Nederland krijgt vaak het stempel van belastingparadijs opgedrukt. Duizenden brievenbusbedrijven die in grijzige Amsterdamse kantoortorens gevestigd zijn, waar al even grijzige Nederlandse fiscalisten, advocaten en accountants de administratieve honneurs waarnemen voor grote multinationals. 

Met onze VOC-pet (of admiraalshoed) op kunnen we bij deze reguliere belastingparadijzerij nog berusten in de gedachte dat we vooral andere landen van hun belastinggrondslag beroven. Nederland heeft echter ook in eigen land een belastingstelsel opgetuigd dat de gegoede klassen bevoordeelt.

Sinds de liberaal-sociaaldemocratische tandem van de PvdA en VVD een grootscheepse hervorming van het belastingstelsel door heeft gevoerd, kan menig Quote-500-lid een groot deel van zijn belastingplicht tot sint-juttemis uitstellen.

In 2001 werd namelijk besloten tot invoering van het boxenstelsel. De gewone Nederlander is waarschijnlijk vooral bekend met box 1, waarin de inkomsten uit werk en woning tegen oplopende tarieven worden belast. Bij miljonairs werkt het anders. Het gros van hun inkomen valt in box 2 of box 3, inkomsten uit vermogen. En als deze miljonairs een beetje bekwame fiscaal adviseurs hebben, dan pogen deze zoveel mogelijk inkomen in box 2 te laten vallen.

Waarom? Box 2 is waar al het inkomen uit wordt aangegeven, het inkomen uit de eigen onderneming. In box 2 wordt pas belasting betaald op het moment dat de onderneming winst uitkeert of de aandeelhouder zijn aandelen verkoopt. En daar zit de crux, want zolang de onderneming geen winst uitkeert en de aandeelhouder zijn aandelen niet verkoopt, heeft de miljonair geen inkomen en betaalt deze geen inkomstenbelasting. Op die manier kunnen rijkaards, die hun inkomen in het bedrijf laten zitten, belastingbetaling tot in de eeuwigheid der dagen uitstellen.

Rijkaards kunnen belastingbetaling tot in de eeuwigheid der dagen uitstellen

En het wordt nog leuker: ook de erfbelasting gaat in beperkte mate op bij het doorgeven van bedrijfsvermogen. De wetgever heeft een vrijstelling gegeven tot 1 miljoen euro bij overgeërfd bedrijfsvermogen, boven dat bedrag is 87 procent van het bedrijfsvermogen vrijgesteld van erfbelasting.

Dat klinkt nog enigszins begrijpelijk als we de arme agrariër die zijn familiebedrijf wil doorgeven in het achterhoofd hebben, maar het is natuurlijk ook de Nederlandse bedrijfsadel, de Blokker-, Brenninkmeijer- en Fentener van Vlissingen-dynastieën, die dankbaar gebruik kan maken van deze regeling.

De commissie-Dijkhuizen, die in 2013 deed naar hervorming van het belastingstelsel, constateerde dat grootaandeelhouders ‘op grote schaal’ gebruik - of misbruik - maken van het nieuwe belastingregime. De commissie becijferde dat in 2010 potentieel 13,4 miljard euro aan winst konden uitkeren, terwijl de directeur-grootaandeelhouder (DGA) in dat jaar maar 3,6 miljard euro aan inkomen aangaven in Box 2. Het gros van de winst bleef dus in de onderneming zitten. 

Dit beeld wordt nog eens bevestigd door naar miljonairshuishoudens. Uit het onderzoek blijkt dat menig vermogende Nederlander Zo had bijna 40 procent van de huishoudens, met een vermogen van meer dan 10 miljoen euro, minder dan een ton aan besteedbaar inkomen. 16 procent had zelfs minder dan 25.000 euro te besteden. 

 

Bron: CBS. Illustratie: Momkai
Bron: CBS. Illustratie: Momkai
 

Maar waar leef je dan van als rijkaard? Je zal toch iets van inkomen nodig hebben? Daar zijn ook trucs voor. Ten eerste kan de directeur-grootaandeelhouder, mocht het nodig zijn, altijd ontvangen of winst uitkeren. Daar moet dan natuurlijk wel belasting over worden betaald. Ten tweede kunnen privékosten deels als bedrijfskosten worden opgevoerd, een riante (bedrijfs)auto van de zaak, exorbitante (bedrijfs)festiviteiten, een (bedrijfs)smartphone et cetera.

Ten derde kan je altijd geld lenen van de eigen onderneming om daarmee uitgaven te doen, een vrij gebruikelijke praktijk bij privé-BV’s. En nog vriendelijker van de fiscus: mocht je een hypotheek van je eigen BV krijgen, dan kan je ook de rente op je miljoenenvilla aftrekken van je - toch al beperkte - inkomsten.

Vermogen wordt in Nederland, kortom, nauwelijks belast, terwijl inkomen zwaar wordt belast. Iedereen met enige middelen heeft daarom een prikkel om inkomen om te zetten in ondernemingsvermogen. Behalve dat het niet erg eerlijk is dat de rijkste Nederlanders op deze manier belasting kunnen ontwijken, heeft dat ook implicaties voor onze statistiek.

De inkomensongelijkheid, zo wordt duidelijk met de CBS-cijfers in de hand, is nauwelijks toegenomen. Nederland lijkt in vergelijking met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, een eiland van progressie. Een aloud cliché luidt dat de overtreffende trap van de leugen de statistiek is. En zo ook hier. Want als onze rijkste medelanders hun inkomen niet als inkomen registreren, dan registreren ook de cijferaars van het CBS het niet als inkomen.

In plaats van te zitten pielen met inkomensafhankelijke zorgpremies is het zinvoller om ons systeem van vermogensbelasting eens grondig tegen het licht te houden. Het vervelende van belasting is namelijk dat iemand haar zal moeten betalen. En als vermogenden dat niet doen, dan doet de rest het. 

Over ongelijkheid gesproken Deze maand verscheen het baanbrekende boek Capital in The Twenty-First Century van de Franse econoom Thomas Piketty. De afnemende ongelijkheid van de vorige eeuw is volgens hem de grote uitzondering: al eeuwen is het rendement op kapitaal groter dan de stijging van het nationale inkomen. Zo neemt, net als in onze tijd, de ongelijkheid structureel toe, tot aan het perverse toe. Lees hier de analyse van het boek van Rutger Bregman terug

Hoe moet het dan? Bijvoorbeeld zo Ons belastingstelsel is totaal onlogisch: waar we meer van willen, belasten we zwaar (zoals arbeid), waar we minder van willen, belasten we nauwelijks (zoals vervuiling). En dat terwijl er geen krachtiger middel is om de wereld vorm te geven naar onze idealen dan de belastingen die we heffen. Tijd voor een belastingrevolutie. Lees ‘Het waarmaken van idealen begint bij de belasting die we betalen’