Thema
Prestatiemaatschappij
Gelukkig zijn in een wereld die draait om succes

Je hopt van project naar project, bent constant bezig met je positie in de arbeidsmarkt en dient druk en bezet over te komen. Het leven in de prestatiemaatschappij valt niet mee.

Zo zijn we gemiddeld 82 uur per week bereikbaar voor onze baas, voelt een op de drie Nederlanders zich eenzaam en heeft een op de zeven werknemers burn-outklachten.

Hoe kun je in zo’n samenleving toch gezond en gelukkig zijn? In dit thema doen we enkele suggesties.

1

Wat is de prestatiemaatschappij?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, helpt het om te kijken naar wat er vóór de prestatiemaatschappij was.

Toen leefden we in een Deze analyse maakt de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han in zijn essay De vermoeide samenleving (2010). We luisterden naar onze baas, hielden ons aan de regels van onze baan, klokten netjes ’s morgens in en keerden aan het einde van de dag huiswaarts. Werk zorgde voor een inkomen, en daarmee basta.

In de prestatiemaatschappij leggen we het werk onszelf op. We zijn ons eigen merk geworden; proberen onszelf zo goed mogelijk te positioneren in de markt; wisselen elke paar jaar van baan of project. In 1985 besteedden we nog 43,6 uur per week aan werk, overwerk, zorg en opleiding. In 2005 was dat al Aldus het Tijdsbestedingsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2005).

We rekenen collectief af met de zesjescultuur en straffen langstudeerders met hoge studiekosten. Overal - van de lokale supermarkt tot aan de voetbalclub - maken we prestaties meetbaar. En naast een gezin met twee kinderen en een baan van tachtig uur vinden we ook nog de tijd om te trainen voor de marathon.

In de prestatiemaatschappij werken we hard. Niet omdat het moet, maar omdat we het zelf willen.

2

Hoe gedragen we ons door de prestatiemaatschappij?

We zijn altijd bereikbaar voor ons werk. Of in ieder geval 82 uur per week, bleek uit een recente studie van Harvard Business School.

‘Van negen tot vijf’ vormt alleen nog een richtlijn voor wanneer je op de zaak dient te zijn. Het werk kan altijd doorgaan, desnoods in bed of bad. Zolang de smartphone maar binnen gehoorsafstand is, zodat we de mailnotificatie niet missen.

Verder staat alles in het teken van ons werk en persoonlijke ontwikkeling. Zo ook ons lichaam. Dat hoort ten eerste perfect te zijn. Ten tweede moet het zo efficiënt mogelijk in dienst staan van onze mentale arbeid. Met quantified self-apps houden we nauwkeurig in de gaten of onze slaap wel optimaal is, hoeveel scherper we overdag zijn als we drie graden kouder douchen en op welk ontbijt we het langst door kunnen zonder honger te krijgen.

Ambitie, efficiëntie en hard werken zijn heilig, zoveel is duidelijk. Maar waar doen we het voor? ‘Passie is een doel op zich geworden, in plaats van een bijproduct van interesse,’ schrijft Jeroen van Baar in zijn boek De Prestatiegeneratie.

3

Wat zijn de gevolgen van onze prestatiezucht?

Een ware burn-outepidemie.

Maar liefst 1 miljoen Nederlanders kampt met ‘Een op de zeven werknemers heeft burn-outklachten,’ schreef het Centraal Bureau voor de Statistiek in november 2015.

We lopen het risico op een burn-out als we niet genoeg terugkrijgen voor ons werk. Als dat wat we erin investeren in negatieve zin in geen verhouding staat tot de erkenning, geld of voldoening die het oplevert. Bijvoorbeeld omdat we altijd meer willen. In de prestatiemaatschappij is het nooit goed genoeg.

En als het niet beter gaat, is duidelijk wie de schuldige is.

Wijzelf.

Dan hadden we maar beter ons best moeten doen.

Of zoals wijlen Denker des Vaderlands René Gude over de prestatiemaatschappij zei: ‘De individuele winnaar neemt alles en is gelukkig, maar de verliezer – vaak dezelfde persoon, maar iets later – heeft niets en wordt treurig.’ Hij voorspelde: ‘Depressie is in 2020 volksziekte nummer één.’

We lijken hard op weg de voorspelling van Gude waar te maken. Tussen 1996 en 2011 steeg het gebruik van antidepressiva met Aldus de Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2011. en we hebben in Nederland de hoogste psychologendichtheid ter wereld. De prestatiemaatschappij is een probleem geworden waar oplossingen voor gevonden moeten worden.

4

Hoe kunnen we de prestatiemaatschappij aanpakken?

Om onze collectieve gezondheid te waarborgen zijn grote veranderingen op politiek vlak nodig. Denk aan het Franse wetsvoorstel om e-mail buiten werktijd te verbieden. Of nog radicaler, een kortere werkweek.

Tegelijk kunnen we ons op individueel niveau verzetten tegen de prestatiemaatschappij.

In dit thema willen we die daden van verzet verkennen.

Als we bijvoorbeeld stoppen met onze status te ontlenen aan hoe druk we zijn, niet meer de hele dag direct elke mail beantwoorden, of hardop twijfelen, volgen anderen misschien wel ons voorbeeld. Dan bedrijven we - zoals arbeidseconoom Robert Reich beschrijft - politiek vanuit onze rollen als werknemer en burger.

En vind je in een samenleving van niet te stillen ambitie misschien ook nog wel voldoening.

5

Onttrek je aan de collectieve bezigheidstherapie

In de prestatiemaatschappij zorgen we ervoor dat niemand zich ook maar een seconde hoeft te vervelen. We houden elkaar druk met een eindeloze stroom verzoekjes, cc’tjes, vergaderingen, Slack is een programma dat bij veel bedrijven gebruikt wordt voor interne communicatie. en bilateraaltjes.

De neiging de werkdag te beginnen met het bekijken van mail is groot. Maar e-mail is een to-dolijst waar anderen op kunnen schrijven. Kenniswerkers besteden gemiddeld 60 procent van de werkweek aan ‘elektronische communicatie’ Onderzoek van McKinsey uit 2012.

Als je het zo bekijkt, valt de prestatiemaatschappij op individueel niveau makkelijk te saboteren. Het enige wat we hoeven te doen, is ons te onttrekken aan de collectieve bezigheidstherapie.

Bijvoorbeeld door eens een keer niet de dag in onze inbox te beginnen, maar met wat we zelf belangrijk vinden. Of door de notificaties van onze e-mail en sociale media uit te zetten, zodat we ons langer kunnen concentreren op een bezigheid die voldoening geeft. Of door vaker ‘nee’ te antwoorden op uitnodigingen (zodat onze ‘ja’s’ beter worden).

6

Richt je niet op ‘drukte,’ maar op werk dat voldoening geeft

In de prestatiemaatschappij slaat de balans door naar werk dat geen waarde creëert. ‘Druk zijn’ is een statussymbool.

De computerwetenschapper Cal Newport verwoordt dat in zijn boek Deep Work (2016) als volgt: hoewel we met ‘diep werk’ echt waarde kunnen toevoegen, richten we ons volledig op logistiek werk. Voor diep werk - denk aan het schrijven van een ondernemingsplan of roman - heb je volgens Newport al je cognitieve vaardigheden nodig, waardoor je er meer voldoening uit haalt. Terwijl logistiek werk - zoals het beantwoorden van mail - in eerste instantie productief aanvoelt, maar je ‘s avonds wel met een hol gevoel achterlaat. Je hebt niets van waarde gecreëerd.

Het vergt moed om je daaraan te onttrekken. Straks kom je niet meer druk over en gaan collega’s twijfelen aan je toewijding. Hoe pak je dit aan?

Als je vooraf geen voorbereidingen treft, stuit je ongetwijfeld op onbegrip. Ga daarom in gesprek met je manager. Vraag aan hem of haar: hoeveel procent van mijn tijd wil je dat ik besteed aan diep werk? Dan heb je een afspraak om je aan te houden.

En ja, het gaat vast weleens mis. Je beantwoordt misschien een mailtje te laat. Dat is niet erg. Bied je excuses aan en ga verder. Het levert je uiteindelijk meer concentratievermogen en voldoening op.

7

Met toewijding werken aan het proces, in plaats van alleen de finish willen halen

Van leven in de prestatiemaatschappij kun je chronisch ontevreden raken. Want het behalen van een prestatie geeft een korte kick, maar daarna willen we altijd weer meer. Al is het alleen maar omdat er altijd wel iemand is die het beter voor elkaar lijkt te hebben. Daarom is het onverstandig ons geluk af te meten aan anderen, of aan wat we allemaal nog missen.

Mogen we dan nergens meer naar verlangen?

Natuurlijk wel, maar het is beter voldoening te zoeken in het proces zelf. Wil je een roman schrijven? Denk dan niet aan de bestsellerlijsten, maar aan het schrijfproces. De Amerikaanse psychologe Carol Dweck verzon daar een woord voor: mindset. Zij onderzocht decennia (vooral bij schoolkinderen) wat de invloed is van ideeën die mensen hebben over hun eigen intelligentie. Haar conclusie: als je gelooft dat je beter of slimmer kunt worden door oefening, dan is je leerproces prettiger en effectiever dan als je denkt dat je ergens talent voor moet hebben.

De Zweedse psycholoog K. Anders Ericsson, die in dezelfde periode onderzoek deed naar professionele sporters en musici, zegt hetzelfde: uitzonderlijke prestaties ontstaan nooit zonder intensieve oefening. Volgens hem is de effectiefste leermethode het visualiseren van de volgende stap die gezet moet worden en die vervolgens bedachtzaam te oefenen. Op een gegeven moment bedenken we dan stappen die niemand anders nog bedacht heeft en bereikt ons werk een excellent niveau, meent hij.

Maar let op, dat excellente niveau is hier niet het hoofddoel (prestatiemaatschappij-alarm!). Het gaat erom dat we volgens Ericsson meer plezier beleven als we goed zijn in wat we doen, en beter begrijpen hoe we er beter in worden.

Als we voldoening kunnen halen uit het proces, raakt onze prestatiedrang steeds meer op de achtergrond.

8

Oefen dankbaarheid

‘Alle mensen die ik interviewde en die hun leven of zichzelf gelukkig noemden, gaven – zonder uitzondering – aan dat ze actief dankbaarheid beoefenden, en schreven het daaraan toe dat ze zo gelukkig waren.’

Aldus Brené Brown in haar beroemde zelfhulpboek De moed van imperfectie (2010). Een daad van verzet tegen de prestatiemaatschappij is dankbaar zijn met wat we al hebben, in plaats van te denken aan wat we nog niet hebben.

Dat realiseren we ons vaak pas als het te laat is. Brown vertelt over de interviews die ze had met mensen die iets verschrikkelijks hadden meegemaakt, zoals het verlies van een kind. Allemaal realiseerden ze zich dat de heel alledaagse momenten vóór de traumatische gebeurtenis de mooiste momenten in hun leven waren. Samen avondeten, dat soort dingen.

Hoe kun je dankbaarheid oefenen? Volgens de stoicijnse filosofen uit de Romeinse tijd is het verstandig om af en toe te denken aan onze eigen sterfelijkheid, om zo extra dankbaar te zijn voor wat we nu hebben.

Lees daarvoor het indrukwekkende boek van Paul Kalanithi, When Breath Becomes Air (2016). Toen hij in het laatste jaar van zijn opleiding tot hersenchirurg zat, werd bij hem - op 36-jarige leeftijd - longkanker geconstateerd. Twee jaar later overleed hij. In de tussentijd schreef hij een boek waarmee hij ervoor wilde zorgen dat mensen de dood beter begrijpen en hun eigen sterfelijkheid onder ogen zien. Het boek inspireert om belangrijke dingen niet uit te stellen. Eenzelfde effect kunnen necrologieën in kranten hebben.

Je kunt dankbaarheid ook actief oefenen. Zo adviseert Brown elke avond voor het slapen gaan drie dingen op te schrijven waar je die dag dankbaar voor was.

9

Durf te twijfelen

Stelligheid en zelfoverschatting maken in de prestatiemaatschappij de dienst uit. In het nieuws, in de politiek, in het bedrijfsleven: zij die ondeskundig genoeg zijn om niet aan zelfrelativering ten prooi te vallen, bestijgen overal het snelst de maatschappelijke ladder. Trekken de meeste aandacht. Domineren het publieke debat. Besturen de bedrijven.

En dat is een probleem:

Deze grafiek gaat over het wetenschappelijk bewezen Vernoemd naar de ontdekkers van dit psychologische fenomeen: de wetenschappers David Dunning en Justin Kruger. mensen met minder dan gemiddelde kennis en vaardigheid overschatten vaak hun competentie en mensen met bovengemiddelde kennis en vaardigheid onderschatten die juist.

Twijfelen is dus geen teken van zwakte, maar van competentie. Met twijfel - in plaats van stelligheid - als basishouding zul je meer openstaan voor goede argumenten en nieuwe inzichten die je anders misschien had afgedaan als onzin.

Werkt twijfelen niet verlammend? Nee, want we hoeven twijfel niet als ontmoediging te zien, maar kunnen het juist als aanmoediging ervaren ergens voor te staan. Want het besef dat we nooit de Waarheid in pacht zullen hebben en van niets ooit alles af zullen weten, wil niet zeggen dat ons perspectief of onze overtuiging per definitie ontoereikend is. Die zijn slechts tijdelijk en voor verandering vatbaar.

10

Zet je egocentrische automatische piloot uit

Twee vissen komen een andere vis tegen. Die vraagt: ‘Morning boys, how’s the water?’ De twee vissen zwemmen onverstoorbaar verder, totdat de ene vis de andere aankijkt en zegt: ‘What the hell is water?’

Zo begon David Foster Wallace in 2005 zijn beroemde speech ‘This is Water.

Zijn punt: wij gaan op dezelfde manier als die vissen door het leven. We zijn ons namelijk niet bewust van de meeste dingen die ons de hele dag omringen. Daardoor, zegt de auteur, is de neiging heel sterk om jezelf als middelpunt van de wereld te ervaren.

De prestatiemaatschappij moedigt die denkfout aan: alles draait om BV Ik, de rest doet er minder toe. Ondertussen voelt 32 procent van de Nederlanders zich eenzaam. Het is niet per se dat ze helemaal niemand zien, het gaat erom dat ze niemand hebben om hun diepste gevoelens mee te delen.

De eerste stap die je kunt zetten om die individualistische bubbel door te prikken, is je bewust te zijn van je automatische piloot, en deze proberen uit te schakelen. Met andere woorden: dwing jezelf je in te leven in anderen. In plaats van je te ergeren aan die ene vrouw die haar pinpas is vergeten en daarmee de kassarij ophoudt, kun je ook het bewustzijn in jezelf oproepen dat ze misschien al wel drie nachten niet heeft geslapen, omdat haar man ernstig ziek is en daarom wat vergeetachtig is vandaag.

11

Knoop eens een gesprek aan met vreemden

De meesten van ons denken dat praten met vreemden onprettig is, maar het tegendeel is waar. Uit een Amerikaans onderzoek onder forensen blijkt dat mensen die een gesprek van zo’n tien tot vijftien minuten met een vreemde voerden, een leukere reiservaring hadden. Ook nadat de resultaten op karaktertrekken als introversie en extraversie waren gecorrigeerd.

Experimenten in de wachtkamer van een tandarts en met chauffeurs en passagiers in taxi’s leverden vergelijkbare resultaten op: iedereen voelde zich na een kort gesprek minder eenzaam en gelukkiger. Sterker nog, de interacties met mensen met wie je weinig hebt, zijn net zo gecorreleerd aan geluk als interacties met mensen met wie je een sterke band hebt.

Hoe je zo’n gesprek begint? Daar hebben de onderzoekers ook een antwoord op: geef een welgemeend compliment. De rest gaat vanzelf.

12

Besteed je tijd en geld aan anderen

Hoewel de prestatiemaatschappij om individueel succes draait, blijkt uit bijna elke studie over geluk dat mensen die diepe emotionele banden met anderen hebben en die betrokken zijn bij hun gemeenschap, vaak gelukkiger zijn dan mensen die weinig emotionele banden hebben en niet betrokken zijn bij hun gemeenschap.

Zo kwamen drie wetenschappers tot de conclusie dat je geld het beste aan anderen kunt uitgeven. Ze vroegen in 2008 aan een representatieve groep Amerikanen hoe gelukkig ze zijn en hoeveel geld ze per maand uitgeven aan:

  1. Rekeningen en vaste lasten,
  2. cadeautjes voor henzelf,
  3. cadeautjes voor anderen en
  4. donaties aan goede doelen.

Wat bleek: de mensen die meer aan post 3 en 4 spendeerden, waren gelukkiger dan de mensen die geld vooral aan zichzelf uitgaven. Ongeacht hun inkomen. Dat komt doordat die uitgaven ons beeld over sociale relaties positief beïnvloeden en die relaties daardoor versterken.

Je kunt natuurlijk ook je tijd weggeven. Bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk. Bij gelijke gezondheidsomstandigheden is de levensverwachting van arme, oudere mensen die zich vrijwillig voor andere mensen inzetten hoger dan bij mensen die dat niet doen.

13

Lees literatuur

De boodschap van de prestatiemaatschappij is vaak: als jij het wilt, gebeurt het.

In werkelijkheid is het leven complex. De meeste dilemma’s vragen om continue overpeinzing, in plaats van een praktisch to-dolijstje. Literatuur kan daarbij helpen.

In 2011 stond er in Annual Review of Psychology een studie van hersenscans bij mensen die romans lazen: het onderzoek toonde aan dat in de MRI-scanner dezelfde gebiedjes in de hersenen oplichten wanneer mensen over een ervaring lezen als wanneer ze een ervaring doormaken. Dit komt door spiegelneuronen: om een ervaring in onze hersenen te ‘oefenen’ maakt het niet uit of we een handeling doen of ‘zien.’

Literatuur biedt zo een veilige oefenruimte voor het leven én vormt een constante herinnering dat we niet zelf het centrum van het universum zijn.

14

Erken de rol van toeval

Waarom heb je de maatschappelijke positie die je hebt? Hoeveel daarvan heb je aan jezelf te danken? En hoeveel aan de plek waar je geboren bent, de mensen die je toevallig tegenkwam?

Juist bij het beschrijven van iemands (of onze eigen) successen, verliezen we de rol van toeval nogal eens uit het oog.

Of je nou links of rechts bent, een wereld waarin willekeur je plaats op de maatschappelijke ladder bepaalt is een oneerlijke wereld. Juist daarom is het belangrijk te erkennen dat willekeur wel degelijk een rol speelt.

Houd daar vooral rekening mee, als je in deze prestatiemaatschappij jaloersmakende verhalen van anderen hoort (of over je eigen successen vertelt).

15

Ken de beperkingen van je brein

Onze hersenen maken veel denkfouten. Als je beter begrijpt hoe dat gebeurt, kun je ze makkelijker leren vermijden, en ga je ook minder makkelijk mee in ‘collectieve denkfouten,’ waar het idee dat alles wat je doet om het resultaat draait - de prestatiemaatschappij - een mooi voorbeeld van is.

Gelukkig is er de laatste decennia heel veel wetenschappelijk onderzoek gedaan dat ons beter helpt begrijpen hoe we denken. Eén ding is duidelijk: wat er in ons hoofd omgaat, is bepaald geen neutrale weergave van de werkelijkheid.

Mensen kunnen extreem goed met afgeleide versies van de werkelijkheid werken, dankzij vermogens van ons brein die voornamelijk in de linkerhersenhelft huizen. Zo hebben we de mogelijkheid van taal en schrift om ideeën en zaken te kunnen benoemen en met elkaar te delen.

Maar we hebben ook de neiging de verhalen die we elkaar vertellen, aan te zien voor de hele werkelijkheid en te vergeten dat ze slechts abstracties vormen.

Bovendien is (de linkerhelft van) ons brein in staat om à la minute complete onzinverklaringen voor onze waarnemingen te fabriceren met als ingrediënten alleen dat wat we menen te weten, waarbij we uit het oog verliezen hoeveel we niet weten. Jezelf weleens betrapt op een vooroordeel dat niet bleek te kloppen? Check!

Een eerste stap om minder blind te worden voor je eigen blinde vlekken is beseffen dat je ze hebt. En weten hoe dat precies gebeurt in ons brein.

16

Hou op met de mens als de maat der dingen te zien

Wat ook helpt: zelfrelativering, in extreemste zin.

Dat de aarde niet het middelpunt is van de kosmos, is al enige eeuwen bekend. Maar dat de mens niet de kroon op de schepping is - met die conclusie lijken we nog grote moeite te hebben. Terwijl Charles Darwin dat al betoogde.

Zogenoemde posthumanisten laten zien hoe anders we naar de wereld kunnen kijken als we onszelf niet meer als het centrum ervan beschouwen. Dat jijzelf niet het centrum van de wereld bent, en de mensheid niet is waar alles in het heelal om draait - dat ook dit een door onze hersenen gefabriceerd idee is: dat werkt letterlijk en figuurlijk relativerend voor alles wat er omgaat in je hoofd.

Dit ter geruststelling, als je op het punt staat je weer mee te laten slepen door de overheersende prestatiedrang in onze samenleving.