Detail uit werk van Constant Nieuwenhuys, 'Sectoren in berglandschap', New Babylon, 1967. Collectie Gemeentemuseum Den Haag.

Tussen 1990 en 1995 interviewde de psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi (1934) is Professor of Psychology and Management aan Claremont Graduate University. Voorheen gaf hij leiding aan de psychologie faculteit van de University of Chicago. Zijn onderzoeksgebied is dat van geluk en creativiteit. In de jaren negentig introduceerde hij de term ‘flow’, voor het volledig opgaan in de taak waar je mee bezig bent. , samen met zijn studenten aan de Universiteit van Chicago, ‘91 uitzonderlijke individuen’– kunstenaars, wetenschappers, schrijvers, sommigen Nobelprijswinnaars. Het doel: erachter komen ‘hoe het creatieve proces werkt, en welke omstandigheden de generatie van originele ideeën aanmoedigen of juist tegenwerken.’

In 1996 publiceerde hij de resultaten van zijn onderzoek in het boek Lees meer over het boek op de site van uitgever HarperCollins. Creativity: Flow and the Psychology of Discovery and Invention.  Sommige mensen, schreef Csikszentmihalyi in de inleiding van dat boek, ‘vinden het onderzoeken van creativiteit een elitaire afleiding van veel belangrijkere problemen [...].’ Volgens hen zouden we al onze energie moeten gebruiken om zaken als overbevolking en armoede te bestrijden, en zou een interesse in creativiteit maar een ‘onnodige luxe’ zijn.

Maar, meende Csikszentmihalyi, zulke problemen ‘kunnen we alleen oplossen wanneer we er veel aandacht aan besteden, Csikszentmihalyi concludeerde dat creativiteit niet zozeer een persoonlijke eigenschap is, maar eerder iets dat ontstaat door de interacties van een systeem dat drie elementen bevat. Die elementen zijn ‘een cultuur die symbolische regels heeft’, ‘een individu dat verandering aanbrengt in dat domein’ en ‘een veld van experts die de innovatie erkennen en valideren.’ Hoewel de creatieve personen die hij interviewde vaak bepaalde karaktereigenschappen hadden – tegelijkertijd slim én naïef, speels én gedisciplineerd, etc – bestond er niet zoiets als ‘dé creatieve persoonlijkheid.’ Sowieso had creativiteit net zoveel met de omgeving te maken als met de persoon; wie creativiteit wilde stimuleren moest dus niet alleen proberen individueën ‘creatief’ te maken, maar ook de omstandigheden zodanig inrichten dat creativiteit er gemakkelijk kon ontstaan.

Het nieuwe heiligdom: de creatieve industrie

Nu, twintig jaar later, zou Csikszentmihalyi zo’n disclaimer niet meer nodig hebben. Inmiddels doen bedrijven en overheden niets anders dan het aanmoedigen van Zie bijvoorbeeld deze ‘uitdaging’ van Royal Haskoning, de Delta Alliance en de stad Rotterdam. ‘creatieve oplossingen’ voor zaken als klimaatverandering en grondstoffenschaarste.

Creativiteit is niet voor niets een van de ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ die scholieren moeten meekrijgen. Vorige week deed SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling, nog een oproep voor het maken van Lees meer over SLO in deze column van Johannes Visser: ‘Waarom je creativiteit niet met een stappenplan kunt bereiken.’ stappenplannen om de leerlingen van de toekomst creatief te maken.

En complexe vraagstukken die om een oplossing vragen zijn niet de enige reden. In een samenleving waar niet alleen fysieke producten, maar vooral ook intellectueel eigendom verhandeld wordt, heb je nu eenmaal meer aan creativiteit dan aan, ik noem maar wat, het talent om heel lang en heel zorgvuldig een zeventiende-eeuws schilderij te restaureren.

Each and every one of us is creative,’ schrijven de broers David en Tom Kelley in het boek Creative Confidence

Daarom verwacht de overheid veel van de Lees meer over de creatieve industrie-plannen op de website van het topsectorenbeleid. creatieve industrie: Nederland moet in 2020 ‘de meest creatieve economie van Europa’ worden. En heeft het bovendien de hoop gevestigd op de creatieve klasse: die moet naast het aanjagen van de creatieve industrie, ook de Zie: ‘Hoe de broedplaats een surrogaat voor echte stedelijke ontwikkeling werd’ van gastcorrespondent Roel Griffioen. stedelijke ontwikkeling opstuwen.

De populariteit van het begrip zie je ook terug in de enorme hoeveelheid boeken, blogs en artikelen met titels als: Creativity, Inc., Hoe creativiteit werkt, en Voor een greep uit de creativiteitstitels, klik hier. Creativiteit. Hoe? Zo! 

De boodschap is duidelijk: wie nog niet creatief is, kan het (maar beter) wel worden. ‘Each and every one of us is creative,’ schrijven de broers David en Tom Kelley (respectievelijk oprichter van het Stanford Institute of Design en auteur van The Art of Innovation) bijvoorbeeld in het vorig jaar verschenen Creative Confidence. Het Meer over Creative Confidence vind je op de website van het boek. boek is bedoeld om iedereen die wil de ‘principes en strategieën’ bij te brengen die we nodig hebben ‘to tap into our creative potential.’

‘Creativiteit’ is, kortom, een sleutelwoord tot deze tijd - net zo heilig als ‘duurzaam’ en ‘transparant.’ Maar wat wordt er precies mee bedoeld? Waar komt de obsessie ermee vandaan? En gaat er, in alle ophemeling ervan, ook niet wat verloren?

Niet alleen kunstenaars zijn creatief, ook bedrijfsleiders

Volgens de Van Dale is creativiteit simpelweg ‘scheppend vermogen’; voor Csikszentmihalyi is het ‘een proces waarbij een symbolisch domein in de cultuur veranderd wordt. Nieuwe liedjes, nieuwe ideeën en nieuwe machines, dat is waar creativiteit om gaat.’

In beide gevallen zou dat wat geschapen wordt, of dat wat nieuw is, zowel goed of slecht kunnen zijn. Het zou praktisch kunnen zijn, of alleen maar mooi, handig of totaal nutteloos, bevestigend of juist bekritiserend; de enige vereiste is dat het wezenlijk verschilt van dat wat er al was.

De definitie van creativiteit die overheden, bedrijven, jobcoaches en andere creativiteitsgoeroes er nu op na houden, is daarentegen een stuk enger. Tegenwoordig, schrijft de kunstsocioloog Pascal Gielen in Creativiteit en andere fundamentalismen Creativiteit en andere fundamentalismen, wordt er van creativiteit namelijk ‘niets dan goeds verwacht.’

Creativiteit wordt hoofdzakelijk als probleemoplossend, louter positief en altijd nuttig gezien

Volgens Gielen begon onze creativiteitsmanie om of nabij het einde van de Koude Oorlog. Toen onstond er namelijk een nieuwe samenleving, ook wel een ‘platte’, een ‘netwerk’- of een ‘vloeibare’ samenleving genoemd. In het kort: in deze nieuwe wereld kalven traditionele instituties af, wordt de individuele ondernemingszin steeds belangrijker, vervangt het tijdelijke project alles wat een lange adem vereist en is verandering een constante.

Creativiteit is in die wereld hoofdzakelijk probleemoplossend, louter positief en altijd nuttig. Lang het domein van kunstenaars, wetenschappers en genieën, in de nieuwe, platte wereld worden ook ‘bedrijfsleiders en beleidsvoerders’ en ‘gezinstherapeuten en conflictbemiddelaars’ aangemoedigd creatief te zijn.

Creatieve bedrijven, zegt bijvoorbeeld de De website van de Dutch Creative Council vind je hier. Dutch Creative Council, ‘zijn in staat om complexe vraagstukken en maatschappelijke uitdagingen op manieren te bekijken, waar anderen nog niet aan hadden gedacht. Hierdoor ontwikkelen creatief ondernemers hoogwaardige innovatie van spraakmakende en gewilde producten en diensten.’

Anders gezegd: Explainer: Wat is de creatieve industrie? creativiteit = kassa.

Creativiteit is goed, maar het moet wel wat opleveren

Zo kan het gebeuren dat, terwijl iedereen - van onderwijsraad tot het Zie bijvoorbeeld deze site over overheidssubsidies voor de creatieve industrie. ministerie van Economische Zaken - wegloopt met creativiteit, overheidssteun voor de kunst- en cultuursector juist drastisch wordt teruggeschroefd.

Experimenteel theater, autonome beeldende kunst, onconventionele muziekvormen – het zijn allemaal creatieve uitingen die paradoxaal genoeg op minder sympathie (en vooral: subsidie) kunnen rekenen van de overheid, in een tijd dat juist hun grootste kwaliteit alom bejubeld wordt.

Datzelfde geldt voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek – volgens veel van de door Csikszentmihalyi geïnterviewde wetenschappers een belangrijke voorwaarde voor creatieve doorbraken.

Er is weinig ruimte voor creativiteit waarvan de uitkomst losstaat van de markt, of voor creativiteit die de fundamenten van de hedendaagse samenleving bevraagt

De makers van apps, websites en games worden daarentegen weer wel gesteund met gesubsidieerde broedplaatsen en creatieve hubs – zij beloven immers economisch rendement.

Hierdoor blijft er weinig ruimte over voor creativiteit waarvan de uitkomst losstaat van de markt, of voor creativiteit die de fundamenten van de hedendaagse samenleving bevraagt. Voor creativiteit die onderzoekend is, meanderend, speels. Met andere woorden: creativiteit die niet direct nuttig is, waarvan de resultaten niet direct vallen te vangen in ranglijstjes of impact-assessments.

Socioloog Ruben Jacobs gaat zelfs nog verder. Hij verbaast zich erover dat alleen de positieve kanten van creativiteit worden bezongen. In Iedereen een kunstenaar Iedereen een kunstenaar verwijst hij naar een De Harvard-studie, The Dark Side of Creativity, staat hier. studie van de Harvard Business School, waaruit blijkt dat creativiteit ook zijn donkere kanten kent: creatieve impulsen kunnen mensen ertoe aanzetten ‘onethische’ routes te bewandelen, en ‘creatief georiënteerde mensen [zijn] eerder geneigd om vals te spelen, maar tegelijkertijd ook in staat…om dit op originele wijze goed te praten.’

Creativiteit als bevestiging van de status quo

Maar voor de negatieve kanten van creativiteit is de vroeg-eenentwintigste eeuw Sowieso blijkt dat de meeste mensen eigenlijk huiverig staan tegenover écht creatieve uitingen; die zijn onbekend, en daarmee onzeker, en de meeste mensen prefereren zekerheid. liever blind. Creativiteit anno nu problematiseert niet, het lost problemen op – en bij voorkeur binnen de lijntjes.

Neem Daan Roosegaarde (1979) is een kunstenaar en ‘innovatie’. Hij is onder meer de winnaar van de TIM Award Most Innovative Leader, de Charlotte Kuhler Award, en twee Dutch Design Awards, heeft werk tentoongesteld in Tate Modern en het National Museum in Tokio, en is een veel gevraagd spreker op conferenties zoals het World Economic Forum (Davos) en de Singularity University Summit. Forbes noemt hem ‘a creative changemaker.’ misschien wel Nederlands meest prominente creatieveling nieuwe stijl. Zijn werk combineert kunst, technologie en ondernemingszin op ingenieuze wijze, vaak met prachtige en prikkelende creaties als resultaat. Een van Roosegaardes lopende projecten, het Op de website van Studio Roosegaarde vind je meer over het Smog Free Park Smog Free Park, is een enorme ‘smogstofzuiger’ die in een park in Beijing moet worden neergezet. Dankzij de gepatenteerde technologie achter deze stofzuiger kunnen mensen in Beijing ‘gratis schone lucht ervaren.’

Dat klinkt nobel – schone lucht voor de inwoners van deze vervuilde miljoenenstad – én potentiëel lucratief: het gaat hier immers om gepatenteerde technologie. Maar je kan het ook zien als een vernuftig staaltje symptoombestrijding: is de wereld vervuild? Zet overal smogstofzuigers neer, en aan de oorzaken van die vervuiling hoef je niets meer te doen.

Nu is de smogstofzuiger niet bedoeld als definitieve oplossing, maar als een ‘tactiele ervaring van een schone toekomst,’ terwijl er wordt samengewerkt met ‘government, NGO’s and clean-tech industry’ om de stad smogvrij te maken.* Toch, ergens lijkt de smogstofzuiger van iets dat een mensenrecht zou moeten zijn – schone lucht – een attractie te maken waar je in het weekend naartoe kan, en waarvan je blij mag zijn dat de creatieveling die er verantwoordelijk voor is geen toegangsprijs rekent.

Wat creativiteit nog meer kan dan alleen rendabel zijn

Wat gaat er verloren als creativiteit zo eendimensionaal wordt dat het alleen nog maar productief, probleemoplossend en systeembevestigend mag zijn?

In zijn boek Creativity noemde Csikszentmihalyi niet één maar twee redenen voor het bestuderen van creativiteit. De eerste was dat creativiteit nu eenmaal nodig was om belangrijke maatschappelijke problemen op te lossen. Maar daarnaast schreef hij: ‘Om een goed leven te hebben is het niet genoeg om alleen maar dat weg te halen wat er mis is.’

Om het leven echt waardevol te maken is de afwezigheid van honger en armoede niet genoeg; we hebben ook een positief doel nodig. Want wat heeft het leven anders voor zin? Een antwoord op die vraag, aldus Csikszentmihalyi, ‘is creativity: it provides one of the most exciting models for living.’

Voor Csikszentmihalyi was creativiteit minstens zo interessant en belangrijk om wat het voor een individu kon beteken. Wanneer we creatief bezig zijn ‘hebben we het gevoel intensiever en meer voluit te leven dan in de rest van ons Wie creatief bezig is, ervaart flow – een concept dat Csikszentmihalyi begin jaren negentig introduceerde, en dat ongeveer zoveel betekent als compleet opgaan in waar je mee bezig bent – en dat levert vreugde, plezier en geluk op. De uitkomst van het creatieve proces is daarbij niet eens van belang: ‘zelfs zonder succes putten creatieve personen plezier uit een goed uitgevoerde taak. Leren om het leren loont’ – zelf wanneer het niet tot een maatschappelijk toepasbaar resultaat leidt.

In New Babylon kon iedereen creatief zijn, omdat ze niet hoefden te werken - in plaats van dat ze het moesten zijn voor hun werk

Maar het geluk van het individu dat creatief is om het creatief zijn doet er niet echt toe in de eenentwintigste eeuw. Net als hedendaagse creativiteit ook niet bedoeld is om de status quo te bevragen, nieuwe vergezichten te schilderen, of radicaal andere werelden voor te stellen, zoals Cobra-kunstenaar Constant Nieuwenhuys (1920-2005), ook wel bekend als Constant, was een Nederlandse kunstenaar, beeldhouwer, vormgever, schrijver en architect. Hij was lid de kunstbeweging Cobra, maar in 1956 stopte hij met schilderen en wijdde hij zich jarenlang aan het project New Babylon. Na de jaren zeventig ging hij weer schilderen. dat bijvoorbeeld deed met zijn megalomane kunstproject New Babylon. Daarin bouwde hij gedurende de jaren vijftig en zestig een volstrekt andere maatschappij in schilderijen, sculpturen, maquettes en lezingen.

In New Babylon vormde niet de economie de basis van de samenleving, maar de spelende mens; privéruimte was er tot een minimum beperkt, publieke ruimte had de overhand en inwoners leidden er een nomadisch bestaan. Iedereen kon er creatief zijn, omdat ze niet hoefden te werken - niet omdat ze het moesten zijn voor hun werk. New Babylon was geen utopie en geen dystopie, maar een ‘illustratie van een levenswijze in een veronderstelde samenleving.’ Geen vormgeving, maar een uitdaging: volstrekt nutteloos, maar onverminderd prikkelend.

Ook dat is creativiteit.

New Babylon van Constant Nieuwenhuys De beelden bij dit essay zijn afkomstig uit het project 'New Babylon', van de Nederlandse kunstenaar Constant Nieuwenhuys (1920-2005). Het Gemeentemuseum in Den Haag organiseert dit najaar samen met het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia in Madrid een grote tentoonstelling over New Babylon van Constant Nieuwenhuys. Die tentoonstelling komt in de zomer van 2016 gedeeltelijk naar het Gemeentemuseum, waar het met tentoonstellingen in het Cobramuseum en Museum Kranenburgh onderdeel uit zal maken van een nationaal retrospectief van de kunstenaar. Op de website van het Gemeentemuseum vind je meer informatie over New Babylon.

* Een eerdere versie van dit stuk noemde de smogstofzuiger van Daan Roosegaarde ‘geen neutrale oplossing, maar eentje die het systeem impliciet bevestigt.’ Omdat dit het kunstwerk onvoldoende recht doet heb ik een andere bewoording Namelijk: ‘Nu is de smogstofzuiger niet bedoeld als definitieve oplossing, maar als een ‘tactiele ervaring van een schone toekomst,’ terwijl er wordt samengewerkt met ‘government, NGO’s and clean-tech industry’ om de stad smogvrij te maken.’

Lees ook deze essays over moderne clichés:

Life is a pitch Wat vroeger praten of presenteren heette, heet nu: pitchen. Ooit voorbehouden aan verkopers en reclamemakers, maar inmiddels ook gemeengoed onder kunstenaars, schrijvers, zzp'ers, ambtenaren en zelfs parlementariërs. Zoals een coach personal branding het formuleerde: 'Life is a pitch.' Maar verwordt zo niet alles tot een simplistisch verkooppraatje? Een analyse. Lees ‘Life is a pitch’ hier terug Gij zult innoveren Het is het meest vanzelfsprekende antwoord op bijna al onze problemen: innovatie. Maar wat is dat? En hoe is het aan deze heilige status gekomen? De kritiekloze omarming van de innovatie-ideologie blijkt zelf ook niet probleemloos. Lees ‘Gij zult innoveren’ hier terug De paradox van de permanente crisis Volgens politici is het al vijf jaar "crisis." Maar kan dat wel: vijf jaar lang in crisis verkeren? De term is verworden tot een manier om politieke verantwoordelijkheid af te schuiven, terwijl aan de wortels van de problemen niets wordt gedaan. Lees ‘De paradox van de permanente crisis’ hier terug Hoe ‘transparantie’ het antwoord op alles werd Transparantie is het modewoord van deze tijd. Van overheden tot multinationals tot klokkenluiders: iedereen wil er meer van. Hoe is het aan die onbetwiste status gekomen, en hoe terecht is dat eigenlijk? Lees hier hoe transparantie het antwoord op alles werd

Op de hoogte blijven van alle kunst en cultuur op De Correspondent? Binnenkort houden cultuurcorrespondenten Lynn Berger, Marian Cousijn en Nina Polak je met de wekelijkse nieuwsbrief 'het Cultuurberaad' op de hoogte van alles wat er op De Correspondent over kunst en cultuur verschijnt. Daarnaast tippen we boeken, films, tentoonstellingen en meer. Geef je hier op voor onze nieuwsbrief!

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail