Spring naar inhoud
  • Actuele, geheel herziene editie.
  • *****
    NRC Handelsblad
  • ‘Een scherpe, vermakelijke geschiedenis.’
    The Guardian
  • ‘Onmisbaar voor wie weleens cijfers tegenkomt - voor iedereen dus.’
    Ionica Smeets

Of het nu je schoolrapport is of je salarisstrookje, de verkiezingsuitslagen of het aantal virusbesmettingen tijdens een pandemie – cijfers zijn overal en ze beïnvloeden hoe jouw leven eruitziet. Maar meten is mensenwerk, dus cijfers zijn niet zo objectief als ze lijken.

Met dit boek wil Sanne Blauw cijfers weer op hun plek zetten. Niet op een voetstuk. Niet bij het vuilnis. Maar waar ze horen: naast de woorden.

Sanne Blauw in de media

  1. The Guardian noemde het boek: ‘Een gevatte en vermakelijke geschiedenis van het opzettelijke misbruik van statistieken.’

  2. The Times beschrijft het boek als: ‘Een waardevol beknopt boek [...]. Mooi opgebouwd, met goede verhalen.’

  3. In een interview voor het AD, en alle regionale dagbladen, vertelt Sanne: ‘In het dagelijks leven laten we ons volop leiden door cijfers. Daar moeten we kritischer naar kijken.’

  4. Ook Trouw besprak het boek: ‘Blauw behandelt het verschil tussen een correlatie en een oorzakelijk verband, de mist van gemiddelden, de valkuilen van steekproeven, en nog veel meer.’

  5. Daarna besteedde EM aandacht aan het boek, het blad van Sannes voormalige universiteit. ‘Cijfers zijn als zeepjes, als je er te hard in knijpt, glippen ze je uit de handen.’

  6. Een voorpublicatie over big data en algoritmen stond op de site van Tegenlicht. Paste mooi bij hun uitzending over de mens in de machine, die laat zien hoe cijfers ons leven beïnvloeden.

  7. De Telegraaf publiceerde een interview met Sanne, met een leuke uitleg van de titel Het bestverkochte boek ooit (met deze titel), voor wie die nog niet snapte.

  8. De best beluisterde podcast ooit (met deze titel), ook een geweldige titel, van dit leuke gesprek tussen Sanne en datajournalist Jerry Vermanen, die een boek over datajournalistiek uitbracht.

  9. Een voorpublicatie stond op de site van Vrij Nederland. ‘Niet schrikken! Dit is wat je moet doen als je een cijfer tegenkomt’ luidt de titel.

  10. Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) van econometrist Sanne Blauw helpt ons om te begrijpen waarom cijfers niet zo objectief zijn als ze lijken,’ aldus New Scientist.

  11. Nederlands Dagblad publiceerde een interview met Sanne. ‘We zijn met z’n allen een beetje meetgek geworden’.

  12. Het Reformatorisch Dagblad plaatste dit interview, met foto, weer door.

  13. NRC Handelsblad sprak met Sanne over hoe het meten ons leven verandert. ‘Cijfers zijn handig, en ze moeten er zijn, maar een getal zonder verdere uitleg betekent eigenlijk niets.’

  14. Daarna verscheen een interview in De Tijdde Volkskrant. Zeker het grappige begin is een aanrader!

  15. De Tijd volgde, met een interview onder de kop: ‘We mogen niet blind varen op cijfers'.

  16. Bij Linda Nieuws kunnen ze er ook wat van: ‘Sanne Blauw (32) schreef een boek over cijfers en dat klinkt saai, maar dat is het dus niet.’

  17. Het eerste radio-interview was bij De Wild in de Middag. Sanne mocht uitleggen waarom haar boek een ‘E-reader Aanrader’ is.

  18. En daarna…een voorpublicatie bij Charlie Magazine én nog een bij Managementboek.nl.

  19. Humo deed een vraaggesprek met Sanne. 'We kunnen almaar meer meten, maar willen we dat allemaal wel weten?'

  20. Sanne was ook op tv, bij het programma 5 Uur Live. Naast wetenschapsjournalist Diederik Jekel (die ook een mooi voorbeeld van misleidende cijfers gaf) vertelde ze meer over haar boek.

  21. Een column op de site Trajectum, van Ernst Jan Hamel over dyscalculie, behandelt ook Sannes boek. Make numbers great again!

  22. Bij Nieuwsweekend mocht Sanne ook over haar boek vertellen. De actuele voorbeelden laten zien hoe relevant haar boek is.

  23. Een kort signalement in Het Parool: ‘Bij De Correspondent, dat haar boek uitgeeft, werd ze 'correspondent ontcijferen'. (*met deze naam).’

  24. De tweede recensie stond in Elsevier. ‘Blauw voert haar relativering soms wel erg ver door,’ schrijft Joppe Gloerich, ‘Maar stof tot nadenken biedt haar boek genoeg.’

  25. Ook de Grazia interviewde Sanne over Het bestverkochte boek ooit (met deze titel): ‘Cijfers hadden mij in hun macht.’

  26. Een voorpublicatie stond op de site van Knack. In het blad verscheen nog een interview: 'Algoritmes zijn níét neutraal. Ik wil niet dat ze alles overnemen'.

  27. Het magazine van Bol.com publiceerde ook een recensie. ‘Van mij had het boek meer dan 208 pagina’s mogen hebben.’

  28. ‘Blauw laat zo overtuigend zien dat we als (nieuws)consument zelf kritisch moeten blijven.’ Dat schreef de Metro.

  29. Wat kunnen we doen om beter met cijfers om te gaan? Dat blijkt uit de voorpublicatie die Villamedia publiceerde.

  30. ‘In elk cijfer zitten waardeoordelen verscholen,’ schrijft Het Belang van Limburg over Sannes boek. ‘Goed geschreven, de cijferaars worden raak ontcijferd, voor een groot publiek. Heel knap.’

  31. Goede vraag van Eos in een bespreking van Sannes boek: ‘Iemand zou eens moeten berekenen hoeveel bomen er omgehakt zijn om al die populariserende wiskundeboeken op de markt te brengen.’

  32. Maarten interviewde Sanne. Het inzicht: 'Cijfers gaan allang niet meer alleen over de waarheid.'

  33. Wat is geluk? Die vraag stond centraal bij Tijd voor Max. Ook Sanne schoof aan: kun je geluk meten?

  34. Brandpunt + maakt een heel nieuwe podcast, Welles-Nietes, om filterbubbels te doorbreken. Co-host: Yernaz Ramautarsing. Eerste gast: Sanne.

  35. ‘Morele beslissingen moeten we niet overlaten aan mensen die toevallig een talent hebben voor computers,’ schrijft het Reformatorisch Dagblad in een recensie.

  36. Ook een zorgvuldige recensie in het Technisch Weekblad: ‘Blauws boek leest als een trein en laat je kritischer kijken naar de overvloed aan cijfers om ons heen.’

  37. NRC Handelsblad recenseert vier wiskundeboeken die de afgelopen maanden uitkwamen. Sannes boek krijgt 5 ballen, maar wat zeggen zulke cijfers eigenlijk?

  38. ‘Het is verleidelijk om snel conclusies te trekken uit alle cijfers die dagelijks over ons worden uitgestort,’ schrijft Kijk. Hoe wapen je je daartegen?

Over Sanne Blauw

Sanne Blauw is econometrist. In 2014 promoveerde ze bij de Erasmus School of Economics. Ze is de auteur van Het bestverkochte boek ooit (met deze titel), waarvan 25.000 exemplaren werden verkocht. Het boek werd vertaald in tien talen, de Engelse editie verscheen in 2020 als The Number Bias. Door haar journalistieke werk, het boek en de coronapandemie groeide ze uit tot veelgevraagd cijferexpert.

Dit boek is ontstaan op De Correspondent

Dit boek kwam tot stand op het journalistieke platform De Correspondent.

Sanne Blauw zet daar haar zoektocht naar de rol van cijfers in ons leven voort.

Onze uitgeverij heeft zich ingespannen om dit boek zo duurzaam mogelijk uit te geven. En we werken eraan om een volledig duurzaam bedrijf te worden – op ons platform kun je volgen hoe dat ons vergaat. Bestel je het boek bij ons, dan wordt het zoveel mogelijk op de fiets bezorgd.

Je kunt ons steunen door een abonnement te nemen op onze boeken, als je deze reis met onze betrokken journalisten wilt voortzetten en nieuwe, duurzame boeken mogelijk wilt maken.

In de ban van cijfers

Donald Trump pakte een stapel papieren van het tafeltje naast zich. ‘Bekijk eens een paar van deze grafieken’, zei hij tegen de man die tegenover hem zat. Het was politiek journalist Jonathan Swan, die eind juli 2020 een halfuur kreeg om de Amerikaanse president te interviewen in het Witte Huis. Ze praatten al bijna een kwartier over de coronacrisis.

‘Hier is er eentje’, zei Trump, terwijl hij een van de papieren van links naar rechts, van boven naar onder bekeek. ‘De Verenigde Staten is het laagste in tal van categorieën. We zijn lager dan de wereld.’

‘Lager dan de wereld?’ Swans ogen zaten bijna dicht van het fronsen. Zijn gezicht zou later het internet over gaan als meme.

‘We zijn lager dan Europa.’

‘Wat betekent dat? In wat? In wat?’

Trump gaf het A4’tje aan Swan. ‘Kijk. Kijk dan. Hier heb je het aantal doden.’

Terwijl Trump alweer de volgende grafiek erbij pakte, tuurde Swan naar het papier dat de president hem gegeven had. ‘O, u doet sterfte ten opzichte van het aantal gevallen. Ik heb het over sterfte als percentage van de bevolking.’ Swans wenkbrauwen gingen omhoog. ‘Dat is waar de VS heel slecht scoort, veel slechter dan Zuid-Korea, Duitsland, et cetera.’

Trump schudde zijn hoofd. ‘Dat mag je niet doen.’

Nooit was de invloed van cijfers zo evident

Toen mijn boek Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) uitkwam in 2018, had ik – uiteraard – geen idee wat ons te wachten stond. Dat een virus in 2020 niet alleen de Verenigde Staten, maar de hele wereld plat zou leggen. Dat het wereldwijd tientallen miljoenen besmettingen zou veroorzaken en al meer dan 1,8 miljoen doden.

Anderhalf jaar na de publicatie van mijn boek stonden cijfers ineens in de schijnwerpers. Het ging over exponentiële groei, over het reproductiegetal, over flattening the curve. Appgroepen werden gebruikt om berekeningen te delen, cijfers waren een vast onderdeel in het achtuurjournaal en kennis van statistiek kon je een beroemdheid maken.

Cijfers waren al langer dominant, dat was het hele punt geweest van mijn boek. Of het nou economische statistieken of examenuitslagen zijn, peilingen of big data – getallen beïnvloeden hoe je leven eruitziet. Ik hoopte met mijn boek duidelijk te maken: of je nu wilt of niet, je hébt iets met cijfers.

Die boodschap had in 2020 geen uitleg meer nodig. Nog nooit was de invloed van cijfers op ons leven zo evident als tijdens de pandemie. Het lag aan de coronacijfers of je je familie kon zien, alcohol kon kopen, op kantoor kon werken, naar school kon gaan, een feest kon organiseren, een reis kon maken, een voetbalwedstrijd kon spelen, een theater kon bezoeken, een uitvaart kon bijwonen. Het leven zag er volstrekt anders uit, en dat kwam door de cijfers.

Of nou ja, dat kwam door het virus. En die cijfers waren cruciaal om dat virus in de gaten te houden. Stel je eens een wereld voor zonder: dan wisten we niet hoeveel ic-bedden er nog beschikbaar waren, of de maatregelen hielpen tegen de verspreiding, of een vaccin ook effectief was. Getallen bleken, letterlijk, van levensbelang.

Dus is het zaak om ze goed te begrijpen. Want waar cijfers belangrijk worden, ligt misleiding op de loer.

Alternatieve feiten

Donald Trump betichten van misleiding is niet erg origineel. De man vertelde ruim 20.000 onwaarheden in nog geen vier jaar tijd. Zo suggereerde hij dat het inspuiten van desinfectiemiddel zou kunnen helpen tegen covid-19, noemde hij de Amerikaanse economie onder zijn bewind de beste uit de wereldgeschiedenis en stelde hij dat zijn muur op de grens met Mexico bijna af was.

En laten we niet vergeten dat hij zijn presidentschap begon met een leugen over het aantal toeschouwers bij zijn inauguratie. ‘Echt, het zag eruit als anderhalf miljoen mensen’, vertelde hij op zijn eerste dag als president. Het is lastig te zeggen hoeveel mensen er precies op de National Mall stonden – satellietfoto’s waren door bewolking onbruikbaar – maar experts zijn het erover eens: het was bij lange na niet anderhalf miljoen. Toen adviseur Kellyanne Conway de leugen op televisie verdedigde sprak ze historische woorden. Het waren geen onwaarheden, zei ze, het waren ‘alternatieve feiten’.

Zulk cijfermisbruik, waarbij een cijfer simpelweg verzonnen wordt, ben ik als correspondent Ontcijferen niet zoveel tegengekomen. Maar weinigen hebben het lef om een cijfer uit de duim te zuigen en – belangrijker – een claim is overtuigender met een zweem van wetenschappelijkheid. Dan komen cijfers goed van pas.

Dat zie je in het gesprek van Trump met Jonathan Swan. Iemand op het Witte Huis heeft A4’tjes uitgeprint en ze klaargelegd op het tafeltje naast Trumps stoel. Er staan grafieken op van Our World in Data, een dataplatform van de Universiteit van Oxford dat bekendstaat om zijn uitstekende statistieken. Zelfs Trump, Mr Alternative Facts himself, gebruikt cijfers om zijn standpunt te onderbouwen. Échte cijfers.

Cijfers zijn niet zomaar een mening

Cijfers helpen om wetenschappelijk te klinken, om te overtuigen. Cijfers liegen niet, toch? Meten is weten. Waar woorden al snel gekleurd zijn, lijken cijfers de werkelijkheid neutraal weer te geven. Hoe belangrijk cijfers ook zijn, mijn boek laat zien: ze zijn nóóit objectief. Dat begint al met het meten zelf. Wat je meet, en hoe, is per definitie een subjectieve beslissing.

Neem het coronabeleid van de Nederlandse overheid. Op 19 mei 2020 kondigde minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge aan dat er een dashboard zou komen voor coronacijfers. Dat moest dienen als ‘basis voor besluitvorming’. Welke cijfers erop kwamen te staan? Positieve tests, ziekenhuisopnames, besmettingen in verpleeghuizen, et cetera.

Het waren zulke gezondheidscijfers die aanleiding gaven tot nieuwe maatregelen – bijvoorbeeld op 13 oktober, toen premier Mark Rutte en minister De Jonge een gedeeltelijke lockdown aankondigden waarbij onder andere horecagelegenheden dicht moesten. Door de maatregelen gingen Nederlanders ongezonder leven, raakten meer mensen werkloos en kwam somberheid vaker voor.

Toch stonden er op het dashboard geen cijfers over leefstijl, werkgelegenheid of geestelijke gezondheid. Er werd voorrang gegeven aan andere cijfers, om de zorg niet te zwaar te belasten en kwetsbaren te beschermen. Een begrijpelijke keuze, maar het blijft een keuze. Het waren niet alleen statistische, maar ook morele overwegingen.

Dat wil niet zeggen dat cijfers zomaar een mening zijn. Ze zijn als de wetten in het wetboek: belangrijke afspraken die we met elkaar maken en die vervolgens getoetst kunnen worden. Als we het erover eens zijn dat we vooruitgang, intelligentie of gezondheid moeten meten, en ook over hóe we dat willen doen, dan kunnen we kijken hoe die maatstaven zich door de tijd ontwikkelen, welke factoren daarbij een rol spelen en hoe een land het doet ten opzichte van andere landen.

Cijfers, mits goed gebruikt, helpen om de wereld beter te begrijpen en te veranderen. Maar wat is ‘goed gebruikt’? Daar komt statistiek om de hoek kijken, de methode om cijfers te standaardiseren, te verzamelen en te analyseren.

In Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) hoop ik je te overtuigen dat een willekeurige steekproef beter is dan een Twitterpeiling, dat correlatie niet hetzelfde is als causaliteit, dat je rekening moet houden met onzekerheidsmarges. En dat Trump wel echt fout zat met zijn claim over de coronasterfte in de Verenigde Staten.

De beste leugen bevat een kern van waarheid

‘Waarom mag ik dat niet doen?’ vroeg Swan aan de Amerikaanse president.

‘Je moet kijken naar… kijk’, Trump stak een nieuw vel uit naar de journalist, ditmaal met een grafiek met felgekleurde balken. ‘Hier zijn de Verenigde Staten. Je moet kijken naar de gevallen. Daar staan de gevallen.’

Terwijl Trump doorpraatte, probeerde Swan het nog een keer: ‘Waarom niet als percentage van de bevolking?’

Trumps claim was niet verzonnen, zoals de anderhalf miljoen bezoekers bij zijn inauguratie. Hij keek naar de case fatality rate (CFR), oftewel: hoeveel procent van de positief geteste personen overlijdt uiteindelijk? Dat is een bekend epidemiologisch concept om een idee te krijgen van de sterftekans bij een bepaalde ziekte. Eind juli 2020, toen het interview plaatsvond, lag de CFR voor Europa op 7,0 procent en voor de wereld op 3,9 procent. En de Verenigde Staten? 3,5 procent. Inderdaad ‘lager’, zoals Trump beweerde.

Toch ging hier iets mis en gelukkig was Swan scherp genoeg om dat meteen op te merken. Want een lage CFR-waarde pleitte de VS niet vrij. Al is dat percentage laag, alsnog sterven er veel mensen wanneer er veel geïnfecteerden zijn. Daarom wilde Swan ook kijken naar het percentage van de gehele bevolking. Eind juli was de sterfte in Europa opgeteld 264 doden per één miljoen inwoners, wereldwijd kwam het neer op 84. In de VS: 453 doden per miljoen. Meer dan anderhalf keer zo veel als Europa, meer dan vijf keer zo veel als de wereld. Kortom, het tegenovergestelde van ‘lager’.

Dit is het type misbruik waar dit boek over gaat. Zoals de beste leugen een kern van waarheid bevat, is cijfermisleiding het lastigst te ontmaskeren als er een link bestaat met echte cijfers. Zulk gegoochel is subtiel genoeg om mee weg te komen, stellig genoeg om het deelbaar te maken.

In mijn boek wil ik handvatten geven om zulke misleiding zelf te herkennen. Daar hoef je namelijk geen gepromoveerd statisticus voor te zijn. Met een goede dosis nieuwsgierigheid en gezond verstand kom je vaak heel ver. En wat je ook nodig hebt: zelfkennis.

Cijfers die in je straatje passen

‘En dan zijn er diegenen die zeggen dat je te veel kunt testen. Dat weet je’, zei Trump tegen Swan, eerder in het interview.

‘Wie zegt dat?’

‘O, lees gewoon de handleidingen, lees de boeken.’

‘Handleidingen?’

Een paar minuten later kwam Trump bij het punt dat hij wilde maken: ‘Waar het om gaat: omdat we zoveel beter zijn in testen dan andere landen, zie je bij ons meer gevallen.’

Wat Trump eerder deed met sterfte, deed hij nu met coronatests: hij ging op zoek naar argumenten die in zijn straatje pasten. Cijfers draaien niet alleen om statistiek, maar ook om psychologie. En Trump is niet de enige die zich hier schuldig aan maakt. Dat doen we allemaal.

Misschien maakt nieuws over een coronavaccin je hoopvol omdat je wilt dat het allemaal voorbij is, maakt een studie naar de effectiviteit van mondkapjes je boos omdat je je beknot voelt in je vrijheid of maakt een statistiek over nationale coronasterfte je verdrietig omdat je trots wilt zijn op je land.

We hebben allemaal feiten die we meteen willen omarmen, of die we het liefst direct terzijde willen schuiven.

Al trap je er niet in bij dit interview met Trump, dan is er een grote kans dat je op andere momenten alsnog ten prooi valt aan precies dezelfde trucs. In maart 2020 ging een tabel viraal die coronasterfte in Italië, dat op dat moment zwaar getroffen was, met Nederland vergeleek. De boodschap was alarmistisch: we gaan Italië achterna!

Dook je in de cijfers, dan bleken de data zo geselecteerd en gemasseerd dat ze perfect pasten bij de boodschap. De twee cijferreeksen begonnen ieder op een arbitraire datum, zo geschoven dat de situatie er inderdaad ernstig uitzag. Maar koos je andere, meer voor de hand liggende startdata, dan zag het er een stuk rooskleuriger uit. Hier vond precies de cherry picking plaats die we zagen bij Trump in het interview.

En het argument dat je door testen meer gevallen ziet? Dat deed veelvuldig de ronde in Nederland toen in de zomer van 2020 de tweede coronagolf aanbrak. Ditmaal was het geen truc, maar een terecht argument: het testbeleid heeft invloed op je statistieken.

Geen reden om de tweede golf niet serieus te nemen, wel om de data extra voorzichtig te interpreteren. Het was een kanttekening die ik zelf nota bene heb geplaatst in mijn artikelen. Maar toen Trump het zei, moest ik lachen, zonder het verder uit te zoeken. Met zijn handleidingen. Ook ik moet mezelf bij de les houden.

Cijfers in onzekere tijden

De pandemie toonde ons de mooiste en de slechtste kanten van cijfers. Het werd eens te meer duidelijk hoe belangrijk cijfers zijn, maar ook hoe ze kunnen worden misbruikt voor eigen gewin of gelijk. Een aantal voorbeelden daarvan heb ik opgenomen in een nieuwe versie van Het bestverkochte boek ooit (met deze titel).

Cijfers geven houvast, een gevoel van controle. Dat is heel fijn, zeker in zo’n onzekere tijd, maar cijfers hebben ook grenzen: ze kunnen niet exact voorspellen hoe de toekomst eruitziet of ons vertellen wat de juiste keuze is. Ik hoop dat dit boek je helpt om cijfers op waarde te schatten. Want cijfers spelen een belangrijke rol in je leven. Ook na de pandemie.

Lees verder