Goede Gesprekken
Duurzame landbouw. Lex Bohlmeijer in gesprek met Annette Harberink
SoundCloud

Interview

Annette Harberink (Hilversum, 1979) komt niet uit een boerenfamilie, maar toen ze zeventien was wist ze al dat haar toekomst op het weiland lag. Haar droom was de wereld verbeteren – met zelfgekweekte groentes en zónder dieren. Sinds vijf jaar heeft ze een eigen boerderij aan de oever van de IJssel. Er lopen 65 melkkoeien rond.

Harberink ontdekte dat werken met vee mooi en dankbaar is. Koeien zijn schitterende beesten, onmisbaar in het ecologische systeem. Ze zetten gras om in hoogwaardige eiwitten en produceren tegelijkertijd mest voor de akkers. Al betekent het houden van dieren in gevangenschap en gebruiken voor productie een dilemma voor Harberink, het geeft haar ook veel: een wederzijdse verbondenheid waar ze gelukkig van wordt.

Waar veel mensen zoeken naar zingeving, heeft Harberink die gevonden op de Keizersrande. Landbouw geeft voldoening, omdat alles wat je doet direct zichtbaar is, vertelt ze.

Niet terug naar af, maar terug naar de toekomst

Harberink waakt ervoor om niet meer koeien te hebben dan de 130 hectare grond die ze heeft kan voeden. Scheepsladingen voedsel van ver invoeren is er niet bij. Kringlooplandbouw, CO₂-neutraal. En wat je levert behandel je als iets waardevols. Dat is haar missie, en haar boodschap aan de Nederlandse landbouw.

Wat je levert behandel je als iets waardevols. Dat is haar boodschap aan de Nederlandse landbouw

Die landbouwsector heeft een goede reputatie. Nederland zou koploper zijn, het beste jongetje van de klas. Maar dat we tegenwoordig gemiddeld 6 à 7 kilojoule aan energie in elke hectare stoppen voor een opbrengst van 2,5 kilojoule. Dat zit ’m in de kunstmest, diesel en geavanceerde technologie die we gebruiken – die zijn in de plaats gekomen van menselijke energie. Arbeid dus.

De kennis en arbeid van vroeger terugvinden en combineren met de faciliteiten van vandaag; voor Harberink ligt daar de sleutel naar duurzame landbouw. Ze wil ‘niet terug naar af, maar terug naar de toekomst’.

Als het water komt

Naast de koeien houdt Harberink zich bezig met natuur- en waterbeheer. Ook hier probeert ze haar idealen gestalte te geven. De plek waar ze boert is natuurgebied. Ze werkt mee aan het onderhoud en het vergroten van de biodiversiteit. Meer weidevogels is het doel, de kwartelkoning moet terug, veel bloeiend hooiland.

Maar wat goed is voor de natuur, is niet altijd goed voor haar portemonnee. De Keizersrande is uiteindelijk gewoon een bedrijf, en het is permanent balanceren tussen tegenstrijdige belangen. Financiële afwegingen zijn kortetermijnbeslissingen, maar vaak levert kiezen voor de lange termijn meer op.

En dan het water. Als het komt, moet Harberink als uiterwaardbeheerder ervoor zorgen dat het rap weg kan stromen. Er liggen nevengeulen voor de boerderij die werken als spitsstroken voor de IJssel. Die zorgen voor snellere afvoer.

Een mooi systeem, bedacht in het kader van het megaproject Maar dat ‘tweede Deltaplan’, zoals Harberink het noemt, werkt voor de waterstanden zoals die ooit berekend zijn. Die zijn achterhaald: straks moeten ook polders onder water gezet worden. Het wordt te duur om al het water binnen de dijken te houden.

Voor de Keizersrande zelf heeft dit nog geen gevolgen. Nou ja, ongeveer eens in de honderd jaar komt het water zo hoog, dat de boerderij geëvacueerd moet worden. De laatste keer was in 1926.

Een beter klimaat begint bij goed voedsel

Praten met een waterboerin over water, of het nu gaat over de IJssel of smeltend gletsjerwater, betekent onvermijdelijk ook praten over klimaatverandering. Het wordt tijd dat we meer gaan doen dan alleen het broodnodige, zegt Harberink. Niet alleen een radio met batterijen, een deken en een paar blikjes eten op zolder bewaren voor als de rivieren overstromen – maar ook hier keuzes maken voor de lange termijn. De belangrijkste: kiezen voor goed voedsel, regionaal geproduceerd, klimaatneutraal. Dat is echt een bijdrage aan een beter klimaat.

Veel mensen hebben volgens Harberink last van het ‘Thierry Baudet-syndroom’: ach, het maakt toch niet uit, andere mensen doen ook niks. Wij hebben het goed, laten we vooral aan onszelf denken. Met de Keizersrande wil ze laten zien hoe het ook kan: ‘Ik denk: we hebben het goed, hoe kunnen we het nog beter maken?’