‘Het enige wat ouders hun kinderen kunnen meegeven, zijn kleine weetjes.’ Tot die conclusie komt de verteller van Archief van verloren kinderen, de nieuwe roman van Valeria Luiselli, ergens halverwege het boek.

Klein en praktisch: ‘Zó knip je je nagels, zó geef je een echte knuffel, zó haal je de klitten uit je haar, zó hou ik van je.’

Ouders geven hun kinderen wel meer mee natuurlijk. Maar dat gaat minder bewust, en vaker onbedoeld.

Wat ouders op hun beurt van hun kinderen krijgen is zowel grootser als duurzamer. Want kinderen, zo observeert de verteller, wakkeren in hun ouders de drang aan om ‘het leven ten volle te omarmen en te begrijpen, zodat ze het kunnen uitleggen’.

Het ondenkbare begrijpen

Twee jaar geleden publiceerde Valeria Luiselli, geboren in Mexico, woonachtig in New York, en een van de spannendste schrijvers van haar generatie, het essay Vertel me het einde. Daarin deed ze verslag van haar ervaring als vertaler bij de immigratierechtbank in New York, waar ze zich in 2015

Minderjarige migranten die, zonder hun ouders, vanuit Centraal-Amerika en via Mexico de doorsteek naar de Verenigde Staten hadden gemaakt, kwamen daar terecht om asiel aan te vragen. Aan Luiselli de taak hen een vragenlijst voor te leggen en hun antwoorden te noteren, zodat de advocaten van dienst hun strategie konden bepalen.

Het lot van de kinderen hing zo af van de antwoorden die ze gaven op veertig vragen, uiteenlopend van ‘waarom ben je hierheen gekomen?’ tot ‘is je onderweg iets gekomen dat je bang heeft gemaakt of pijn heeft gedaan?’

Die antwoorden waren hartverscheurend.

In 2014 kondigden de Verenigde Staten een ‘migratiecrisis’ af: bijna zeventigduizend jongeren meldden zich dat jaar bij de Mexicaans-Amerikaanse grens, veel meer

Ze kwamen uit en waren op de vlucht voor bendegeweld in eigen land. Dat geweld was mede het gevolg van Amerikaans beleid decennia eerder, en hield stand dankzij een internationale drugsoorlog

Begeleid door coyotes, mensensmokkelaars, reisden ze, deels te voet en deels op de rug van goederentreinen, De gruwelen die ze onderweg tegenkwamen logen er niet om – honger, dorst, hitte, mishandeling, verkrachting.

Hoe vertel je verhalen die geen begin, geen midden en geen einde kennen?

De jongeren, op de vlucht voor een door de VS gekweekt conflict, werden niet verwelkomd als vluchtelingen, maar als illegale migranten. Illegale migranten die volgens Donald Trump moeten worden tegengehouden met een zo hoog mogelijke muur – een belofte die hem mede het presidentschap opleverde.

Illegale migranten waarvan afgelopen zomer duidelijk werd dat ze, wanneer ze wel met familie reisden, bij de grens van hun ouders of meerderjarige broers of zussen werden gescheiden. Dat mag nu niet meer van de rechter, maar

Vertel me het einde was Luiselli’s poging die jongeren een stem te geven. Om die stemmen te laten weerklinken tegen de grotere geopolitieke achtergrond die hen naar New York had gebracht. Om hun ervaringen op te tekenen en er een lopend verhaal van te maken, of beter: om te laten zien dat deze verhalen ‘geen begin, geen midden en geen einde’ kenden, maar vooral bestonden uit onderbreking, verwoesting, afwachting en onduidelijkheid.

Dit, dacht Luiselli, was wat zij, als schrijver, het beste kon bijdragen. ‘Elkaar verhalen vertellen lost niets op’, schreef ze: ‘Het repareert geen gebroken levens. Maar het is wellicht een manier om het ondenkbare te begrijpen’.

Het ondenkbare, in dit geval: een kinderexodus zonder genade, waarbij de bestemming net zo vaak niet als wel wordt bereikt, waar media en politici louter in eufemismen over spreken: ‘illegal alien’ in plaats van ‘vluchteling’ of ‘kind’; ‘voluntary return’ in plaats van ‘uitzetting’.

Op zoek naar de verloren kinderen

In Archief van verloren kinderen doet Luiselli opnieuw een poging om het ondenkbare te begrijpen. In een roman dit keer, dus met meer literaire vrijheid, maar het zijn dezelfde vragen die Luiselli hier stelt, het is dezelfde ‘kinderexodus’ die centraal staat.

Archief van verloren kinderen is, deels, een echo van het essay dat ervoor kwam – maar vervormd, aangevuld, en verteld vanuit andere perspectieven. Het is een complex en pijnlijk boek, een getuigenis die zich tegelijkertijd afvraagt hoe je het beste kan getuigen, en wie dat het beste kan doen.

De roman draait om een gezin, vader, moeder, zoon en dochter, dat vanuit New York in een oude Volvo op weg is naar de zuidgrens van de Verenigde Staten.

De moeder, die de eerste helft van de roman als verteller optreedt, wil daar een audiodocumentaire maken over de kinderen die in tegengestelde richting (proberen te) reizen: de ‘verloren kinderen’, zoals haar eigen kinderen de minderjarige migranten zijn gaan noemen.

(Ze is radiomaker, en het grote project waar zij en haar man samen aan werkten is afgerond; ze zoekt een nieuw project, en nieuwsberichten over de migratiecrisis houden haar meer en meer in hun greep.)

Haar man wil intussen de ‘echo’s’ opnemen van de Apaches, de laatste vrije native Americans in wat nu Arizona heet – een abstract project dat de verteller niet begrijpt maar wel respecteert.

Het lijkt erop dat dit de laatste reis is die het viertal als gezin zal maken; het huwelijk is aan het ontrafelen, en de kinderen begrijpen meer, veel meer dan hun ouders vermoeden.

Zouden de eigen kinderen zo’n reis overleven?

Onderweg leest de verteller boeken over grenzen, over verhalen vertellen, over vluchtende kinderen. Ze denkt na over echo’s, documentatie en archieven.

Ze luistert naar nieuwsberichten over minderjarige migranten die zich na een barre tocht melden aan de grens om vrijwel direct per vliegtuig terug te worden gestuurd.

En ze luistert naar haar eigen kinderen, die willen weten wie die ‘Jesus Fucking Christ’ toch is waar hun ouders het steeds over hebben, of die oude veldslagen naspelen op de achterbank van de auto. Als mijn kinderen in hun eentje door de woestijn moesten reizen, vraagt ze zich af, zouden ze het dan overleven?

Het is een hypothetische vraag, tot ze dat niet meer is. Halverwege het boek neemt de zoon de vertelling over van zijn moeder. Hij doet vanaf de achterbank verslag van deze vreemde roadtrip, de ruzies van zijn ouders, de relatie met zijn zusje, de groeiende obsessie van zijn moeder met de verloren kinderen, de vader die zich meer en meer terugtrekt in zijn echo-project.

Op een nacht besluit hij om er, zodra de zon opkomt, samen met zijn vijfjarige zusje vandoor te gaan. Het doel, met alle logica van een tienjarige: de ‘verloren kinderen’ vinden waar hun moeder zo naarstig naar zoekt.

En ook: gevonden worden door hun ouders, zodat die ouders zich weer om hen bekommeren, in plaats van om andere kinderen of dode indianen.

De reis van deze broer en zus, een fantastisch avontuur in de woestijn op weg naar het zuiden, is versneden met dat van een groepje kinderen, verloren kinderen, dat samen met een coyote, deels te voet en deels op de rug van goederentreinen, in de tegenovergestelde richting reist.

Terwijl de ouders koortsachtig op zoek zijn naar hun eigen kinderen, lopen broer en zus de verloren kinderen tegemoet

Ook het avontuur van deze andere kinderen gaat het voorstellingsvermogen te buiten, maar het is pijnlijker, uitputtender, en gevaarlijker. Niet iedereen zal het overleven.

De climax komt in de vorm van één lange zin, die zich uitstrekt als een woestijn, twintig pagina’s lang. Terwijl de ouders koortsachtig op zoek zijn naar hun eigen kinderen, lopen broer en zus de verloren kinderen tegemoet. Ze spiegelen en echoën en ontmoeten elkaar, maar niet helemaal, want het tweetal heeft het privilege geboren te zijn aan de goede kant van de grens, en de kleine roedel, geboren aan de andere kant, heeft niets – en dat maakt al het verdrietige verschil.

Deze kinderen worden veel te vroeg volwassen

Met ingehouden woede, maar ook met een groot observerend en empathisch vermogen, verbindt Luiselli de levens van al die kinderen met elkaar. Daarbij zoomt ze af en toe uit naar, zeg, de border patrol agents die menselijke resten opgraven in het zand van de woestijn, of een vrouw in een stoffig kantoor die de coördinaten van die resten markeert op een digitale dodenkaart.

Maar ze zoomt ook in, op de gebarsten lippen van de verloren kinderen bijvoorbeeld, hun aan flarden gelopen voetzolen, de duimen die ze ter geruststelling in hun mond steken.

Ze neemt de ruimte om te laten zien en te laten voelen wat ze in Vertel me het einde slechts in een paar zinnen kon observeren: ‘Kinderen jagen het leven na, zelfs als die jacht hun dood zou betekenen. Ze hebben een instinct dat gericht is op overleven en dat hen, wellicht, in staat stelt bijna alles aan te kunnen om aan de andere kant van de hel te geraken, wat hun daar ook te wachten staat’.

Archief van verloren kinderen gaat over kinderen die, veel te vroeg en in één klap, volwassen moesten worden door de omstandigheden in het land waar ze ter wereld kwamen. Het gaat over een moeder die dat gegeven probeert te begrijpen zodat ze het aan haar eigen kinderen kan uitleggen, en die daarbij letterlijk haar eigen kinderen uit het oog verliest.

En het gaat over de verschillende vormen die een verhaal kan aannemen, afhankelijk van wie het vertelt.

En als het ergens van overtuigt, dan is het wel dat de verhalen van de verloren kinderen verteld en gehoord moeten worden, en dat het aan ons, volwassenen, is om er naar te luisteren. Keer op keer op keer.

Want zoals Luiselli al schreef in Vertel me het einde: ‘Voor iets begrepen kan worden moet het vele keren verteld worden, in veel verschillende woorden en vanuit alle verschillende hoeken en door heel veel verschillende geesten.’

Archief van verloren kinderen ‘Een gebroken huwelijk voorin de auto, een stel wijsneuzen op de achterbank, en continu David Bowies ‘Space Oddity’ op de speakers. In Archief van verloren kinderen reist een Mexicaans-Amerikaans gezin van New York naar Arizona, op zoek naar oude verhalen, vergeten geruchten en de laatste geluiden van de Apachen. Maar dit is niet zomaar een road novel.’ Lees meer over Archief van verloren kinderen op de website van Dasmag

Wil je volgen wat ik zoal lees en schrijf? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief Op De Correspondent verdiep ik me in moderne sleutelwoorden en schrijf ik over alledaagse cultuur. Wil je per mail op de hoogte blijven van nieuwe stukken in de maak en wat ik zoal voor moois tegenkom op De Correspondent en daarbuiten? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief! Inschrijven doe je hier

Meer lezen?

Amerika stuurt oorlogsvluchtelingen terug. En noemt ze ‘migranten’ De van oorsprong Mexicaanse schrijfster Valeria Luiselli schreef een vlammende aanklacht tegen het Amerikaanse immigratiesysteem. Overheden maken het vluchtelingen onmogelijk op een veilige plek te wonen. ‘Het is onze plicht ons daartegen te verzetten’ – en dat verzet begint bij onze taal. Lees mijn interview met Luiselli hier terug

In Europa zijn mensen die migranten helpen niet langer helden maar criminelen Lang lieten de lidstaten van de Europese Unie hulporganisaties en vrijwilligers het werk doen dat ze zelf niet wilden opknappen: migranten redden en een slaapplaats aanbieden. Maar nu lopen mensen die migranten helpen het risico op een huiszoeking en een proces. Lees het verhaal van Maite hier terug