Ik had me geen zorgen hoeven maken. Weliswaar hebben drie leerlingen per abuis ‘transpiratie’ in plaats van ‘transparantie’ opgeschreven, wat de samenvatting van de tekst over duurzame kleding een wat andere betekenis geeft, maar de examenresultaten zijn in orde. Een tiende boven of onder het landelijk gemiddelde, meer niet.

In april gaf ik over de ‘professionele ruimte’ van de docent, de ruimte die een docent heeft om zijn beroep naar eigen kunde in te vullen. Die ruimte staat volgens velen onder druk. is de docent in een ‘neoliberale visie’, die gestaag aan terrein wint in het onderwijs, geen professional meer, en zelfs geen uitvoerder, nee, in die visie is hij ‘niets meer dan een gedresseerde aap die dan weer uit angst voor de stok en dan weer voor een handje nootjes dansjes doet voor het orgel’.

Ik stelde in mijn lezing dat ik mij geen aap voel, ik niet bang ben voor de stok en dat mij geen nootjes gevoerd hoeven te worden. Ik voel alle vrijheid, betoogde ik, en dat in tegenstelling tot veel van mijn leeftijdsgenoten, wier professionele ruimte zich beperkt tot de vraag welke Cup-a-Soup ze ’s middags nemen.

In werkelijkheid was ik al een paar maanden bezig met examentraining.

Want in het examenjaar is alles anders. Opeens lijkt niet meer te gelden dat leerlingen zo veel mogelijk op maat bediend moeten worden, dat talent gestimuleerd dient en dat onderwijs meer is dan cijfers en toetsen. Alle ogen zijn gericht op het eindexamen.

Een goed resultaat, op tienden nauwkeurig

Wanneer ik het goed doe? Een goed eindexamenresultaat betekent een gemiddeld cijfer boven het landelijk gemiddelde, weinig leerlingen die met een onvoldoende voor m’n vak en een gemiddeld dat het cijfer op het centraal examen niet meer dan vijf tienden ontloopt.

Wil ik zo goed mogelijk aan die laatste twee criteria voldoen, dan kan ik het best alle leerlingen op een 6,5 voor het schoolexamen uit laten komen. Voor het eindexamen Nederlands halen leerlingen en het gemiddelde ligt veelal rond de 6,2. De kans dat een leerling die een 6,5 staat voor zijn schoolexamen Nederlands op zijn eindlijst alsnog een onvoldoende staat is dus klein, en zijn 6,5 ontloopt het gemiddelde zeer waarschijnlijk niet meer dan vijf tienden.

Omdat m’n gemiddelde schoolexamencijfer niet te hoog mag liggen ging er bij de beste leerlingen, ik durf het haast niet toe te geven, misschien zo nu en dan een puntje af

Maar natuurlijk staat niet iedereen een 6,5. Toch krabde ik afgelopen jaar geregeld achter m’n oor als ik een leerling een 3 wilde geven, nam nog een slok koffie, en gaf er tóch een puntje bij. Niemand is er immers bij gebaat wanneer een leerling met een dikke onvoldoende zijn eindexamen ingaat. En omdat m’n gemiddelde schoolexamencijfer niet te hoog mag liggen ging er bij de beste leerlingen, ik durf het haast niet toe te geven, misschien zo nu en dan een puntje af.

Zo tegen het eindexamen staat de zwakste leerling een 5,3 en de sterkste leerling een 7,4. Examennivelering uit angst voor de stok.

Ook m’n lespraktijk veranderde. Waar ik in andere klassen graag uitweid over de vertelcultuur in de middeleeuwen, nieuwe schrijfprojecten bedenk en de tijd neem om met leerlingen in discussie of gesprek te gaan, beperkte mijn didactische vaardigheid zich in 5 havo vaak tot het drukken op de startknop van het kopieerapparaat.

Ik kopieerde vrijwel alle havo-eindexamens vanaf 2006 om de leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op wat hen maanden later pas in de examenzaal te wachten zou staan. Ik besteedde lessen aan strategieën om een multiplechoicevraag te beantwoorden, niet een vaardigheid die ik tijdens mijn studie Nederlands leerde. Fouten categoriseerde ik zodat leerlingen zo gericht mogelijk zouden kunnen leren. En eerlijk gezegd: er was geen zak aan.

Examentraining in de hoop een handje nootjes gevoerd te krijgen.

M’n professionele ruimte neem ik terug

Ik heb het eindexamen inmiddels nagekeken en de resultaten zijn, zoals gezegd, in orde. Weinig leerlingen komen uit op een 5 en een aantal leerlingen haalt hoger dan een 7. Eén leerling steekt met kop en schouders boven de rest uit. Vrijwel alle multiplechoicevragen heeft ’ie goed, de open vragen heeft ’ie zorgvuldig beantwoord en voor zijn samenvatting haalt hij bijna de volle punten.

Hij heet Paul, en heeft de afgelopen maanden geen les gevolgd. Ziek.

Volgend jaar , wanneer ik 6 vwo naar het eindexamen breng. M’n professionele ruimte neem ik terug. Ik zal uitweiden over Paul van Ostaijen en Martinus Nijhoff, over vorm of vent en wanneer er iets gebeurt in politiek Den Haag zal ik uitgebreid met leerlingen in discussie gaan.

Zo eind april zal ik ter voorbereiding op het eindexamen het verschil tussen transparantie en transpiratie uitleggen.

Illustratie: Doeke van Nuil (voor De Correspondent) Illustratie: Doeke van Nuil (voor De Correspondent) Tijdens het schooljaar allemaal uniek, tijdens het examen allemaal hetzelfde Op de dag dat de eindexamens begonnen, schreef ik een stuk over de rol van het eindexamen in een tijd dat het onderwijs steeds gepersonaliseerder wordt.

Geef leerlingen les in nadenken 'Meneer, wat is het goede antwoord?' is een vraag die ik doorlopend krijg van mijn leerlingen. Het is een symptoom van een dieperliggend probleem in het onderwijs: leerlingen leren op school te weinig zelf nadenken. Een pleidooi voor meer denkvaardigheden in de klas. Lees hier mijn pleidooi voor denkvaardigheden terug