Als rücksichtslose hamsteraars gingen ze tekeer, de tientallen Amerikaanse antropologen en psychologen die halverwege de vorige eeuw een database aanlegden met dromen, levensverhalen en psychologische tests van mensen uit verdwijnende culturen. Het initiatief was van psycholoog en antropoloog Bert Kaplan, die vervolgens de National Research Council ervan overtuigde de onderneming te financieren.

‘122. Meuf - Evry 2009’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek
‘122. Meuf - Evry 2009’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek

Indianen in de Amerikaanse Midwest, bewoners van het Ifalukeiland in de Stille Oceaan: allemaal kregen ze bezoek van de wetenschappers. Die zochten respondenten over de hele wereld - van Alaska en Wisconsin tot Birma en Libanon -, vroegen hen naar hun levensverhalen en hun dromen of namen psychologische tests bij hen af.

De resultaten kwamen terecht in uitgebreide verslagen. Hoe hun dag eruitzag, wat ze aten, hoe ze met anderen omgingen, waarover ze het hadden, welke verwachtingen ze voor de toekomst hadden: alles ging in de database - of het nu boeiend was of niet. Kwantiteit was belangrijker dan kwaliteit.

‘Microcard Publications of Primary Records in Culture and Personality,’ noemden ze hun creatie.

Wat verwachtten de wetenschappers te bereiken?

Uiteindelijk, zo verwachtten de wetenschappers, zouden al die gegevens over inheemsen voor een doorbraak in de sociale wetenschappen gaan zorgen. Collega’s die onderzoek deden naar verdwijnende culturen hoefden niet meer zelf jarenlang de hort op om te observeren: dat was al gedaan.

Beschrijf de mens en je zal hem doorgronden, was de gedachte

De wetenschappers geloofden dat ze met al die informatie een compleet beeld zouden kunnen schetsen van ‘de mens.’ Met de juiste gegevens zou je kunnen verklaren hoe cultuur een mens beïnvloedde en vice versa. Bovendien zou je met de juiste tests ook het innerlijke leven van de mens kunnen blootleggen, en zou je meer over het individu te weten kunnen komen dan die persoon je ooit zelf zou kunnen vertellen. Met een database vol ‘subjectieve gegevens’ zou een catalogus kunnen worden aangelegd van het innerlijk leven van de mens. En daarmee zou je tot een soort ultieme waarheid over de mens komen: een wetenschap waarmee je kunt verklaren waarom mensen denken wat ze denken, doen wat ze doen.

Het enige wat ze hoefden te doen was genoeg informatie verzamelen, zodat ze het plaatje konden inkleuren. Beschrijf de mens en je zal hem doorgronden, was de gedachte.

Maar toen viel het project stil...

En toen viel het project stil. De wetenschappers geloofden niet langer in het oorspronkelijke doel van het werk, noch in de objectiviteit van hun metingen. Het laatste bestand in de database stamt uit 1963. De database werd vergeten.

Althans: tot een paar jaar geleden, toen Harvardhistoricus het archief herontdekte. Inmiddels heeft ze er een boek over geschreven: Het grote archiefproject, meent Lemov, is meer dan een interessant stuk wetenschapsgeschiedenis. Het gaat over fouten die we nu opnieuw maken.

‘47. Mothercare - Casablanca 2000’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek
‘47. Mothercare - Casablanca 2000’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek

‘42. Pitboys - Rio de Janeiro 2000’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek
‘42. Pitboys - Rio de Janeiro 2000’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek

Lemov, een zachtaardige veertiger, kwam het archief op het spoor toen ze culturele antropologie aan de Berkeley-universiteit studeerde. ‘Ik hoorde over het grootste archiefsysteem ooit gemaakt en sprak toevallig wetenschappers die daar zelf nog aan hadden bijgedragen,’ vertelt ze na afloop van een lezing in Rotterdam. ‘Het voelde alsof ik op de verzonken stad Atlantis was gestuit.’

Toen Lemov de bestanden onder ogen kreeg, bleken die inderdaad verbluffend te zijn: ze vond tienduizenden pagina’s met uitgeschreven dromen en levensverhalen, duidingen van en andere psychologische tests van ‘inheemsen’ van over de hele wereld.

Hoe kwam het zo dat die wetenschappers die materialen begonnen te verzamelen? ‘De initiatiefnemer van de database, Bert Kaplan, was een energieke man,’ legt Lemov uit. ‘Kaplan was verbonden aan de Harvarduniversiteit en hij was net als andere sociale wetenschappers in zijn tijd bezig met systematisch vastleggen van andere culturen, in zijn geval vier indianenstammen in New Mexico. Tijdens het onderzoek realiseerde hij zich hoe moeilijk het was om zijn resultaten te delen met andere sociale wetenschappers. Waar je tegenwoordig via Google alles vindt wat je nodig hebt, was het halverwege de twintigste eeuw een stuk moeilijker voor wetenschappers om hun onderzoek te verspreiden.’

‘Kaplan wilde daar verandering in brengen en de gegevens in één database bij elkaar brengen. Kopieën van die database zouden uiteindelijk in elke bibliotheek ter wereld terecht moeten komen, zodat iedereen die gegevens verder kon bestuderen en analyseren. En daaruit zou dan een volkomen en totaal begrip van de mens ontstaan.’

Was het niet een beetje naïef om te denken dat je mensen kunt doorgronden aan de hand van een database met dromen en psychologische testgegevens?

Ja, zegt Lemov. ‘Iemand als Kaplan hield zich voornamelijk bezig met het testen van zijn subjecten. De wetenschappers dachten dat als ze genoeg dromen zouden opschrijven en genoeg psychologische tests deden, ze uiteindelijk de mens volledig zouden begrijpen. Ideeën over hoe dat precies zou gebeuren, werden op de lange baan geschoven. Het proces van data verzamelen was voor hen het belangrijkste, de rest zou zich vanzelf uitwijzen. Utopisch denken was het.’

De overeenkomst met de huidige Big Databeweging

‘143. Annazaranina - Saint Peterburg 2013’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek
‘143. Annazaranina - Saint Peterburg 2013’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek

En daar zit wat Lemov betreft een overeenkomst met hedendaagse Big Data-aanhangers. ‘Chris Anderson – de voormalige hoofdredacteur van Wired – stelde in dat je met data verzamelen op een gegeven moment een kritieke massa bereikt, waarna je in een andere wereld leeft. Als je maar genoeg data hebt en het juiste algoritme, zullen vanzelf nieuwe patronen in die data worden ontdekt. Als die data over het menselijk gedrag gaan, is de redenering, zul je uiteindelijk de mens zo goed kennen dat je hem niet alleen compleet kent, je kunt dan ook voorspellen wat die zal doen.’

Is dat dezelfde utopische gedachte als die de wetenschappers in het midden van de twintigste eeuw koesterden?

‘De gedachte is: als je maar genoeg data hebt, en het juiste algoritme, zullen vanzelf nieuwe patronen in die data worden ontdekt’

‘Nou, het lijkt er in ieder geval op dat ze zich soms blindstaren op het proces van data verzamelen. Je ziet dat ook bij heel sterk terugkomen. Die kunnen met een ongelooflijk enthousiasme vertellen over de data die ze opslaan, hoe ze het opslaan en hoeveel ze al hebben opgeslagen. Maar wat er vervolgens exact met die data gebeurt, is vaak een toekomstverhaal: als het algoritme verfijnder is, zullen ze nog meer over zichzelf leren en uiteindelijk beter leven, is het verhaal.’

‘In heel letterlijke vorm zie je trouwens het idee voor een database van dromen ook tegenwoordig terugkomen bij een app als Daarmee kunnen gebruikers hun dromen registreren, die vervolgens in een grote database worden vastgelegd. De makers van de app schrijven op hun site: ‘Over time, patterns emerge. The longer you use the app, the more rewarding the experience becomes.’

Waarom stopte het project?

De vraag dringt zich daarom op waar al die data uiteindelijk voor wordt gebruikt. In 1963 werd voor het laatst data aan het dromenarchief toegevoegd. Toen stopte het project van Kaplan. Hoe kwam dat? En waarom heeft daarna geen mens nog naar die database gekeken?

‘35. Rockers - Beijing 1999’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek
‘35. Rockers - Beijing 1999’ uit het project ‘Exactitudes’. © Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek

‘Een van de redenen is dat de manier van opslag – de Microcard – in onbruik raakte. Microcards zijn vergelijkbaar met microfiches: kleine dia’s die je met een speciale lezer kunt bekijken. Het probleem is dat niet de Microcard, maar de microfiche de standaard werd. Zo schoof het archief naar de achtergrond. Een andere reden is dat de onderzoekers zelf ook hun geloof in het project verloren toen ze beseften dat bijvoorbeeld rorschachtests niet zo objectief waren als ze dachten. En met dat verlies aan objectiviteit verdween ook het fundament van universaliteit van die database. Als de onderzoeksgegevens gekleurd waren, kon je dan werkelijk spreken van een universeel geldige database van het innerlijke leven van de mens? Toen de twijfels daarover te groot werden, stokte de boel.’

En zo zit er nog een parallel in Lemovs geschiedenis: wat voor vergeten projecten zullen mensen over vijftig jaar aantreffen op stoffige harde schijven, geformatteerd voor besturingssystemen die dan niet meer bestaan? Welke schitterende web-only-verhalen zullen zijn En zal er tegen die tijd een nieuw boek verschijnen waarin bijvoorbeeld de vergeten dromen uit de Shadowdatabase worden herverteld?

Exactitudes De foto’s bij dit verhaal zijn onderdeel van het doorlopende project ‘Exactitudes’ van fotograaf Ari Versluis en profiler Ellie Uyttenbroek. Sinds 1994 brengen zij sociale groepen in kaart, aan de hand van trends die zij op straat signaleren. Sinds 1998 hanteren zij deze aanpak in steden over de hele wereld. Van het project zijn inmiddels zes boeken verschenen en de verzameling groeit nog altijd. Kijk hier voor meer informatie over dit project

Meer verhalen over archieven en hun geheimen:

Wat onze geheimen over onszelf openbaren Begin dit jaar werden 41.000 dossiers, die jaren geheim waren, in één klap openbaar gemaakt. In de laatste aflevering van ‘Dossier Staatsgeheimen’ stellen Anoek Nuyens en Lynn Berger de vraag: wat openbaren onze geheimen over ons als samenleving? Ze kwamen uit op drie paradoxen. Lees hier het verhaal terug In het Nationaal Archief verbergt de overheid namenlijsten van vermoorde Indonesiërs De Nederlandse regering zegt niet te weten welke Indonesiërs door Nederlandse militairen zijn geëxecuteerd halverwege de vorige eeuw. Wat blijkt? Een deel van die namen ligt gewoon in het Nationaal Archief. Het officiële verhaal luidt dat deze namenlijsten per ongeluk in Indonesië zijn achtergebleven. Wat zegt dit over de Nederlandse omgang met de zwarte bladzijden uit de geschiedenis? Lees het stuk hier terug