Thema
Verzwegen geschiedenis
Verhalen die iedere Nederlander aangaan

Over bepaalde cruciale episodes uit de Nederlandse geschiedenis leer je niet of nauwelijks op school. Terwijl iedereen ze zou moeten kennen om een goed gesprek over identiteit, ongelijkheid, racisme en discriminatie te voeren.

Als je bijvoorbeeld op school leert dat Brazilië ooit een kolonie was van Nederland, snap je waarom de West-Indische Compagnie (WIC) overging tot slaven verhandelen en dat uiteindelijk ook in Suriname deed.

Als je weet dat de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) ook op opiumverkoop draaide, weet je waarom Nederland de binnenlanden van de Indonesische archipel kon veroveren.

Des te opvallender dat die verhalen niet in de schoolboeken staan.

Zo zijn talloze verzwegen geschiedenissen alleen bij een handjevol historici bekend. Dit terwijl die verhalen onze samenleving vormen: ze verklaren hoe die werd opgebouwd én hoe we naar elkaar kijken.

Daarom vertelt De Correspondent die verhalen alsnog, mét The Black Archives en FunX. Lezers kunnen verhalen aandragen, zoeken ze uit en hier verzamelen we dan de belangrijkste inzichten.

1

Zo veranderen de geschiedenisboeken

De huidige geschiedenisboeken zijn eenzijdig. Het witte, trotse Nederlandse perspectief overheerst. Zo krijg je positieve identificatie met zeehelden al jong aangeleerd.

Hoe veranderen die schoolboeken dan?

Eerst maar even: die boeken, die natuurlijk niet álles kunnen behandelen, veranderen al. Eens in de vier, vijf jaar worden ze aangevuld. Maar hierdoor lopen ze per definitie achter op de wetenschap en het maatschappelijk debat.

Dan: hoe die boeken tot stand komen. De vier uitgeverijen die de geschiedenisboeken maken, baseren zich op die commissies van gevestigde historici bedenken.

Het belangrijkst om te weten, is dat de eisen vanuit de overheid redelijk algemeen zijn geformuleerd. Met name voor de onderbouw hebben de auteurs

Toch misten de meeste onderwerpen die wij voor dit thema uitdiepten in de grootste methodes: Sprekend verleden, Memo, Feniks en Geschiedeniswerkplaats.

En het gaat niet alleen om de onderwerpen, ook de taal schiet tekort. Suggereert het veelgebruikte ‘slaaf’ niet dat het om een mens gaat die voorbestemd is anderen te dienen?

Met de volgende verhalen willen we een nieuw perspectief aanreiken.

2

Tien zwarte sleutelfiguren die iedereen moet kennen

Wie waren belangrijke personen in de Nederlandse geschiedenis? Mogelijk komen gelijk namen op van Willem van Oranje, Michiel de Ruyter of Anne Frank.

Over deze personen leren we op school en kunnen we veel lezen in geschiedenisboeken en andere literatuur.

En welke zwarte personen schreven geschiedenis? Misschien denk je aan Nelson Mandela, Martin Luther King of Rosa Parks.

Maar er zijn er veel meer. Neem Imhotep, de eerste zwarte homo universalis. Of koning Musa, die de Malinese renaissance inluidde. En vooral: Boni en Tula, die zich verzetten tegen de Nederlandse slavendrijvers.

Door ze op een rij te zetten, zie je hoe wit en eurocentrisch de Nederlandse geschiedschrijving is.

3

Nederland runde eeuwen een internationaal drugskartel

Een belangrijke schaduwzijde komt in geen enkel geschiedenisboek aan de orde: dat de handelsmaatschappij drugs verkocht.

Al in de beginjaren van de VOC namen Nederlandse kapiteins vanuit Turkije, Perzië en vooral India kisten opium mee om te verhandelen in wat nu Indonesië heet.

Ook opvallend: toen de VOC failliet ging, nam de Nederlandse staat de handel over. In 1826 besliste bijvoorbeeld dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij gedurende drie jaar als enige opium mocht verhandelen aan Java en Madoera.

Een kleine eeuw later ging de Nederlandse overheid zelf ruwe opium zuiveren en koken naar de smaak van de plaatselijke gebruikers. In 1904 bouwde de overheid een grote opiumfabriek, mét spoorlijn naar de haven.

En met het vele geld dat dit opbracht, betaalde Nederland de koloniale veroverings- en bezettingslegers. Veel inheemse huursoldaten gaven hun soldij zelfs terug in ruil voor opium, hun geliefde arbeidersdrug.

4

Nederlanders waren grote slavenhandelaren en -eigenaren

De Gouden Eeuw staat bekend als dé bloeiperiode uit de geschiedenis. Maar het is ook de periode waarin Nederlanders zich massaal inlieten met slavenhandel. Een vreemde ontwikkeling, want destijds was slavernij verboden in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

In 1624 stuurt de West-Indische Compagnie kolonisten naar Nieuw Nederland, met als belangrijkste haven Nieuw Amsterdam - het latere New York. En vanaf het begin kwam slavernij voor in deze handelspost die tot 1664 in Nederlandse handen was. Ook elders in Nieuw Nederland gebruikten de Nederlanders tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Die slaafgemaakten werden verkocht en vervoerd via forten in West-Afrika, die de Nederlanders hadden veroverd op de Portugezen. Het merendeel moest werken op suikerplantages in de kolonie Brazilië - ook daar hadden de Nederlanders tussen 1624 en 1654 meerdere gebieden veroverd.

Brazilië bleef net als Nieuw Nederland niet lang in Nederlandse handen. De Portugezen vochten terug en heroverden de plantages en steden. Dat betekende niet het einde van de handel in slaafgemaakten.

Wat de Nederlanders hadden geleerd in Brazilië, pasten ze namelijk toe in de rest van de Atlantische wereld. Zo werden Nederlandse slavenschepen tussen 1650 en 1675 verantwoordelijk voor maar liefst de helft van alle slaventransporten over de Atlantische Oceaan.

In totaal waren Nederlanders naar schatting verantwoordelijk voor minstens 5 procent van alle handel in slaafgemaakten naar de Amerika’s.

5

En dat deden ze ook in Nederlands-Indië

Als het gaat over hoe Nederland mensen tot slaaf maakte, kijken we zelden naar het oosten. Dan zouden we zien dat ook de VOC eeuwen slaven maakte in Afrika en Azië, om ze in te zetten in wat nu Indonesië heet.

Met name in het huidige India, Sri Lanka, Maleisië, de Filipijnen en de Indonesische eilanden Bali, Sulawesi en Sumatra werden, op speciale slavenmarkten, zaken gedaan door de VOC.

Uiteindelijk werden tussen de zeshonderdduizend en meer dan een miljoen slaafgemaakten verscheept, tewerkgesteld en verhandeld.

Ter vergelijking: de totale Nederlandse slavenhandel in de West wordt geschat tussen de vijfhonderdduizend en zeshonderdduizend personen.

6

Na de afschaffing van de slavernij werd het niet beter

De slavernij werd in de meeste landen verboden in de negentiende eeuw. In Suriname en op de Nederlandse Antillen gebeurde dat op 1 juli 1863, wat nog elk jaar wordt herdacht tijdens Keti Koti.

Maar wat herdenken we dan eigenlijk? Je zou denken: dat vanaf die datum zo’n 32.911 slaafgemaakte mensen weer vrij waren.

Maar ze waren nog lang niet vrij. Ze moesten nog tien jaar verplicht op de plantages en in de werkhuizen blijven werken. Dit Staatstoezicht moest ervoor zorgen dat zij zouden leren ‘regelmatig te arbeiden’ (!) en ‘een zedelijk leven’ te leiden.

In werkelijkheid wilde de regering nog zo lang mogelijk profiteren van hun arbeid en deze tijd gebruiken om naar vervangende werkkrachten te zoeken.

En dat was niet het enige: de voormalige slaafgemaakten kregen geen schadeloosstelling. Hun voormalige eigenaren wél.

7

Niet-witte Nederlanders waren niet welkom in bepaalde buurten

Hoewel Surinamers in de jaren zeventig Nederlandse staatsburgers waren, konden ze niet wonen waar ze wilden. Suriname was tot 1975 onderdeel van Nederland, maar begin jaren zeventig wilde de Nederlandse regering de instroom van Surinaamse Nederlanders beperken.

Hierna kwam bijna de helft van de bevolking die in Suriname woonde naar Nederland. Zij konden echter lang niet overal wonen en als ze ergens terechtkwamen, was dat vaak in overvolle pensions.

In 1974 begon de Nederlandse overheid namelijk een ‘spreidingsbeleid.’ In Den Haag werd een bureau opgericht dat immigranten uit het Surinaamse deel van het koninkrijk zo veel mogelijk moest verspreiden.

Neem Amsterdam: per portiek mocht daar niet meer dan één gezin van een ‘etnische minderheid’ wonen. Dit gold zowel voor Surinamers als voor gastarbeiders. In sommige wijken en straten werden Surinamers volledig geweerd.

8

De man die zijn hele leven streed tegen verzwegen geschiedenis

Weinigen verzetten zich zo tegen verzwegen geschiedenis als Anton de Kom. Dit citaat uit zijn beroemde boek Wij slaven van Surname zegt eigenlijk alles:

‘Wanneer wij […] op school les in de Vaderlandse Geschiedenis kregen, dan was dat natuurlijk de geschiedenis der blanke krijgslieden.’

En dit:

‘Wij, die de namen van de opstandelingen Bonni, Baron en Joli Coeur tevergeefs in onze geschiedenisboekjes zochten, beijverden ons om vlug en nauwgezet voor het examen de namen en jaartallen op te dreunen der Nederlandse gouverneurs, onder wier bewind men onze vaders als slaven ingevoerd heeft.’

Maar De Kom is om meer redenen een sleutelfiguur in de Nederlandse geschiedenis. De Surinamer maakte zich hard voor de rechten van zwarte arbeiders, streed voor het communisme en sloot zich aan bij het verzet tegen de Duitsers.

9

Een Nederlands concentratiekamp in Nederlands-Indië

Tegenover de oorspronkelijke bewoners van het huidige Indonesië stelde Nederland zich vaak keihard op. Wanneer ze in opstand kwamen tegen het koloniale gezag, volgde harde repressie.

Het bekendst is inmiddels wellicht de strijd tegen de Nederlanders, die leidde tot de onafhankelijkheid van Indonesië in 1948 - door Nederland eufemistisch omschreven als de politionele acties.

Maar ook in de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen nationalisten en communisten in opstand tegen de Nederlanders. Die raakten zo in paniek daarover dat ze 13.000 man lieten oppakken, meestal zonder aanklacht of enige vorm van proces.

De meesten kwamen weer vrij, maar zo’n 1.300 van communistische sympathieën verdachte Indonesiërs werden tussen 1926 en 1943 verbannen naar een geïsoleerd kamp in Nederlands Nieuw-Guinea. Ook al kon hun betrokkenheid bij de opstandelingen niet bewezen worden.

Dit kamp, Boven-Digoel geheten, was daardoor in feite een concentratiekamp, zoals Nederland tijdens de bezetting kende in Vught of Amersfoort, met trekken van de huidige gevangenis in Guantánamo.

Maar de meeste media en regering en parlement in Den Haag vonden dat voor de oorlog geen enkel probleem.

10

Hoe nu verder?

Er zijn nog talloze verzwegen geschiedenissen te vertellen. De Marokkanen die in de Tweede Wereldoorlog voor de Nederlanders vochten, de Europeanen die door Ghanezen werden verhandeld en de roerige geschiedenis van Papoea-Nieuw-Guinea - het is maar een fractie van de verhalen die nog in de schoolboeken terecht kunnen komen.

Daarom roepen we lezers op ideeën aan te blijven dragen. Wanneer het een verzwegen geschiedenis betreft, zullen we die in 2018 uitzoeken en mogelijk vertellen. Dit doen we met radiozender FunX en archief The Black Archives.

Als we een volgende verzwegen geschiedenis publiceren, wordt het verhaal aan dit thema toegevoegd. Zo maken we met jullie een alternatieve geschiedenis.