De Correspondent
Lex Bohlmeijer - in gesprek met Piet de Rooy
SoundCloud

Interview

Twee weken geleden dat ik van plan was om een kleine serie Goede gesprekken te gaan voeren over het onderwijs. Ik was benieuwd naar de vragen die bij jullie leven. Dat leverde een uitbundige hoeveelheid suggesties op, over innovatie, theorie, de taak van het onderwijs, de rol van de leraar en nog veel meer.

Op dat moment had ik mijn eerste gesprek al gevoerd, met Piet de Rooy (74), over zijn boek Een geschiedenis van het onderwijs in Nederland.

Deels worden de dingen die jullie geopperd hebben door hem geadresseerd (andere punten ga ik proberen in de volgende interviews aan de orde te stellen). De Rooy heeft namelijk een ontzaglijke hoeveelheid materiaal overhoop gehaald. Als er iemand is die het overzicht heeft over wat er achter ons ligt, dan is hij het wel.

We zadelen het onderwijs op met taken waar het nimmer aan kan voldoen

Het onderwijs moet opvoeden tot democratisch burgerschap. Het onderwijs moet zorgen voor gelijkheid in de samenleving. Het onderwijs moet top zijn, anders heeft dat schadelijke gevolgen voor de economie.

Het zijn grote opdrachten waar het onderwijs gewoon niet tegen is opgewassen.

Althans, dat is de conclusie die Piet de Rooy trekt in zijn boek. Zijn studie is grondig en helder en heeft een enorm relativerend effect. Het is een steun in de rug voor alle professionals die (soms tegen de klippen op) iets van school proberen te maken.

Het resultaat: een permanente onvoldaanheid over onze scholen

De Rooys vader maakte carrière in het onderwijs, zelf werd hij hoogleraar geschiedenis met een passie voor lesgeven – die schitterende dubbelheid waarbij je, om kinderen iets bij te brengen, eerst zelf meester moet worden over de stof.

Vanuit zijn ervaring zat Piet de Rooy iets dwars, iets wat mede de aanleiding was tot het schrijven van dit boek. In de samenleving wordt luidkeels geroepen wat onderwijs zou moeten zijn: het moet het beste uit het kind halen. En ieder kind is alle aandacht waard. Tegelijk wordt het onderwijs onderworpen aan een dwingend streven naar efficiëntie. Dat wringt.

Tegenover het nobele onderwijsideaal staat een verschrikkelijke afrekencultuur. De symbolische uitdrukking daarvan is het gezeur over vernieuwing

Tegenover het nobele onderwijsideaal staat een verschrikkelijke bureaucratie en afrekencultuur. En de symbolische uitdrukking daarvan is het permanente gezeur over vernieuwing. Het onderwijs moet altijd weer op de schop. Je kunt je afvragen of men het onderwijs eigenlijk wel op zijn waarde weet schatten, zegt De Rooy.

De Rooys betoog is niet gespeend van enige ironie, als hij weer het failliet van een vernieuwingsgolf beschrijft of de opgeschroefde verwachtingen doorprikt. De structurele overwaardering van de theorie is een goed voorbeeld. Die zou zwaar ten koste gaan van het beroepsonderwijs, terwijl de samenleving juist goed opgeleide vaklui hard nodig heeft.

We zitten volgens De Rooy aan tegen overscholing – terwijl leerlingen juist allerlei dingen leren buiten de school om. Omgaan met de digitaliserende samenleving, om maar iets te noemen.

Onderwijs is in de loop der eeuwen vooral hetzelfde gebleven

Natuurlijk zijn er fundamentele veranderingen. Met name de hiërarchie tussen leraar en leerling is op zijn kop gezet. Er is tegenwoordig sprake van een persoonlijke verhouding. De toon in de klas is niet meer disciplinair maar communicatief. En er wordt niet meer lichamelijk gestraft.

Maar afgezien daarvan is de ziel van het onderwijs in de loop der eeuwen min of meer hetzelfde gebleven, schrijft De Rooy. De sfeer van een school – toch in de eerste plaats een gemeenschap – en de persoonlijkheid van een docent, dat zijn de bepalende factoren. Factoren die wel degelijk opvoedkundige waarde kunnen hebben.

Voor de rest is het de opdracht van het onderwijs om kinderen een beetje prettig op te nemen in de traditie en de cultuur. Maar zelfs dit betrekkelijk eenvoudige ideaal dreigt nu te verstikken onder de mateloze regelgeving en vergaderzucht, betoogt De Rooy.

Hoe het wel moet? Misschien eerst maar eens onderkennen dat het onderwijs misschien niet volmaakt is, maar wel al honderden jaren behoorlijk goed functioneert.

Lees ook

Waarom kinderen in klassen zitten (en school toch geen fabriek is) Ons onderwijs stamt nog uit het industriële tijdperk en daarom lijken onze scholen zo op fabrieken, hoor ik vaak. Dat lijkt een goede reden om het onderwijs helemaal anders in te willen richten. Alleen: het klopt niet. Lees het verhaal van Johannes hier terug

Wie bepaalt wat er in de geschiedenisboeken komt? De Correspondent organiseerde met The Black Archives de Maand van de Verzwegen Geschiedenis. We publiceerden over episodes uit de geschiedenis die de lesboeken nog niet hebben gehaald. In dit stuk: hoe veranderen de lesboeken? Lees het verhaal van Anna hier terug