zei astronaut Edgar Mitchell toen hij in 1971 terugkwam van zijn ruimtevaart met de Apollo 14. Er was hem daarboven iets groots overkomen. Een overweldigend besef van de verwevenheid van al het leven en een intense afkeer van de manier waarop wij met dat leven omgaan.

‘Je zou een politicus bij z’n nekvel willen grijpen en hem een paar honderdduizend kilometer de ruimte in willen slepen en zeggen: “Kijk daar nou, klootzak”’, zei hij later in een interview met

Mitchell, die terugkwam met een rotsvast geloof in buitenaards leven, was als astronaut wat uitzonderlijk, maar zi jn ervaring was dat niet.

Vanaf het begin van de bemande ruimtevaart in de jaren zestig komen mensen terug van hun missie met het gevoel ‘daarboven’ iets te hebben meegemaakt wat wij hier beneden nodig hebben. Dat ‘iets’ omschrijven ze als verpletterende liefde, als ontzag, of overweldiging, een enkeling noemt het ‘God’ en sommigen blijven hun hele leven zoeken naar de juiste woorden.

In die eerste jaren van de bemande ruimtevaart was er voor dit soort getuigenissen van weinig aandacht. Misschien dat deze zachte kant van de ruimtevaart te veel vloekte met het beeld van die vlaggen plant en stappen zet. Maar de verhalen bleven komen.

De ontdekking van het overzichtseffect

In de jaren tachtig legde de Amerikaanse psycholoog de verklaringen van een grote groep astronauten naast elkaar en zag de overlap. Kern van alle getuigenissen is volgens hem een bewustzijnsverandering bij de aanblik van de aarde. Hij noemde dit het ‘overzichtseffect’.

De lijst met symptomen doet weinig denken aan raketten en ruimteraces: liefde voor de planeet, een verlangen de aarde te beschermen, een ervaring van verbondenheid met alles wat leeft.

Het mooiste: deze bewustzijnsverandering is blijvend, de liefde, het verlangen en de verbondenheid nestelen zich voorgoed. Veel astronauten komen dan ook terug als ambassadeurs voor duurzaamheid en natuurbescherming, met een missiedrang.

zegt Wubbo Ockels in de aangrijpende die hij in 2014 op zijn sterfbed opnam. Bleek en buiten adem roept hij de mensheid op de wereld te leren bekijken als een astronaut.

Het is droevig; de stervende astronaut die met zijn laatste adem een stervende wereld voor de ondergang wil behoeden. Maar aan het einde van het filmpje schittert de hoop. We kunnen het, zegt Ockels, met gebarsten stem. Als we maar gaan kijken met die andere, buitenaardse blik.

Een selfie van astronaut Scott Kelly, 28 oktober 2015. Bron: NASA

Een selfie van astronaut Scott Kelly, 28 oktober 2015. Bron: NASA

Wat je in dat ene ogenblik ziet

Ockels boodschap, de boodschap van al die astronauten, is natuurlijk woest aantrekkelijk – zeker in een tijd van klimaatpaniek en doodsombere toekomstvoorspellingen.

Stel je voor, een simpele verandering van perspectief die de mensheid transformeert in een soort die handelt vanuit liefde voor de wereld en een verlangen haar te beschermen. Op papier zijn dat holle frasen, maar uit de mond van bevlogen ruimtevaarders klinkt het stiekem toch ineens als een echte mogelijkheid.

Het kán, zeggen de astronauten. In één oogopslag begrijpen dat we verweven zijn, niet alleen met soortgenoten maar ook met de planeet zelf, die als een glinsterende ark in die doodstille duisternis hangt. Het kán. De aarde zien als een wakkere, levende gestalte die onze zorg en aandacht verdient. Het overzichtseffect is het bewijs.

In één oogopslag begrijpen dat we verweven zijn, niet alleen met soortgenoten maar ook met de planeet zelf

In de korte documentaire één groot pleidooi voor een nieuw, kosmisch perspectief, zegt astronaut dat ze zeker weet dat wereldleiders betere keuzes zouden maken als ze het uitzicht zouden hebben dat zij in het International Space Station had. Ja, denk je, ja! Geef de gele hesjes uitzicht op de aarde. Maak astronauten van de politici die zo hopeloos falen op elke klimaattop.

Alleen: hoe dan? Als je niet door de dampkring kan, en, in een stad woont hoe vind je dan in godsnaam zo’n kosmisch perspectief?

De eerste foto’s van de aarde vanuit de ruimte

Ooit werd gedacht dat een foto van de aarde genoeg zou zijn voor een mondiaal ontwaken.

Dat we de aarde ervaren als plat en eindig is de wortel van ons wangedrag, zei Richard Buckminster Fuller, architect en icoon van de hippiebeweging, al in de jaren zestig. Als we maar zouden zien waar we zijn, op dat kleine ronde schip in die oceaan van ruimte, dan zouden we anders gaan denken en anders gaan leven. Circulair, planetair, niet langer alsof de aarde een bron is die eindeloos kan worden uitgeput.

Geïnspireerd door Fullers woorden startte de Amerikaanse activist en schrijver Stewart Brand in 1966 een campagne om de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA te bewegen een satellietfoto van de aarde vrij te geven.

Het was een simpel plan: witte buttons met daarop in zwarte letters: De buttons werden een hit, door heel Amerika liepen studenten met Brands vraag op hun borst, als de hartenkreet van onze soort. Op 10 november 1967 gaf de NASA het eerste kleurenportret van de hele aarde vrij.

De eerste kleurenfoto van de gehele aarde (westelijk halfrond), geschoten vanuit de ATS-3-satelliet op 10 november 1967. Bron: NASA

De eerste kleurenfoto van de gehele aarde (westelijk halfrond), geschoten vanuit de ATS-3-satelliet op 10 november 1967. Bron: NASA

Heel eerlijk: het is niet zeker of het Brands buttons waren die de NASA over de streep trokken. Er zijn historici en journalisten die zeggen van wel, de NASA zegt van niet. Laten we het erop houden dat het toevallig is dat de foto zo kort op de campagne volgde en dat sommige verhalen het verdienen om geloofd te worden.

Wereldwijde impact had die eerste foto trouwens niet. Misschien vanwege het benauwde kader dat van de aarde meer een opgesloten kikkervisje maakte dan een planeet in een onmetelijk heelal.

Maar het beeld dat erop volgde bracht een schokgolf teweeg: Earthrise, geschoten door de bemanning van Apollo 8. Op de voorgrond het levenloze oppervlak van de maan, daarachter de fonkelende aarde. In 1972 werd de iconische Blue Marble toegevoegd aan de portrettengalerij: onze planeet als klein en kwetsbaar bolletje in een grote boze kosmos.

‘Earthrise’, geschoten tijdens de eerste bemande missie naar de maan. Bron: NASA

‘Earthrise’, geschoten tijdens de eerste bemande missie naar de maan. Bron: NASA

Deze foto’s leken hun werk te doen. De wereld leek plotseling in een handpalm te passen. Ze moest beschermd en gekoesterd worden en dat was aan ons, de mensen die haar in al haar breekbaarheid voor de zon zagen hangen.

Er kwam een mondiale milieubeweging op gang. De term ‘ruimteschip aarde’, jaren eerder gemunt door Buckminster Fuller, nestelde zich in het collectieve denken.

Maar de grote kentering waar Fuller en Brand op hoopten kwam niet, of in elk geval niet volledig. De beelden deden van alles, maar ze deden ook van alles niet. Er werd geen oorlog minder om gevoerd en geen kolenmijn om gesloten.

De foto’s die de mensheid voorgoed moesten veranderen, dienen nu als versiering voor miljoenen muismatten, koffiemokken en babyrompers en wie vandaag naar Blue Marble kijkt, zal niet direct worden overvallen door liefde en verlangen de knikker te beschermen. Behalve veel te vaak gereproduceerd, is het beeld misschien gewoon te abstract om ons blijvend te betoveren. Te vaag, te ver van de vorm van het dagelijks leven.

‘Blue Marble’, vastgelegd op 7 december 1972 door de Apollo 17-crew, met daarin astronauten Eugene A. Cernan, Ronald E. Evans en Harrison H. Schmitt. Op deze originele foto zien we de Zuidpool aan de bovenkant van de aarde; NASA verspreidt echter een omgedraaide variant zodat de foto overeenkomt met het beeld dat we van de wereld kennen (met de Zuidpool aan de onderkant). Bron: NASA

‘Blue Marble’, vastgelegd op 7 december 1972 door de Apollo 17-crew, met daarin astronauten Eugene A. Cernan, Ronald E. Evans en Harrison H. Schmitt. Op deze originele foto zien we de Zuidpool aan de bovenkant van de aarde; NASA verspreidt echter een omgedraaide variant zodat de foto overeenkomt met het beeld dat we van de wereld kennen (met de Zuidpool aan de onderkant). Bron: NASA

Of moeten we toch van binnenuit kijken?

In een dat in 2017 in première ging maakt korte metten met die ‘blik van buitenaf’. Volgens hem is het zelfs schadelijk, dat gedweep met die blauwe knikker.

Het geeft een vals idee van de menselijke positie, zegt hij: we zijn geen goden die vanuit de hemel toezien, we zijn mensen die met elke beweging invloed hebben op hun omgeving. En precies zo moeten we ook naar onze aarde kijken: niet van buitenaf maar van binnenuit. Dat beeld van die schitterende planeet is niet vanuit de ruimte genomen, zegt hij. Het is genomen vanuit de benauwde, lawaaierige cabine van een raket, genomen vanaf een plek waar de mens niet kan overleven zonder kunstmatige ingrepen. We zijn niet daar, maar hier.

We zijn niet globaal, maar lokaal en niet samen, maar op duizenden manieren verdeeld. De aarde bekijken vanuit de ruimte is voor Latour een ongezond soort escapisme.

Uitzoomen om maar niet te hoeven inzoomen. Het zou een goede verklaring zijn voor het feit dat de foto’s van de aarde niet brachten wat ervan verwacht werd. Ontsnappen brengt ons nergens.

En toch, en toch. Wie de getuigenissen van de astronauten leest moet concluderen dat ze nergens aan ontsnappen, ze committeren zich bij terugkomst juist bij uitstek aan de planeet die ze tijdelijk verlieten.

Selfie van astronaut Barry ‘Butch’ Wilmore, 21 februari 2015. Astronaut Terry Virts is ook te zien in de reflectie van Wilmore’s vizier. Bron: NASA

Selfie van astronaut Barry ‘Butch’ Wilmore, 21 februari 2015. Astronaut Terry Virts is ook te zien in de reflectie van Wilmore’s vizier. Bron: NASA

De voorwaarde van het overzichtseffect: afstand

Aan de universiteit van Pennsylvania deed een groep psychologen in 2016 naar de precieze omstandigheden waaronder het overzichtseffect optreedt; het gevoel van eenheid met de planeet en al haar leven. Vreemd genoeg is het juist de enorme fysieke afstand die zorgt voor het gevoel van emotionele nabijheid.

De afstand is dus niet, zoals Latour stelt, het probleem, maar juist de voorwaarde.

En daarmee zijn we, hoe frustrerend, weer terug bij af.

Want je kunt nog zo kosmisch willen kijken, feit is dat je niet zomaar door de dampkring kan. alleen zal dat voor mijn generatie (ik ben geboren in 1981) te laat zijn. Ik kan hooguit hopen op space-selfies van eventuele kleinkinderen.

Maar het evangelie van de astronauten is weerbarstig. Het laat zich niet tegenhouden door praktische problemen en sijpelt andere domeinen in; de kunst, de psychologie, de techniek.

Wereldwijd worden er overzichtssymposia gehouden waarin interdisciplinair wordt nagedacht over nieuwe manieren om ons aardgebonden stakkers te transformeren tot ruimtevaarders. In Kerkrade is er inmiddels een museum aan gewijd: het waar je in een gigantische koker naar beneden kijkt en het uitzicht van het International Space Station ziet. Geen levensveranderende ervaring, wel een beeld om stil van te worden en daarna met iets meer ruimte in je hoofd naar buiten te lopen.

In Londen en Canada wordt gewerkt aan virtualrealityprogramma’s waarin je hangend in de ruimte naar de aarde staart. Een op de foto’s die van alles wel en niet deden.

Selfie van astronaut Ricky Arnold, 29 maart 2018. Bron: NASA

Selfie van astronaut Ricky Arnold, 29 maart 2018. Bron: NASA

Escapisme, zou je dan toch weer kunnen denken, verstopt achter een grote bril wegdromen met uitzicht op een lief klein bolletje. Maar volgens die studie uit 2016 heeft staren naar de aarde wel degelijk echte therapeutische waarde. Het voorziet namelijk in iets waar de moderne mens een chronisch gebrek aan heeft, dat in het onderzoek wordt gedefinieerd als ‘awe’. Dat laat zich maar moeilijk uit het Engels vertalen: overweldiging, zegt het woordenboek, maar daarin klinkt zo weinig van de verwondering door die ‘awe’ in zich draagt.

Verderop in het onderzoek valt de term De beschrijvingen van de astronauten zijn te vergelijken, staat er, met die van mensen die een mystieke ervaring beleefden. Astronauten als een kluitje mystici, cirkelend om de planeet, compleet onthecht en toch nabij.

Misschien is het dus nog veel te vroeg om te stellen dat die eerste foto’s van de aarde hun verwachtingen niet waarmaakten. Misschien zitten we nog midden in een cultuuromslag waarvan zij het beginpunt vormden. Volgens experts staan we nog maar aan het begin van de space age. Misschien is de Blue Marble op al die muismatten en koffiemokken een herinnering aan het feit dat het kán. Uitzoomen. Overzien.

Dankzij afstand nabijheid voelen.

Selfie van Aki Hoshide, 18 september 2012. Bron: NASA

Selfie van Aki Hoshide, 18 september 2012. Bron: NASA

Hoe kan de ruimtevaart ons helpen?

De vraag blijft of en hoe kijken als een astronaut ons hier op aarde een bewustzijn kan geven waarmee we duurzamere beslissingen maken.

Dat er een wereldwijde mentaliteitsverandering nodig is, is duidelijk. Hoe de ruimtevaart ons daarbij kan helpen wil ik de komende maanden verder onderzoeken.

Wat gaat de space age ons nog brengen en hoe zal dat van invloed zijn op ons mens- en wereldbeeld? Kunnen we hoop putten uit

Of smijten we daarmee miljoenen over de dampkring die we beter kunnen investeren in behoud en herstel van onze eigen planeet?

Meer lezen?

Ooit droomden we van auto’s en spaceshuttles. Waar brengt onze verbeelding ons nu? Van Klimaatverdrag tot Regeerakkoord: politici zoeken de oplossing voor de grote crises van deze tijd in documenten die tot achter de komma zijn dichtgetimmerd. Planoloog Maarten Hajer denkt dat we betere oplossingen kunnen vinden als we gebruikmaken van onze verbeelding. Lees het verhaal van Jelmer hier terug De aarde helpen? Kijk eens als een astronaut Toen ik een lezing voorbereidde over mensen die nu onze wereld aan het veranderen zijn, zag ik ineens wat een aantal van hen verbindt: hun astronautenblik. Lees het verhaal van Thalia hier terug