Als er een recente wedstrijd is die model zou kunnen staan voor de nieuwe dan is het wel Ajax-Lyon.

Dat zegt Sjors Ultee. Hij is 29, speelde nooit profvoetbal en wordt komend seizoen assistent-trainer bij de profs van Twente. Een van zijn kenmerkende eigenschappen:

Zo liet hij afgelopen weekend op WhatsApp vallen dat hij Ajax-Lyon had geanalyseerd. Waarom? ‘Gewoon, interessant. Een Nederlandse ploeg verslaat een sterke Franse ploeg met 4-1. Dan wil ik weten hoe dat kan.’

Dat wilde ik ook wel. En zo zitten we op maandagmiddag achter zijn laptop. Zoals vaker als ik met een expert naar een wedstrijd kijk, openbaart zich dan een interessante, onderliggende werkelijkheid.

Trainers mogen ploegen dan zelden echt veranderen, Peter Bosz heeft dat met Ajax duidelijk echt gedaan. Ik pik er vier elementen uit.

1. De tegenstander de lucht ontnemen

De hele wedstrijd gunde Ajax de spelers van Lyon nauwelijks rust aan de bal.

‘Het deed me daarom een beetje denken aan een YouTube-filmpje,’ zegt Ultee. Hij pakt er onderstaande video bij van het Nederlands elftal, dat op het WK van 1974 collectief op de bal jaagt.

YouTube

Ziehier een video van het collectieve jagen op de bal van het Nederlands Elftal tijdens het WK 1974 (met bijpassende muziek).

Zoals Cruijff en consorten het in deze bizarre video doen, kan nu niet meer. Dat komt mede doordat de buitenspelregel is gewijzigd. Maar het principe herleeft bij Ajax onder Bosz, en al helemaal in de wedstrijd tegen Lyon.

Ajax ontneemt de tegenstander telkens rust, door de tegenstanders in de buurt van de bal aan te pakken. De 2-0 van Ajax is er een gevolg van.

Veel spelers van Ajax rond de bal, vlak voor de 2-0 van Ajax.

Veel spelers van Ajax rond de bal, vlak voor de 2-0 van Ajax.

Zelfs de keeper werd regelmatig onder druk gezet.

Zelfs de keeper werd regelmatig onder druk gezet.

Dit soort omsingelingen van Lyon-spelers was continu te zien.

Dit soort omsingelingen van Lyon-spelers was continu te zien.

Interessant detail: waar Ajax dat vaak goed deed, deed Lyon dat soms heel slecht. Met name de twee centrale verdedigers vielen Ultee op. ‘Kijk, hier lopen ze alle twee naar achteren, terwijl Dolberg juist terugloopt, naar de bal toe.’

De twee omcirkelde verdedigers lopen nodeloos naar achteren.

De twee omcirkelde verdedigers lopen nodeloos naar achteren.

‘Er is werkelijk geen enkel risico op diepte [dat er een lange pass komt richting het doel van Lyon, MdH]. Alle spelers van Ajax staan met hun gezicht naar de bal. En toch lopen ze naar achter. Waanzin, zou Erik [Ten Hag, trainer van Utrecht, Ultees voormalige baas, MdH] dat noemen.’

Met geluk verovert Lyon in deze scène wel de bal. Maar direct daarna zie je Ajax wéér druk zetten. En weer zet Hakim Ziyech, een speler die je niet snel associeert met verdediging, meteen de jacht op de bal in. Sterker: Ziyech doet dat al vóórdat de bal daadwerkelijk in bezit is van Lyon.

Ziyech trekt een sprint naar de centrale verdediger.

Ziyech trekt een sprint naar de centrale verdediger.

Ultee ziet hierin de hand van de trainer. ‘Elke speler heeft logischerwijs teleurstelling bij balverlies,’ zegt Ultee. ‘De ene heeft het een halve seconde, de ander een halfuur. Maar het lijkt erop alsof Bosz die tot enkele milliseconden heeft beperkt.’

Met zijn sprint brengt Ziyech de verdediger in de problemen...

Met zijn sprint brengt Ziyech de verdediger in de problemen...

...en als Davy Klaassen hem komt helpen, leidt het bijna tot een kans.

...en als Davy Klaassen hem komt helpen, leidt het bijna tot een kans.

De speelstijl van Ajax kost kracht. Aan het einde van de wedstrijd lukt het de spelers niet altijd meer. De afstanden tussen de spelers worden dan te groot, waardoor Lyon meer ruimte krijgt.

Bosz heeft dat dan ook in de gaten, maakt met een gebaar duidelijk dat de spelers dichter op elkaar moeten spelen.

Bosz gebaart zijn spelers ‘compacter’ te spelen, dus dichter op elkaar te staan. Daarna zakt Ajax terug op eigen helft, om precies dat te doen.

Bosz gebaart zijn spelers ‘compacter’ te spelen, dus dichter op elkaar te staan. Daarna zakt Ajax terug op eigen helft, om precies dat te doen.

2. Een rechte pass is een slechte pass

Hoe moeilijk goed druk zetten is, en hoe dat afhangt van schijnbaar onbelangrijke en onopvallende acties, blijkt uit een moment in de vierde minuut.

Ajax’ centrale verdediger Matthijs de Ligt passt de bal naar linksbuiten Amin Younes. Hakim Ziyech trekt vrijwel direct een horizontaal sprintje - en daarin ziet Ultee iets moois.

Met dat sprintje stelt Ziyech zich namelijk zo op, dat hij zowel aanvallend als verdedigend van waarde kan zijn. Enerzijds staat hij goed om de bal van Younes te ontvangen, anderzijds anticipeert hij direct op balverlies.

Het komt, denkt Ultee, doordat Ziyech de situatie herkent: de pass van De Ligt is recht, en in een rechte pass schuilt gevaar, zegt Ultee.

De pass van De Ligt is recht, vrijwel parallel met de zijlijn.

De pass van De Ligt is recht, vrijwel parallel met de zijlijn.

Dat zit zo: rechte passes zijn relatief makkelijk te verdedigen. Dat komt doordat de ontvanger van de pass vaak met zijn rug naar zijn tegenstander staat, en dus zijn tegenstander niet kan zien. De tegenstander kan de ontvanger - Younes in dit geval - daardoor verrassen. Meestal is de enige oplossing voor de ontvanger van een rechte pass, om de bal direct op iemand terug te spelen (‘kaatsen’).

Beter is het daarom diagonaal te passen. De ontvanger kan de bal zelfverzekerder aannemen, omdat hij beter weet waar zijn tegenstander is. En als het aannemen en/of naar voren draaien niet lukt, is nog steeds de kans op balverlies kleiner - omdat hij zijn tegenstander dus kan zien. Kortom: diagonaal passen is én aanvallend voordelig én verdedigend voordelig.

Maar soms is een rechte pass niet te vermijden. Zoals bij De Ligts pass op Younes. Het mooie, zegt Ultee, is dat Ziyech daar direct op reageert. Hij staat direct ‘onder de bal’ - als Younes de bal daadwerkelijk krijgt, kan Ziyech hem ontvangen.

Zowel Ziyech en Younes hebben direct hun posities aangepast.

Zowel Ziyech en Younes hebben direct hun posities aangepast.

Tegelijkertijd staat hij zo opgesteld dat als de verdediger van Lyon de bal krijgt, hij geen mogelijkheid heeft een aanvaller te bereiken. Ook Younes stelt zich direct zo op. En als die ‘passlijn’ eenmaal zo is afgesloten, kan Ajax de verdediger onder druk zetten.

En dat gebeurt ook. Christophe Jallet, de verdediger van Lyon, onderschept de bal, maar kan niet vooruit spelen. Door de druk van linksback Jaïro Riedewald is hij uiteindelijk gedwongen de bal terug te spelen.

Counter voorkomen, opzet geslaagd.

‘Je kunt zien dat dit getraind is,’ zegt Ultee. ‘De snelheid van reageren, het vervolg, dat is afgesproken werk.’

3. Geen balbezit om het balbezit - naar voren met die bal

‘Als er één woord is waaraan ik denk bij Peter Bosz-voetbal, dan is het energie,’ zegt Ultee.

Niet alleen wil Bosz de bal snel veroveren, hij wil na verovering ook snel naar voren. Dat laatste is het grote verschil met Bosz’ voorganger Frank de Boer. De Boers Ajax koos na balverovering vaak voor de bal naar achteren. Weg uit de drukte, de bal rondspelen, in alle rust bouwen aan een aanval.

Ultee houdt meer van het Ajax onder Bosz. Dan gaat de bal veel vaker snel naar voren. De volgende scène illustreert dit goed.

Veel spelers van Ajax staan in de buurt van de bal, wat de kans op balverovering vergroot.

Veel spelers van Ajax staan in de buurt van de bal, wat de kans op balverovering vergroot.

Na weer een jaagsessie op de bal komt Lasse Schöne in balbezit. Een optie - dé optie in de tijd van De Boer - is om de bal terug te spelen naar de verdediging. Maar nu - en dit is illustratief voor de verandering onder Peter Bosz - speelt Schöne de bal direct naar voren, richting Dolberg. En onzuiver: Dolberg lijdt balverlies.

Schöne speelt de bal meteen naar voren.

Schöne speelt de bal meteen naar voren.

Maar de is duidelijk: naar voren met die bal!

Ultee: ‘Dat verklaart ook de statistiek. Mensen verbinden ‘goed voetbal’ vaak met ‘veel balbezit.’ Dat was nu niet zo, Ajax had 48 procent de bal, Lyon 52 procent, zoiets. Dat komt gewoon doordat Bosz niet zo veel om balbezit geeft.’

Ultee zet het volume aan, zodat je het enthousiaste publiek in de Arena hoort. ‘Hoor je het? Ze staan nog niet eens voor, maar het publiek vindt het prachtig. Dat slaat over op een ploeg. Met deze speelwijze krijg je het publiek mee, wat de ploeg weer helpt.’

4. Ajax’ sterspeler? Davinson Sanchez

De jacht op de bal, zoals Ajax die uitvoert, is per definitie een teamprestatie. ‘Als een speler niet meedoet, is de hele ploeg kwetsbaar.’

Toch denkt Ultee dat één speler cruciaal is voor Bosz’ speelwijze: de Colombiaanse verdediger Davinson Sanchez.

We zagen het al: Ajax’ spelers rennen als bloedhonden op tegenstanders met en rond de bal af - net zoals de spelers van het Nederlands elftal uit 1974. Soms gaat het mis. Dan kan de tegenstander zich onder de druk uitspelen.

Voor die gevallen heeft Bosz Davinson Sanchez. Veel verdedigers vinden het niet prettig om veel ruimte te moeten verdedigen, zonder hulp van medespelers. Maar met zijn kracht en snelheid is Sanchez hier goed toe in staat.

Soms gaat het fout. En dan hebben supporters, tv-kijkers en media weer reden tot klagen. Ultee vindt dat niet fair - Sanchez wordt soms in moeilijke situaties gebracht, maar dat is simpelweg het gevolg van de spelopvatting.

Hierin schuilt een goede les: als je de tactiek van een ploeg niet doorziet, is het lastig om individuele spelers te beoordelen.

Weer een open wedstrijd

De spelopvatting van Ajax kan tot spectaculaire wedstrijden leiden. Zoals gisteren het geval was.

Lyon moest wel aanvallen, om de 4-1 achterstand goed te maken, en Ajax viel aan omdat Ajax altijd aanvalt, daarbij wederom geruggedekt door Davinson Sanchez.

Net als in Amsterdam leek Ajax gedurende de wedstrijd de bovenhand te krijgen. Totdat een onhandige actie Lyon een penalty opleverde - het was een schoolvoorbeeld van de straf waar ik met Sander IJtsma over schreef - en daarmee het geloof in een goede afloop.

Dit leidde tot een stormloop van Lyon, een interventies van Sanchez, samengeknepen billen, zwetende handjes, en uiteindelijk het behalen van de finale van de Europa League.

Bosz en Ajax bewijzen het: Hollandse School-voetbal is niet alleen sympathiek - je kunt er ook nog mee winnen.

Lees ook:

Bam-Bam-Bam, de genadeloze comeback van Vitesse verklaard Vitesse bleef de eerste helft van de competitie maar verliezen. Pas later maakte het team een grote comeback. Zo groot dat het zich morgen alsnog kan plaatsen voor Europees voetbal. En dat terwijl het nauwelijks iets veranderde aan de tactiek. Wat verklaart het verschil? Ik nam een kijkje achter de schermen, op zoek naar het geheim achter het succes. Lees het portret van Peter Bosz hier terug De carrière van deze trainer bewijst: voetbal is soms heel progressief Voetbal is oerconservatief. Aan de zijlijnen van de Eredivisie domineert al jarenlang één menstype: de witte ex-profvoetballer van middelbare leeftijd. Maar er zijn uitzonderingen. Zoals Sjors Ultee, die bij FC Utrecht binnen de kortste keren assistent-trainer werd. Gaat hij de kans krijgen om hoofdtrainer te worden? Lees het profiel van Sjors Ultee hier terug