt het begin van carnaval in. Zijn begrafenis op dinsdagnacht betekent het einde. Dat mag je letterlijk nemen. Tienduizenden mensen huilen met lange halen, blazen handkusjes naar de man in kiel, prevelen schokschouderend wat ze de afgelopen drie dagen hebben meegemaakt tegen de persoon die toevallig naast ze staat en beloven, elkaars handen fijnknijpend, dat ze hier volgend jaar weer precies zo zullen staan.

Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)

Natuurlijk speelt drank een rol in dit drama. Toch is de voornaamste reden van het snikken: met het einde van carnaval komt elk jaar ook een einde aan een driedaagse utopie, maar dan eentje die echt bestaat.

Al vanaf de middeleeuwen wordt carnaval gevierd, toen ter bevrijding van alledaagse sores en een constante angst voor de duivel. Die duivel is verdwenen, maar drie dagen vol mateloosheid voelen nog altijd als een bevrijding. Wat is, in deze tijd van groeiende ongelijkheid, van polarisatie en wantrouwen, fijner dan drie dagen ronddolen in een vacuüm dat zich niets aantrekt van geldende normen?

Oeteldonks carnaval – over elk ander carnaval kan ik niets zeggen, ik zal het nooit meemaken – is een wereld waarin iedereen gelijk is. Waarin het mogelijk is écht te ontsnappen aan het dagelijkse leven. Waarin de aandacht voor elkaar zo oprecht is dat je er de rest van het jaar op kunt bouwen.

Hoe dat eruitziet?

Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders
Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders

1. In Oeteldonk is iedereen gelijk

Eerst maar de paradox benoemen: op het Oeteldonkse gelijkheidsbeginsel valt natuurlijk van alles af te dingen. De boodschap naar buiten toe is: niet-Oeteldonkers zijn welkom, maar je moet je wel aanpassen. Dat klinkt bekend, ik weet het.

Gelukkig blijven de toegangseisen in dit geval beperkt: verkleed je niet, maar draag een sjaal in de stadskleuren rood-wit-geel en roep onder geen beding

Dat betekent niet dat carnaval voor iedereen is. Als je niet houdt van hoempapamuziek – hoewel ik me dat bijna niet kan voorstellen – zal het bijvoorbeeld beduidend lastiger worden jezelf over te geven. Ook voor wie geen alcohol drinkt ligt de drempel hoger. Ik zou willen zeggen: ‘Carnaval draait niet om drank’, maar de verzachting en vertekening van alcohol helpen je wel opgaan in de horde.

Foto’s: Jan Mulders
Foto’s: Jan Mulders

Dat Oeteldonk inclusief is mag je, zoals zo’n beetje alles tijdens carnaval, licht ironisch uitleggen. Weinig dingen exclusiever dan een feest dat aan elkaar hangt van lokale gebruiken. Dat weerhoudt carnavalstoeristen er overigens niet van de trein naar Den Bosch te nemen: dit is het meest noordelijke zuiden en trekt, vooral op zaterdag, meer dan genoeg

Waarom ik ondanks die exclusieve inclusiviteit tóch durf te stellen dat gelijkheid een van de pijlers van het Oeteldonkse carnaval is?

Verschillende redenen. Zo is er gratis eten voor iedereen. Roggebrood met zult, erwtensoep, worstenbroodjes, balkenbrij en stamppot gaan rond op grote schalen op straat en in de kroeg. Vasten na carnaval, zoals het oorspronkelijk hoorde, doet niemand meer. Den Bosch werd jaren achtereen uitgeroepen tot en tijdens carnaval wordt die gastvrijheid meer dan ooit in de praktijk gebracht. Op deze dagen zorgen we voor elkaar en hoeft niemand honger te hebben.

Zo gul als met eten is de Oeteldonker ook met drank, sigaretten, muntjes voor het toilet, lippenstift, ibuprofen, kauwgom en het logeerbed. De onderlinge (h)erkenning is deze dagen groot en geen verzoek te veel gevraagd. Immers: je bouwt collectief aan dezelfde ervaring, vult samen een warm bad.

Daarom is de sociale controle groot, op iedereen wordt gelet. Niemand die blijft liggen na een beschonken val, geen kind dat wordt verdrukt tijdens de optocht, geen oudere die er niet langs mag met zijn of haar karretje. Carnaval is niet elegant, maar galant des te meer.

Foto’s: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto’s: Jan Mulders (voor De Correspondent)

Minstens zo belangrijk: in Oeteldonk draagt iedereen hetzelfde. Een kiel of een jas versierd met emblemen en kikkers (Den Bosch werd ooit gebouwd boven op een moeras) en, zoals gezegd, een sjaal in de stadskleuren rood-wit-geel.

Daarmee voorkom je outfits als ‘sexy Pino’ of ‘gebruiktemaandverbandninja’ en ontmoedig je mensen die anders verleid worden te komen in ‘indiaantje-beige voor dames’ of in black- of yellowface.

En er is de officiële reden voor het kostuum, zoals vastgesteld door tijdens carnaval vieren we dat iedereen evenveel waard is. Zelfs de burgemeester levert de sleutel van de stad tijdelijk in; de stad wordt ontdaan van elke vorm van hiërarchie.

Voor heel even zijn de rechter, vuilnisman, kunstenaar, callcentermedewerker, ambtenaar, betontimmerman, VVD’er en SP’er niet van elkaar te onderscheiden. Voor gesprekken gaat het bekende kerstdinerdevies op: praat niet over politiek of religie en mensen kunnen plots prima met elkaar overweg.

Ten derde: ken je dat gevoel van met tigduizend man op een plein – iedereen getooid in knaloranje en niemand die daar mooier van wordt – smachtend naar een WK-finale kijken?

Dat.

Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)

2. In Oeteldonk bestaat de buitenwereld niet

Keizerspinguïns broeden in de Antarctische vrieskou en snijdende wind. Dus schurken ze tegen elkaar aan, de vinnen in elkaar gehaakt, tot er een schild van vogels ontstaat dat zichzelf beschermt tegen invloeden van buitenaf – de huddle. Carnavallende Oeteldonkers, die zijn de huddle. De koude wind, dat is de rest van de wereld.

Vakanties, festivals, retraites: ook mogelijke vluchten uit de realiteit, maar onvergelijkbaar met het socioculturele vacuüm dat Oeteldonk heet. Door de aandacht naar binnen te richten ontspant de stad, verlegt ze haar prioriteiten, wordt ze creatief. Bouwt ze praalwagens, schrijft ze verhalen, tekent ze emblemen, componeert ze liedjes, versiert ze zichzelf.

Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)

E-mail en werk bestaan niet. Treinen die naar andere steden gaan bestaan niet. Post openen bestaat niet. Bonuskaarten bestaan niet. Nieuws bestaat niet, het weerbericht dan weer wel. Ziekenhuizen draaien aangepaste roosters, gemeentebedrijven vieren op vrijdagmiddag kantoorcarnaval en sluiten dan verplicht de deuren tot woensdag.

‘De donkere dagen na kerst’ slaan we over. Kerstballen terug de kast in, boerenkiel eruit. Al vanaf 11 november, d’n Elfde van d’n Elfde, is er elk weekend wel ergens een voorcarnavalse viering, denk: cabaret in dialect, muziek op straat. In de weken voorafgaand aan carnaval steeds vaker.

De stad begint zich op te maken. Van bouwmarkt tot fourniturenzaak: overal ligt rood-wit-gele koopwaar in de etalage, bakkers verkopen kikkertaartjes, elke supermarkt gooit minifrikandellen en blikbier in de aanbieding. Bij de kleermaker in de straat gaat het licht pas rond middernacht uit, tot die tijd naait hij emblemen op kielen en jassen. Tientallen ervan hangen op de anders goeddeels lege rekken achterin.

Wat er vanbinnen gebeurt in de week voor het daadwerkelijke carnaval, laat zich het beste vergelijken met domweg verliefd zijn. Alleen al de gedachte aan wat komen gaat veroorzaakt een kriebel die net onder je navel begint en zich verspreidt tot rond je kruin. En overal zijn voortekenen: elke toevallige combinatie van de stadskleuren zorgt voor vlinders. Zo ben ik sinds kort dol op wegversperringen en hun overdaad aan rode, witte en gele verkeersborden…

Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)

Munne hemel op aarde

Als carnaval een ballon is die na drie dagen wordt doorgeprikt, dan is de knoop in die ballon de muziek. Alles dat wordt gedraaid, uren achtereen, dagenlang, is Oeteldonks. Oeteldonkse liedjes, in het Oeteldonks gezongen, geschreven of bewerkt door Oeteldonkers, gespeeld door een Oeteldonkse dweilband of fanfare. Een passender soundtrack kun je je niet bedenken, de muzikanten weten precies hoe het voelt.

Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders
Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders

Denk aan van Johnny Hoest en Belinda Light, of nummers als en Rode draad: elk lied toont hoe sterk de traditie

En voor dat zeldzame heldere moment tussendoor, waarop je confetti uit je onverklaarbaar natte sjaal staat te plukken en je je afvraagt wat je in vredesnaam aan het doen bent, is er altijd nog dit nummer van Sophie Peeters uit de

‘t Is overal zo vol en ik kèn munne mens nie veinde
Ik wou de’k thuis zat bij dun hond en bij de keinder
’k Wor ziek van de muziek
van dè gejank, die stank van drank
Zat ik mar thuis, veur m’n buis
mee beide bene op de bank.

Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)

3. In Oeteldonk ontmoet je iedereen, de hele tijd

Stel je het volgende voor. In de komende drie dagen ontmoet je iedereen die je ooit gekend hebt. Iedereen is moe. Iedereen is dronken. En iedereen komt ook al dagen iedereen tegen die ze ooit gekend hebben.

Je bent met je vader en je moeder. Je broers en zussen. Je lief. Je schoonlief. Zijn of haar vader en moeder. Al je vrienden. Hun broers en zussen, kappers en voetbaltrainers. Hun ouders en/of kinderen, toekomstige liefdes, lopende affaires. Iedereen met wie je ooit op school hebt gezeten, al je oude bazen en collega’s. Alle exen van iedereen ooit, alle mensen die je nooit meer ziet omdat zij buiten Brabant zijn gaan wonen, of omdat je er zelf niet meer woont.

Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders.
Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders.

Nieuwe baby’s, hun oren bedekt met industriële gehoorbescherming, worden trots doorgegeven langs de intocht. Op in het afgelopen jaar overleden opa’s en oma’s, vaders en moeders, vrienden en partners wordt geproost. Verloren liefdes worden opnieuw aangewakkerd of mogen eindelijk rusten.

Herkenning. Confrontatie. Begeerte. Humor. Oud zeer, nieuw zeer, zeer dat je nu achter je kunt laten, zeer waarvan je niet wist dat het er was. In Oeteldonk loopt het verleden altijd met je mee, een onderdeel van je persoonlijke optocht.

In het heden plassen vaders per ongeluk over de schoenen van portiers, staan ouders als tieners te tongen, spoel je per ongeluk een briefje van vijf door nadat je het aanzag voor toiletpapier, ontdek je nog meer redenen om dol te zijn op je vriendin, wordt broederliefde uitgesproken, uitgeschreeuwd, uitgespuugd en wordt het fundament gelegd voor relaties waarin over twintig jaar nog vertekende versies van deze dagen worden herhaald.

Alleen onder voorwaarde één en twee – gelijkheid, bescherming – kan dit derde, meest ingrijpende deel van carnaval bestaan: de mensen die het vieren, en wat ze met elkaar doen.

Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders.
Uit de serie ‘Ons Moeder’ door Jan Mulders.

Plat, dwaas, geborgen, oprecht

Carnaval in Oeteldonk. Is het plat? Ja hoor. Dwaas? Zeker. Maar ook: geborgen, oprecht. Een stad die elk jaar drie dagen lang iedere pretentie laat varen en waar mensen zo blind op elkaar vertrouwen dat ze collectief onnozel mogen zijn, is sterk.

Wie vol overtuiging viert, vindt de rest van het jaar op de meest onverwachte plekken confetti

Natuurlijk snap ik dat Oeteldonk niet voor iedereen werkt. Dat er scherpe randjes zitten aan de voorwaarden. Dit is niet voor iedereen. Dit is niet de hemel. Maar veel dichterbij zul je volgens veel Oeteldonkers bij leven niet komen.

Carnaval in Oeteldonk is dinsdagnacht, vlak voor de begrafenis van Knillis, met duizenden mensen op de markt staan, door drank, vermoeidheid en sociale overbelasting afgeschuurd tot op hun meest eerlijke, kwetsbare, morsige kern – en dat die mensen zich dan niet veroordeeld voelen, maar omarmd.

Er wordt een laatste keer geproost, dan gehuild, dan geslapen. Oeteldonkers, intussen weer Bosschenaren geworden, openen na hun roes de ogen in een stad waarin carnaval nooit ver weg is. Want wie vol overtuiging viert, kan erop rekenen de rest van het jaar op de meest onverwachte plekken confetti te vinden.

Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)
Foto: Jan Mulders (voor De Correspondent)

Meer lezen?

Iemand die ik niet ken onder een Tilburgs balkon: tierende Tony Af en toe schrijf ik over een moment dat ik deelde met iemand die ik niet ken. Ditmaal: een nachtelijk hoorspel onder een Tilburgs balkon, met in de hoofdrol Tony, die zijn woede niet kan inhouden. Lees het verhaal van Vera hier terug Religie gaat niet over aanbidden, maar over helpen, vindt deze priester. Dat kan in de kerk, maar ook in de botsauto’s Priester Bernhard van Welzenes (77) is de geestelijke voor de kermis-, circus- en binnenvaartgemeenschap van Nederland. Hij preekt vanuit de botsauto’s en op zijn eigen schip, maar bovenal helpt hij zijn gemeente met praktische zaken. ‘Als meer Nederlandse priesters zo dachten, zouden de kerken misschien wat minder leeg zijn.’ Lees het verhaal van Vera hier terug