een of andere lokale weet op te zwepen met een toespraak die totaal onzinnig klinkt, vragen veel mensen zich in hun eigen taal af: Zijn dit mijn landgenoten?’

Mensen in Turkije, die zichzelf al bijna twee decennia deze vragen stellen, en getuige zijn geweest van de geleidelijke politieke en morele ondergang van hun land, vallen terug in een andere gevaarlijke gedachte:

Die vraag staat voor de uiteindelijke verslagenheid van de menselijke geest, en het vergt vreselijk veel tijd en moeite om te begrijpen dat het feitelijk de verkeerde vraag is.

Het doel van Verloren land is lezers ervan te overtuigen zichzelf die tijd en marteling te besparen en ze te laten zien hoe ze de terugkerende patronen van het populisme kunnen herkennen, zodat zij er misschien beter op voorbereid kunnen zijn dan wij in Turkije waren. Hieronder publiceer ik een ingekorte versie van het eerste hoofdstuk.

Het begon in Turkije met de opkomst van de AKP

‘Nee, wij zijn anders. We zijn geen partij, we zijn een beweging.’

Het is de herfst van 2002, en een gloednieuwe partij, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, de AKP, met doet voor het eerst mee aan de Turkse algemene verkiezingen. Als politiek columnist reis ik door het land en ga ik naar afgelegen steden en dorpen om in de aanloop naar de verkiezingsdag de stemming onder de mensen te peilen.

Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof
Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof

Als ik met vertegenwoordigers van andere, conventionele partijen in een koffiehuis in een kleine plaats in zit, staan er drie mannen buiten de kring, hun wenkbrauwen opgetrokken met een air van verheven ongeduld, wachtend tot ik klaar ben met mijn interview.

Ik nodig ze uit om bij ons aan tafel te komen zitten, maar ze weigeren beleefd, alsof ik midden in een onzichtbaar moeras zit en ze zich niet vuil willen maken. Als de anderen uiteindelijk aanstalten maken om te vertrekken, benaderen ze me zo elegant als macho Anatoliërs dat kunnen. ‘Je zou ons een beweging kunnen noemen, de beweging van de deugdzamen’, zegt de man. ‘We zijn meer dan een partij. We zullen alles in dit corrupte systeem veranderen.’ Hij is overduidelijk trots en zoekt amper oogcontact.

De andere twee mannen knikken instemmend terwijl hun buitengewoon beheerste woordvoerder zinsneden op me afvuurt als ‘disfunctioneel systeem’, ‘nieuwe vertegenwoordigers van het volk, niet verrot door de politiek’ en ‘een nieuw, waardig Turkije’.

Hun onwankelbare vertrouwen, gebaseerd op vage maar sterke overtuigingen, doet me denken aan de jonge revolutionaire linksdenkenden over wie ik een aantal jaren heb geschreven, in verschillende landen. Ze hebben een krachtige, mysterieuze uitstraling die de sfeer in het koffiehuis in deze hopeloze plaats in beweging brengt. Ze lijken wel discipelen van een hoger moreel niveau: hun kin omhoog als de jonge op maoïstische propagandaposters.

Als de andere plaatselijke politici spotten met de nadruk die ze leggen op het onderscheid tussen hun ‘beweging’ en andere partijen, lijken de drie mannen juist aan statuur te winnen door de neerbuigende opmerkingen, als leden van een religieuze sekte die vernedering omarmen om de banden in hun eigen kring te versterken.

Hun woordvoerder slaat zacht maar beslist met zijn vuist op tafel om zijn betoog te besluiten: ‘Wij zijn het volk van Turkije. En dan bedoel ik het echte volk.’

Het is de eerste keer dat ik de term ‘het echte volk’ in dit verband gebruikt hoor worden. De andere politici, van zowel linker- als rechterzijde, ergeren zich eraan en protesteren spottend: ‘Hoezo? Wij behoren ook tot het van Turkije.’ Maar het is te laat: de drie mannen koesteren zich in de gedachte dat zij de oorspronkelijke claim op de term hebben gelegd. Die is nu van hen.

Nadat ik in verschillende andere plaatsen nagenoeg hetzelfde tafereel heb meegemaakt, schrijf ik in mijn column: ‘Ze gaan winnen.’ Ik word ermee geplaagd door mijn collega’s, maar in november 2002 wordt die partij met de rare gloeilamp van de drie mannen in het koffiehuis inderdaad

De AKP heeft alles veranderd in Turkije, zoals beloofd

De beweging die in kleine plaatsen door het hele land macht verzamelde, regeert Turkije inmiddels al zeventien jaar – en heeft alles veranderd, zoals beloofd. Het is nu mei 2017, en ik ben eerst in Londen en daarna in Warschau om te praten over Turkey: The Insane and the Melancholy.

Ik vertel verschillende groepen toehoorders het verhaal van de wijze waarop het echte volk mijn land overnam, in zowel politiek als maatschappelijk opzicht, waardoor alle anderen, die zij als onecht beschouwden, in de verdrukking kwamen. Mensen knikken bezorgd en elke vraag-en-antwoordsessie begint met dezelfde vraag: ‘Waar komt al dit echte volk in godsnaam vandaan?’

Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof
Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof

Ze herkennen het taalgebruik, want de gepolitiseerde en gemobiliseerde provinciale rancune heeft haar imposante entree op het wereldpodium al gemaakt met in verschillende landen in essentie steeds hetzelfde statement: ‘Dit is een beweging, een nieuwe beweging van het echte volk, die uitstijgt boven alle politieke groeperingen.’

En nu willen veel mensen weten wie dat echte volk dan wel is, en waarom deze beweging is doorgedrongen tot de politiek op het hoogste niveau. Ik vertel ze dat dit ‘nieuwe’ fenomeen al vrij lang onder ons is, dat het al een tijdje suddert.

In juli 2017 brak er een gigantische ijsberg af van Antarctica. Dagenlang lieten de nieuwszenders beelden van het ronddrijvende sneeuwwitte monster zien. Het was het majestueuze vlaggenschip van ons tijdperk, vanaf schermen wereldwijd fluisterend in krakende ijstaal: ‘Dit is de laatste fase van het tijdperk van desintegratie. Alles wat stevig overeind staat zal afbreken, alles zal in stukken uiteenvallen.’

Het was geen hersenschim, maar een massief monster dat het verhaal van onze tijd vertelde: dat, van de grootste tot de kleinste entiteit op planeet aarde, niets zo zou blijven als wij het kenden. De Verenigde Naties, dat enorme, onmachtige instituut, in het leven geroepen om de wereldvrede te bewaren, brokkelt af, terwijl de kleinste unit, de ziel, aan het ontbinden is als nooit tevoren.

De progressieve bewegingen die over de hele wereld opkwamen – van de protesten rondom de Wereldhandelsorganisatie in Seattle in 1999 tot de opstand op het Tahrirplein in Caïro in 2011 – waren in veel opzichten een reactie op deze verdeelde tijden.

In een wereld waar meer mensen spreken maar minder worden gehoord, wilden ze de rest van de mensheid, met lijf en leden, vertellen dat we ondanks onze verschillen samen kunnen, en moeten, komen om collectieve antwoorden te vinden op ons tijdperk van desintegratie, omdat alles anders uiteen zal vallen. Ze eisten gerechtigheid en waardigheid. Ze eisten dat de wereld zich zou realiseren dat er een tegenbeweging nodig is om het mondiale tij te keren. Ze lieten ons zien dat afhaken niet het enige antwoord is op de wereldwijde teloorgang van hoop. Ze weerstonden de verleiding om ‘zich over te geven aan het proces van pure desintegratie’, en verwierpen het idee dat het gaat om een ‘historische noodzaak’.

De comeback van ‘wij’ in de politiek

Naarmate de tijd vorderde werden veel van deze progressieve bewegingen echter onderdrukt, gemarginaliseerd of opgeslokt door het conventionele politieke systeem. Om diverse begrijpelijke redenen konden ze niet bereiken wat ze zich ten doel hadden gesteld – nog niet. Maar hun stem was duidelijk te horen toen ze wereldwijd verkondigden dat de representatieve democratie (misbruikt door financiële instellingen en ontdaan van sociale rechtvaardigheid) de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog beleefde.

Vandaag de dag zijn we getuige van de reactie op vergelijkbare angsten, maar nu van een totaal andere mensenmassa – een met een beperktere woordenschat, kleinere dromen voor de wereld en minder vertrouwen in de collectieve overlevingskracht van de mensheid. Ook zij zeggen dat ze de status quo willen veranderen, maar ze willen daarmee aan een wereld bouwen waarin zij behoren tot de bevoorrechte groep onder leiding van een sterke man.

Het is geen toeval dat ‘muur’, letterlijk of figuurlijk, de slogan is geworden onder opkomende rechtse politieke bewegingen. ‘Ja, de wereld valt uit elkaar’, zeggen ze, ‘en wij, van het echte volk, willen ervoor zorgen dat wij aan de zonnige kant van de scheidingsmuur staan.’

De taak om de wereldwijde gang van zaken te veranderen is uiteraard een te grote opdracht voor de fragiele ik, dus maakt wij een comeback in de wereld van de politiek en ethiek. En deze comeback bevindt zich in het hart van het wereldwijde fenomeen waar we getuige van zijn. Wie zich wil verdiepen in het echte volk moet de vraag stellen: wat is wij?

‘Dit is de langste straat in Istanbul’, zegt hij, ‘en die hebben wíj gemaakt’

Het is een drukke zondag aan de Europese kant van de Bosporus in de zomer van 2015. Zondag is de dag dat de gegoede middenklasse van Istanbul zich en masse naar de cafés aan de waterkant begeeft, voor het beroemde Turkse ontbijt, dat min of meer de hele dag in beslag neemt.

De cafés liggen langs de Ottomaanse vestingmuren, waar ooit bloedige oorlogen zijn uitgevochten die het ons mogelijk hebben gemaakt om op een dag te genieten van dit heerlijke feestmaal en geïrriteerd te zijn als onze bestelling te lang op zich laat wachten.

Er loopt een gezin op de stoep, op zijn paasbest. Niet welgesteld genoeg om een café te bezoeken, maar mensen die kunnen rondkomen met wat ze hebben en die in de gelegenheid zijn om door de rijkste buurt aan de Bosporus te wandelen en de bedrijvige weekendontbijtdrukte te bekijken. De twee kleine kinderen lopen aan de hand van hun jonge moeder, die haar best doet om het niet te erg te laten opvallen dat het hun eerste keer in dit deel van de stad is.

De vader lijkt al wandelend op zoek te zijn naar iets op de grond. Dan stopt hij en wijst naar een plek op de stoep. ‘Hier! Hier!’ roept hij blij. ‘Dit is ’m. Deze. Die heb ik daar geplaatst.’ Dan glijdt zijn blik trots over de volle lengte van de bestrating. ‘Dit is de langste straat in Istanbul’, zegt hij, ‘en die hebben wíj gemaakt.’

Ik heb me altijd afgevraagd of de gezinnen van de gevallen arbeiders aan de grote bruggen, grote tunnels, grote wegen en straten, ooit de kleine gedenkplaatjes bezoeken die aan die bouwwerken zijn bevestigd. Nemen ze foto’s terwijl ze erbij staan, wijzend naar een naam? En is het van essentieel belang dat ze de weg omschrijven als ‘de langste’, de tunnel als ‘de diepste’ en hun land als ‘het grootste’? Is het leven en de dood van hun dierbare anders betekenisloos?

Sommigen onder ons kunnen en zullen nooit begrijpen waarom een man die amper de eindjes aan elkaar kan knopen trots is op het feit dat het paleis van Erdoğan ‘het grootste’ is, of waarom hij het prima vindt dat de dagelijkse kosten om dat gebouw te runnen tien keer zo hoog zijn als wat hij in een jaar verdient.

De magie van spreken in naam van ‘het volk’

‘We hebben gevochten tegen de multinationals, we hebben gevochten tegen de grote investeringsbanken, we hebben gevochten tegen de grote politiek, we hebben gevochten tegen leugens, corruptie en bedrog… [Dit is] een overwinning voor het echte volk, voor gewone mensen, een overwinning voor fatsoenlijke mensen.’

Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof
Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof

Hoewel deze woorden afkomstig lijken te zijn van Salvador Allende, Chili’s marxistische leider, na diens verkiezingsoverwinning in 1970, werden ze uitgesproken door Nigel Farage, de voormalig leider van de UKIP (UK Independence Party) – en overigens zelf een gewezen bankier. Hij uitte ze de ochtend van 24 juni 2016, de dag na het in het Verenigd Koninkrijk.

Ook hij gebruikte de eeuwenoude magie van het spreken in naam van ‘het volk’. Maar op diezelfde dag vroegen veel kosmopolitische Londenaren, die automatisch werden uitgesloten in dit vlammende betoog, zich af wie dan die gewone mensen, dat echte volk, waren, en waarom ze zoveel wrok koesterden tegen de grote steden en de hoogopgeleiden. En degenen die oud genoeg waren, begonnen echo’s te horen die vanuit een aantal decennia geleden weerklonken.

Academici, journalisten en hoogopgeleiden merkten dat zij werden ingedeeld in het kamp van de vijanden van het volk, dat ze onderdeel bleken te zijn van het corrupte establishment, en dat hun kritiek en zelfs hun zorgvuldig geformuleerde commentaren op dit politieke fenomeen door het echte volk en de spindoctors van de beweging werden beschouwd als onderdrukkend.

Het was lastig voor ze om zich aan te passen aan de nieuwe omgeving waarin zij de ‘onderdrukkende elite’ – zo niet ‘fascisten’ – waren geworden, ondanks het feit dat sommigen van hen hun leven hadden gewijd aan de emancipatie van juist die massa’s die zich nu tegen hen keerden. Een van hen was mijn oma.

‘Ze zijn anders, Ece’

‘Noemen ze me nu een fascist, Ece?’ Mijn oma, die behoorde tot de eerste generatie onderwijzers in de jonge Turkse republiek, een overtuigd seculiere vrouw die jarenlang kinderen op het platteland had leren lezen en schrijven, wendde zich op een avond in 2005 tot mij toen we een televisiedebat bekeken waarin spindoctors van de AKP aan het woord kwamen, en vroeg: ‘Ze zeiden “fascistisch”, toch?’

Ze wuifde mijn poging om de eigenaardigheden van het nieuwe politieke narratief uit te leggen weg en riep uit: ‘Nou ja, wat betekent dat nou weer? Onderdrukkende elite! Ik ben geen elite. Ik had honger en heb geleden toen ik in de jaren vijftig dorpskinderen onderwees.’

Haar armen, tot dan toe defensief over elkaar geslagen, staken nu de lucht in, en haar vinger wees terwijl ze verkondigde alsof ze een klas toesprak: ‘Nee! Morgen ga ik naar hun lokale partijbureau en vertel ik ze dat ik net zo echt ben als zij.’

En dat deed ze, om sprakeloos terug te keren en zich op haar vermoeide, tachtig jaar oude benen verslagen naar bed te slepen voor een middagslaapje, iets wat ze nooit deed. De enige woorden die ik uit haar kreeg, waren: ‘Ze zijn anders, Ece. Ze zijn…’ Ondanks haar uitstekende uitdrukkingsvaardigheid kon ze geen passend bijvoeglijk naamwoord vinden.

Ik moest aan mijn oma’s expeditie denken toen een Amerikaanse vrouw van ergens in de zeventig me met enige aarzeling benaderde na een lezing die ik in 2017 aan Harvard University had gegeven. Ze was duidelijk iemand die niet graag anderen lastigvalt met persoonlijke zaken, dus gaf ze me een korte versie van haar eigen verhaal: in de jaren zestig was ze vrijwilliger geweest in het Peace Corps; ze had Engelse les gegeven aan kinderen in een afgelegen Turks plaatsje, waarna ze een toegewijd highschoollerares in de VS was geworden; en sinds haar pensioen nam ze geregeld deel aan Harvard-seminars.

Ze was al net zo verbijsterd als mijn oma om het feit dat Trump-stemmers haar als lid van de ‘onderdrukkende elite’ beschouwden. Ze zei: ‘Ik probeer ze uit te leggen wie ik ben als we het over politiek hebben, maar…’

Een genadeloos politiek narratief dat haar levenslange arbeid kwalificeert als zowel onbelangrijk als onderdrukkend kreeg steeds meer voet aan de grond. In dit nieuwe politieke scenario probeerde ze uit de diepe kuil te kruipen die voor de elite was gegraven, een kuil die te diep bleek voor haar broze benen.

Een ernstiger probleem was het dat de mensen van het echte volk haar nooit vroegen zich bij hen te voegen, en haar nooit hulp aanboden om de kuil uit te klimmen. Ze eisten alleen maar ‘respect’ van haar.

Het monopolie op moraliteit

Het wij houdt tegenstanders tegen het licht van ethische normen (zoals objectiviteit) waar het van zichzelf niet aan hoeft te voldoen, omdat degenen die zich het wij hebben toegeëigend een monopolie op moraliteit hebben en het privilege genieten de echte stem van de massa te zijn. Einde discussie. Kritische stemmen raken zo verlamd dat ze niet opmerken dat het ‘respect’ dat het wij opeist, in feite onvoorwaardelijke stilte behelst.

Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof
Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof

Erdoğan introduceerde eveneens overvloedige hoeveelheden ‘respect’ in de Turkse politiek, nadat hij in 2002 aan de macht kwam. Hij liet de Turkse bevolking herhaaldelijk zien dat respect niet langer iets was wat je moest verdienen, maar iets wat simpelweg onvoorwaardelijk kon worden opgeëist. Telkens als er serieus werd geopperd dat er geknoeid was met het tellen van de stemmen, eiste hij respect voor ‘mijn volk en hun keuze’; ook eiste hij respect voor rechterlijke uitspraken als ze tot gevolg hadden dat zijn tegenstanders in de gevangenis belandden.

Maar toen het Constitutionele Hof besloot om journalisten vrij te laten die waren gearresteerd wegens kritiek op hem, zei hij: ‘Ik respecteer de uitspraak van het hof niet en ik zal me er niet bij neerleggen.’

Respect is bij Erdoğan eenrichtingsverkeer: hij accepteert het alleen als hij de ontvanger is.

Als de mensen van het echte volk een politieke beweging vormen, is hun aanvankelijke retorische vraag: ‘Doen onze overtuigingen, onze manier van leven, onze keuzes er dan helemaal niet toe?’ Natuurlijk kan niemand ontkennen dat ze ertoe doen, dus beginnen de leiders van de beweging in het openbaar te verschijnen, en begeven ze zich op het podium als gerespecteerde, gelijkwaardige deelnemers aan de politieke discussie.

Na verzoenende woorden volgde Godfather-taal bij Erdoğan. Het volgende wachtwoord is tolerantie: tolerantie met betrekking tot verschillen. Dan zijn er enkele opinieleiders, die maatschappelijke spanningen hebben zien ontstaan vanuit de polarisatie in het publieke domein, die de term sociale vrede erbij halen. Die term klinkt wijs en geruststellend, dus wil niemand er afstand van nemen.

Echter, naarmate de beweging aan stootkracht wint, worden tolerantie en respect het eigendom van haar leden, en kunnen ze alleen nog door hen aan anderen worden toegekend. Ondertussen begint de leider de ‘sociale vrede’ tot het uiterste door te voeren, en vraagt hij of zij om tolerantie en respect, elke keer als hij of zij een nieuwe strijd aangaat.

Maar op zeker moment wordt respect een schaars goed. Voor Turkije geldt dat de onzichtbare verschuiving plaatsvond in 2007, toen de AKP voor een tweede termijn werd gekozen. Erdoğan zei toen: ‘Degenen die niet op ons hebben gestemd, zijn ook verschillende kleuren van Turkije.’

Toentertijd klonk die frase veel politieke verslaggevers in de oren als de verzoenende stem van een meelevende vader die sociale vrede nastreefde. Maar niet lang daarna begon Erdoğan in Godfather-taal te spreken. Hij stopte met vragen om respect en legde de lat hoger. Hij waarschuwde bijna iedereen, van Europese politici tot publieke figuren uit kleine gemeenschappen, dat ze geacht werden ‘hun plaats te kennen’.

En toen die waarschuwing niet afdoende bleek, volgden er dreigementen. Op 11 maart 2017 raakte Turkije verwikkeld in een diplomatieke ruzie met Duitsland en Nederland nadat Turkse regeringsvertegenwoordigers werd verhinderd in hun land campagne te voeren voor steun aan een referendum dat de macht van de Turkse president zou vergroten.

Erdoğan zei: ‘Als Europa zo doorgaat, zal geen enkele Europeaan waar ook ter wereld veilig over straat kunnen.’ Met de bedreiging van een compleet continent was hij de wrede Michael Corleone uit The Godfather Part II geworden.

Een tikkeltje racisme

‘We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren.’

Deze woorden zijn afkomstig van Mark Rutte. Ze staan in een brief gericht ‘aan alle Nederlanders’, die op 23 januari 2017 werd gepubliceerd.

Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof
Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof

Hoewel de woorden schijnbaar over willekeurige mensen gingen die ‘onze vrijheid misbruiken’ verwezen ze in feite naar immigranten. Ruttes verzet tegen het rechts-populisme werd vervormd door het feit dat hij zich genoodzaakt voelde te laten zien dat hij de zorgen van het volk, van de gewone, fatsoenlijke mensen, deelde. Hij moet het gevoel hebben gehad dat hij, om aan de politieke top te blijven, een compromis moest vinden.

‘Wij zijn ook moslims.’ Dit was de meest geuite inleiding van sociaaldemocratische deelnemers aan televisiedebatten in de eerste jaren dat de AKP in Turkije aan de macht was. Waar behoren tot het wij, ‘de echte, gewone, fatsoenlijke mensen’, in het Verenigd Koninkrijk steun voor de Brexit betekende, en in Nederland de acceptatie van een tikkeltje racisme, was dat in Turkije het zijn van een conservatieve, provinciale soennitische moslim.

Toen de parameters eenmaal waren bepaald door de oorspronkelijke ‘bezitters’ van het wij, probeerden anderen duidelijk te maken dat ook zíj baden – maar dan privé. Al snel werden Arabische woorden die de meeste mensen nog nooit van hun leven hadden gehoord onderdeel van het publieke debat, en probeerden sociaaldemocraten te concurreren met de ‘echte moslims’, ondanks hun beperkte kennis van religie.

De spindoctors van de AKP zorgden ervoor dat er nieuwe religieuze concepten in omloop kwamen, zodat critici steeds achter de feiten aan liepen omdat ze zich continu moesten voorbereiden op overhoringen over eeuwenoude geschriften.

Je zou je kunnen afvragen wat er zou gebeuren als je alle tests zou halen die je zou moeten halen om net zo ‘echt’ als zij te zijn, zoals ik een keer deed.

In 2013, nadat ik ruim een jaar lang de Koran had bestudeerd tijdens het schrijven van mijn boek Women Who Blow on Knots, was ik klaar voor de quiz. Toen het boek werd uitgegeven, werd ik uitgenodigd om deel te nemen aan een televisiedebat met een gesluierde spindoctor van de AKP – een klassieke poppenkast op het scherm van een politieke catfight tussen een seculiere en een religieuze vrouw.

Toen ik in het Arabisch het vers voordroeg waar de titel van mijn roman op gebaseerd was en haar vragen over de Koran beantwoordde, glimlachte ze minzaam en zei: ‘Knap hoor!’.

Ik werd er beleefd aan herinnerd dat ik op zijn best een leerling was op het gebied van de kennis die zij beheerste – en die ze zich op de een of andere manier had toegeëigend. Ze maakte heel duidelijk dat mensen als ik zich altijd alleen maar in de buitenste kring van het echte volk konden bevinden. Hoe hard we ook ons best deden, we hoorden nu eenmaal bij de verachte elite.

Wie heeft dan wél op ze gestemd?

‘Ik begrijp niet hoe het kan dat ze hebben gewonnen. Ik zeg het u, dame, niet een van mijn passagiers heeft gezegd van plan te zijn op ze te gaan stemmen. Dus wie heeft dan wél op deze lieden gestemd?’

Dit was het standaardgesprek met taxichauffeurs in Turkije na de tweede verkiezingsoverwinning van de AKP. Als gevolg daarvan werd ‘Dus wie heeft dan wél op deze lieden gestemd?’ een veelgebruikte intro op menig krantencolumn.

Het was helder dat noch taxichauffeurs noch de meerderheid van de schrijvers van opiniestukken het niet-aflatende succes van de beweging, ondanks de toenemende zorgen die erover heersten, wisten te doorgronden.

Nadat ik dezelfde vraag een aantal keren had gehoord, gaf ik een van de taxichauffeurs uiteindelijk antwoord met een zin die de intro op een van mijn columns werd: ‘Kennelijk nemen ze allemaal de bus.’

Na het Brexit-referendum stelden veel mensen in Londen een vergelijkbare vraag. Als ik een Britse columnist was geweest, zou ik misschien ‘The Angry Cod Beats European Ideals’ als kop boven mijn column hebben gekozen. Tot de groepen die Leave hadden gestemd behoorden namelijk ook Schotse vissers, die zich al jaren druk maakten over het feit dat andere Europese vissers mochten vissen in Schotse wateren, en kwaad waren om een scala van andere Europese dingen die voor Schotland amper consequenties hebben.

Op is er in landen als Hongarije en Polen – waar het rechts-populisme het politieke discours domineert – altijd sprake geweest van een ‘neerbuigende Brusselse elite’ of ‘die verrekte Duitsers’, die een beter leven voor gewone mensen in de weg staan, evenals de ‘grootsheid’ van de natie.

Gegrond én ingebeeld slachtofferschap

Ik ben me ervan bewust dat wat ik hierboven heb geschreven kan overkomen als de neerbuigende commentaren van een kosmopoliet die niet tot het echte volk behoort, en dat er natuurlijk een heus, gegrond gevoel van slachtofferschap ten grondslag ligt aan al deze veel van hun leden zijn inderdaad de mensen en die hun fish and chips duurder hebben zien worden.

Uiteindelijk gaat er echte pijn, oprecht slachtofferschap achter deze bewegingen schuil. Echter: ze komen niet alléén voort uit echte pijn, maar ook uit ingebeeld slachtofferschap. In feite is het dat laatste wat de beweging voorziet van de meeste drijfkracht, en haar unieke kenmerken creëert.

Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof
Still uit de video Stable State door Anouk Kruithof

In Turkije hield dat ingebeelde slachtofferschap in dat gelovigen werden onderdrukt en vernederd door de seculaire elite van het establishment. Voor brexiteers houdt het in dat hun de Britse superioriteit is ontnomen. Voor Trump-stemmers houdt het in dat de Mexicanen hun banen inpikken.

En telkens aanvaarden de massa’s het nieuwe narratief, ongeacht het feit dat het vaak in tegenspraak is met de aanvankelijke intenties van de beweging.

In Turkije maakte de Gülen-beweging, een supranationaal religieus netwerk, geleid door een imam die momenteel in Pennsylvania woont, integraal deel uit van Erdoğans beweging, tot ze van de ene op de andere dag als terroristisch werd aangemerkt.

Dezelfde AKP-ministers en partijleden die hadden geknield om de hand van imam Fethullah Gülen te kussen, wisten minder dan vierentwintig uur later niet hoe snel ze hem moesten vervloeken, en geen van Erdoğans aanhangers zette vraagtekens bij deze omslag.

Maar hoe, zou de vraag kunnen luiden, zijn de massa’s, de wereldgeschiedenis buiten beschouwing latend, in beweging gekomen tegen wat zo overduidelijk de verkeerde doelwitten zijn?

Niet de enorme ondernemingen die voor goedkope arbeid gaan, maar arme Mexicanen; niet de meedogenloosheid van de vrijemarkteconomie, maar Franse vissers; niet de oorzaken van armoede, maar de media.

Hoe zijn ze zo wraakzuchtig geworden jegens dergelijke irrelevante groepen? Waarom eisen ze respect van de gestudeerde elite, maar niet van de eigenaren van multinationals? En waarom doen ze dit door te geloven in een man alleen maar omdat hij schijnbaar ‘een van hen’ is? Dit is bijna kinderlijk, zou je denken.

Het komt infantiel over. En dat is het ook. En dat is de reden waarom zulke leiders in de eerste plaats het volk zullen moeten infantiliseren.

Infantilisering van de massa’s door middel van infantilisering van het politieke taalgebruik is cruciaal. Anders kun je ze niet laten geloven dat ze allemaal in een denkbeeldige auto kunnen stappen om samen over de continenten te reizen. Bovendien wordt het, als je het gemeenschappelijke politieke narratief eenmaal hebt geïnfantiliseerd, gemakkelijker om de massa’s te mobiliseren – en vanaf dat moment kun je ze van alles beloven.

Op 29 maart verschijnt Verloren land bij Ambo | Anthos Uitgevers. Dit is een ingekorte versie van het eerste hoofdstuk. Ece Temelkuran praat mee in de bijdragen onder dit stuk, en zal op 29 maart ook in over haar boek praten.

Verloren land - De zeven stappen van democratie naar dictatuur De politieke situatie onder Erdoğan in haar moederland Turkije is volgens Ece Temelkuran onderdeel van een wereldwijd fenomeen en moet daarom gezien worden als een waarschuwing voor landen, die na Turkije en Hongarije politiek verlamd kunnen raken. Ook Nederland, waar onder invloed van Wilders en Baudet partijen als de VVD eveneens steeds populistischer worden, loopt volgens haar gevaar. Bekijk het boek op de site van uitgeverij Ambo | Anthos Stable State De video Stable State is gemaakt door de Nederlandse kunstenares Anouk Kruithof, wiens werk zich bijna zonder uitzondering bevindt op het spanningsveld tussen vastigheid en het totale gebrek daaraan. Dat ze zich aangetrokken voelde tot de Jengatoren is dus niet verassend. Iedereen die wel eens Jenga heeft gespeeld, zal zich het gespannen gevoel herinneren van het moment waarop de stapel begint te wankelen en zijn stevige uitstraling verliest. Toch ga je door met het verwijderen van blokjes, tot de toren in elkaar klapt of uiteenvalt. Zo ook in de video van Kruithof. Echter, daarin zijn geen handen te zien. De toren desintegreert als vanzelf. Bekijk hier meer werk van Anouk Kruithof

Meer lezen?

We hebben het over Erdogan. Maar waar is de Turkse oppositie? President Recep Tayyip Erdogan krijgt steeds meer grip op Turkije. De oppositie lijkt hem geen strobreed in de weg te zitten. Na dit stuk snap je waarom de weerstand zo krachteloos is. Lees het verhaal van Zeynep hier terug De papegaai van Minerva is neergestreken Het liedje staat al sinds 2002 onafgebroken in de Top 40. Je hoort het vaak rond verkiezingen. Er zijn steeds weer andere artiesten die het ten gehore brengen. En het eindigt ermee dat vanaf nu alles anders wordt. Klinkt bekend. Lees het verhaal van Rob hier terug