Op de honderdste geboortedag van Simone de Beauvoir - de filosoof die de objectivering van vrouwen aankaartte - zette het Franse tijdschrift Le Nouvel Observateur haar naakt En niet alleen naakt: ook een stukje gekrompen. Beeldbewerkers hadden met name van haar billen en dijen een stukje afgeschaafd, en haar huid gladgestreken.

Protest volgde. Want moest het gesprek over een grote denker nou per se over haar blote lichaam gaan?

Over de digitale liposuctie waaraan de naakte filosoof was onderworpen, was echter nauwelijks ophef. We zijn zó gewend aan covers vol geairbrushte figuren, dat het eerder ongepast zou zijn geweest om Beauvoirs billen niet strak te trekken. De subtiele make-over werkt als een harnas en kleedt de fameuze denker tóch nog een beetje aan.

Nog interessanter is Jones’ idee dat Beauvoir met haar originele billen niet zou spreken tot een hedendaags publiek. Haar portret zou zonder airbrushing aan kracht verliezen, omdat het een puur historisch document zou zijn, en niet zou behoren tot de categorie van moderne iconen.

De laatste weken moest ik hier steeds opnieuw aan denken. Het is er het seizoen voor.

Foto: Willemieke Kars (voor De Correspondent)

Foto: Willemieke Kars (voor De Correspondent)

De zomer, het seizoen van de beach body

Het is weer zomer. Dat betekent: tijd voor ijs.

Grapje. Ik bedoel: tijd voor ‘jouw lastminute-actieplan (Cosmopolitan), want ‘de bikini is meedogenloos’ (Happy in Shape). Het enige wat mag smelten, ben je zelf. (‘Jij wilt fit de zomer in?’ vraagt Men’s Health. Word snel sterk & strak’). In allerlei vormen wordt ons jaarlijks de uitdaging gesteld ‘beach proof’ te worden.

Nu zijn we van nature strandbestendig, en weten we best dat de echte uitdaging eruit bestaat al die plaatjes van sixpacks, gestroomlijnde dijen en perfecte welvingen te zien, en dan je zwemkleding aan te schieten zonder genadeloos te oordelen over je eigen, imperfecte lijf.

De beach body heeft echter een opvallende behendigheid om zich los te maken van het hoogglanspapier, zich met jou in het pashokje te wringen en meewarig het perfecte hoofd te schudden terwijl jij je zwemkleding aantrekt.

Foto: Willemieke Kars (voor De Correspondent)

Foto: Willemieke Kars (voor De Correspondent)

Waarom ‘je weet het toch’ een non-argument is

Je eigen lichaam vergelijken met dat van een professioneel, model is alsof je je wekelijkse hardlooprondje vergelijkt met een filmpje van Usain Bolt, op steroïden, versneld afgespeeld. Maar helaas is het bijna onmogelijk om vergelijking te voorkomen: dat gaat grotendeels onbewust, en

De meeste vrouwen bestempelen het heersende schoonheidsideaal als onrealistisch en ongezond, maar willen er tóch aan voldoen. Een paradox die zich laat samenvatten met over modellen: ‘Het is misselijkmakend. Ze zijn te dun. Maar ik zou een moord doen voor hun lichaam.’

Er gaapt dus een kloof tussen ons kritische van zulk beeld en de manier waarop we er desondanks op reageren.

Als kunsthistoricus vind ik dit fascinerend. Hoe kan een afbeelding die de kijker zelf als ‘onecht’ ziet, diezelfde kijker toch zo beïnvloeden?

Waarom airbrushing zo krachtig is

Afbeeldingen zijn magisch. Het zijn levenloze dingen, maar toch worden mensen opgewonden van ze, kussen ze ze of vernielen ze ze. Verf of pixels hebben in de juiste vorm ineens genoeg ‘aanwezigheid’ om een onwillekeurige reactie uit te lokken. En wat die reactie betreft zijn wij er als kijkers heel slecht in om feit en fictie te scheiden.

Zo verwarren we een portret altijd een klein beetje met de geportretteerde - een psychologisch proces dat we niet kunnen ondervangen. (Als je gelooft dat jij dat wel kunt, neem dan eens een foto van een geliefde, en druk een punaise in de ogen. Waarschijnlijk voelt dat alsof je hem of haar geweld aandoet.)

Volgens beeldtheoretici komt dit omdat we geen apart mentaal programma hebben voor het verwerken van afbeeldingen van de realiteit. We hebben geen reserve-brein speciaal voor in de bioscoop, of om onze Instagram-feed te bekijken. We gebruiken gewoon de mechanismen die ook dienen voor het reageren op de wereld zelf. In die zin zien we fictieve of gemanipuleerde taferelen letterlijk ‘als echt.’

Zo kun je ook voor een foto waarvan je wéét dat die sterk bewerkt is, geen knopje omzetten om je basale reactie erop te veranderen.

De meest magische afbeeldingen: porno, wassen poppen...

En sommige afbeeldingen lokken een uit dan andere. Het meest ‘magisch’ zijn afbeeldingen van de menselijke vorm. Vooral als ze een beetje zijn geïdealiseerd. Als je alle kenmerken die normaal gesproken een reactie uitlokken een beetje overdrijft - bijvoorbeeld extra grote borsten in pornografie - kan een afbeelding in sommige gevallen zelfs een sterkere reactie uitlokken dan het origineel. heet dat.

Maar het moet niet al te extreem worden. Realisme zorgt namelijk ook voor een sterker emotioneel engagement.

Daarom worden de onbegrensde mogelijkheden van Photoshop doorgaans doordat het resultaat nog op een foto lijkt, profiteert het van de culturele mythe dat er alleen een neutraal apparaat (de camera) tussen model en kijker in staat. Wordt de menselijke hand te zichtbaar, dan boet de afbeelding in aan overtuigingskracht.

Een geïdealiseerd, maar nog nét geloofwaardig model heeft dus alle kaarten om een sterke reactie uit te lokken.

…en heiligenbeelden

Maar de afbeeldingen die de allersterkste reacties weten op te roepen - van aanbidding tot vernieling - zijn heiligenbeelden.

Om werkzaam te worden, moet zo’n afbeelding altijd een bepaald wijdingsritueel ondergaan. Het wordt gewassen, aangekleed, of er is een andere laatste handeling die het ‘tot leven wekt’ - meestal het aanbrengen van de ogen. Het boeddhisme bijvoorbeeld kent de ceremonie van het openen van de ogen (kaigen-kuyō). Vóór deze wijding is het Boeddhabeeld gewoon een door de mens gemaakt ding; erna heeft het een sterke, zelfs heilige aanwezigheid, en is het Voor orthodoxe Christenen wordt een afbeelding pas een icoon nadat hij is gezegend en gezalfd met myron, speciale geparfumeerde olie.

Voor moderne iconen is airbrushing deze essentiële laatste stap.

Na het kleden, schminken en poseren is het deze laatste handeling die het zeer menselijke, imperfecte wezen dat model stond voor de foto, gelijkmaakt aan een bovenmenselijk idool.

Ontbreekt die stap, dan is de afgebeelde geen icoon. Wat hij of zij verder ook kan of doet. Ook filosofen en politici worden met een toverstokje aangeraakt voor ze op onze tijdschriften verschijnen. Fysieke perfectie is steeds meer een voorwaarde om überhaupt te worden afgebeeld.

Neem Simone de Beauvoir. Ondanks haar genialiteit, en ondanks haar meer dan prima billen, heeft zij enkel met bootylicious bips toegang tot het moderne pantheon.

Wat gebeurt er als je de fotoshop wegneemt?

Een van mijn geheime geneugten is het bekijken van niet-opgepoetste foto’s van beroemdheden. Het is telkens weer interessant om het contrast te zien. Zet een nauwelijks bewerkte foto van een beroemdheid naast de voltooide afbeelding, en een deel van de ongenaakbare kracht valt weg. Zo kreeg ik echt een schok van (ze heeft poriën, net als een mens!)

Het terugdraaien van de laatste, heiligmakende stap is de klassieke methode om een heiligenbeeld te beroven van zijn magie. Vroeger kwam dat vaak neer op het uitkrassen van de ogen. Een hedendaags icoon ontheilig je door de fotoshop weg te nemen. Spieren en billen lopen treurig leeg, en het vel trekt in rimpels als een ballon twee weken na het feest.

Het commentaar op zulke foto’s is vaak een mix van leedvermaak, opluchting, en woede.

Opluchting dat zelfs ons idool niet helemaal perfect is - net als wij.

En verontwaardiging. bijvoorbeeld verloor in één dag 100.000 volgers toen gelekte foto’s bewezen dat ze tóch geen perfect egale billen heeft. Icoon Kim was ontheiligd.

Waarom de wrevel?

Zijn we kwaad dat we voorgelogen zijn? ‘Weten’ dat je naar een geairbrusht beeld kijkt, is toch iets anders dan de ingrepen voor je te zien.

Misschien zijn we niet boos omdat we al die tijd naar een sprookje hebben gekeken, maar juist omdat de betovering verbroken is. Dat de droom imperfect en al te werkelijk blijkt. Ineens zien we iemand die niet naakt maar bloot is, zonder harnas van perfectie, een god die wel heel ontluisterend menselijk is. Dat gaat pijnlijk in tegen onze esthetische gewoontes, en knaagt aan ons geloof in de mogelijkheid van een superieur zelf.

Ook bij slecht gefotoshopt beeld - denk aan of een model dat zo dun gemaakt is dat - lijkt niet het manipuleren zelf, maar het mislukken daarvan ons te storen. Er is zelden ophef over een vakkundig en realistisch bewerkt beeld - terwijl het, als het ons om De Waarheid zou gaan, logischer zou zijn om ons op te winden over de betovering zelf dan over de doorbreking daarvan.

We dansen voor de slangenbezweerder, en sissen alleen bij valse noten.

Zoals alle gelovigen zijn we gehecht aan onze goden. Én zondigen we graag tegen hen. Want de schoonheidscultus lijkt zo op een echte godsdienst dat ze haar eigen verboden formuleert.

Elke handeling die ons verder verwijdert van onze ultieme beach body wordt beschreven in termen van zonde. Denk aan de suikerarme ‘Fit Ketchup’ van Heinz, met de reclameslogan om te refereren aan de zondeval. Of aan de huidige van Magnum: je beestachtig gedragen, dat is een roomijsje met twee lagen chocolade.

Willen we deze goden wel aanbidden?

Persoonlijk wil ik deze zomer ijs eten zonder schuldgevoel. En heb ik geen zin om mijn tijd en energie te offeren op het altaar van de perfecte schoonheid. Als ik mijn badkleding aantrek, zit ik niet te wachten op de smalende blik van de beach body.

Maar hoe ontkom je daaraan? De komende tijd wil ik dat uitzoeken.

Er zijn natuurlijk al allerlei tactieken geopperd. Bijvoorbeeld lessen mediawijsheid, terughoudende beeldbewerking in plaats van digitale chirurgie, of een minimum-BMI voor modellen.

Maar ten slotte is een icoon alleen heilig en werkzaam voor een gelovige. Willen we de beach body echt van zijn aura ontdoen, dan moeten we van ons geloof vallen.

Daarvoor hebben we andere iconen nodig. Mensen van alle kleuren, vormen en leeftijden. Maar vooral: mensen die uitblinken om andere redenen dan hun uiterlijk; mensen die geen koopwaar, maar een boodschap hebben.

Het is tijd voor een nieuwe beeldenstorm.

Om te begrijpen wat de impact is van een geïdealiseerde foto, en hoe zo’n beeld tot stand komt, liet ik mezelf voor dit artikel portretteren door documentaire portretfotograaf Willemieke Kars. Zij fotografeerde me naturel, en liet me daarna aankleden door ontwerper Monique Poolmans en opmaken door visagist Merel van der Lande. Het resultaat lieten we de hemel in fotoshoppen door de beeldbewerkers van Magic Group Media, die mij bij wijze van gunst onder handen namen - waarvoor mijn grote dank. In mijn volgende stuk vertel ik hoe het resultaat tot stand kwam, en wat het met mij deed om mijn eigen versie 2.0 te zien.

Meer lezen?

Waarom de kut meer kunst verdient Waarom tekenen veel jongens overal piemels, maar zie je een meisje nooit een vagina op de muur kalken? Ik onderzoek het taboe op de kut en duik daarvoor in de geschiedenis van de kunst. Tijd om af te rekenen met de schaamte, in plaats van met de schaamlip. Lees het verhaal van Bregje hier terug Zo stuurt je smartphone je levensverhaal Deze maand hield mijn telefoon een automatisch dagboek bij. Problematisch, want mijn ‘authentieke levensverhaal’ moest in een beperkt aantal voorgeprogrammeerde scenario’s passen. Hoe ziet identiteitsvorming eruit als je die onderbrengt bij machines? Lees het verhaal van Bregje hier terug Wil je grip op een ongrijpbare wereld? Ruim je rommel op De afgelopen maand dacht ik al opruimend na over netheid. Waarom is opruimen zo populair? En wat doet de rage met de mensen die van schoonmaken hun vak hebben gemaakt? Lees het verhaal van Bregje hier terug