Thema
Veiligheidsindustrie
De prijs die Europeanen voor veiligheid betalen

De Europese Unie heeft veel geld over voor veiligheid. Sinds eind jaren negentig probeert ze een Europese veiligheidsmarkt op te bouwen. Grote defensie- en technologiebedrijven moeten producten en diensten ontwikkelen die ons beschermen tegen criminaliteit en terrorisme. En deze industrie moet banen opleveren.

In Nederland gebeurt hetzelfde. In 2013 werd ‘veiligheidscluster’ The Hague Security Delta opgericht met een miljoen euro aan overheidssteun. Bedrijven, kennisinstellingen en de overheid konden gezamenlijk aan technologische oplossingen voor maatschappelijke problemen werken.

Het afgelopen jaar werkten wij met meer dan twintig journalisten uit elf verschillende Europese landen samen aan Security for Sale, een internationaal project om de veiligheidsmarkt te onderzoeken. We keken naar Europa én naar onze eigen landen.

In dit thema praten we je helemaal bij over het dominante denken over veiligheid door de Europese beleidsmakers en industriebonzen, de lobby van bedrijven, het besteden van miljarden aan veiligheidsonderzoek, en de vele ethische problemen waarmee deze markt omgeven is.

—Security for Sale werd mede mogelijk gemaakt door Journalismfund.eu. Op onze themapagina www.securityforsale.eu zijn alle verhalen van het consortium verzameld in het Engels en andere talen. Op deze pagina vind je alle Nederlandstalige artikelen van De Correspondent en het Belgische magazine Knack.

1

Wat bedoelen we met de veiligheidsindustrie?

We hebben het over bedrijven die producten of diensten leveren die bedoeld zijn om onze samenleving veiliger te maken. Dan moet je denken aan:

  • camera’s voor toezicht op publieke plekken en software waarmee mensen te identificeren of verdachte situaties te herkennen zijn;
  • drones die de politie kan gebruiken om mensenmassa’s in de gaten te houden, of vogels die getraind worden om drones uit de lucht te halen;
  • beveiligingsdiensten voor kantoren, evenementen, winkels en meer;
  • systemen die datastromen bij elkaar brengen zodat opsporings- en veiligheidsdiensten en private partijen snel het overzicht op gevaarlijke situaties kunnen krijgen;
  • en bodyscanners, niet-dodelijke wapens, advieswerkzaamheden, hacksoftware, afluisterapparatuur, hekwerken, communicatieapparatuur en nog veel meer.

Het gaat hier dus niet over de markt voor militaire producten en diensten zoals straaljagers, tanks, satellieten en radarsystemen.

2

Welke bedrijven opereren op deze veiligheidsmarkt?

  1. Ten eerste zijn er de grote Europese defensiebedrijven, zoals BAE Systems, Finmeccanica (dat tegenwoordig Leonardo heet), Airbus, Saab en Thales. Zij zagen na de val van de Muur hun afzet slinken en zochten nieuwe markten voor hun producten en diensten. De bedrijven meenden dat hun militaire producten, met wat aanpassingen, ook civiele toepassingen konden hebben.
  2. Dan zijn er technologiebedrijven die vooral sinds de aanslagen van 11 september 2001 veiligheidstoepassingen zijn gaan ontwikkelen. Dit zijn bedrijven als Nokia, Siemens, maar ook onderzoeksinstituten als het Duitse Fraunhofer en het Nederlandse TNO.
  3. Tot slot zijn er kleine en middelgrote bedrijven die zich specifiek op de civiele veiligheidsmarkt richten. Deze bedrijven zijn vaak wat minder bekend bij het grote publiek: Smiths Detection, Morpho, Group 2000, Trovicor en Hacking Team. In deze categorie zitten veel cybersecuritybedrijven.

De Europese Commissie becijferde in 2012 dat deze markt in tien jaar tijd is vertienvoudigd in omvang.

3

Waarom wil Europa een veiligheidsmarkt opbouwen?

Onder het mom van ‘banen creëren’ en ‘het aanzwengelen van de economie’ hebben de Europese instituties steeds meer middelen naar de veiligheidsindustrie gesluisd. Een sluimerend gevoel van onveiligheid, aangewakkerd door terreurdaden, creëerden daar een politiek draagvlak voor.

Onderzoeksbureau Ecorys becijferde in 2015 dat op deze markt een totale jaaromzet van 200 miljard euro wordt behaald en dat de veiligheidsindustrie in de EU werk verschaft aan 4,7 miljoen mensen. De Europese Commissie meent dat veel van dit geld en werk door defensie- en securitybedrijven wordt verdiend.

De Commissie vreest echter de concurrentie uit Amerika en China. Zeker na het uitbreken van de economische crisis staat het stimuleren van hightechwerkgelegenheid hoog op de agenda. Daarnaast denkt de Commissie dat nieuwe technologie onontbeerlijk is voor de veiligheid van de Europese burger.

Dit dubbele belang - economie en veiligheid - is ook de belangrijkste boodschap die de Knack (BE) schreef over de machtige veiligheidslobby. defensie- en later de technologielobby van meet af aan uitdragen. Die lobby is sinds eind jaren negentig in staat gebleken om in allerlei adviesraden te komen van Europese Commissie, Raad en Parlement.

4

Hoe wordt de veiligheidsindustrie door Europa geholpen?

Vooral door subsidies.

De belangrijkste geldbron zijn de zogenoemde kaderprogramma’s FP7 en Horizon2020 voor wetenschappelijk onderzoek. Op aanraden van het lobby-adviesorgaan Group of Personalities is rond 2004 een begin gemaakt met het financieren van onderzoek naar veiligheidstoepassingen.

Dat onderzoek moest vooral toegepast en cutting edge zijn, uitgevoerd door netwerken van bedrijven, universiteiten, onderzoekscentra en gebruikers. Bedrijven hebben verreweg het meeste geld gekregen. Niet geheel onverwacht, het waren ook deze bedrijven die het beleid wisten te beïnvloeden.

Daarnaast worden er subsidies verstrekt aan landen om hun interne veiligheid te verbeteren, hun grenzen te bewaken, of hun lokale of regionale economieën te versterken. Vaak zijn ook hier grote defensiebedrijven ontvangers.

5

Wat gaat er goed? Ingevoerde technologie

De onderzoeksprogramma’s worden door de geldontvangers, dus de bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstituten, gematigd Knack (BE) vroeg EOS wat ze van de onderzoeksprogramma’s vinden. positief beoordeeld - iets meer dan de helft van de subsidieontvangers is van mening dat het ontvangen geld Knack (BE) schreef over succesvolle onderzoeksprogramma’s. opweegt tegen de moeite en kosten die zijn gemaakt.

Daarnaast is er sinds nine eleven veel veiligheidstechnologie ontwikkeld die daadwerkelijk wordt ingezet. Op veel luchthavens is biometrische toegangscontrole ingevoerd en zijn er bodyscanners geplaatst. De politie - en andere overheidsdiensten - maken steeds vaker gebruik van drones, zoals bij de arrestatie van de aanslagplegers op de Brusselse metro en luchthaven Zaventem. Op steeds meer drukke verkeersknooppunten wordt slim cameratoezicht ingezet dat mensen kan herkennen of verdachte patronen kan vinden. Politie- en inlichtingendiensten werken steeds meer preventief, op basis van allerlei datastromen die ontsloten worden.

Tot slot heeft ook de Europese Unie een veel grotere rol gekregen in de bescherming van de civiele veiligheid. De Unie ontwikkelt technische standaarden, zodat de industrie eenvoudiger in alle landen kan opereren. Er wordt meer informatie uitgewisseld. Er vinden meer gezamenlijke grenscontroles plaats, waarvoor ook een agentschap met vergaande bevoegdheden en middelen is opgericht, de European Border and Coast Guard Agency. Politieorganisatie Europol en Eurojust krijgen steeds meer taken.

6

Wat gaat er niet goed? Geldverspilling

Hoewel de ontvangers van de onderzoeksgelden positief zijn, lijkt een deel van de doelstelling, het daadwerkelijk veiliger maken van de samenleving, niet te worden gehaald. Uit ons onderzoek blijkt dat na afloop van het toegepaste onderzoek vaak niets met de uitkomsten wordt gedaan.

Dat komt deels doordat het aanbod van deze vaak zeer hightechoplossingen niet aansluit op de vraag uit de veiligheidspraktijk. Politie en andere veiligheidsdiensten zitten vaak niet te wachten op zeer geavanceerde en moeilijk te implementeren oplossingen. Opvallend is dan ook dat deze gebruikers nauwelijks betrokken worden bij het inrichten van de onderzoeksprogramma’s.

De oplossingen die wel worden ingevoerd, kampen vaak met veel problemen. Eurosur bijvoorbeeld is een project waarbij landen rond de Middellandse Zee migratiestromen onder controle proberen te krijgen met allerlei technologische middelen. Hoewel Eurosur vaak wordt opgevoerd als het voorbeeld van het succes van de onderzoeksprojecten, werkt het in de praktijk niet zoals het moet. Met dit project is minstens 600 miljoen euro gemoeid.

7

Wat gaat er niet goed? Export

Veel veiligheidsproducten zijn geen normale producten, omdat hun inzet vaak op gespannen voet staat met een aantal burgerrechten.

Veel onderzoeksgelden zijn gegaan naar landen zoals Israël en Turkije, die het zeker de laatste jaren niet zo nauw nemen met deze rechten. Dertig Palestijnse organisaties hebben bijvoorbeeld geprotesteerd wegens de Europese subsidie die het Israëlische bedrijf Elbit Systems ontvangt, omdat Elbits technologieën worden ingezet tegen burgers in de bezette gebieden.

Uit ons onderzoek blijkt dat ook de Amerikaanse inlichtingendienst NSA profiteert van Europese onderzoeksgelden.

Veel Europese bedrijven exporteren hun waren naar regimes die het niet zo nauw nemen met deze rechten. Keer op keer komen Europese bedrijven in opspraak omdat ze bijvoorbeeld surveillance-apparatuur hebben geleverd die zijn ingezet in landen als Egypte, Libië, Syrië, Ethiopië, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en andere landen met een slechte reputatie op het gebied van mensenrechten. Deze bedrijven profiteren van het gebrek aan sterke Europese exportwaarborgen. Vanuit verschillende landen wordt een sterke lobby gevoerd om deze waarborgen tegen te gaan.

Tevens is er een moreel probleem in de rol van de grote defensiebedrijven. Enerzijds verdienen zij tientallen miljarden aan de verkoop van wapens in de landen rondom Europa en voeden ze daarmee de brand die daar al woedt. Anderzijds verdienen zij miljarden aan het opzetten van allerlei grenssystemen en beveiligingsmaatregelen om de gevaren en migratiestromen te beteugelen die door die conflicten worden veroorzaakt.

Tot slot verschuift Europa ook zijn grenzen tot ver buiten het continent. Er wordt allerlei surveillance-apparatuur gebruikt in met name Noord-Afrika om te voorkomen dat vluchtelingen of mensen met slechte intenties Europa bereiken. Deze surveillance wordt uitgevoerd door bedrijven.

8

Wat gaat er niet goed? Militarisering van Europa

Uit ons onderzoek blijkt dat de nadruk van het Europese beleid op veiligheidstechnologie ligt: voor een maatschappelijk probleem wordt een hightechoplossing gezocht.

Europese en nationale beleidsmakers stimuleren namelijk het gebruik van zogenoemde dual use-goederen. Dit zijn producten en diensten die vaak in een militaire context zijn ontwikkeld, maar later worden aangepast voor gebruik in een civiele omgeving.

We importeren ook een veiligheidsmindset uit andere landen. Uit Israël bijvoorbeeld, waar Europese beleidsmakers de afgelopen jaren veel inspiratie hebben opgedaan. Het is nog de vraag of dit wenselijk is.

9

Wat kan er beter?

Als we enkele aanbevelingen mogen doen voor Europese beleidsmakers:

  • Minder focus op technologie als oplossing voor veiligheidsvraagstukken;
  • Betrek gebruikers meer bij de ontwikkeling van technologie en andere oplossingen;
  • Luister minder naar de industrie en meer naar de sociale wetenschappen;
  • Reguleer de industrie veel strenger;
  • Reguleer de export veel strenger;
  • Ten slotte: ga bij het uitzetten van aanbestedingen wat minder op de hype zitten, en kijk naar langetermijnontwikkelingen.
10

En hoe ziet de Nederlandse veiligheidsindustrie eruit?

Door heel Nederland zijn bedrijven bezig met veiligheid, maar het zwaartepunt van die activiteiten ligt in Den Haag. In het publiek-private ‘veiligheidscluster’ The Hague Security Delta werken de overheid, bedrijven en kennisinstellingen samen aan veiligheid.

Dat was in ieder geval de bedoeling bij de oprichting van het cluster in 2014, toen het een miljoen aan subsidie ontving van de gemeente Den Haag en het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Nu is duidelijk dat HSD successen boekt, maar veel resultaten onmeetbaar blijven door de vage doelstellingen. Of de clustering de nationale veiligheid verbetert, is daarom niet te zeggen. En dan zijn er nog de spanningen met het ministerie én de pogingen tot beleidsbeïnvloeding.

11

Hoe is dit thema tot stand gekomen?

Eind 2014 kregen de samenstellers van dit thema het idee: wat als we eens de meest ingelezen Europese journalisten op het gebied van veiligheid bijeenbrengen om de Europese veiligheidsindustrie in kaart te brengen? We benaderden journalisten door heel Europa en eindigden met dit team:

Dimitri Tokmetzis, Maaike Goslinga, Leon de Korte (De Correspondent), Shuchen Tan, William de Bruijn, Marijntje Denters (VPRO Tegenlicht, Nederland), Christian Bergmann, Josa Maria-Schlegel (ARD, Duitsland), Christian Fuchs (Die Zeit, Duitsland), Kai Biermann (Zeit Online, Duitsland), Lorenzo Bagnoli, Lorenzo Bodrero, Luca Rinaldi (Investigative Reporting Project Italy in samenwerking met Il Fatto Quotidiano, Italië), Craig Shaw (Centre of Investigative Journalism, Verenigd Koninkrijk), Leonard Wallentin, Katarina Lind (Journalism++, in samenwerking met Svenska Dagbladet, Zweden), Kristof Clerix (Knack, België), Sebastian Gjerding, Lasse Skou Andersen (Dagbladet Information, Denemarken), Guillaume Pitron (in samenwerking met Basta!) en Olaf Meuwese (vrijwilliger en data-expert).

Ons onderzoek is niet ingegeven door een lek of klokkenluider. We hebben onze kennis gebundeld en zelf onderzoeksvragen en -onderwerpen geformuleerd. We communiceerden vooral via (beveiligde) mail en chatapps, maar ontmoetten elkaar ook in België, Duitsland en Nederland.

Op die manier samenwerken kost natuurlijk tijd en geld. Gelukkig heeft de Belgische stichting Journalism Fund een werkbeurs beschikbaar gesteld, zodat wij freelancers en onze ontmoetingen konden bekostigen. Dit thema zal worden bijgewerkt met nieuwe verhalen.