Romy Cartiere (23) wilde zich nooit laten beïnvloeden door het heersende beeld van Arabieren in de westerse wereld. ‘Maar het gebeurde natuurlijk toch,’ zegt ze. Voor ze haar eerste Arabieren ontmoette, dacht ze dat het nette, gereserveerde, strikte mensen waren. Ze was verbaasd toen ze een jaar geleden in contact kwam met langharige, blowende, getatoeëerde gasten die Arabisch bleken te zijn. ‘Ik dacht: huh? Vanaf toen was het duidelijk voor mij: je moet mensen echt ontmoeten, anders weet je niks.

Ik logeer 24 uur bij Romy, masterstudent Ecologie & Evolutie, die in het woont. Dat is een verzameling containerwoningen in de drassige velden naast de A10 in Amsterdam Nieuw-West. Sinds de zomer leven hier door elkaar 283 Nederlanders en 282 statushouders, ofwel vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Allemaal zijn ze jonger dan 28 jaar.

Van minstens drie mensen heb ik gehoord dat de integratie van vluchtelingen in Amsterdam Nieuw-West voortvarend wordt aangepakt. Het Startblok won onlangs een en krijgt binnenkort navolging op andere plekken in Amsterdam.

Het Startblok Riekerhaven in Amsterdam Nieuw-West. Foto: David Hup
Het Startblok Riekerhaven in Amsterdam Nieuw-West. Foto: David Hup

De man achter het Startblok is stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud, die nieuwkomers per se aan contacten met Nederlanders wil helpen. Voor ik er op bezoek ga, bel ik met hem. Baâdoud hoopt dat mensen uit beide groepen ‘maatjes’ worden, hoewel het niet verplicht is. ‘Het moet

Ik ben benieuwd hoe het leven in het Startblok verloopt, vandaar dat ik er een dag en een nacht blijf. In deze microsamenleving zal ik integratie in de praktijk meemaken. Heel wat beelden moeten worden bijgesteld, van iedereen over iedereen.

Als je naast elkaar woont, leg je eerder contact

Het grootste deel van de containers is omgebouwd tot studio en die van Romy ligt aan gang 3A. Er wonen tien Nederlanders, zes Syriërs, drie Eritreeërs en één Gambiaan. Mixed Grill hebben ze hun gang genoemd. ‘Daar moest ik erg om lachen,’ zegt Romy. ‘Maar het was lastig uit te leggen aan de statushouders. Ze vroegen of we hen op de barbecue wilden leggen.’

De gang 3A, en het konijn James, in het Startblok. Foto: David Hup
De gang 3A, en het konijn James, in het Startblok. Foto: David Hup

Romy’s ene buurman heet Ali en de andere Abdelmoumen. Nederlanders en statushouders wisselen elkaar strikt af. ‘Toen ik erachter kwam, voelde ik me een proefdier in een experiment,’ zegt Romy. ‘Maar die verdeling helpt wel. Dat Ali en ik contact hebben, komt denk ik óók doordat hij mijn buurman is.’

Romy’s clichébeeld van de Arabier sneuvelde al en het omgekeerde gebeurt ook. Zo denkt Aladdin (24) uit Aleppo, die tien maanden in Nederland is, dat je als man een willekeurige Nederlandse vrouw naar haar maten kan vragen. Als hij hoort dat hij het mis heeft, kleurt zijn gezicht rood. ‘O, shit,’ zegt hij.

Toen Ali in het asielzoekerscentrum woonde, sprak hij alleen Nederlands in de supermarkt

Aladdin woont in Venlo en is op bezoek bij zijn vriend Ali Awadalla (19), Romy’s buurman. Ze drinken thee in Ali’s studio. Volgens Romy hebben vooral veel vluchtelingen in het Startblok iets bijzonders van hun woonruimte gemaakt en dat is bij Ali te zien: hij heeft één muur zelfs gestuukt. De verwarming is aan en Ali geeft een rol Verkadebiscuits aan Aladdin. ‘Lijken die koekjes je lekker, Ala?,’ zegt Ali in het Nederlands tegen hem.

Romy’s buurman komt uit de Syrische stad Daraa en is twee jaar geleden in Nederland gekomen. In het asielzoekerscentrum in Zeist zeurde hij net zo lang tot hij eerder met Nederlandse les mocht beginnen dan officieel was toegestaan. Hij spreekt het behoorlijk, maar er zijn nog wat woorden die hij steeds vergeet. ‘Gedisciplineerd.’ ‘Geïnteresseerd.’ ‘Communicatief,’ zegt Ali met tussenpozen.

Ali is blij dat hij in het Startblok woont. In Zeist zag hij bijna geen Nederlanders om Nederlands mee te oefenen, terwijl hij die taal nodig heeft voor de studie economie die hij wil doen. Hij sprak alleen Nederlands met de caissière van supermarkt Plus: ‘Alsjeblieft. Dankjewel. Bonnetje? Nee, hoeft niet. Oké, fijne dag. Doei.’

Het samenleven moet hier nog beginnen

Tijdens mijn 24 uur in het Startblok zie ik hoezeer Romy gelijk heeft: je moet mensen ontmoeten, anders weet je niks over ze. En dat is in deze beginfase even een punt: het samenleven moet in 3A eigenlijk nog beginnen.

Romy in haar kamer in het Startblok. Foto’s: David Hup
Romy in haar kamer in het Startblok. Foto’s: David Hup

Zeker, Romy en Ali komen geregeld bij elkaar. Dan praat Romy bijvoorbeeld over de reizen die ze maakt met de internationale studentenvereniging AEGEE. Haar halve arm is bedekt met plastic armbandjes van evenementen in de mooiste buitenlandse steden. En dan zegt Ali dat hij ook wat heeft gezien van de wereld: Turkije, Griekenland, Macedonië, waar hij zeventien dagen in een bos rondhing en niet verder kon. Het was koud en hij werd ziek. ‘Ali!,’ roept Romy uit. ‘Sliep je in een tent?’ Dat wel, lacht Ali. ‘Maar ook in een tent was het koud.’ Hij trok verder naar Albanië, Montenegro, Servië, Oostenrijk, Duitsland en ten slotte Nederland.

Niet alle bewoners in 3A hebben behoefte aan zoveel contact, zegt Romy. Zo vindt ze de drie Eritreeërs in 3A ‘heel lief,’ maar ze gaan vooral om met elkaar. En ook niet alle Nederlanders wonen in het Startblok omdat ze per se intensief met vluchtelingen willen omgaan. ‘Heel eerlijk?,’ zegt Matthias Meuwissen (21), een student commerciële economie. ‘Ik vind het vooral prettig dat ik een stekkie heb. Ik vind het concept van het Startblok interessant, maar ik was vooral geïnteresseerd in een kamer.’

Het eerste gezamenlijke avondmaal

Precies op deze dag zal 3A voor het eerst samen eten, in de gemeenschappelijke woonruimte die elke gang heeft, bestaand uit twee containers zonder tussenmuur. Het grappige is, vertelt Romy: aan de staat van die twee containers valt af te lezen hoever het samenleven per gang is gevorderd. ‘Er zijn gangen die verder zijn dan wij en gangen die minder ver zijn,’ zegt Romy.

De gezamenlijke woonkamer en keuken van gang 3A. Foto’s: David Hup
De gezamenlijke woonkamer en keuken van gang 3A. Foto’s: David Hup

In de gemeenschappelijke ruimte van 3A lijken de tweedehands banken, eettafels en kasten neergesmeten. De keuken is plakkerig. Een enkele bewoner kookt hier, maar maakt blijkbaar niet schoon. De afvalemmer stinkt naar kadaver. ‘Een teringbende,’ constateert Romy. ‘Eerst even de hygiëne aanpakken.’

Samen met Matthias boent ze de keuken en het is alsof Imad en Abdelmoumen dat verderop in 3A ruiken. Meteen komen ze naar de gemeenschappelijke woonkamer om met Glassex aan de slag te gaan. Ze stofzuigen. Ze zetten het meubilair logischer neer. Uit megatassen haalt Romy spullen die ze eerder bij de Action heeft gekocht, zoals een messenset, paars en groen bestek en een veger en blik.

Zo, nu kan Matthias gehakt in de pan gooien. De bedrijvigheid trekt meer bewoners van 3A aan, lang niet allemaal, maar een aantal: Ali, Jesse, Mohammad, Kenny, Achmad en Aladdin uit Venlo. Ali zet op zijn mobiele telefoon muziek op, waardoor het praten overgaat in lichtjes schreeuwen.

Matthias in zijn kamer in het Startblok. Foto: David Hup
Matthias in zijn kamer in het Startblok. Foto: David Hup

Mensen in Nederland hebben het altijd druk

Als iedereen even later aan tafel achter de pasta van Matthias zit, heeft Mohammad nieuws. ‘Jongens,’ roept hij, ‘ik heb mijn Nederlandse toets gehaald.’ Er klinkt gejuich en geklap.

Mohammad moest in het Nederlands drie minuten vertellen over wat hem in Nederland opvalt. Hij heeft onder andere beweerd dat je – volgens hem - in het Nederlands maar op één manier kunt zeggen dat je van iemand houdt. Nee, dan het Arabisch. ‘Wij hebben wel honderd manieren,’ zegt Aladdin. Nu komen de Syriërs pas echt los: jij bent mijn ziel, mijn ogen, mijn hartenklop, ik ga dood voor jou, jij bent degene die een bloem op mijn graf legt.

Mohammad in zijn kamer in het Startblok. Foto’s: David Hup
Mohammad in zijn kamer in het Startblok. Foto’s: David Hup

Volgens Mohammad is dit het bewijs dat Syriërs vrouwen beter behandelen dan Nederlanders doen. Luid protest bij de Nederlanders. ‘Jawel,’ zegt Mohammad. ‘Wie betaalt bij jullie een etentje in een restaurant? Bij ons altijd de man.’ Romy: ‘Als je me op een voetstuk plaatst, ben ik niet gelijkwaardig aan jou.’ Matthias: ‘Snap je Mohammad? Ze wil niet dat je haar als een prinses behandelt.’ Mohammad roept uit: ‘Maar vrouwen zijn toch prinsessen?’

De muziek uit Ali’s mobieltje wordt ruw onderbroken door een keihard ‘Allaaaaah Akbar’: de oproep tot gebed. Iedereen lacht. Ali sleutelt aan zijn telefoon en voort gaat de muziek. Mohammad, de kleine Mohammad Tlej (24) die zo uitgelaten was over zijn toets, zegt ineens dat hij toch iets meer van het samenleven in het Startblok had verwacht. ‘Mensen in Nederland hebben het altijd druk, hè?’

Hij zag het bij de oude man in Amsterdam bij wie hij twee maanden heeft gewoond, nadat hij het asielzoekerscentrum in Luttelgeest verliet. De man was drie dagen ziek en hoewel hij een grote familie had, kwam niemand langs. ‘Ik was kwaad en vroeg hem: waarom komt jouw familie niet?’ De man antwoordde: ‘Mijn familie heeft het druk.’

Je huilt elke keer als je hoort dat er iemand dood is

Mohammad woonde in Damascus, waar hij wiskunde studeerde. Een jaar geleden kwam hij in Nederland. Eén voor één verloor hij in Syrië zijn familieleden tot er niemand meer over was. ‘Je huilt elke keer als je hoort dat er weer iemand dood is,’ zegt hij. ‘Maar daarna ga je door en raak je eraan gewend. Mijn familie heeft alles voor me gedaan zodat ik in Nederland kon komen, dus nu ga ik hard werken en wiskunde oppakken. Ik wil dat ze trots op me zouden zijn geweest.’

‘Mijn familie heeft alles voor me gedaan zodat ik in Nederland kon komen’

Mohammad staat op en loopt naar zijn studio, volgens Ali om FC Barcelona-Manchester City te kijken. Ali zelf vertrekt ook, hij gaat naar bed. Hij wil morgen vroeg opstaan zodat hij twee uur Nederlandse woordjes kan stampen voor hij naar Bagels & Beans gaat, zijn baantje voor drie dagen in de week. Ook andere Syriërs gaan slapen, de meeste omdat ze net als Ali morgenvroeg fit willen zijn voor de studie.

Om een uur of tien ‘s avonds zitten alleen nog Nederlanders in de gemeenschappelijke ruimte, maar Yasser van gang 7A zorgt ervoor dat de integratie doorzet. Yasser Rais (20) uit Damascus is een vriend van Romy. Er worden sigaretten aangestoken en op tafel staan wodka en likeur. Misschien heeft het daarmee te maken dat Yasser over de oorlog in Syrië begint - hoewel Romy later zal zeggen dat Yasser zo vaak over de oorlog praat dat het lijkt alsof hij verslag doet van een bezoek aan de bakker.

Yasser herinnert zich hoe de kopjes op tafel in Damascus rinkelden elke keer als er in de buurt een bom viel. Hij spreekt over zijn moeder die nog in Damascus zit. Hij praat over de dienstplicht die veel Syrische mannen voor hun achttiende Syrië uitjaagt. Dienstplicht betekent vechten voor president Assad. ‘Wat doe je in zo’n situatie? Wegrennen is het enige wat je kunt.’

Het zetje dat ze nodig hadden

De volgende ochtend zijn Romy en ik de enigen in de gemeenschappelijke woonkamer. Om een uur of elf komt Ali binnen met thee, olijfolie en za’atar, een kruid dat we van hem op ons brood moeten doen. Hij is al aan de slag geweest met Nederlands - ‘gedisciplineerd,’ ‘geïnteresseerd’ en ‘communicatief’ komen er steeds vlotter uit. Als Ali weg is, wassen Romy en ik af. Het moet hier nu netjes blijven.

Ali in zijn kamer in het Startblok. Foto’s: David Hup
Ali in zijn kamer in het Startblok. Foto’s: David Hup

Imad komt binnen, Imad Sanan (25) die gisteravond niet veel heeft gezegd. Hij spreekt alleen Arabisch en is zo goed als analfabeet. Hij doet zijn best Nederlands te leren, maar dat valt niet mee omdat hij voor het eerst letters moet zien te snappen. Hij heeft een papier bij zich met tekeningen en woordjes: kat, kar, rat, tak, tas, dat werk. Hij vraagt hoe je die woorden uitspreekt.

Even later komen uit zijn studio Nederlandse klanken, overduidelijk uit een mobiele telefoon. Hij is aan het oefenen en ik vraag of ik hem kan helpen. Ik mag binnenkomen en hij laat me een schrift zien waarin hij minstens drieduizend keer het Latijnse alfabet heeft opgeschreven.

Imad heeft weinig aan zijn woonruimte gedaan. Zijn bed is een kaal matras met een dekbed zonder hoes erom. Hij zet koffie voor me, sterke Syrische koffie. Terwijl hij mijn kopje op een tafeltje zet, zegt hij een Arabisch woord dat ik begrijp. Bang. Hij tekent met zijn wijsvingers denkbeeldige lijntjes over zijn wangen van zijn ogen naar beneden. Ach Imad.

We gebaren wat en hij leest voor uit zijn lesmateriaal. Dan loop ik terug naar de gemeenschappelijke woonruimte waar Romy de boel verder opknapt. Ze spreidt kleden van de Action over de banken en legt onderzetters op tafel. Je voelt dat alles anders gaat worden in 3A. ‘Dat etentje van gisteren was precies het zetje dat we nodig hadden,’

Deze reportage maakt deel uit van het initiatief Zonder de financiële bijdrage van was dit initiatief niet mogelijk geweest. Dit verhaal is ook vertaald in het en het

Meer lezen?

Wat ik leerde over Nederland toen ik een Eritreeër op weg hielp bij het begin van zijn nieuwe bestaan We volgen bij het initiatief Nieuw in Nederland nieuwkomers tijdens hun eerste jaar in Nederland. Een jonge man uit Eritrea bracht mij op dit idee. Toen ik hem als vrijwilliger begeleidde bij zijn eerste maanden keek ik mijn ogen uit. Lees het verhaal van Dick hier terug

Hoe begin je in Nederland als je al jarenlang ontheemd bent? Dit Syrische gezin vertelt Hoe vergaat het vluchtelingen die een nieuw bestaan moeten opbouwen in Nederland? Bij de familie Alrashed in het Groningse Glimmen merk ik: hun hoofd zit nog vol met de traumatische gebeurtenissen die ze de afgelopen jaren meemaakten. Maar: 'Ik dank God dat we hier zijn.' Lees mijn verhaal hier terug