• 'Onmisbaar voor wie weleens cijfers tegenkomt - voor iedereen dus.'
    Ionica Smeets
  • 'Een bijzonder leuk boek over een belangrijk onderwerp.'
    Bas Haring
  • 'Essentieel leesvoer in tijden van big data.'
    Rosanne Hertzberger

Van rapportcijfers tot je pensioenleeftijd, van het weerbericht tot verkiezingsuitslagen: overal bepalen cijfers hoe ons leven eruitziet. Maar meten is mensenwerk, dus cijfers zijn niet zo objectief als ze lijken.

Met dit boek wil Sanne Blauw cijfers weer op hun plek zetten. Niet op een voetstuk. Niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast de woorden.

Nu in de boekhandel

Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) in de media

  • Het eerste interview was voor het AD, en alle regionale dagbladen. ‘In het dagelijks leven laten we ons volop leiden door cijfers. Daar moeten we kritischer naar kijken, vindt Sanne Blauw.’
  • Ook Trouw kondigt het boek vast aan: 'Blauw behandelt het verschil tussen een correlatie en een oorzakelijk verband, de mist van gemiddelden, de valkuilen van steekproeven, en nog veel meer.'
  • Daarna besteedde EM aandacht aan het boek, het blad van Sannes voormalige universiteit. 'Cijfers zijn als zeepjes, als je er te hard in knijpt, glippen ze je uit de handen.'
  • Een voorpublicatie over big data en algoritmen stond op de site van Tegenlicht. Paste mooi bij hun uitzending over de mens in de machine, die laat zien hoe cijfers ons leven beïnvloeden.
  • De Telegraaf publiceerde daarna een interview met Sanne, met een leuke uitleg van de titel Het bestverkochte boek ooit (met deze titel), voor wie die nog niet snapte.
  • De best beluisterde podcast ooit (met deze titel), ook een geweldige titel van dit leuke gesprek tussen Sanne en datajournalist Jerry Vermanen, die net een boek over datajournalistiek uitbracht.
  • Een voorpublicatie stond daarna op de site van Vrij Nederland. 'Niet schrikken! Dit is wat je moet doen als je een cijfer tegenkomt' luidt de titel.
  • 'Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) van econometrist Sanne Blauw helpt ons om te begrijpen waarom cijfers niet zo objectief zijn als ze lijken,' aldus New Scientist.
  • Nederlands Dagblad publiceerde daarna een interview met Sanne. 'We zijn met z’n allen een beetje meetgek geworden'.
  • Het Reformatorisch Dagblad plaatste dit interview, met foto, weer door.
  • NRC Handelsblad sprak met Sanne over hoe het meten ons leven verandert. 'Cijfers zijn handig, en ze moeten er zijn, maar een getal zonder verdere uitleg betekent eigenlijk niets.'
  • Daarna verscheen een interview in de Volkskrant. Zeker het grappige begin is een aanrader!
  • De Tijd volgde, met een interview onder de kop: 'We mogen niet blind varen op cijfers'.
  • Bij Linda Nieuws kunnen ze er ook wat van: 'Sanne Blauw (32) schreef een boek over cijfers en dat klinkt saai, maar dat is het dus niet.'
  • Het eerste radio-interview was bij De Wild in de Middag. Sanne mocht uitleggen waarom haar boek een 'E-reader Aanrader' is.
  • En daarna... een voorpublicatie bij Charlie Magazine én nog een bij Managementboek.nl. Voor wie een voorproefje van het boek wil krijgen!
  • Humo deed een vraaggesprek met Sanne. 'We kunnen almaar meer meten, maar willen we dat allemaal wel weten?'
  • Sanne was ook op tv, bij het programma 5 Uur Live. Naast wetenschapsjournalist Diederik Jekel (die ook een mooi voorbeeld van misleidende cijfers gaf) vertelde ze meer over haar boek.
  • Een column op de site Trajectum, van Ernst Jan Hamel over dyscalculie, behandelt ook Sannes boek. Make numbers great again!
  • Bij Nieuwsweekend mocht Sanne ook over haar boek vertellen. De actuele voorbeelden laten zien hoe relevant haar boek is.
  • Een kort signalement in Het Parool: 'Bij De Correspondent, dat haar boek uitgeeft, werd ze 'correspondent ontcijferen'. (*met deze naam).'
  • De tweede recensie stond in Elsevier. 'Blauw voert haar relativering soms wel erg ver door,' schrijft Joppe Gloerich, 'Maar stof tot nadenken biedt haar boek genoeg.'
  • Ook de Grazia interviewde Sanne over Het bestverkochte boek ooit (met deze titel): 'Cijfers hadden mij in hun macht.'
  • Een voorpublicatie stond daarna op de site van Knack.
  • In het blad verscheen nog een interview: 'Algoritmes zijn níét neutraal. Ik wil niet dat ze alles overnemen'.
  • Het magazine van Bol.com publiceerde ook een recensie. 'Van mij had het boek meer dan 208 pagina’s mogen hebben.'
  • 'Blauw laat zo overtuigend zien dat we als (nieuws)consument zelf kritisch moeten blijven.' Dat schreef de Metro.
  • Wat kunnen we doen om beter met cijfers om te gaan? Dat blijkt uit de voorpublicatie die Villamedia publiceerde.
  • 'In elk cijfer zitten waardeoordelen verscholen,' schrijft Het Belang van Limburg over Sannes boek. 'Goed geschreven, de cijferaars worden raak ontcijferd, voor een groot publiek. Heel knap.'
  • Goede vraag van Eos in een bespreking van Sannes boek: 'Iemand zou eens moeten berekenen hoeveel bomen er omgehakt zijn om al die populariserende wiskundeboeken op de markt te brengen.'
  • Maarten interviewde Sanne. Het inzicht: 'Cijfers gaan allang niet meer alleen over de waarheid.'
  • Wat is geluk? Die vraag stond centraal bij Tijd voor Max. Ook Sanne schoof aan: kun je geluk meten?
  • Brandpunt + maakt een heel nieuwe podcast, Welles-Nietes, om filterbubbels te doorbreken. Co-host: Yernaz Ramautarsing. Eerste gast: Sanne.
  • 'Morele beslissingen moeten we niet overlaten aan mensen die toevallig een talent hebben voor computers,' schrijft het Reformatorisch Dagblad in een recensie.
  • Ook een zorgvuldige recensie in het Technisch Weekblad: 'Blauws boek leest als een trein en laat je kritischer kijken naar de overvloed aan cijfers om ons heen.'
  • NRC Handelsblad recenseert vier wiskundeboeken die de afgelopen maanden uitkwamen. Sannes boek krijgt 5 ballen, maar wat zeggen zulke cijfers eigenlijk?
  • 'Het is verleidelijk om snel conclusies te trekken uit alle cijfers die dagelijks over ons worden uitgestort,' schrijft Kijk. Hoe wapen je je daartegen?

Over Sanne Blauw

Foto: Lise Straatsma

Het leven van Sanne Blauw begon in de tiende maand van het jaar 1986. Gunstig, want door het geboortemaandeffect had ze een grotere kans om naar het vwo te gaan. Zo geschiedde: met een hoge score op haar overgangstoets belandde ze als 11-jarige op het gymnasium (vlak daarvoor verkozen tot de beste school van Nederland). Met een 8,4 gemiddeld stroomde ze door naar de universiteit om econometrie te studeren, waarover haar werd verteld dat één op de drie afgestudeerden miljonair zou worden. Sanne was voorbestemd om tot haar 67ste drie keer modaal te verdienen bij een bank. Maar ze koos ervoor te promoveren. Toen ze tijdens haar onderzoek aan 237 respondenten vroeg hoe gelukkig ze waren op een schaal van één tot tien, begon ze te twijfelen. Is geluk wel in cijfers te vangen? Die vraag lanceerde haar journalistieke carrière. Ze werd correspondent Ontcijferen bij De Correspondent, met één doel: de bizarre invloed van cijfers op ons leven zichtbaar maken. Zo werd ze een van de meest gelezen correspondenten op het platform en een van de meest gevolgde econometristen op Twitter.

Voor interviews en recensie-exemplaren kun je uitgever Milou Klein Lankhorst mailen via milou@decorrespondent.nl.

Dit boek is ontstaan op De Correspondent

Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) is tot stand gekomen op De Correspondent, het snelstgroeiende digitale journalistieke platform van Nederland. We zijn een dagelijks medicijn tegen de waan van de dag. Dat betekent dat we iedere dag iets nieuws willen bieden, maar ons daarin niet laten leiden door 'het laatste nieuws.'

Onze site is volledig advertentievrij en we bestaan dankzij onze 56.000 betalende leden. Zo kunnen we samen met onze leden onafhankelijke journalistiek bedrijven.

Door onze boeken te lezen, steun je onze missie: een nieuwe vorm van onafhankelijke en constructieve journalistiek.

Bestel nu

In de ban van cijfers

Ze stapte door de schuifdeur het stoffige kantoortje binnen en gaf me een hand. ‘Venita.’ Haar grote vale sweater maakte dat ze nog kleiner leek dan ze al was. Zodra ze op de klapstoel tegenover me had plaatsgenomen, legde ik in het Spaans uit dat ik van een Nederlandse universiteit kwam. Dat ik in Bolivia onderzoek deed naar geluk en inkomensongelijkheid. Dat ik haar een aantal vragen wilde stellen om te zien hoe zij naar haar leven en haar land keek.
Dit praatje had ik vaker gedaan. Al tien dagen interviewde ik inwoners van Tarija, een Boliviaans stadje vlak bij de Argentijnse grens. Ik had met marktkoopvrouwen gesproken, met aardbeienboeren bier gedronken, met families gebarbecued - alles om maar zoveel mogelijk data te verzamelen. Nu was ik met mijn stapel vragenlijsten terechtgekomen in het kantoor van een vrouwenorganisatie. De directrice had aangeboden om me in contact te brengen met empleadas domésticas - werksters. Vrouwen zoals Venita.
‘Laten we beginnen,’ zei ik. Hoe oud ben je?’
’58.’
‘Tot welke etnische groep behoor je?’
‘Aymara.’ Kijk aan, dacht ik, ze behoorde tot een van de oudste bevolkingsgroepen. Die was ik nog niet veel tegengekomen.
‘Je huwelijkse staat?’
‘Ik ben alleen.’
‘Kun je lezen?’
‘Nee.’
‘Schrijven?’
‘Nee.’
Zo gingen mijn vragen door - haar beroep, haar onderwijsniveau, of ze een mobieltje, koelkast of televisie had.
‘Ik verdien tweehonderd bolivianos per maand’, vertelde ze toen ik haar vroeg naar haar salaris. Dat was ver onder het minimumloon van 815 bolivianos dat president Evo Morales kort daarvoor had ingevoerd. ‘Ik ben bang dat mijn bazin me ontslaat als ik haar om meer geld vraag. Ik woon in een carpita.’ Ik schreef het woord op, want ik wist niet wat het betekende. Pas later begreep ik het: ze woonde in een tentje.
Eindelijk kwam ik bij het onderdeel waar mijn onderzoek om draaide: geluk en inkomensongelijkheid. Achter mijn bureau op de elfde verdieping van de Erasmus Universiteit had ik vijf diagrammen getekend in PowerPoint. Elk stelde een andere inkomensverdeling voor. Mijn professor had me voor de zekerheid nog gevraagd of de diagrammen wel allemaal evenveel vierkantjes telden.
Maar al op mijn eerste onderzoeksdag in Bolivia had ik gemerkt dat die vraag over inkomensongelijkheid niet voor iedereen werkte. De marktkoopvrouwen die ik had geïnterviewd, begrepen niet wat de diagrammen moesten voorstellen. Hoe kon ik nu verwachten dat Venita - die niet kon lezen en schrijven - deze vraag over inkomensongelijkheid wel zou snappen? Ik moest het onderdeel bij haar maar volledig overslaan, besloot ik.
Maar nog voordat ik mijn volgende vraag kon stellen, begon ze te praten. ‘Weet je wat het is met Bolivia?’ Ze ging rechtop zitten. ‘Er is een enorme arme groep en een heel kleine, heel rijke groep. En die verschillen worden alleen maar groter. Vind je het gek dat niemand elkaar nog vertrouwt in dit land?’
Zonder het te weten, had ze diagram A beschreven. En ze had ook meteen twee van mijn andere vragen beantwoord, over haar blik op de toekomst en het onderling vertrouwen in Bolivia. Ik had haar volkomen onderschat. Mijn hoofd werd warm, maar ik ging verder met het interview alsof er niks gebeurd was. Tijd voor de laatste vragen.
‘Hoe gelukkig ben je op een schaal van één tot tien?’
‘Één.
‘Hoe gelukkig denk je over vijf jaar te zijn?’
‘Één.’

Ik denk dat het tijdens dit interview in 2012 begon, mijn twijfel over cijfers. Tot dan was ik vooral een consument van cijfers geweest. Ik kwam ze tegen in de krant of op het journaal. Voor opdrachten bij mijn inmiddels afgeronde studie econometrie had ik het benodigde cijfermateriaal van mijn docenten ontvangen of had ik officiële data van de websites van de Wereldbank en andere organisaties gedownload.
Maar nu ontving ik geen kant-en-klare spreadsheet. Nu was ik zelf de verzamelaar. Sinds een jaar was ik aan de slag als promovendus. Cijfers waren mijn vak geworden, maar het gesprek met Venita deed mijn geloof wankelen. Ik onderzocht haar geluk, maar kon haar leven in een carpita niet in een cijfer uitdrukken. Ik vernam haar mening over inkomensongelijkheid, maar kon slechts kiezen uit diagram A, B, C, D of E. Veel van wat ze vertelde was niet te tellen, maar telde wel.
Venita leerde me nog iets. Ik beïnvloedde sterk hoe de uiteindelijk cijfers eruitzagen. Ik vond geluk belangrijk en dacht dat het op deze manier meetbaar was. Ik had achter mijn bureau bedacht om die abstracte vraag met de diagrammen te gebruiken. Ik dacht dat Venita niet slim genoeg was om iets over inkomensongelijkheid te zeggen. Ik, ik, ik. Iemand anders, met dezelfde onderzoeksvragen maar andere overtuigingen, was waarschijnlijk op andere resultaten uitgekomen. Cijfers zouden objectief moeten zijn, maar ineens zag ik hoe sterk ze verbonden waren met de onderzoeker.
Na het gesprek typte ik in rij 80 van ‘data sheet Bolivia.xlsx’ Venita’s gegevens: een 58 voor leeftijd, een 200 voor salaris, een 1 voor geluk. Het zag er net zo netjes uit als de spreadsheets die ik al jaren downloadde. Maar ineens zag ik hoe bedrieglijk die orde was.

Als kleuter was ik al een cijfernerd. Toen ik net kon tellen, verslond ik verbind-de-puntjesboeken. In een van mijn eerste herinneringen, op vakantie in het Zwarte Woud, tekende ik aan de hand van getallen de ene sneeuwpop na de andere wolk. Niet veel later kreeg ik van mijn grootouders een radiowekker. ’s Avonds lag ik te staren naar het ledverlichte tijdstip en maakte ik alle mogelijke sommen met de vier cijfers. Op de middelbare school was wiskunde mijn lievelingsvak en uiteindelijk koos ik voor de studie econometrie, een vakgebied waarin ik ook zou promoveren. Bij econometrie leerde ik alles over de statistiek achter economische modellen. Ik rekende, analyseerde, programmeerde. En zo leerde ik wat ik ooit in die puntjesboeken had gedaan: het zoeken naar patronen in cijfers.
Maar cijfers speelden een nog veel grote rol in mijn leven. Ze gaven me houvast. Van mijn vijfde tot mijn zesentwintigste kreeg ik cijfers en beoordelingen toebedeeld op scholen en universiteiten. Ik gebruikte ze als een graadmeter voor hoe ik het deed. Haalde ik een laag cijfer, dan zat ik in de put. Een hoog cijfer en ik vloog door het leven. Dat ik de stof na een paar dagen was vergeten, maakte me weinig uit. Als ik maar een goed gemiddelde had. Ook buiten school gaven cijfers me grip. Toen ik terugkwam uit Bolivia zag ik een 56 op de weegschaal. Een body mass index van 18,3 - wat was ik trots.
Niet alleen ik werd gestuurd door cijfers. Collega’s op de universiteit kregen promotie als ze genoeg publicaties hadden in wetenschappelijke tijdschriften. In het ziekenhuis waar mijn moeder werkte werd elk jaar met spanning uitgekeken naar de Ziekenhuis Top 100 van het Algemeen Dagblad. En mijn vader moest met pensioen toen hij vijfenzestig werd.
Ik besefte pas later dat mijn gesprek met Venita me ook iets belangrijks had doen inzien over deze cijfers. Zoals ik invloed had gehad op de cijfers die ik verzamelde, zo beïnvloedden anderen de cijfers die ik en de mensen om mij heen gebruikten als maatstaf voor hun leven. Leraren bedachten wat goed werd gerekend, artsen welk BMI gepast was, beleidsmakers op welke leeftijd het tijd was om te stoppen met werken.

Na mijn promotie in 2014 besloot ik de journalistiek in te gaan. Want sinds die ontmoeting met Venita vond ik de verhalen achter de cijfers interessanter dan de cijfers zelf. Bij De Correspondent, een online journalistiek platform, ging ik aan de slag als correspondent Ontcijferen. Dat ontcijferen had een dubbele betekenis. Niet alleen wilde ik lezers uitleggen hoe cijfers tot stand komen, maar ook zou ik de vraag aansnijden: Moeten we cijfers niet wat minder belangrijk maken in onze samenleving? Moeten we niet ont-cijferen?
Al snel bleek: mijn onderwerp leefde. Lezers stuurden me slechte peilingen, wankel wetenschappelijk onderzoek, misleidende grafieken. Vaak waren het fouten die ik zelf eerder had gemaakt in mijn promotieonderzoek. Tijdens congrespraatjes en in reviews van mijn artikelen was ik er achtergekomen dat mijn steekproeven niet representatief waren geweest, dat ik correlatie en causaliteit door elkaar had gehaald. Nu zag ik precies diezelfde fouten terugkomen bij de cijfers waarmee journalisten de wereld duidden, waarmee onze volksvertegenwoordigers beleidskeuzes maakten, waarmee artsen beslissingen namen over onze gezondheid. De wereld bleek vol flutcijfers te zitten.
Ook andersoortige berichten over cijfers hielden me bezig. Ik hoorde over ouders die van de kinderopvang een rapport kregen over hun eenjarige kind, politieagenten die met een boetequotum werkten, Uberchauffeurs die werden ontslagen bij te lage evaluatiecijfers.
Het werd me intussen steeds duidelijker: van de pensioensleeftijd tot Facebook-kliks, van het bruto binnenlands product tot ons inkomen - cijfers bepalen hoe de wereld eruitziet. En de invloed van die cijfers lijkt alleen maar sterker te worden. Big data-algoritmes schieten als paddestoelen uit de grond bij de overheid en in het bedrijfsleven. Steeds vaker zijn het geen mensen, maar modellen die beslissingen nemen.
Het is alsof we massaal gehypnotiseerd zijn geraakt door getallen. Waar woorden gemakkelijk worden bekritiseerd, krijgen cijfers verbijsterend vrij spel. Inmiddels, na enkele jaren onderzoek als journalist, is mijn conclusie dat cijfers veel te belangrijk zijn geworden in ons leven. Cijfers zijn zo leidend geworden, dat we het misbruik niet langer kunnen negeren. Het is tijd om te ont-cijferen.

Toch is dit geen anti-cijferboek. Cijfers zijn, net als woorden, onschuldig. Het zijn de mensen achter de cijfers die fouten maken. Dit boek gaat over hen. Over hun denkfouten, hun onderbuikgevoelens, hun belangen. We komen psychologen tegen die hun racisme verpakken in cijfers, een wereldberoemd seksonderzoeker met een ronduit schimmige dataverzameling, tabaksmagnaten die cijfers misbruiken en daarmee miljoenen levens verwoesten.
Maar het boek gaat ook over ons, cijferconsumenten. Want wij laten ons verleiden en misleiden. Sterker nog, we laten ons leiden door cijfers. Cijfers beïnvloeden wat je drinkt, wat je eet, waar je werkt, hoeveel je verdient, waar je woont, wie je trouwt, op welke partij je stemt, of je een hypotheek krijgt, hoeveel premie je betaalt voor je zorgverzekering. Ze beïnvloeden zelfs of je ziek wordt of geneest, of je leeft of sterft.
Al heb je niets met cijfers, je hebt geen keuze: je hébt iets met cijfers.
Dit boek ontcijfert de wereld van getallen, zodat iederéén het juiste gebruik van cijfers kan onderscheiden van het misbruik. En zodat we ons kunnen afvragen: welke rol willen we dat cijfers spelen in ons leven en in de samenleving?
Het is tijd om cijfers op hun plek zetten. Niet op een voetstuk, niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast woorden.
Voordat we daar zijn, moeten we terug naar het begin. Hoe begon onze obsessie met cijfers?

Lees verder in het boek

Bestel nu

Lees verder