Ik ga wandelen met Gerry (45)

Elk jaar is mijn goede voornemen om niet aan goede voornemens te doen. Tot op heden lukt dat goed, met als prettige bijkomstigheid dat ik nog steeds alcohol nuttig, af en toe een sigaret opsteek en redelijk polygaam ben gebleven.

In 2014 zal ik gewoon plastic, oud-papier en glaswerk blijven scheiden. Helaas is mijn dak ongeschikt voor zonnepanelen, anders hadden die er al lang opgestaan. En zodra mijn budget het toelaat ruil ik mijn benzine verbruikende auto in voor een elektrische.

Tevens zal ik gebruik blijven maken van E2129, de adoptiekerstboom die tijdens de feestdagen tot groot plezier van mijn kinderen in mijn huiskamer staat en de rest van het jaar in een bosperceel bij Leusden. Ik zal af en toe geld blijven overmaken aan Amnesty International, Greenpeace en aan Olu Ojewale, mijn vriend in Nigeria.

Al een tijdje speel ik met de gedachte vrijwilligerswerk te gaan verrichten. Met als doel daar iets over te kunnen schrijven. Er wordt, zo lees ik op de van het Vrijwilligersnetwerk, een ‘wandelmaatje’ gezocht voor Gerry (45), die als gevolg van psychiatrische klachten nog maar weinig vrienden heeft en nauwelijks de deur uitkomt.

Wandelen met Gerry, dat lijkt mij wel wat.

 

Ik ga emotioneel beschikbaar zijn voor mijn kinderen

‘Mam, heb je eigenlijk wel gehoord wat ik tegen je zei?’. Met Sinterklaas kreeg ik een scherp gedicht van mijn jongens – ik heb er drie - waarin ze stelden dat er nog andere kinderen waren dan alleen de baby’s waar ik de afgelopen twee jaar over heb geschreven: zij.

Sue Gerhardt, de Engelse psychotherapeut en schrijver van het Why love matters heeft het over het belang van ‘emotionele beschikbaarheid’ voor je kinderen. Dát vind ik zelf het lastigste van werken en zorgen.

Organisatorisch is een gezin nog wel te runnen, maar het schakelen in je hoofd en er echt bij zijn met je gedachten, vind ik moeilijk. Kinderen hebben je meestal niet nodig als jij tijd voor ze hebt. Ze komen juist met glimmende ogen bij je staan, net op het moment dat jij in de startblokken staat om iets heel belangrijks voor je werk te doen. Plompverloren delen ze mee dat ze school afschuwelijk vinden, of vertellen ze je verstijfd van schrik dat er een megavulkaan op ontploffen staat in Yellowstone Park. Voor je het weet ben je een halfuur verder en nog eens een uur aan het malen over het probleem in kwestie.

Natuurlijk kun je ze ook in hun sop gaar laten koken. De wereld is hard, dus hoe eerder je hier mee om leert gaan, hoe beter. Het probleem is alleen dat het omgekeerde juist waar is: hoe meer emotionele veiligheid op jonge leeftijd, hoe beter ze kunnen omgaan met een harde samenleving als ze ouder zijn.

Mijn voornemen voor het komende jaar is: practice what I preach.

Ik ga mijn moralisme omzetten in SM

De mens houdt van straffen. Friedrich Nietzsche waarschuwde al dat de behoefte om anderen te straffen niet moet worden verward met hoogstaande gevoelens.

Ik zou zeggen dat het verlangen om anderen te straffen een erotisch verlangen is dat niet als zodanig wordt erkend en zich daarom heeft vermomd als iets anders: moralisme.

Het lijkt alsof vooral de Nederlander met graagte straft. Gevallen politici, wetenschappers en sportlieden, andersdenkenden, alles wat niet onmiddellijk wordt herkend als een van ons dient te worden gestraft.

Laten wij in 2014 vriendschap sluiten met de sadomasochistische behoeften in ons. Ook ik kan met deze behoeften nog veel vriendelijker omgaan dan in 2013.

Ik neem mij voor deze behoeften in de privésfeer uit te leven, bij voorkeur als spel. (Het erotische verlangen dient te worden omgezet in een spel om al te veel schade te voorkomen.)

Ik zal zwepen, pollepels en vliegenmeppers aanschaffen om gezinsleden, vrienden, partners, kinderen, buren, en collega’s niet te vergeten, op speelse wijze mee tegemoet te treden. Ik zal de aandrang om te straffen, die weinig anders is dan het verlangen naar erotiek plus het verlangen naar macht, nooit meer met moralisme verwarren.

Ik zal mijn erotische verlangens buiten het ‘maatschappelijk debat’ houden, want daar horen die verlangens niet thuis.

 

Ik ga de verhalen van mijn familie levend houden

Goede voornemens zijn voor mij net als het strooien van zout op de weg: het is een verschijnsel dat bij een bepaalde periode in het jaar hoort. En het is vooral - net als gladde wegen - symptoombestrijding. We weten dat we uiteindelijk toch niet veel aan onze menselijke tekortkomingen kunnen doen. Want, en zo gaat het, als de dooi aanbreekt is alles weer vergeten. Niet voor niks is de Carnaval (denk aan Aswoensdag) het eerstvolgende grote volksfeest. 

Ondanks mijn cynisme heb ik nu toch een voornemen: ik wil mezelf - en vooral mijn kinderen - meer bewust laten worden van waar we vandaan komen. De weg die onze familie heeft afgelegd is scheppend geweest voor wie we nu zijn. 

Helaas, het zicht op die weg vervaagt, generaties vallen weg en verhalen worden nauwelijks nog verteld. Mijn eerste voornemen is die verhalen door te geven. 

Een oeroud gezegde stelt dat een mens twee keer sterft: één keer als diens lichaam het begeeft en de tweede keer als hij vergeten wordt. Mijn tweede voornemens is dit: niemand van mijn familie, vrienden zal die tweede keer sterven. 

 

Ik ga minder foto’s maken

Met onze telefoons maken we inmiddels meer foto’s dan dat we ermee bellen. Elk concert dat we bezoeken, elk feestje dat we hebben, elke maaltijd die we eten, elke scheet die onze kat laat: alles leggen we vast met onze telefoon. Om vervolgens meteen te publiceren, want sociale media bieden een podium en een publiek. We waren erbij en wisten wat we moesten doen. Namelijk een foto maken. 

Maar is het soms niet zonde dat we zijn afgeleid, omdat we een foto willen maken? Hoe vaak kijken we nog terug naar die ene foto die ons echt dierbaar is? 

Ik wil minder foto’s maken en meer van het moment genieten. Het herinneren zoals het voelde en niet zoals het eruitzag. 

En, als ik dan toch foto’s maak, moet ik ze ook weg durven gooien. Ik moet kiezen wat belangrijk is en alle duplicaten uit mijn archief halen, want door die veelheid aan foto’s, raken bijzondere foto’s onvindbaar en worden ze niet meer bekeken. Niet alleen het maken en delen, maar ook het koesteren, terugkijken en oproepen van herinneringen, is waar foto’s goed voor zijn. 

 

 Ik ga oefenen in goeddoen

Kennis verlamt. Dat lees ik vaak onder mijn stukken. Hoe meer je weet over - bijvoorbeeld - asielzoekers, hoe meer je daar iets aan wilt doen. Maar ook: hoe minder je jezelf daartoe in staat acht. Want: ingewikkeld, ver weg, onoplosbaar.

Nu heb ik daar geen oordeel over. Opvallend is wel dat je dit bij andersoortig nieuws mínder snel hoort. Weinigen zullen het hardlopen opgeven, nadat ze Usain Bolt zagen rennen. Of hun studie opgeven, toen ze Robbert Dijkgraaf hoorden oreren. Anouk beroofde duizenden Nederlandse vrouwen niet van de droom zelf popster te worden. 

Waarom is dat bij het lezen over ‘goed doen’ wel het geval? Mijn theorietje, aan het begin van een nieuw jaar: we trainen te weinig. Hardlopers doen dat wel. Studenten studeren. En Jolie Got Talent uit Gouda zingt vast wel eens voor haar familie en vrienden. Of anders onder de douche.

Maar "goed doen", waar leer je dat? Ik wil mij in 2014 aanmelden bij het Een initiatief dat buren aan elkaar koppelt. Zo zoeken ze momenteel voetbalmaatjes, klusmaatjes of kandidaten voor een ‘gezellig gesprek.’ 

Tot nu toe loog ik dat ik geen tijd had. Maar als ik het goede voor de wereld ver weg zoek, zonder het eerst om mij heen te zoeken, dan wordt het natuurlijk nooit wat, met die betere wereld.

 

Ik ga minder snel oordelen

Ik heb een goed voornemen dat ik ieder jaar weer een beetje beter in de praktijk weet te brengen: minder snel oordelen. Als ik iets heb geleerd in de twaalf jaar dat ik journalist ben, is het dat alles complex is. Dat achter ieder besluit, iedere ontwikkeling en iedere gebeurtenis een woud aan motieven, toevalligheden en grijstinten zit.

Als online journalist en actief twitteraar is het verleidelijk om altijd, op het moment zelf, ergens een mening over te hebben. En vaak blijkt die mening achteraf ongegrond. Dus voor dit nieuwe jaar: minder opinie, meer informeren, minder mijn ‘gut feeling’ delen en meer onderzoek doen, meer mijn meningen funderen.

 

Ik ga een nieuwe taalleerling vinden

Sinds anderhalf jaar geef ik taalles aan een vluchteling in Nederland. Taalles is een groot woord - het is vooral taaloefening. Het probleem bij veel vluchtelingen is dat ze Nederlands leren tijdens hun inburgeringscursus, maar nooit oefenen. Want: ze kennen geen Nederlanders. En zodra je tegen een wildvreemde Nederlander in een winkel in gebroken Nederlands begint, praat die direct terug in het Engels. Dan leer je het natuurlijk nooit. 

Mijn vluchteling was jurist in haar geboorteland en werkt nu als schoonmaker in een hotel. Ze heeft twee kinderen, die hier gelukkig zijn. In het begin konden we nauwelijks communiceren. We spraken af in de bibliotheek en probeerden samen Pluk van de Petteflet te lezen (uitleggen wat een petteflet was, bleek nog best lastig). Of we gingen naar de supermarkt, zodat ik alle groenten kon aanwijzen en zij mijn uitspraak kon nadoen.

Inmiddels spreken we bij een van ons thuis af, en kunnen we een voorzichtige discussie voeren over de strafbaarstelling van illegaliteit. Ik spreek nog graag met haar af, maar ze heeft me niet echt meer nodig. En dus is mijn goede voornemen voor het nieuwe jaar: een nieuw taalmaatje vinden.

 

Ik ga op bezoek bij de buren

In Rotterdam werd laatst een vrouw gevonden die al tien jaar dood in haar huis lag. Familie, buren: niemand had haar gemist. Mensen reageerden verontwaardigd. Waarom deed de overheid niks tegen de vereenzaming?

Ik zeg: vergeet de overheid. Wij, buren van onze buren, zouden hier iets tegen moeten doen. 

Nu voel ik me nogal hypocriet terwijl ik dit schrijf, want ik heb werkelijk geen idee wie mijn eigen bovenbuurman (buurvrouw?) is. Het enige wat ik weet is dat hij/zij er een gewoonte van maakt op zondagmorgen om zes uur met een boormachine in de weer te gaan.

Op vorige adressen wist ik wel wie mijn buren waren: eerst de Somalische moeder van acht kinderen, die ons op feestdagen de meest fantastische gerechten kwam brengen. Later een flamboyant stel intellectuelen met rijmende voornamen. Achteraf gezien kende ik die buren vooral, omdat ik niet om ze heen kon en minder omdat ik zelf in dat contact had geïnvesteerd. Eeuwig zonde.

Niet iedereen in Nederland heeft (contact met) familie of vrienden, maar bijna iedereen heeft buren. En iedereen verdient het om gemist te worden, al is het maar door een buurvrouw. Daarom ga ik in 2014 ontdekken wie mijn bovenbuur is. Zodat ik op zijn minst eens bij hem aan kan bellen wanneer ik al paar zondagen op rij uit heb kunnen slapen.

 

Ik ga weer idealistisch worden

Deadlines halen, dat was het eerste wat er in mij opkwam, toen eindredacteur Andreas Jonkers mij op de zevenentwintigste december aanschreef met de vraag of hij nog een stukje over goede voornemens kon verwachten.

Een stukje waarvan Andreas in de voorgaande twee weken al bij herhaling kenbaar had gemaakt dat hij deze op de zevenentwintigste december wenste te ontvangen. 

Het zou wel een geschikt voornemen zijn voor een rubriek als deze. Oprechte goede voornemens zijn er niet om in het openbaar te debiteren. Persoonlijke gebreken zijn namelijk pijnlijk. En het voornemen om iets beter te doen vereist dat je eerst iets verkeerd doet. Dan liever de oppervlakkige suggesties van mijn zusje – vaker de wc schoonmaken – of vriend en bandgenoot Luuk – de banjo leren – opvolgen. Wel zo veilig. 

Toch hier een oprecht goed voornemen dat ik graag wil delen. Ik ben in de afgelopen twee jaar te veel van mijn idealisme kwijtgeraakt. Toen ik mezelf twee jaar geleden de journalistiek inrommelde, was dat uit de oprechte overtuiging dat er te veel onrecht in de wereld is en schrijven erover helpt.

Maar sinds ik mij in journalistieke kringen begeef, begint onrecht steeds meer als business as usual aan te doen. Ik weet nog wel dat het niet deugt, maar ik voel het niet meer zo sterk.

Idealisme maakt plaats voor cynisme. En dat slaat nergens op, want ik ben verdomme pas vierentwintig. Dus als oprecht goed voornemen voor volgend jaar: herwin dat idealisme. Daar wordt de wereld beter van en ikzelf wat vrolijker. 

  

Ik ga wisselen van bank

In 2014 ga ik wisselen van bank. Niet omdat ik ontevreden zou zijn over de klantenservice en het internetbankieren van mijn huidige boerenspaarpot (ook voor mijn spaarrekening geldt helaas: groot geworden door klein te blijven), maar omdat je met de plek waar je je geld stalt, politiek bedrijft. Banken investeren onze zuurverdiende euro’s niet altijd in dingen waar ik achter sta: wapens, fossiele energie, bedrijven die hun winst boven mensenrechten plaatsen. Stemmen doe je met je spaarpot.

Op de eerlijke een samenwerkingsverband tussen Oxfam Novib, Amnesty International, Milieudefensie, FNV, Dierenbescherming en IKV Pax Christi, kun je de grote banken in Nederland goed vergelijken op verschillende criteria, zoals duurzaamheid en bonusbeleid. Het overstappen zelf is ook niet erg ingewikkeld meer, via

Geen smoesjes dus meer om het niet doen. Mijn voornemen: put my money where my mouth is. Letterlijk, dit keer.  

 

Ik ga vaker een luisterend oor bieden

Goede voornemens bestaan meestal bij gratie van het vrolijk breken ervan. De kater is nog niet gezakt of de eerste sigaret van het nieuwe jaar wordt alweer aangestoken. De fitnessband is nog niet op gang gekomen of hij wordt zuchtend en steunend weer uitgezet. Na de vele hitsige lijstjes – sport, muziek, politiek, nieuws, floppers, toppers, stoppers, Quote500-geldkloppers – zou ik nu opeens op luide toon mijn grote voornemens voor het nieuwe jaar moeten proclameren. Kijk, borst vooruit: ik word een beter mens volgend jaar!

Nee, liever niet.

Maar ik heb wel een aantal langzamere, wezenlijkere, diepere doelstellingen voor komend jaar. Op drie niveaus: professioneel, sociaal en persoonlijk. Van het toepassen tot kundigere onderzoektechnieken tot een beter luisterend oor voor m’n omgeving zijn. Ik zal ze niet altijd kunnen realiseren bij het omslaan van de laatste pagina van mijn agenda. Maar ik leer wel iedere dag weer iets in de pijnlijke groei naar volwassenheid. En waarschijnlijk nog lang daarna, als ik eindelijk groot ben en me soms nog steeds heel klein voel.

Ik ga De Correspondent lezen. Of niet.

In 2014 neem ik een abonnement op De Correspondent. Of misschien Vrij Nederland. Ik hou niet zo van lezen van een beeldscherm.

 

Ik ga meer zwijgen

In 2014 ga ik, om de wereld beter te begrijpen, minder kranten lezen, minder online zijn, meer zwijgen. In tijden van geschreeuw is stilte een daad van verzet.