‘Als je iets fout hebt gedaan, krijg je straf. Zo ben ik tenminste opgevoed. En ik ben er niet slechter van geworden.’

Op de horen we journalist Esther Voet reageren op het van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming om korte gevangenisstraffen te vervangen door alternatieve vormen van straf. Een enkelband bijvoorbeeld, gecombineerd met een taakstraf én schuldhulpverlening. Dat blijkt een effectievere manier om het gedrag van een kleine bij te stellen.

Voet, maar ook VVD-Tweede Kamerlid Foort van Oosten, laten in de uitzending weten het hier niet mee eens te zijn. Van Oosten heeft het verhaal ‘met stijgende verbazing’ aangehoord: mensen verdienen gewoon straf als ze in de fout zijn gegaan.

De discussie lijkt niet met inhoudelijke argumenten gewonnen te kunnen worden. En is zo een voorbeeld van een fenomeen dat we de laatste tijd meer zien: de emoties winnen het van de

‘In de Verenigde Staten zijn het de armste staten [...] waar wordt gestemd op de Republikeinen die juist een kleine overheid willen, terwijl ze in deze staten meer geld ontvangen van de federale overheid dan ze aan de schatkist bijdragen,’ zegt de Amerikaanse socioloog Arlie Hochschild in een interview met

Realiseren deze mensen niet dat dat gek is? Zeker wel, antwoordt Hochschild, die vijf jaar lang optrok met conservatieven in de staat Louisiana. ‘Maar ze vinden die feiten simpelweg minder belangrijk dan hun gevoel.’

Zou het kunnen zijn dat sommige mensen zich meer laten leiden door emoties dan door inhoudelijke argumenten? En als het inderdaad zo is, zou dat iets te maken kunnen hebben met de manier waarop ze zijn opgevoed?

Is er een verband tussen veilige hechting en liberaal stemmen?

Je zou kunnen beredeneren dat mensen die in hun kindertijd een veilige gehechtheidsrelatie hebben kunnen opbouwen met hun ouders en verzorgers zich minder laten leiden door angst.

Foto’s: Getty

Foto’s: Getty

Die mensen hebben namelijk al van jongs af aan ervaren dat er iemand is die aanvoelt wat ze nodig hebben als ze zich niet gelukkig voelen. En ze weten dat diegenen hen kunnen helpen die boze of bange gevoelens in goede banen

Dus als je eenmaal als kind hebt ervaren dat de belangrijke mensen in jouw omgeving doorgaans empathisch op jou reageren, en als je daarnaast geleerd hebt om jezelf ‘uit de put te praten’ als het even tegenzit, sta je makkelijker en met meer vertrouwen

Omgekeerd zou je kunnen redeneren dat mensen die niet veilig gehecht zijn aan hun ouders of zich bij het nemen van beslissingen meer door angst en wantrouwen laten leiden.

Deze mensen hebben immers in hun kindertijd niet geleerd dat het meestal wel weer goed komt en staan er (regelmatig) alleen voor met hun boze of bange gevoelens. En omdat dat gevoel niet echt serieus is genomen in hun kindertijd, missen ze de vaardigheid om zichzelf weer moed in te praten als het misgaat. Vasthouden aan het vertrouwde is dan wel zo veilig.

Leuk geredeneerd, maar is hier weleens onderzoek naar gedaan?

De psychologen Spassena Koleva en Blanka Rip legden een groot aantal naast elkaar waarin gekeken werd naar de relatie tussen hechting en politieke voorkeur. Daar kwamen gemengde resultaten uit. Bij sommige onderzoeken werd een veilige hechting in verband gebracht met liberaal stemgedrag, bij sommige onderzoeken juist niet.

Dat was niet het enige onderzoek dat ze deden. Koleva en Rip keken ook naar de onderzoeken waarin de verbanden werden bekeken tussen iemands gehechtheidsrelatie met zijn ouders en de verschillende eigenschappen die aan conservatieven en liberalen worden

Daar kwam een ander beeld uit naar voren: ‘Het merendeel van deze onderzoeksresultaten,’ schrijven Koleva en Rip, ‘suggeert dat een veilige hechting in verband staat met een meer liberale manier van denken.’

Veilig gehechte mensen zouden net als liberale denkers nieuwsgieriger zijn dan conservatieven en onveilig gehechten, meer openstaan voor nieuwe informatie, minder behoefte hebben aan eenduidigheid, minder rigide opvattingen hebben, zich minder vaak laten leiden door stereotiepe beelden, meer openstaan voor mensen buiten hun eigen groep en minder snel ergens van walgen.

‘Het merendeel van deze onderzoeksresultaten suggeert dat een veilige hechting in verband staat met een meer liberale manier van denken’

En dat is niet het enige onderzoek dat erop lijkt te wijzen dat liberalen (wier eigenschappen vaker in verband gebracht worden met een veilige gehechtheidsrelatie) doorgaans meer openstaan voor nieuwe kennis. En dat conservatieven (wier eigenschappen vaker in verband worden gebracht met een onveilige hechting) meer gedreven worden door negatieve emoties als angst.

Zo vonden de neurowetenschapper David én zijn collega Ryota een significante correlatie tussen liberalisme en de activiteit en hoeveelheid ‘grijze stof’ in het deel van het dat mensen – heel simpel gesteld – helpt omgaan met complexiteit. Dat zou er volgens de onderzoekers op kunnen wijzen dat liberalen gevoeliger zijn voor informatie die hen op andere gedachten

Kanai vond verder dat Engelse studenten die zichzelf conservatief noemen - de groep dus die meer in verband wordt gebracht met een onveilige hechting - significant vaker een vergrote rechter amygdala hadden. De is het deel van het brein dat ervoor zorgt dat een prikkel die binnenkomt via de zintuigen wordt gekoppeld aan een emotie.

van de aan het Max Planck Instituut verbonden Pascal Vrticka doet verder vermoeden dat de manier waaróp je bepaalde prikkels verwerkt, verband houdt met de kant van de amygdala die geactiveerd wordt.

Mensen die zichzelf na een schrikreactie weer moed inpraten door hun aanvankelijke gevoel laten volgens Vrticka meer activiteit in de linker amygdala zien. En mensen die er alles aan doen om hun emoties laten vooral activiteit in de rechter amygdala zien.

Dit wegdrukken lijkt op de manier waarop onveilig gehechte kinderen geleerd hebben met emoties om te gaan en zou daarmee de verschillen kunnen verklaren. Ervaringen in de jeugd zijn namelijk voor de manier waarop het brein zich ontwikkelt. Het zou dus kunnen dat je deze aangeleerde wegdrukstrategie hier terugziet.

Wat kunnen we met deze informatie?

Hoewel er veel onderzoek is dat erop lijkt te wijzen dat er een verband is tussen hechting en de manier waarop mensen beslissingen nemen (meer gebaseerd op angst of meer gebasserd op inhoudelijke argumenten), moet je deze bevindingen natuurlijk wel met veel voorzichtigheid interpreteren.

Je kunt op basis van dit onderzoek niet stellen dat conservatieve stemmers allemaal onveilig gehecht zijn en vice versa. En het zegt ook niet dat iedereen die in zijn jeugd geen veilige gehechtheidsrelatie heeft kunnen opbouwen met zijn ouders áltijd beslissingen neemt op basis van emoties in plaats van op inhoudelijke argumenten.

Foto’s: Getty

Foto’s: Getty

Want deze onderzoeksresultaten zijn ook maar een grove duiding van de werkelijkheid. Koleva en Rip vonden bijvoorbeeld ook een klein aantal onderzoeken dat suggereert dat mensen met een bepaald soort onveilige gehechtheidsrelatie - de mensen met een namelijk - ook eigenschappen vertonen die eerder met liberalen dan met conservatieven wordt

Daarbij: als je ouder wordt, ga je vaak ook weer nieuwe gehechtheidsrelaties aan die van invloed zijn op de manier waarop je in het leven staat.

Maar de indruk die deze onderzoeken wél wekken, is dat mensen die zich veilig hebben kunnen hechten doorgaans makkelijker kunnen omgaan met een steeds complexer wordende samenleving. Dit omdat zij meer openstaan voor nieuwe informatie en beter om kunnen gaan met ambiguïteit. Daarnaast lijkt die veilige hechting een soort buffer te zijn tegen extremisme.

laat namelijk zien dat iedereen die zich bedreigd geneigd is zich harder vast te bijten in zijn eigen opvattingen en minder tolerant is ten opzichte van mensen die afwijken van henzelf. Mensen die veilig gehecht zijn, doen dat doorgaans in mindere mate, waardoor de kans kleiner is dat ze zwichten voor mensen met extremistische opvattingen.

Psychologiehoogleraar Jan Derksen onderschrijft dit verhaal. Hij legt uit dat als je als kind niet geleerd hebt je emoties te herkennen en te verwoorden, en als je ook niet geleerd hebt hoe je vervolgens om kunt gaan met deze gevoelens, de kans groot is dat je je ontwikkelt tot een mens die zijn gedrag meer zal laten bepalen door emoties dan door inhoudelijke argumenten.

Wat deze onderzoeken dus suggereren, is dat een complexe tijd als deze, waarin de gemoederen flink oplopen en angstopzwepende berichtgeving het gevoel van dreiging soms groter maakt dan nodig, meer dan ooit vraagt om inzetten op veilige hechting.

Mochten we dat willen doen, dan zijn er veel punten te bedenken waarvan we meer werk zouden kunnen maken. Bijvoorbeeld:

  • Betere en langere verlofregelingen waardoor ouders de rust hebben om te wennen aan het ouderschap en de ruimte en tijd hebben om een goede band op te bouwen met hun baby.
  • Arbeidsvoorwaarden die werken en zorgen voor kinderen makkelijker maken.
  • Goede voorlichting voor ouders over hoe je de band met je kind kunt versterken.
  • Praktische ondersteuning van ouders die het moeilijk vinden om een band met hun baby op te bouwen.
  • Het vroeg signaleren van hechtingsproblemen op consultatiebureaus waardoor beginnende hechtingsproblemen in de kiem gesmoord worden.
  • Het verbeteren van de kwaliteit van de kinderopvang waardoor kinderen daadwerkelijk de kans krijgen om een veilige gehechtheidsrelatie op te bouwen met de pedagogisch medewerkers die voor hen zorgen.

Verder lezen:

Los armoede op, investeer in hersens Kennis van het brein biedt aanknopingspunten om de armoedespiraal te doorbreken. Maar in Nederland wordt nog veel te weinig gebruikgemaakt van deze inzichten. Ik heb een tussenoplossing. Lees mijn stuk hier terug Mei (twee maanden oud) geeft negenjarigen empathieles. En dat werkt In Canada en zeven andere landen leren basisschoolkinderen in één schooljaar om elkaar duurzaam minder te pesten, minder agressief te zijn en empathischer te worden. Het geheim? Een baby. Lees mijn stuk hier terug Waarom je baby gewoon laten huilen een slecht idee is Een kleine honderd jaar geleden was men ervan overtuigd dat kinderen ‘geconditioneerd’ moesten worden. Hoewel deze theorie allang is achterhaald, steekt ze nog voortdurend de kop op. Bijvoorbeeld als het gaat over de richtlijnen voor de aanpak van huilende baby’s. Lees mijn stuk hier terug