De Correspondent
Stemmen 3 - Zeg me hoe je denkt over immigranten en ik vertel je je mening over windmolens
SoundCloud

Aflevering 3

Welkom bij Stemmen. Een verkiezingspodcast zonder peilingen, van De Correspondent en het politicologische blog Stuk Rood Vlees. In deze podcast geen analyses van het premiersdebat of speculaties over exitpolls, maar een blik op het politieke systeem en de machtsverhoudingen daarachter.

In deze aflevering gaan we het hebben over conflict. We zijn gewend verkiezingen te duiden als strijd om wie de grootste wordt. Vaak staan in de beeldvorming twee partijen tegenover elkaar die strijden om ‘het torentje’. 

Onder het oppervlak van dit conflict vindt een strijd plaats over de inhoud: welk beleid er moet komen om een bepaald probleem op te lossen. Dit is het niveau van standpunten en inhoudelijke meningsverschillen.

Maar het belangrijkste conflict in de politiek speelt zich nog een laag dieper af. Het gaat over de vraag welke problemen we eigenlijk als probleem beschouwen. En hoe we daarover denken. 

Vorige aflevering gemist? Hier vind je alle afleveringen 

Beluister in de app

Hoe je over de opwarming van de aarde denkt, hangt samen met je politieke opvattingen

Het is een onomstotelijk feit dat de aarde opwarmt door de grote hoeveelheden CO2 die de mens de atmosfeer in heeft gejaagd. Je zou misschien denken: de wetenschap spreekt voor zich, daar zijn we het van links tot rechts intussen wel over eens.

Maar dat blijkt niet zo te zijn. Uit enquêteonderzoek van het SCP uit 2020 blijkt dat bijna een derde van de Nederlanders meent dat er nog steeds niet overtuigend is aangetoond dat het gebruik van fossiele brandstoffen grote invloed heeft op het klimaat.

Uit een groot overzichtsartikel van honderden studies uit 56 landen blijkt dat vrouwen, jongeren, mensen van kleur en hoogopgeleiden méér geloven in klimaatwetenschap dan hun ‘tegenpolen’. Maar het grootste effect zien we bij politieke variabelen: kiezers aan de linkerkant van het spectrum geloven meer in de feiten waar klimaatwetenschappers het allang over eens zijn dan kiezers aan de (extreem)rechtse kant.

Toelichting: Inkomensherverdeling loopt van 1 (kleinere inkomensverschillen) naar 7 (grotere inkomensverschillen). Europa loopt van 1 (eenwording moet nog verder gaan) naar 7 (eenwording is al te ver gegaan). Integratie van 1 (‘allochtonen’ mogen eigen cultuur behouden) naar 7 (‘allochtonen’ moeten zich geheel aanpassen).

De standpunten van kiezers veranderen niet veel

De Nederlandse kiezer lijkt wispelturig. Maar als je het ze zelf vraagt, zijn hun politieke opvattingen in de afgelopen decennia niet erg verschoven.

Nederlanders willen in meerderheid de inkomensverschillen verkleinen (witte lijn). Economisch staan ze dus vooral links van het midden. Daarnaast zijn velen sceptisch over de multiculturele samenleving (zwarte lijn) en verdergaande Europese eenwording (gele lijn). Ze staan dus op culturele thema’s eerder rechts van het midden.

Alleen over Europese eenwording zijn kiezers aanzienlijk sceptischer geworden. Achter de veranderlijkheid in stemgedrag gaat dus stabiliteit schuil.

De grootste kloof in Nederland: die tussen mensen met verschillende politieke opvattingen

Vaak hoor je over een vermeende ‘kloof’ tussen stad en platteland of hoog- en laagopgeleiden. Maar de polarisatie blijkt het duidelijkst te zijn als je Nederlanders opdeelt naar politieke opvattingen. De figuur hiernaast, uit onderzoek van Eelco Harteveld, laat het best zien hoe dit zit.

Hij toont de gevoelens die de aanhangers van acht partijen elkaar gemiddeld geven. De rijen tonen de partij waar de respondent zelf op stemt, de kolommen de partijen waarvan de kiezers werden beoordeeld. Hoe groener, hoe positiever de gevoelens; hoe roder, hoe killer.

Wat zien we? Nederlanders voelen de minste affectie voor andere kiezers van andere partijen. Hoe verder die partij inhoudelijk van ‘hun’ partij af staat, hoe lager ook de affectie voor de kiezers. De kloof tussen uiterst rechtse kiezers (FVD en PVV) en linkse kiezers is het grootst.

Het links-rechts van nu is niet het links-rechts van vroeger

In de Nederlandse politiek maken we gretig gebruik van de termen ‘links’ en ‘rechts’ als beschrijving van het dominante conflict in de politiek. Je zou denken dat we allemaal weten wat we met links en rechts bedoelen. Maar dat is niet zo.

Deze termen kunnen gaan over progressief versus conservatief, over staat versus markt, over kosmopolieten versus nationalisten of juist ‘multiculturalisten’ versus ‘monoculturalisten’.

Al tientallen jaren vragen politicologen kiezers in hoeverre zij zich identificeren als links of rechts, en wat hun standpunten zijn als het gaat over de economie, de multiculturele samenleving, ethiek, en Europese eenwording.

Zo kunnen we zien dat de betekenis van ‘links’ en ‘rechts’ is veranderd. In de jaren tachtig werden links en rechts nog bijna exclusief ingevuld door je opvattingen over de economie (staatsingrijpen, marktwerking). Opvattingen over Europa en de multiculturele samenleving speelden nauwelijks een rol. Dat is nu wel anders: culturele opvattingen werden langzaam belangrijker dan economische opvattingen.

En alleen over de EU veranderden de standpunten: daar werden kiezers kritischer over.

Door corona schaart de oppositie zich achter de regering

Tijdens de coronacrisis is iets ontstaan dat de ‘rally round the flag’ heet: kiezers scharen zich achter de regering, als reactie op de angst van een externe bedreiging. Het zorgt ervoor dat het vertrouwen in de regering toeneemt, en dat soms verregaande maatregelen eerder worden geaccepteerd.

Dit gebeurt ook in de Eerste en Tweede Kamer. Nederlandse partijen steunen normaliter al veel wetsvoorstellen, ook in de oppositie. En sinds de uitbraak van de coronacrisis is die steun toegenomen, zo toont onderzoek van Simon Otjes en Tom Louwerse. Partijen als 50PLUS, de PvdA, GroenLinks, de SGP, en DENK steunen meer dan 90 procent van de voorstellen.

Zelfs onder de corona-sceptische partijen is de steun voor de wetsvoorstellen fors toegenomen. De pandemie heeft de zichtbare politieke tegenstellingen dus (tijdelijk) afgezwakt.

Samenvatting aflevering 3

Het belangrijkste conflict in de politiek gaat over de vraag welke problemen we als probleem beschouwen. En hoe we daarover denken. Als je begrijpt hoe het politieke conflict op dit niveau werkt, weet je ook waarom verschillende groepen in onze samenleving tegenover elkaar staan.

Immigratie was in de jaren tachtig vooral een economisch onderwerp, het ging over banen en concurrentie. Maar naarmate mensen zich meer zorgen begonnen te maken over integratie, werd het culturele aspect belangrijker. Wat is onze nationale identiteit en wordt die door immigratie bedreigd? 

Met de doorbraak van Pim Fortuyn begin deze eeuw werd migratie in één klap een cultureel onderwerp. Partijen met een duidelijk nationalistisch profiel begonnen zich te onderscheiden van partijen met een kosmopolitische blik.

Fortuyn heeft het politieke speelveld dus veranderd: het belangrijkste politieke conflict ging niet meer over de economie, maar over cultuur. En partijen die zich dáár duidelijk over uitspraken, konden winnen bij de verkiezingen.

Hetzelfde gebeurde bij klimaat en milieu. Sinds de jaren tachtig staan die onderwerpen op de politieke agenda, maar lange tijd werden ze gezien als een economisch onderwerp. Het conflict speelde zich af tussen partijen die vonden dat milieubeleid de economische groei niet mocht schaden aan de ene kant, en partijen die de economische groei juist als de oorzaak van milieuproblemen zagen aan de andere kant.

Als je je als politicus wilde profileren op dit onderwerp, moest je een duidelijke positie innemen aan een kant van dit spectrum. Hoorde je bij een partij die het belang van de economie consequent vooropzette, dan zou je tegen al te streng milieubeleid zijn. En als je je kiezers kon overtuigen er ook zo over te denken, dan kwam je beter uit de (stem)bus bij de verkiezingen. 

Waarom politici het over hun eigen stokpaardjes willen hebben

Fast forward naar het heden: klimaatbeleid staat volop in de aandacht, maar het conflict daarover draait niet meer alleen om de economie. Het culturele aspect is erbij gekomen: vind je dat Nederland zich vooral met Nederland moet bezighouden, of vind je dat Nederland met andere landen moet samenwerken om klimaatverandering op te lossen? Het is een kwestie van nationale identiteit geworden: nationalistisch versus kosmopolitisch. Daarover gaat het belangrijkste politieke conflict nu. 

Je ziet nu dus ook dat politieke partijen zich vooral op dit onderscheid profileren. De concrete beleidsstandpunten (over kernenergie of windmolens) volgen uit de positie die een partij kiest in dit conflict.

Hoe het speelveld eruitziet – staan verschillende economische kampen tegenover elkaar, of verschillende culturele stammen? –, bepaalt dus hoe partijen zich profileren en welke inhoudelijke standpunten ze innemen. 

De partijen die erin slagen het speelveld naar hun hand te zetten, hebben de sleutels tot politiek succes in handen. Want als jij politieke strijd kunt voeren binnen het kader dat je zelf hebt uitgekozen, speel je een thuiswedstrijd.

Daarom wil Geert Wilders (PVV) het wel graag over de islam hebben, maar heeft hij geen uitgesproken standpunt over belastingen. Daarom wil Mark Rutte (VVD) het altijd over economie, veiligheid en – sinds de coronacrisis – leiderschap hebben, maar zul je hem niet uit zichzelf over racisme horen.

Nieuwe problemen, oude kaders

Als er nieuwe onderwerpen op de politieke agenda komen, zullen partijen die altijd proberen uit te spelen binnen het kader van het dominante conflict. Dat verklaart waarom onderwerpen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben – wat je van immigratie en klimaatbeleid vindt, bijvoorbeeld – tóch aan elkaar gekoppeld zijn.

Als je allebei die onderwerpen beschouwt als fronten in een cultuuroorlog over de Nederlandse identiteit, dan zijn ze wel degelijk met elkaar verbonden. Frame de woningmarkt als cultureel thema en de ‘oplossing’ voor het woningtekort is: grenzen dicht.

Uit enquêteonderzoek blijkt dat kiezers inderdaad door deze culturele bril naar veel onderwerpen kijken. Dat leidt tot polarisatie: geen enkele scheidslijn tussen Nederlanders gaat zo diep als hun politieke voorkeur. 

Dat kan de democratie op termijn schaden, als mensen zich te veel opsluiten in hun eigen gelijk en compromis onmogelijk wordt.

Correctie 2 maart 2021: In een eerdere versie waren de kleuren van de beschrijving van de grafiek over opvattingen van kiezers verwisseld, dit is aangepast.