Het goede nieuws uit Brussel is dat, als het aan de regeringsleiders ligt, twee vrouwen de belangrijkste banen in Europa krijgen. Dat is nieuw, nodig en veelbelovend.

Die banen voor en doen er toe omdat er groot werk aan de winkel is voor het Europa van de 28 landen (zolang het Verenigd Koninkrijk nog meedoet): het Europese continent warmt mee op en wordt omringd door bronnen van onveiligheid en onbeheerste migratie, en door grootmachten en multinationals die hun eigen versie hanteren van de nationale en internationale rechtsorde.

Omdat steeds meer Europeanen dat inzien of aanvoelen, hebben zij bij de Europese verkiezingen van eind mei hun stem uitgebracht. De uitslag liet zien dat de ‘oude’ middenpartijen (christendemocraten en sociaaldemocraten) hun dominantie kwijtraken. Naast de eurosceptische vleugelpartijen kwamen ook liberalen en Groenen over het algemeen beter uit de bus.

Signaal van de burgers

Het is niet overdreven deze stembusuitslag te lezen als een signaal van vergrote betrokkenheid van burgers bij wat de Europese Unie doet. En als een opdracht aan de slag te gaan met de gemeenschappelijke uitdagingen. Zichtbaar en daadkrachtig.

Het vervullen van de topposities in de nieuwe zittingsperiode van het Europees Parlement is een eerste moment waarop te zien is hoe de verhoudingen nu zijn. De berichten van dit front zijn verwarrend en niet onverdeeld hoopgevend.

Het gebrek aan transparantie is onaantrekkelijk maar een vrij onvermijdelijk gevolg van hoe ingewikkeld het proces is geworden. Het is nogal een veeldimensionale puzzel om een soort evenwicht te vinden met 28 landen, meer politieke groeperingen, allerlei regio’s en stadia van ontwikkeling en een roep om grotere diversiteit.

De ‘oude’ machten (de grote landen en de christendemocraten) wonnen de eerste slag. Duitsland kreeg voor het eerst in vijftig jaar het voorzitterschap van de Europese Commissie (Ursula von der Leyen), Frankrijk de toppost bij de Europese Centrale Bank (Christine Lagarde), Spanje de baan van de buitenlandchef van de EU (de huidige minister van Buitenlandse Zaken Josep Borrell).

Spitskandidaten

Zij maakten ervan gebruik dat het Europees Parlement niet met een duidelijke kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie kwam. Vijf jaar geleden lanceerde het Parlement het idee van de spitskandidaten: de Europese lijsttrekkers van alle politieke groeperingen zouden automatisch de kandidaten zijn voor de topbaan bij de Europese Commissie, de leider van de grootste fractie na de verkiezingen zou voorzitter worden.

Zo werd Jean-Claude Juncker in 2014 Commissievoorzitter. Het lijkt dat die het minder slecht heeft gedaan dan in het begin de verwachting was, maar zijn benoeming symboliseerde hoe dan ook de toegenomen invloed van de Europese volksvertegenwoordiging. Een automatisme waar de meeste regeringsleiders weinig van moesten hebben.

Nu de geslonken maar nog steeds grootste groepering, de christendemocraten en conservatieven van de EVP, met een kandidaat kwamen die algemeen als te zwak is beoordeeld (Manfred Weber) tekende zich een levensgrote kier af voor de regeringsleiders om het hele spitsensysteem op te ruimen.

Dat ging niet zonder slag of stoot.

Afgelopen weekeinde nog leken de Franse en Duitse voorlieden, Emmanuel Macron en Angela Merkel, het eens te zijn over een voorstel van de vroegere SPD-leider en oud-voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz. Daarin zou de sociaaldemocratische spitskandidaat Frans Timmermans voorzitter worden van de Commissie. Maar de manier waarop hij optrad tegen de ondermijning van de rechtsstaat in voormalige Oostbloklanden als Hongarije en Polen werd hem fataal.

Christendemocraten en conservatieven

Daar kwam bij dat Merkel zich niet van voldoende steun voor dit plan had verzekerd bij haar collega-regeringsleiders van EVP-huize. Zo kostte een onheilige alliantie van ondemocraten, Italianen en Ieren Timmermans zijn voorzitterschap.

Waarom de derde spitskandidaat, de sterke Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager, geen Commissievoorzitter kon worden? Waarschijnlijk omdat de EVP weinig christelijk op de eigen clubkleur stond, omdat Denemarken een kleine speler is en omdat het nog te vroeg is voor een liberale voorzitter.

In het dreamteam dat The Financial Times samenstelde, was Vestager Commissievoorzitter geworden: ‘Als concurrentie-commissaris heeft zij de Amerikaanse techbedrijven ter verantwoording geroepen, maar zij stond ook pal tegenover Parijs en Berlijn om de belangen van Europese consumenten te verdedigen’, aldus de Britse zakenkrant. ‘De Deense is integer, moedig en vlot; zij heeft een moderne, strategische visie. Zij zou van Europa qua regelgeving een supermacht maken zonder in protectionisme te vervallen. Ondanks Trump.’

De FT droomde ook van Angela Merkel als voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, de baan die nu naar de Belgische demissionaire premier Charles Michel is gegaan. Zij was kennelijk niet beschikbaar want het is nauwelijks denkbaar dat haar collega’s haar wat dan ook zouden hebben geweigerd.

Spitsen ter ziele

Merkel liet het aan Emmanuel Macron over Ursula von der Leyen als de nieuwe Commissievoorzitter voor te stellen, ook al waren haar Duitse coalitiepartners van de sociaaldemocratische SPD boos dat Timmermans werd gepasseerd. Daarmee heeft het Parlement zijn spitsenplan ter ziele zien gaan.

Het is nu aan het Europees Parlement als instituut om te laten zien wat het waard is. Het zou een teken van soevereine zelfstandigheid zijn geweest om niet de vrijpostige suggestie van de regeringsleiders te hebben gevolgd een sociaaldemocraat te benoemen als Parlementsvoorzitter. Om bijvoorbeeld een goede voorzitter te kiezen vanuit de fractie van de Groenen of een andere gepasseerde groepering.

Dat gebeurde niet. Inmiddels is de Italiaanse sociaaldemocraat David Sassoli gekozen. Hij mag de komende tweeënhalf jaar de hamer in het Parlement zwaaien. Als het aan de premiers, kanseliers en presidenten ligt wordt hij in de tweede helft van de termijn opgevolgd door een christendemocraat. Daar gaan zij dus niet over.

De strijd tussen het Europees Parlement en de Europese Raad (van regeringsleiders) is boeiend en belangrijk. Het gaat niet zomaar om meer of minder democratie. De regeringsleiders komen voort uit het democratische proces in hun eigen land. Maar het heeft de afgelopen decennia geleidelijk meer macht veroverd om de bevolking van de Unie directer zeggenschap te geven. Zoals de meeste parlementen altijd hebben moeten knokken voor hun macht en gezag.

Parlement mag heel wat

Daarom zou het geen goed teken zijn na de hoopgevende verkiezingen van dit voorjaar als het Parlement de besluiten van de Raad over de topbanen kritiekloos zou goedkeuren. De voorzitter van de Commissie kan niet worden benoemd zonder instemming van het Parlement. Wat overigens geldt voor de hele Commissie.

De strijd of het Parlement zich meer zal opstellen of juist niet, is in de Europese context actueel en levendiger dan in de Nederlandse nationale verhoudingen. In het parlement in Den Haag bestaan betrekkelijk monistische verhoudingen: Tweede Kamerleden van de regerende coalitie zijn gebonden aan het regeerakkoord, in de Eerste Kamer houdt men zich meestal ook aan die lijn.

De grote vraag wordt of het Europees Parlement als instituut kans ziet zich onafhankelijker te ontwikkelen. Dat is nuttig voor de geloofwaardigheid van de Europese democratie. Het kan dat nu ook iets makkelijker doen omdat de Commissie een uitvoerend orgaan is dat niet afhankelijk is van de vooraf vastgelegde steun van een deel van het Parlement.

Iedere poging tot dualisme wordt wel weer bemoeilijkt doordat de Europese Raad het hoogste orgaan is en alle wetgeving tot stand komt in die curieuze driehoeksverhouding tussen Raad, Commissie en Parlement.

Het zou veel schelen als het Parlement, dat half juli beslist over het Commissiepakket, de komende tijd creatief zijn tanden laat zien. Zoals het ook zou helpen als de Commissie het Parlement zichtbaar serieus neemt en er steun zoekt voor de aanpak van de grote vragen die zich aandienen.

EU is politieker geworden

De EU is politieker geworden, zoals heeft beschreven. Het beleid van de EU heeft zich ontwikkeld van ‘regelpolitiek’ naar ‘gebeurtenissenpolitiek’, zoals hij het noemt. Eerst was de EU er vooral om regels voor de gemeenschappelijke markt vast te stellen. Tegenwoordig is de Unie steeds meer een geworden dat op moet treden bij onvoorziene crises: de kredietcrisis, de migratiecrisis, Brexit, een klimaatcrisis.

Het wordt de kunst van alle betrokkenen het democratische gehalte van de EU te bewaken en te vergroten. Ook als zich weer een crisis aandient waar het Parlement géén formele rol heeft, moeten de EU-leiders zichtbaar democratisch willen zijn. In de nationale parlementen én in het Europees Parlement.

P.S. En ‘wat als’ Mark Rutte wél beschikbaar was geweest? Hij zou de Belgische premier (van dezelfde politieke familie) hebben kunnen overtroeven door zijn grotere senioriteit en zijn vermogen met de groten mee te spelen zonder irritatie te wekken. Dan was Nederland zijn ervaren premier kwijt geweest. Rutte wilde kennelijk zaterdags koffie blijven drinken op de Grote Markt in Den Haag.

Meer lezen?

Europa is binnenlandse politiek geworden De Europese verkiezingen doen er toe, op Europees niveau én in de lidstaten. Er mag dan geen Europees volk zijn, het is wél komen stemmen. Politiek Dagboek over de politisering van de Europese politiek. Lees het verhaal van Marc hier terug Mark Rutte zegt wat hij vijf jaar geleden had moeten zeggen Gingen deze Europese verkiezingen over de Europese Unie? Mark Rutte was niet de enige politicus die probeerde te ontsnappen aan de zwart-wit keuze Meer of Minder Europa. Politiek Dagboek over achterstallig onderhoud. Lees het verhaal van Marc hier terug