Goede Gesprekken
Podiumangst. Esther van Fenema in gesprek met Lex Bohlmeijer
SoundCloud

Interview

Het gesprek had plaats in het in aanwezigheid van publiek. De setting is intiem en theatraal. Toehoorders in ligstoelen, in een kring in het duister, velen met de ogen gesloten.

In het midden een eenvoudig tafeltje en een brandende kaars. Een kleine kring van licht, gezellig en tijdloos. Op luisteren komt het aan, bij een podcast. Ja, natuurlijk, maar ook in de spreekkamer van de psychiater, en net zo goed in de concertzaal als in de samenleving.

Het past goed bij het interview met psychiater én violiste. Tijdens haar opleiding stond ze weleens overdag in lijken te snijden, om ’s avonds de Kammersymfonie te spelen van Sjostakovitsj. Van onttovering naar betovering.

We leven in een cosmetische maatschappij, zegt ze. Alles moet leuk zijn. Beschaafd, hanteerbaar, gezellig. Het moet passen op een telefoonscherm. Maar de werkelijkheid is niet tweedimensionaal. We zouden er goed aan doen om de andere kant van het bestaan niet te verwaarlozen, zegt ze, die van het ongewenste, het absurde, de dood, de angst, de waanzin, het zwart, het niet-meer-weten, de twijfel. Daar moet je als mens juist contact mee houden.

Het is haar werk als psychiater: het ongewenste bespreekbaar maken.

Muziek is van levensbelang

Daarom is muziek ook zo van levensbelang: het is een veilige plek, waar je alles mag voelen, waar je alle emoties mag uiten en ervaren. Des te tragischer als de psychische klachten van musici zo ernstig worden dat ze niet meer kunnen spelen. Dan zijn ze alles kwijt.

Fenema kan er zelf over mee praten. Ooit kreeg ze een heftige paniekaanval. Tijdens een schnabbel met Helmut Lotti werd ze overrompeld door een gevoel van totale vervreemding. Het contact met de omgeving was weg. ‘Je hebt het gevoel dat je dood gaat of gek wordt’, vertelt ze. Het raakt aan de diepe angst voor desintegratie.

Verdringing neemt ze ook waar in de samenleving. Er zijn allerlei mensen die niet gehoord worden, dingen die we niet onder ogen willen zien, vindt ze. Daarom steunt ze de PVV (haar man zat vijf jaar voor deze partij in het Europese parlement). Wat ze beoogt, is het debat open te houden, juist over dat wat onbehagen inboezemt. Dus blijf in gesprek, ook als je het met de ander apert oneens bent. De realiteit valt vaak mee, vindt ze, maar de spoken in onze kop niet.

Luisteren dus. Het is een fascinerend gesprek geworden, onder het motto: ‘Het leven is zinloos, maar we kunnen er iets heel moois van maken.’