Abnormaal weer zou de nieuwe norm kunnen worden. Alle landen zouden worden getroffen. Tropische eilanden zouden worden verzwolgen door de stijgende zeespiegel.

Aan duidelijke waarschuwingen ontbrak het niet in de film Climate of Concern, die Shell in 1991 liet maken. De film werd in de jaren negentig wereldwijd als voorlichting vertoond op scholen en universiteiten. Daarna raakte Climate of Concern in de vergetelheid. Wij maken de film nu - ruim een kwarteeuw later - opnieuw openbaar. ‘An Inconvenient Truth blijkt een afgeleide van een Shellfilm uit 1991,’ zegt Tom Burke van de groene denktank E3G.

Vimeo
Kijk hier naar de hoogtepunten van Shells klimaatfilm Climate of Concern (1991) of scroll naar beneden voor de volledige film. Klik rechtsonder in de player op ‘cc’ om de ondertiteling aan te zetten.

‘Nu actie ondernemen is de enige veilige verzekering die we hebben,’ zei de voice-over. Shells heldere waarschuwing van een kwarteeuw geleden is extra relevant nu de Amerikaanse president en zijn kliek de realiteit van de opwarming van de aarde ontkennen, en de wereldwijde ‘scepsis’ in hun kielzog een herleving lijkt door te maken. Kennelijk wist Shell in 1991 al voldoende om de noodklok te luiden.

Waarom was Shell zo zeker van z’n zaak? En wat deed Shell vervolgens? Dat beschrijf ik in deze reconstuctie op basis van interne documenten die ik in handen heb gekregen. In vijf hoofdstukken vertel ik Lees je liever een korte samenvatting van dit verhaal? Die vind je hier. het verhaal van Shells nalatigheid: ondanks alle nodige kennis over de gevaren, blijft het bedrijf inzetten op fossiele energie en blijft het ambitieuze klimaatactie tegenwerken. ‘Ze wisten het,’ zegt Burke. ‘Shell vertelde het publiek de waarheid over klimaatverandering in 1991. Maar de boodschap is nooit aangekomen bij het bestuur.’

Fossiele brandstoffen veroorzaken onomkeerbare schade aan het klimaat

Woensdag 27 november 1985. Shellmedewerker Mike Griffiths is naar het Engelse plaatsje Norwich gereisd voor een veldbezoek aan Tom Wigley, de directeur van de De CRU was in 1971 opgericht om onderzoek te doen naar het klimaat en stond bekend als een van de beste instituten van die tijd. Oliebedrijven Shell en BP sponsorden het instituut. Shell had de CRU in 1981 al eens 10.000 pond gegeven om onderzoek te doen, zo blijkt uit een intern document dat ik in handen kreeg. van de University of East Anglia.

Griffiths was een van de zes leden van Shells Greenhouse effect working group en bezig met een nieuw rapport over klimaatverandering. ‘Wigley is mijns inziens een heel nuchtere man’, schreef hij een dag later in zijn verslag. Wigley had hem verteld over de onzekerheden in de klimaatwetenschap, maar hij was ook bereid geweest zijn nek uit te steken. ‘De afgelopen 100 jaar is de aarde warmer geworden’, had Wigley gezegd. Hij voorspelde dat de temperatuur de komende veertig jaar nog met 1 of 2 graden Celsius zou stijgen. ‘Zo’n temperatuurstijging zou groter zijn dan we de afgelopen 1000 jaar hebben gezien’, noteerde Griffiths.

De interne onderzoeksgroep waarvan hij deel uitmaakte publiceerde in 1986 zijn conclusies. ‘Confidential,’ staat er op iedere pagina van De kopie die ik in handen kreeg vermeldt: April 1986 (completion of the study); May 1988 (date of issue in this format). ‘Dit rapport bevat de nieuwste (1986) stand van zaken over het broeikaseffect,’ schreven de onderzoekers. De titel van het rapport luidt simpelweg: ‘The Greenhouse Effect.’ die ik in handen kreeg - het onderzoek was duidelijk niet bedoeld voor de buitenwereld.

‘Wetenschappers zijn het er in grote mate over eens dat de toename van broeikasgassen voor opwarming van de aarde zorgt,’ schreven Shells onderzoekers. De modellen wezen op ‘significante veranderingen van de zeespiegel, oceaanstromingen, neerslagpatronen, regionale temperaturen en van het weer.’

‘Zulke relatief snelle en dramatische veranderingen hebben gevolgen voor de leefomgeving van mensen, voor hun toekomstige levensstandaard en voedselvoorraden, met potentieel grote sociale, economische en politieke consequenties van dien.’

Er was nog een beperkt begrip van de precieze opwarming en de precieze gevolgen, maar ‘zolang de mens broeikasgassen in de atmosfeer blijft uitstoten, doen we gegarandeerd mee met dit mondiale ‘experiment’,’ schreven de Shellmedewerkers. ‘Mogelijk zal het milieu zo worden aangetast dat sommige stukken van de aarde onbewoonbaar worden.’

Aangezien klimaatverandering zich Hierover schreven de Shellonderzoekers: ‘De klimaatverandering zoals we die hier beschouwen, lijkt nog onvoorstelbaar ver weg – te ver misschien om toekomstplannen voor te maken, verder weg dan de meeste beleidsmakers van nu nog zullen meemaken, maar tegelijk zo dichtbij dat ons nageslacht er last van zal hebben. De veranderingen zullen misschien groter zijn dan ooit in de geschiedenis. Mogelijk zal het milieu zo worden aangetast dat sommige stukken van de aarde onbewoonbaar worden. We zullen ons moeten aanpassen, of moeten migreren. Dat alles zal veel geld kosten en zorgen voor veel onzekerheid, maar dat kan acceptabel zijn. De klimaatverandering zal zich langzaam en geleidelijk voltrekken en daarom zullen de menselijke aanpassingen en zelfs migratiestromen misschien niet direct opvallen ten opzichte van de normale trends. Maar als we de gevolgen – welke dan ook - vroeg genoeg herkennen, heeft de mens misschien tijd genoeg om zich erop voor te bereiden en zich aan te passen.’ en aangezien de wetenschappelijke kennis nog hiaten vertoonde, vonden de Shellonderzoekers het te vroeg voor ‘onmiddellijk ingrijpen.’ Maar er was genoeg bekend om over oplossingen na te gaan denken, schreven de Shellmedewerkers, pas in actie komen bij onomstotelijk bewijs ‘Vermoedelijk is CO2-gerelateerde klimaatverandering niet aan te tonen voor het eind van deze eeuw. Met zulke tijdspannes is de verleiding voor de samenleving groot om tot dan te wachten om iets te gaan doen. Maar de potentiële gevolgen voor de wereld zijn zo groot dat mogelijke beleidsopties veel eerder besproken moeten worden. En de energie-industrie moet bepalen welke rol ze daarin wil spelen,’ schreven Shells onderzoekers. ‘De potentiële gevolgen zijn dermate ernstig dat het onderzoek zich eerder zou moeten richten op de analyse van beleid en de mogelijkheden voor energievoorziening, dan op studies naar wát er precies staat te gebeuren.’

Voor de industrie ‘staan enorme belangen op het spel,’ wisten de onderzoekers. ‘Aangezien fossiele brandstoffen de voornaamste bron zijn van CO2 in de atmosfeer, is het zeer wenselijk dat de energie-industrie de blik ‘Het verbranden van fossiele brandstoffen is de voornaamste bron van CO2 in de atmosfeer. Daarom moet de energie-industrie de blik naar voren richten en bij overheden en anderen een duidelijke rol opeisen bij de aanpak van de problemen.’ Al was het maar omwille van Shells reputatie: de kans was ‘groot dat de massa ongerust wordt en actiegroepen van zich gaan laten horen.’

Wat Shell en de andere oliebedrijven wisten van het klimaat

Shell had zich al eerder in het klimaatprobleem verdiept. In een memo uit 1979 van Shells kolendivisie werd al over het klimaatprobleem geschreven: de toename van CO2 in de atmosfeer was reden tot zorg en Shell Coal zou onderzoek hebben laten doen door gerennommeerde instituten, zoals het CRU, dat in 1981 een beurs van 10.000 pond van Shell kreeg, zo blijkt uit het verslag van Griffiths uit de studie uit 1986. In de bronnenlijst van de studie uit 1986 werden tientallen papers en boeken over het broeikaseffect genoemd; de vroegste De studie uit 1975 ging over het broeikaseffect van cfk’s. Er stond in de referenties ook een paper van John Tyndall genoemd, een van de grondleggers van de klimaatwetenschap: ‘On the absorption and radiation of heat by gases and vapours, and on the physical connection of radiation, absorption and reduction’ (1861). De klimaatwetenschap timmerde toen al Het broeikaseffect was toen al door tientallen wetenschappers onderzocht. Hun conclusies waren op hoofdlijnen gelijk: CO2 was een broeikasgas dat warmte vasthield in de atmosfeer. Meer CO2 zou meer warmte betekenen, en hoewel veel onzeker was over de precieze gevolgen daarvan, was er geen enkele reden om aan te nemen dat de samenleving ze veilig kon negeren. ‘Deze onderzoeksgroep twijfelt er niet aan dat als de CO2 blijft stijgen, klimaatverandering het gevolg is. Er is geen enkele reden te denken dat we die veranderingen kunnen negeren,’ schreef een studiegroep in een van de eerste reviews van de klimaatwetenschap, het Charney report uit 1979. Jule Charney et al, Carbon Dioxide and Climate: A Scientific Assessment. In opdracht van de Climate Research Board van de National Research Council, 1979. en markant genoeg liepen onderzoekers uit de olie- en gasindustrie daarbij Bestuurders van grote oliebedrijven (waaronder Union Oil, Standard Oil of California (beide nu deel van Chevron), Esso (tegenwoordig ExxonMobil) en Shell) werkten al sinds na de Tweede Wereldoorlog samen in het door hen opgerichte Smoke and Fumes Committee om milieubeleid te beïnvloeden, zo stelt de website van het Center for International Environmental Law (CIEL) dat de werkwijze van het comité onderzocht. Het comité stopte al zeker vanaf 1958 geld in onderzoek naar CO2 en klimaatverandering. ‘The Jones report documents that by 1958 at the latest, the Committee was funding research into the role of fossil fuels in rising levels of atmospheric carbon dioxide,’ aldus de website van het CIEL. Website van het Center for International Environmental Law. De reden was eenvoudig: de bedrijven wilden weten in hoeverre klimaatverandering een bedreiging zou vormen voor hun zakelijke belangen.

Het Texaanse ExxonMobil begon om die reden al in de jaren zeventig het klimaat te bestuderen. In een Bron: 1981 Exxon Memo on Possible Emission Consequences of Fossil Fuel Consumption uit 1981 kreeg het management uitgelegd dat de verwachte totale CO2-uitstoot in het jaar 2030 zou kunnen zorgen voor ‘catastrofale gevolgen (in ieder geval voor een aanzienlijk deel van de wereldbevolking).’ Hoewel er nog veel onzeker was over de precieze effecten, werd er binnen Exxon al in 1982 gerapporteerd dat er een ‘duidelijke wetenschappelijke consensus is ontstaan’ over het verband tussen ‘De wetenschap is het er volledig over eens’, schreef een Exxon-onderzoeker, ‘dat een temperatuurstijging van deze orde van grootte [drie graden Celsius, plus of minus 1,5 graden, JM] voor significante veranderingen zorgt in het klimaat van de aarde, waaronder de neerslagspreiding en wijzigingen in de biosfeer.’ 1982 Exxon Memo Summarizing Climate Modeling and CO2 Greenhouse Effect Research Om de opwarming tegen te gaan ‘zou het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch beperkt moeten worden,’ Bron: Dit citaat komt uit deze 'primer' uit 1982 over klimaatverandering voor het Exxon Management. een Exxon-medewerker.

De oliebedrijven zochten elkaar algauw op om hierover te Ze kenden elkaar al, van de branche-verenigingen, maar ook van oudere lobbygroepen die werden gebruikt om milieubeleid tegen te werken. Het beste voorbeeld is de Smoke and Fumes Committee, dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht door Amerikaanse oliebedrijven om de publieke opinie over milieukwesties te beïnvloeden. De website van het Center for International Environmental Law. zo weten we dankzij recente Zie bijvoorbeeld dit verhaal uit de Los Angeles Times: ‘Big Oil braced for global warming while it fought regulations.’ onthullende En dit verhaal van Inside Climate News: ‘Exxon’s Oil Industry Peers Knew About Climate Dangers in the 1970s, Too.’ verhalen Inside Climate News: ‘CO2’s Role in Global Warming Has Been on the Oil Industry’s Radar Since the 1960s.’ uit Amerikaanse media. Tussen 1979 en 1983 deelden alle grote oliebedrijven hun onderzoek over het klimaat in een gezamenlijke task force van hun branchevereniging het American Petroleum Institute (API). De task force nam de Er waren nog onzekerheden in de klimaatwetenschap, maar het onderzoek dat over tafel ging liet aan duidelijkheid weinig te wensen over. In 1968 schreven twee onderzoekers – Elmer Robinson and R.C. Robbins – van het Stanford Research Institute bijvoorbeeld een rapport voor de API, waarin ze stelden dat de potentiële schade van CO2 aanzienlijk was en waarschuwden dat ‘de toekomst een ernstige bron van zorg is.’ ‘Het heeft iets ironisch,’ schreven de onderzoekers, ‘dat er gezien de waarschijnlijke gevolgen van massale CO2-uitstoot maar zo weinig aandacht is voor CO2 als belangrijke luchtvervuiler.’ Inside Climate News: CO2's Role in Global Warming Has Been on the Oil Industry's Radar Since the 1960s. en dacht al in 1980 na over Volgens de notulen van een vergadering op 29 februari 1980 opperde Bruce S. Bailey van Texaco een idee ‘ter overweging’: ‘dat de Task Force basisregels op zou moeten stellen voor het vrijmaken van energie uit brandstof en het opschonen van brandstoffen, aangezien er een verband is met de productie van CO2’. Inside Climate News: Exxon's Oil Industry Peers Knew About Climate Dangers in the 1970s, Too

De oliebedrijven wisten méér dan het publiek

Met hun gedeelde kennis hadden de oliebedrijven een flinke voorsprong op het publiek. Het Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is een wetenschappelijk orgaan dat in 1988 werd opgericht door de Verenigde Naties. Bij het IPCC zijn honderden experts van over de hele wereld aangesloten. Zij overzien de vele honderden studies die de klimaatwetenschap voortbrengt. Om de vijf à zes jaar publiceert het IPCC een samenvatting van alle literatuur over het klimaatprobleem. werd pas in 1988 opgericht, en media-aandacht voor het klimaatprobleem kwam pas toen goed op gang. In juni van dat jaar vond in het Amerikaanse congres een hoorzitting plaats over klimaatverandering. De jonge klimaatwetenschapper James Hansen stal de show. Hij zei voor het oog van de wereld dat de aarde al met een halve graad Celsius was Ten opzichte van het 1950-1980 gemiddelde. Het was 99 procent zeker dat dit geen natuurlijke variatie was, zei Hansen, maar een gevolg van menselijke uitstoot.

‘Sterke reductie fossiele brandstof vereist om klimaatverandering tegen te gaan’, kopte The New York Times de volgende dag op de voorpagina.

Shell had toen al begrepen dat klimaatverandering gevolgen zou hebben voor de eigen In de studie uit 1986 worden ‘directe operationale gevolgen’ als eerste genoemd in een lijstje van ‘Implicaties voor de energie-industrie’. In 1989 paste de organisatie Dat Shell het platform aanpaste weten we dankzij dit onderzoek van The Los Angeles Times. het ontwerp van een boorplatform aan om rekening te houden met extremer weer en een In 1989 werd besloten over het ontwerp van de Troll, een offshore gasproductieplatform dat in 1995 in de Noordzee is gebouwd. De betonnen constructie werd een of twee meter opgehoogd, om het bouwwerk, dat 3 miljard dollar kostte, tegen zeespiegelstijging te beschermen. Ook werd de constructie versterkt omdat men rekening hield met sterkere golven als gevolg van klimaatverandering. Dit is aan het licht gekomen door een publicatie in de LA Times. Volgens de krant hield Shell ook bij het ontwerp van de Europipe - een gaspijpleiding van de Noordzee naar de Duitse kust - in 1994 rekening met de mogelijke gevolgen van klimaatverandering. The Los Angeles Times: ‘Big Oil braced for global warming while it fought regulations.’ Net als de andere oliebedrijven nam Shell intern dus het zekere voor het onzekere; het hield rekening met de gevolgen van klimaatverandering. Shell begon de eigen milieuprestaties te meten, startte onderzoek naar de afvang en opslag van CO2 en ontwikkelde programma’s om het affakkelen van aardgas te beperken en het energiegebruik Bron: Keetie Sluyterman in The Business History Review: 'Royal Dutch Shell: Company Strategies for Dealing with Environmental Issues' (2010).

Dat waren kleine stapjes in de juiste richting, maar Shell wist dat het probleem Groei vs. groen is een terugkerend refrein. Dat blijkt uit interne documenten uit de jaren 70 en 80, en uit speeches van Shelltopmannen uit de jaren 90. Milieubehoud en economische groei stonden met elkaar op gespannen voet, werd steeds benadrukt. In 1988 zei Shell in een interne milieu-rapportage bijvoorbeeld al dat het Brundtlandrapport (over duurzame ontwikkeling) te optimistisch was over het combineren van milieu-doelen én groei. Het dilemma werd ook helder geschetst in een speech van topman Lo van Wachem waarvan ik een kopie in handen heb, ‘The three-cornered challenge – energy, environment and population’ (1992). Keetie Sluyterman in The Business History Review: 'Royal Dutch Shell: Company Strategies for Dealing with Environmental Issues' (2010). De verbranding van olie, gas en kolen leverde per definitie problemen op voor milieu en klimaat, maar tegelijkertijd had de groeiende wereldbevolking méér fossiele energie nodig. Om een gesprek over dit duivelse dilemma tussen groei en milieu op gang te brengen, maakte Shell in 1991 de film Climate of Concern. ‘Nu actie ondernemen is de enige veilige verzekering die we hebben’, zei de voice-over. Bekijk hier Climate of Concern en lees meer over de Shell Film Unit. Climate of Concern verscheen in verschillende talen en versies, onder meer Arabisch, Turks en Nederlands, en werd wereldwijd vertoond.

Vimeo
Bekijk hier de volledige versie van Shells klimaatfilm Climate of Concern (1991). Klik rechtsonder in de player op ‘cc’ om de ondertiteling aan te zetten.

Maar in de film loste Shell het dilemma niet op, en in de jaren daarna zou het bedrijf – net als de rest van de samenleving – klem blijven zitten tussen groei en groen. ‘Het is slecht voor ons allemaal als economische activiteiten het milieu schaden,’ zei Shelltopman Mark Moody-Stuart in 1994 tijdens een speech in Jakarta. ‘Aan de andere kant kunnen generaties nu en in de toekomst alleen in hun behoeftes voorzien door verdere Economische ontwikkeling zonder fossiele energie was nog haast ondenkbaar omdat duurzame alternatieven nog veel te klein waren en niet snel genoeg konden groeien, zei Moody-Stuart. Hij zag het daarom als Shells verantwoordelijkheid om door te gaan met het winnen van fossiele energie en zo tijd te kopen voor de ontwikkeling van alternatieven. Hij maakte het niet mooier dan het was: ‘De basisactiviteit van de olie- en gasindustrie is de productie van koolwaterstoffen – een eindige bron. Het staat buiten kijf dat alles wat nu wordt geproduceerd, in de toekomst niet door ons nageslacht kan worden geproduceerd. De olie- en gasindustrie is daarom, zoals alle winningsindustrieën, van zichzelf fundamenteel niet-duurzaam – en we moeten niet doen alsof dat niet zo is.’ (Bron: Environmental action – a shared responsibility, speech van Mark Moody-Stuart, januari 1994)

Shell wilde zich verantwoordelijk opstellen, maar vond ook dat het niet de zwaarste lasten hoefde te dragen in het zoeken naar een oplossing, omdat uiteindelijk alleen internationale samenwerking tussen overheden dit probleem kon oplossen.

Dat was precies wat regeringsleiders zich inmiddels ook hadden gerealiseerd. In 1992 tekenden ze in Rio de Janeiro een Bron: Hier de tekst van het United Nations Framework Convention on Climate Change (1992). om ‘gevaarlijke menselijke beïnvloeding van het klimaat’ te voorkomen.

Maar toen ze dat verdrag wilden gaan uitvoeren, werden ze keihard tegengewerkt. Uitgerekend door bedrijven zoals Shell, die al sinds de jaren tachtig onderzoek deden naar het klimaatprobleem. Dat brengt ons naar Amerika en het tweede hoofdstuk van dit verhaal: hoe de oliebedrijven op de rem trapten door het publiek zand in de ogen te strooien.

Shell en andere oliebedrijven zaaien bewust klimaattwijfel

Toen regeringsleiders eind jaren tachtig hardop begonnen na te denken over manieren om klimaatverandering op te lossen, besloot een groep Amerikaanse oliebedrijven dat het tijd was voor een tegengeluid. In 1989 richtten ze de Global Climate Coalition op. De lobbygroep kreeg twee doelen: twijfel zaaien over de klimaatwetenschap en benadrukken dat regulering – als die er dan toch kwam – de samenleving duur zou komen te staan. Alle grote Amerikaanse oliebedrijven waren lid, waaronder Shell Oil, een van de grootste dochtermaatschappijen van de Royal Dutch Shell Group.

Lees in de Los Angeles Times meer over Exxons twijfelcampagne: ‘How Exxon went from leader to skeptic on climate change research.’ Exxon had de basis gelegd. In 1988 Bron: 1988 Exxon Memo on the Greenhouse Effect een public affairs manager het ‘Exxon-standpunt’: ‘het benadrukken van de onzekerheid in de wetenschappelijke conclusies over het mogelijk versterkte broeikaseffect.’ De reden voor deze opstelling was duidelijk: te hard ingrijpen zou kunnen leiden tot ‘onomkeerbare en dure draconische Bron: 1989 Presentation to Exxon Board of Directors on Greenhouse Gas Effects (p. 20, 27, 31-32).

De sceptische argumenten die in Amerika werden gefabriceerd, verspreidden zich over de wereld en bereikten ook Shells kantoren in Europa. Shellmedewerker Peter Langcake werd aan het werk gezet om de golf van sceptische argumenten te wegen. Langcake was zich bewust van het grote belang van zijn onderzoek. In de inleiding van zijn rapport uit 1994 schrijft hij: ‘De dreiging van klimaatverandering is en blijft de belangrijkste milieukwestie voor de fossiele brandstoffenindustrie, met grote gevolgen voor de business.’

In De titel van de studie luidt: ‘The Enhanced Greenhouse Effect. A review of the Scientific Aspects. By P. Langcake.’ De studie is uit december 1994 en vermeldt ‘update’ – kennelijk was er enkele jaren eerder al een vergelijkbare studie gedaan. die ik in handen heb, bespreekt Langcake de recente rapporten van het IPCC en de ‘alom bekende wetenschappelijke grondslagen’ uit de klimaatwetenschap waarover ‘volledige concensus’ is (zoals het feit dat meer broeikasgassen in de atmosfeer meer warmte vasthouden). Vervolgens wendt hij zich tot de sceptici, ‘een behoorlijke minderheid; die stelde dat ‘de zorgen over de opwarming van de aarde overdreven en ondoordacht zijn.’ Langcake weegt al hun bezwaren, maar vindt ze niet overtuigend en legt ze Langcake weeg de sceptische bezwaren, zoals de onzekerheid in klimaatmodellen, de onvoorspelbare rol van oceanen in het absorberen van CO2 en warmte, en de (on)betrouwbaarheid van gegevens over het klimaat in de prehistorie. Deze argumenten ‘lijken een geweldig tegenwicht te vormen tegen de broeikas-hypothese, of tenminste te zorgen voor gezonde scepsis,’ schreef Langcake in zijn conclusie. ‘Toch stellen ze vooral vragen of wijzen ze op onzekerheden, zonder een overtuigende alternatieve theorie te bieden. IPCC-wetenschappers kennen deze argumenten en hebben hun opvattingen niet noemenswaardig aangepast. Wie ervan uitgaat dat aarde inderdaad opwarmt, kan stellen dat de onzekerheid twee kanten op gaat – de gevolgen kunnen ook groter zijn dan voorspeld.’ De klimaatwetenschap kon ‘Het is daarom onmogelijk om de broeikas-hypothese af te doen als wetenschappelijk ondeugdelijk: aan de andere kant zou elke beleidsmaatregel expliciet rekening moeten houden met de zwaktes in de wetenschappelijke redenering.’ en het ‘Menselijke activiteiten hebben bijgedragen aan de toename van broeikasgassen in de atmosfeer, en dat moét wel enige gevolgen hebben voor het stralingsevenwicht dat uiteindelijk het klimaat op aarde bepaalt. Daarentegen is het niet mogelijk om de gevolgen voor het klimaat te kwantificeren als het gaat om timing, omvang of de regionale spreiding. Ook is het niet mogelijk om de betekenis van de veranderingen af te zetten tegen de natuurlijke variatie van het klimaat.’

Langcakes conclusies bereikten de top van het bedrijf. Ze werden in 1995 opgenomen in een Management Brief waarvan ik een kopie in handen kreeg. Een jaar later zei topman Mark Moody-Stuart publiekelijk dat de toename van CO2 in de atmosfeer waarschijnlijk tot opwarming leidde. De industrie moest klimaatverandering niet Mark Moody-Stuart zei dit tijdens zijn speech ‘Winners and Losers? Meeting the Upstream Challenges of the 21st Century,’ gegeven op 9 september 1996 in Caracas, Venezuela. Keetie Sluyterman in The Business History Review: 'Royal Dutch Shell: Company Strategies for Dealing with Environmental Issues' (2010).

Hoe oliebedrijven de publieke opinie bespeelden om klimaatactie tegen te houden

Maar de lobbygroepen waarvan Shell lid was, bleven dat – in weerwil van In 1995 was ook binnen oliebranchevereniging the American Petroleum Institute (API) al op papier gezet dat de wetenschap over menselijke beïnvloeding van het klimaat door CO2 ‘zeer beproefd’ was, ‘het kan niet worden ontkend.’ wel doen. In aanloop van de klimaattop die in 1997 in Kyoto zou plaatsvinden, voerde de Global Climate Coalition (GCC) de twijfelcampagne op. Alle middelen werden ingezet om de twijfel te verspreiden: reclames, advertorials in nationale kranten, speciale memo’s voor journalisten en congresleden.

Een van de tactieken: de productie van een video die beweerde dat een verhoogde CO2-concentratie voor hogere opbrengsten in de landbouw zou zorgen en zo de honger zou helpen uitroeien. Een boodschap die geen recht deed aan de waarschuwingen van klimaatwetenschappers - en die bovendien diametraal tegenover het rampscenario stond dat Shell al eerder in Climate of Concern had geschetst. De mainstream opvatting was - en is - juist dat de klimaatverandering de wereldwijde landbouw meer kwaad dan goed zou doen.

In 1995 schreef de GCC in een Bron: GLOBAL CLIMATE COALITION (GCC): Primer on Climate Change Science: Final Draft, 6 december 1995 (p. 28) dat ‘de meeste wetenschappers hun twijfels hebben bij de dramatische voorspelling dat Groenland of het ijs van de Zuidpool zou smelten,’ wat aantoonbaar in tegenspraak was met de kennis die eerder binnen Shell was In het rapport uit 1994 schreef Langcake: ‘Er zijn ook andere belangrijke wetenschappelijke ontwikkelingen, zoals nieuwe informatie uit ijskernen op Groenland. Die laat zien dat het klimaat in het verleden vaker en substantiëler is veranderd dan voorheen werd aangenomen. Ook is er meer bewustzijn over de cruciale invloed van oceaanstromingen op regionale klimaatsystemen. Deze patronen lijken relatief instabiel te zijn en gevoelig voor verstoringen.’ (Bron: December 1994 (update): The Enhanced Greenhouse Effect. A review of the Scientific Aspects. By P. Langcake. (Shell research))

De GCC schreef ook een Bron: Het rapport ‘The IPCC: Institutionalized Scientific Cleansing’ werd verspreid naar verslaggevers, congresleden en sommige wetenschappers, schrijven Naomi Oreskes en Erik Conway in hun boek Merchants of Doubt (p.207). om de legitimiteit van het IPCC - door Shellmedewerker Peter Langcake in 1994 omschreven als ‘de meest samenhangende, gezaghebbende en invloedrijke weerslag van wetenschappelijke opvattingen over Klimaatverandering’ – te ondermijnen.

De medewerkers op Shells hoofdkantoren in Europa vonden de twijfelcampagne veel te ver gaan, en Shell werd onder druk gezet door de milieubeweging. In Bron: Shell withdraws from Global Climate Coalition (Oil & Gas Journal) - 05/04/1998 stapte Shell Oil, na bijna tien jaar aan twijfelzaaien, eindelijk uit de Global Climate Coalition.

De schizofrene relatie van Shell met de wetenschap

Alle Shellvestigingen erkenden vanaf dat moment het verband tussen menselijke Vanaf 1998 erkenden alle Shellvestigingen eensgezind dat het klimaatprobleem bestond. Vanaf dat moment communiceerden alle Shellvestigingen gelijkgezind over het klimaat. In een publiek ‘corporate sustainability report’ erkende Shell in 1998 dat de stijgende wereldwijde temperatuur ‘[was] possibly due in part to greenhouse gas emissions caused by human activity.’ (Bron: The Shell Report: Profits and Principles. Does there have to be a choice?, p. 40). Shell was een van de eerste oliebedrijven die klimaatverandering publiekelijk erkende. maar de oude spagaat – die tussen groei en milieu – zorgde ervoor dat Shell een schizofrene relatie met de wetenschap Aan de ene kant wilde het bedrijf de feiten serieus nemen. ‘Klimaatverandering is mogelijk de ernstigste en ingewikkeldste milieukwestie waar we als mensheid ooit mee te maken hebben gehad,’ stelde een interne Management Brief over het IPCC uit 1996 (waarvan ik een kopie in handen heb). Aan de andere kant gebruikte het bedrijf argumenten over ‘onzekerheid’ in de wetenschap om te voorkomen dat het zou worden getroffen door ‘onverstandig beleid.’ Shell begon actief te pleiten tegen een ‘overreactie’ van overheden door te wijzen op ‘onzekerheden’ in de De dubbelzinnige opstelling was het duidelijkste te zien in de review van Langcake uit 1994. Het broeikaseffect was reëel, schreef hij, maar ‘elke beleidsmaatregel expliciet rekening moeten houden met de zwaktes in de wetenschappelijke redenering.’ Het was alsof Shell zei: van roken krijg je kanker, maar er is ook een kans dat je er niet ziek van wordt. Hou daar rekening mee als je overweegt te stoppen.

Het bedrijf begon voorwaarden te stellen aan het beleid. ‘Alles wat we doen moet gebaseerd zijn op degelijke wetenschap, rekening houdend met kosten en baten en de economische behoeftes en ambities van zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden,’ schreef Shell in Bron: Folder: Shell and the environment (1995). In Kyoto moesten wereldleiders waken voor ‘onbezonnen beleidsmaatregelen,’ want die zouden net als klimaatverandering ‘serieuze economische gevolgen’ Bron: ‘De mogelijkheid dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door het versterkte broeikaseffect kan aanzienlijke zakelijke gevolgen hebben voor de fossielebrandstof-industrie. De opwarming van de aarde heeft mogelijk enorme consequenties, maar ook onbezonnen beleid kan grote economische impact hebben.’ (Bron: Februari 1995: Climate Change. Shell Management Brief.) Alleen ‘no regret’-maatregelen waren geoorloofd – maatregelen zoals energiebesparing die sowieso economisch voordeel De officiële Shell-positie werd door Langcake in 1994 geformuleerd: ‘De onzekerheid in de wetenschap en de evolutie van energiesystemen tonen aan dat het prematuur is om broeikasgassen verder te beperken dan de ‘no regret’-maatregelen vragen, omdat middelen dan niet elders kunnen worden ingezet en markten verder verstoord raken.’

Alle maatregelen die op korte termijn geld zouden kosten maar op lange termijn flinke baten zouden opleveren – zoals investeringen in een schone energievoorziening – werden de facto tot ‘regret’-opties verklaard: dingen waarvan je spijt zou krijgen. ‘Onomkeerbare acties moeten worden vermeden,’ stelde een Management Brief over het IPCC waarvan ik een kopie in handen kreeg.

Het effectiefste excuus ooit: ‘De markt gaat dit wel oplossen’

Het was heel duidelijk wat voor type beleid als ‘onbezonnen’ werd beschouwd. In hun inventarisatie van mogelijke beleidskeuzes schreven de onderzoekers in 1986 al dat alleen ‘draconische maatregelen zoals een wereldwijd verbod op kolenverbranding enig significant Bron: Dat bleek, schreven Shells onderzoekers, uit een rapport van de Amerikaanse milieuwaakhond EPA uit 1983. Shell – in die tijd nog actief in de steenkool – zag zulke oplossingen als ‘economisch noch politiek haalbaar.’ ‘Hoewel het in theorie mogelijk is om het gebruik van fossiele brandstoffen via wetgeving in te perken, is een wereldwijde reductie op wat voor manier dan ook extreem onwaarschijnlijk.’

De wens was hier duidelijk de vader van de gedachte, want lang niet iedereen was het met die stelling eens. De Amerikaanse milieuwaakhond EPA had bijvoorbeeld al in 1983 aangedrongen op ‘onmiddelijke actie’ om het gebruik van kolen te beperken. Shell was in 1986 ook al Bron: In het onderzoek uit 1986 schreven de Shellmedewerkers zelf over deze studie van de Amerikaanse National Research Council. van een onderzoek van de Amerikaanse National Research Council (uit 1983) dat concludeerde dat beleidsmaatregelen ‘zoals een stevige belastingheffing op fossiele brandstoffen effectief zouden kunnen zijn.’ In een Management Brief uit 1996 over het nieuwste IPCC-rapport stond kortweg: ‘Overheden kunnen een breed scala aan maatregelen inzetten om klimaatverandering In de interne Management Brief uit 1996 werd het nieuwste IPCC-rapport bondig geparafraseerd: '* Klimaatverandering vormt een significante bedreiging van de maatschappij en ecosystemen; * Bestaande en te verwachten technologische mogelijkheden kunnen de toekomstige uitstoot substantieel beperken; * Overheden kunnen een breed scala maatregelen inzetten om klimaatverandering tegen te gaan.’ ‘Dit lijkt een oproep tot politieke actie,’ schreef Shell. ‘Er is geen excuus om niks te doen.’

Het nieuwste IPCC-rapport ‘lijkt een oproep tot politieke actie,’ schreef Shell. ‘Er is geen excuus om niks te doen.’

Maar sterk overheidsingrijpen was niet in het belang van Shell en de andere oliebedrijven, en dus geloofden ze er niet in. Hoewel geen serieuze klimaatwetenschapper voor een afwachtende houding pleitte, was dat precies waar de oliebedrijven voor lobbyden.

Ze kregen bijval van economen die geloofden dat innovatie en marktkrachten voor de beste, efficiëntste oplossingen '‘Koolstofvrije’ nieuwkomers kunnen concurrerend worden door de tucht van de markt: de markt zal bepalen welke technologie de beste is,’ schreef Shell in februari 1995 in een Management Brief. Het ‘De industrie vindt dat overheidsregels moeten zorgen voor een eerlijk speelveld, en dat die regels effectief en economisch uitvoerbaar moeten zijn.’ Keetie Sluyterman in The Business History Review: 'Royal Dutch Shell: Company Strategies for Dealing with Environmental Issues' (2010). moest worden bewaakt en de markt mocht niet ‘verstoord’ worden. De afwachtende houding werd verdedigd met een simpele, maar onbewijsbare claim: dat hard ingrijpen om klimaatverandering te voorkomen de samenleving meer zou kosten dan opleveren.

En zo klein als het vertrouwen in effectief klimaatbeleid van overheden was, zo groot was het vertrouwen in ‘de markt.’ Ten onrechte, zo zou blijken uit Shells eigen poging om een duurzame business op te richten. Dat brengt ons terug naar Europa en bij hoofdstuk drie van dit verhaal.

500 miljoen voor duurzaam (en hoe dat uitliep op niets)

6 oktober 1997. Jeroen van der Veer is nog maar net toegetreden tot de Group of Managing Directors – Shells variant op de Raad van Bestuur – als hij een persconferentie belegt in Londen. Hij heeft een grote aankondiging: Shell gaat een nieuwe bedrijfstak oprichten voor duurzame energie. ‘[Hernieuwbare energie is een uitdaging] voor particuliere bedrijven, de markt moet dit oppakken,’ zegt Van der Veer.

De economische vooruitzichten waren zonnig, zo zonnig dat Shell besloot in een periode van vijf jaar 500 miljoen dollar te investeren. De organisatie hield er op dat moment al rekening mee dat duurzame bronnen in 2050 tot wel de helft van alle energie zouden leveren. Shell wilde vóór 2005 10 procent van de markt voor zonne-energie veroveren. Verlies werd aanvankelijk op de koop toegenomen. ‘Het worden grote markten, dus willen we er vroeg bij zijn,’ Bron: Van der Veer deed deze uitspraak in NRC Handelsblad in mei 2000.

Shell maakte volop reclame met de groene ambities. In The Financial Times plaatste het in maart 1999 een grote advertentie om bekend te maken dat het ‘de zaadjes voor duurzame energie’ ‘Shell speelt een grote rol in het afkomen van olie en gas, en nu planten we de zaadjes voor hernieuwbare energie met Shell International Renewables, een nieuwe business die hernieuwbare energie rendabel wil maken.’ Het bedrijf leek daadwerkelijk op de goede weg. ‘Shell heeft de juiste visie,’ zei Greenpeace-activist Diederik Samsom in Bron: Samsom deed zijn uitspraak in augustus 2001 in de Volkskrant. Het bedrijf investeerde behalve zon ook in biobrandstoffen, windenergie, en waterstof – en hoopte met ten minste één van die activiteiten winst te gaan maken. Dat was een vereiste. ‘We kunnen ons geen rituele geldbranding veroorloven,’ Van der Veer deed deze uitspraak in NRC Handelsblad in september 2000.

De duik in het diepe die niet lukte

Maar het duurzame avontuur viel zwaar tegen. De 500 miljoen dollar die Van der Veer investeerde, zorgde niet voor de gehoopte ‘technologische doorbraak’. De zonnepanelen leverden onvoldoende op, de vraag voldeed niet aan de verwachtingen, concurrenten wisten sneller te groeien en de subsidies die Shell nodig had om door te gaan, werden soms ineens afgeschaft, zoals in Japan in 2002.

Na een ‘Begin 2004 kwam aan het licht dat Shell de bewezen olie- en gasreserves volgens de regels van de Amerikaanse beursautoriteit SEC te hoog in de boeken had staan. De bewezen reserves werden destijds met 3,9 miljard vaten ofwel met 20 procent afgewaardeerd.’ RTL Nieuws, 29 mei 2009: 'Schikking Shell in reservezaak bindend.' kwam Shell onder druk te staan van aandeelhouders om nieuwe olie- en gasvoorraden te vinden en de winstgevendheid op te krikken. De groene activiteiten veranderden toen in rap tempo in een hoofdpijndossier. Ze leverden naar Shells maatstaven onvoldoende op en werden een voor een weer stopgezet. Biomassa, geothermie, waterstof - Shell stapte eruit of schroefde de ambities drastisch terug. In juni 2006 noemde Van der Veer zonnepanelen ‘een doodlopende straat.’ ‘Mensen schatten de mogelijkheden van deze energiebron Bron: Van der Veer deed deze uitspraak in mei 2006, zo schreef het Financieele Dagblad in mei 2008. In november van dat jaar verkocht Shell al zijn belangen in de sector.

Tijdens de financiële crisis, in maart 2009, maakte Shell bekend voorlopig helemaal te stoppen met investeringen in zonne- en In 2008 trok het zich ook terug uit grootste windpark ter wereld, dat het zou gaan helpen bouwen ten oosten van Londen. Alleen de investeringen in biobrandstoffen en de afvang en opslag van CO2 werden voortgezet, omdat die dichter bij de kernactiviteten van het Shell heeft veel kennis van de ondergrond, wat nodig is voor de opslag van CO2. In Shells fabrieken werken chemici met aardgas en allerhande petrochemische processen - hun kennis kan ook ingezet worden voor biobrandstoffen. De afvang en opslag van CO2 en biobrandstoffen liggen dus dicht bij de kernactiviteiten van het bedrijf.

De duik in het diepe die wél lukte

Het doorzettingsvermogen dat Shell voor groene energie niet kon opbrengen, legde het in dezelfde periode wel aan de dag voor een van de vervuilendste energiebronnen op aarde: teerzandolie. Dat is olie die wordt gewonnen uit teerzand, een mengsel van klei, zand en olie in (semi)vaste vorm. Om te zorgen dat graafmachines de teerzanden uit open mijnen kunnen opgraven, moeten bossen en ecosystemen worden gestript; om de olie vervolgens te verwerken zijn gigantische hoeveelheden energie nodig. Het proces gaat met ‘Je ploegt in feite een heel continent om, om er de olie uit te halen,’ vertelde een oud-medewerker me. onvoorstelbare vervuiling gepaard: de gebieden waar teerzanden worden gewonnen zien eruit als een soort maanlandschap, grauw en kaalgeslagen. De residubekkens zijn zo uitgestrekt dat ze vanuit de ruimte zichtbaar zijn.

In 1999 was Shell al met een groot project begonnen in de Canadese provincie Alberta. Een noodzakelijke stap, Bron: Van der Veer deed deze uitspraak in NRC Handelsblad in september 2001. ‘Het is duidelijk dat we olie, gas en kolen nog lang niet kunnen missen.’ Een wereld zonder olie was ‘vooralsnog een droom, tenzij die wereld een grote verarming accepteert.’

Vanaf 2006, toen de activiteiten in zonne-energie werden verkocht, begon Shell honderden miljoenen uit te geven om concurrenten in Canada uit te kopen. In maart 2007 gaf het bedrijf in één klap 7,4 miljard dollar uit om strategische controle te verkrijgen over de belangrijkste Canadese teerzandreserves. De investeringen die het bedrijf in duurzame energie en CO2-opslag deed – jaarlijks gemiddeld 250 miljoen dollar in de tien jaar na Van der Veers aankondiging – staken er bleekjes bij af.

Shell verdedigde de investeringen door te wijzen op het oude dilemma tussen groei en groen. De wereld wilde Shell worstelt nog altijd met dit dilemma, zo bleek uit mijn interview met deze medewerker. De Shelldialogen (1): minder armoede of een veilig klimaat, wat kies jij? geen armoede maar ontwikkeling, en Shell zou daarvoor de brandstoffen leveren.

Maar de teerzanden wierpen een Zie dit rapport: ‘Shell’s Big Dirty Secret’ over ondermeer teerzanden, geschreven in opdracht van onder meer Oil Change International. lange schaduw over alle andere goede pogingen om iets voor het klimaat te betekenen. Shell wist destijds al precies De productie van een vat teerzandolie zorgt voor 3 tot 4,5 keer zoveel CO2-uitstoot als de productie van conventionele olie. Shell wist dit in de jaren 90 al. Ik wijd hier binnenkort een aparte publicatie aan. Zie voor de cijfers deze ‘review of key facts in the oilsands debate’. de winning van teerzandolie zou veroorzaken. Vandaag is Shell Lees in het FD: De oliezanden van Shell. een van de grootste spelers in teerzanden, precies zoals het zich in 2007 Het strategische doel dat Shell voor zichzelf stelde was: ‘het grootste teerzand-bedrijf ter wereld worden.’ ‘Shells olieportfolio is een tikkende teerzandtijdbom,’ zegt Paul Spedding, voormalig chef olie & gas bij zakenbank HSBC en tegenwoordig senior adviseur bij de Britse denktank Carbon Tracker. ‘Als Shell op dit tempo doorgaat met olie produceren, dan zijn de conventionele reserves over negen jaar op. Maar de teerzanden blijven nog zeker twintig jaar olie opleveren. Zoals het er nu voorstaat, wordt de olieproductie van Shell dus zwaarder, duurder en met een hogere uitstoot.’

Onbedoeld liet het bedrijf in die jaren zien wat er gebeurde als je de transitie naar schone energie toevertrouwde aan de ‘marktkrachten’ in de olie- en gassector. Dan kwam er geen transitie. Zolang winstgevendheid het hoogste criterium bleef in de top van het bedrijf – en daar zorgden de managers, de concurrenten, de analisten en de aandeelhouders wel voor – kon Shell het dilemma tussen groei en groen niet oplossen en zou het blijven doen wat het altijd al deed: recordwinsten boeken met olie en gas. In 2008 bijvoorbeeld verdiende het bedrijf 31 miljard dollar.

Na het gefaalde groene avontuur keerde Shell zich af van duurzame energie en de bijhorende subsidies en zocht het naar een nieuwe manier om aan een oplossing bij te dragen. De oliegigant werd een steeds actievere pleitbezorger van CO2-beprijzing, een middel dat ervoor moest zorgen dat ‘de vervuiler betaalt.’ Een prachtig idee. Maar er was één probleem. Shell lobbyde in de centra van de macht intussen op zo’n manier dat dat principe nooit werkelijk zou worden toegepast. Dat brengt ons naar Brussel voor het vierde hoofdstuk van dit verhaal: Shells lobby.

De belangen van Shell gaan boven alles

Als ik Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) vraag naar Shells klimaatlobby, voelt hij enig ongemak. Want hij had nooit gedacht dat hij met Shell op één lijn zou zitten. Maar rond de hervorming van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) was dat toch echt het geval. ‘Shell is redelijk actief. Ze duiken niet.’

De emissiehandel werd in 2003 geïntroduceerd als hét Europese antwoord op klimaatverandering. Bedrijven moesten gaan betalen voor het recht om CO2 uit te stoten. Dat recht konden ze onderling verhandelen, en bovendien zou de totale hoeveelheid beschikbare emissierechten elk jaar krimpen, wat de prijs voor vervuiling zou opdrijven. Zo zou een prijsprikkel ontstaan voor verduurzaming.

Op papier was het geniaal, maar het liep uit op een Hoe het briljante idee van CO2-handel uitliep op een fiasco. fiasco. In de Brusselse wandelgangen werd de emissiehandel onschadelijk gemaakt. Industrieën die extra kosten vreesden, lobbyden keihard voor gratis rechten bij de Europese Commissie. Met succes. Er werden zoveel gratis rechten uitgedeeld dat bedrijven zelfs kans zagen te Van dé oplossing voor het klimaatprobleem wordt vooralsnog alleen de industrie beter. verdienen aan de verkoop ervan. Het omgekeerde van wat was beoogd.

Eickhout is één van de Europarlementariërs die al jaren vecht om het systeem in ere te herstellen en de CO2-prijs – die door alle gratis rechten was ingezakt – weer op te krikken. Hij pleitte er bijvoorbeeld voor om rechten uit de markt te halen zodat de prijs van uitstoot weer ging stijgen. En daarbij vond Eickhout dus een van de machtigste spelers van Brussel aan zijn zijde: Zie bijvoorbeeld dit pleidooi van Ben van Beurden in Forbes: ‘Why This ‘Big Oil’ CEO Believes In Applying A Price To Carbon.’ Shell.

Een prachtige lobby met één piepklein nadeeltje

Een CO2-prijs is Shells gedroomde klimaatbeleid. Het laat ‘de markt’ het werk doen en zorgt tegelijk dat het relatief schone aardgas – dat Shell volop in de aanbieding heeft – veel beter kan concurreren met steenkool, de vieze maar goedkope energie waar Shell in 2000 afscheid van Shell was vanaf 1973 actief in de steenkoolbusiness. Aanvankelijk lag de nadruk op steenkoolhandel, daarna werd het bedrijf ook actief in steenkoolexploratie, -productie en -mijnen. Vanaf 1993 begint Shell alle activiteiten in steenkool te verkopen, met de verkoop van de divisie Shell Coal in 2000 aan Anglo-American als sluitstuk. Bron: Geschiedenis van de Koninklijke Shell, p. 117-124.

Een prijskaartje op CO2-uitstoot zorgt er bovendien voor dat Shell geld kan gaan verdienen met de nu nog peperdure afvang en opslag van CO2-uitstoot. Shell doet daar al sinds de jaren negentig onderzoek naar en heeft inmiddels een Het grootste project is Quest in Canada. paar werkende fabrieken om uitstoot af te vangen. Maar de techniek kan pas breder worden ingezet als de consument de extra kosten ophoest. Een hogere CO2-prijs zou dat regelen. En dus Shell onderschreef bijvoorbeeld een oproep aan de VN, schrijft de Financial Times. lobbyt Een coalitie van multinationals waaronder Shell stuurde bijvoorbeeld deze brief naar het Europese parlement over reparatie van het ETS. Shell daarvoor.

Omdat Shell zich hard maakt voor een CO2-prijs, komt het als In Europa voert BP de lijst aan van meest tegenstribbelende oliebedrijven, schrijft The Guardian. een van de beste oliebedrijven uit de bus in de Hier vind je de ranking. ranking van de Londense non-profitorganisatie Influence Map. Maar Shells inzet heeft ook een nadeel: al het andere klimaatbeleid moet wijken. Politici die iets méér willen dan een CO2-prijs, krijgen Shell tegen zich.

Hoe Shell lobbyde tegen duurzame energiedoelen

Zo is Shell vanaf The Guardian schreef dit verhaal over Shells lobby tegen duurzame energiedoelen. oktober 2011 een van de belangrijkste stemmen in de Brusselse lobby tegen verplichte doelstellingen voor duurzame energie en energiebesparing. De Europese Commissie wilde die doelen voor 2030 vastleggen. Maar volgens Shell en andere multinationals zoals BP en Total moest Europa alleen een CO2-doel formuleren en voor een hoge CO2-prijs zorgen. Vervuiling zou dan duur worden, de rest ging vanzelf en de uitstoot zou dalen. Samen met oliebedrijf Statoil begon Shell een One Target Coalition om de lobby kracht bij te zetten.

Een goed werkend emissiehandelssysteem zou vanzelf prikkels uitdelen voor energiebesparing en voor duurzame energie, zeiden de multinationals. Dat was nogal optimistisch geredeneerd. De praktijk had bijvoorbeeld al uitgewezen dat alleen prijsprikkels bij lange na niet voor Uit onderzoek was gebleken dat er zelfs bij een perfect functionerend ETS extra beleid nodig was om dit soort ‘marktfalen’ te corrigeren en de energievoorziening ingrijpend te verduurzamen. In een persbericht over dit onderzoek schreef het PBL: ‘Carbon pricing, by way of the current EU ETS, is a cost-effective and efficient way to reduce greenhouse gas emissions in the short term. But it proves to be insufficient to stimulate innovations and energy efficiency. For this, complementary targets and policies are needed.’ De oliebedrijven stelden hier een theoretisch argument tegenover. Aparte doelstellingen zouden het ETS juist ondermijnen. Het verplicht behalen van een bepaald percentage duurzame energie zou er bijvoorbeeld voor zorgen dat er meer uitstootrechten op de markt beschikbaar kwamen – elektriciteitsbedrijven die groen produceerden hoefden immers geen rechten te kopen – waardoor de CO2-prijs zou inzakken en vervuiling weer goedkoper werd. Dit argument klopt in theorie, maar gezien het feit dat het ETS nauwelijks werkt, is het niet erg pragmatisch om juist dít argument de doorslag te laten geven in een afweging over de juiste beleidsmaatregelen op Europees niveau. Ik heb dit argument daarom niet in de hoofdtekst van dit artikel opgenomen. PBL, 2013: EU policy options for climate and energy beyond 2020, p.8 en p.9.

En nog een praktisch probleem: de CO2-prijs was veel te laag omdat de Europese industrie veel te veel gratis rechten hadden geëist. Shell had via Shell lobbyde bijvoorbeeld voor gratis emissierechten via CEFIC, de branchevereniging voor chemiebedrijven waar Shell lid van is om de belangen van zijn petrochemische fabrieken te beschermen. Via de European Roundtable of Industrialists lobbyde Shell met succes voor gratis uitstootrechten voor zijn raffinaderijen. zelf Bron: Tijdens een consultatie van de Europese Commissie stelde Shell: ‘CO2 costs for electricity produced and used on site should also be fully offset with free allocations. ' Shell wilde dus niet betalen voor de CO2-uitstoot van elektriciteit die het op eigen locaties opwekt. ‘This is particularly important for offshore oil and gas platforms where such costs are especially high,’ schreef Shell. Consultation on revision of the EU Emission Trading System Directive, March 2015, p 4 aan de wedloop om gratis rechten die van het vlaggenschip van het Europese klimaatbeleid een brekebeen had gemaakt.

Dat was ook precies de reden dat Europarlementariërs zoals Eickhout naast de voorgenomen De reparaties zijn tot op heden niet gelukt. Het paradepaardje van het Europese klimaatbeleid blijft een brekebeen. reparaties van het emissiehandelssysteem óók wilden vasthouden aan aparte doelstellingen voor duurzame energie en energiebesparing. Het vastleggen van zulke doelen zou investeerders zekerheid geven en de grip van overheden op de energievoorziening vergroten.

Shell zei ‘Ons standpunt is duidelijk: wij steunen een ambitieus GHG [broeikasgas]-doel, gedreven door een sterke en goed functionerende koolstofmarkt. Dit zorgt voor de meest kostenefficiënte manier van decarbonisatie. Een sterk ETS in combinatie met een focus op het financieren van innovatie steunt de ontwikkeling van hernieuwbare energie zonder dat bindende targets nodig zijn.’ The Guardian: Shell lobbied to undermine EU renewables targets, documents reveal - en had daar goede redenen voor. Een aparte doelstelling voor energiebesparing zou Shells raffinaderijen en chemiefabrieken treffen, omdat daar veel energie wordt verbruikt. Een aparte doelstelling voor duurzame energie zou de weg vrijmaken voor snellere groei van windmolens en zonnepanelen. En uiteindelijk zijn dat gewoon concurrenten van aardgas, waar Shell nog vele jaren aan hoopt te verdienen.

Shell wil het beste voor het klimaat, maar het wil niet stoppen met olie en gas

Het enige klimaatbeleid dat Shell accepteert is dus de heilige graal: een CEO Van Beurden is eerlijk over het feit dat een CO2-prijs Shells belangen dient. perfecte CO2-prijs die de concurrentiepositie van de eigen raffinaderijen en chemiefabrieken niet raakt, die de kosten doorschuift naar consumenten, de status quo ongeroerd laat en hoogstens meer geld oplevert, omdat de concurrentie van kolen wegvalt en omdat Shell kan gaan verdienen aan de afvang en opslag van CO2.

In feite kan Shell eindeloos pleiten voor een CO2-prijs, en ondertussen gewoon verder gaan waarmee het toch al bezig was. Als het eindelijk lukt om de CO2-prijs op te voeren, zal de klant hoogstens meer gaan betalen voor de producten die Shell toch al levert. Bedrijven zoals Shell, die aan de oorsprong van de fossiele vervuiling staan, hoeven niets extra’s te betalen.

Het moge duidelijk zijn dat het niet alleen Shells schuld is dat de emissiehandel niet werkt of dat er tot nu toe geen strenger klimaatbeleid is gekomen. Beleidsmakers zijn zo slap geweest om te luisteren naar de lobby van multinationals zoals Shell – of zo naïef om te denken dat ‘de markt’ het klimaatprobleem zou oplossen.

Maar het opportunisme van de oliegigant is onmiskenbaar. Bekijk Shells klimaatlobby Oud-diplomaat en klimaatafgezant John Ashton analyseert Shells inzet scherp in deze open brief aan Ben van Beurden. door je oogharen en je ziet: het bedrijf vindt een overgang naar schonere energie prachtig, als die maar niet betekent dat we daadwerkelijk stoppen met olie en gas; als die transitie maar niet optelt tot een transformatie. En als overheden het maar uit hun hoofd laten om serieuze drukmiddelen in te ‘Shell is niet geïnteresseerd in een echte energietransitie,’ zegt Eickhout. ‘We moeten weg uit de uit olie- en gashoek. Punt. Dat wil Shell niet.’ Shells lobby voor aardgas en tegen aparte duurzame energiedoelen maken van Shell een hindermacht die die energietransitie bewust tegenhoudt, zegt Eickhout. Het verklaart waarom hij enig ongemak ervaart als hij samen met Shell optrekt om het emissiehandelssysteem te versterken. De lobby van Shell voor een hogere CO2-prijs en voor CCS werken als buutvrij. De oliegigant kan zich erop beroepen terwijl het andere initiatieven de kop indrukt.

Buiten Europa neemt Shells lobby vergelijkbare patronen aan. In Amerika sprak de oliegigant zich bijvoorbeeld uit voor het Clean Power Plan van president Barack Obama, terwijl de invloedrijke lobbygroep Business Roundtable, waar Shell ook aan tafel zat, tegelijkertijd tegen dat plan Hierover schrijft InfluenceMap: ‘While Shell has publicly supported Barack Obama’s 2014 Clean Power Plan it is also a direct member of the Business Roundtable, a US CEO grouping that officially advocated for the same plan to be shelved.’ Big oil and the obstruction of climate regulations. An InfluenceMap sector report, October 2015

De groepen waarvan Shell lid is beweren dus regelmatig Bron: Uit onderzoek van Influence Map blijkt dat Shell van de grote oliebedrijven de grootste ‘disconnect between rhetoric and action’ vertoont. Big oil and the obstruction of climate regulations. An InfluenceMap sector report, October 2015 van het bedrijf zelf. Shell zegt in dat soort gevallen aan tafel te blijven zitten om invloed uit te Dit schrijft Shell in het duurzaamheidsverslag van 2014: ‘Shell is het misschien niet altijd eens met de organisaties waarmee we werken. Naarmate we bijvoorbeeld onze eigen houding ten opzichte van klimaatverandering verder ontwikkelen, verschillen onze opvattingen soms met die van andere organisaties. Toch vinden we het belangrijk om betrokken te blijven bij deze organisaties om geïnformeerd te blijven en invloed te kunnen uitoefenen. We blijven ook graag meedoen met ander belangrijk werk in deze industrie, zoals het bevorderen van veiligheids- en milieustandaarden en protocollen. We evalueren onze relaties continu met deze blik.’ Shell Sustainability Report 2014, p. 23 Maar de externe evaluatiecommissie die door Shell zelf is aangesteld om de duurzaamheidsprestaties te monitoren, vindt dat argument ‘niet voldoende overtuigend, omdat Shell verbonden blijft aan groepen die volgens velen klimaatactie Bron: Dit stelde de Environmental Review Committee in 2014. De tekst is inmiddels offline gehaald, maar ik heb een kopie. In 2015 – nadat Shell de notoire klimaatsceptische lobbygroep the American Legislative Exchange Council (ALEC) had verlaten – werd deze kritiek niet herhaald door de Environmental Review Committee. Maar het probleem is er nog steeds, getuige de grote meningsverschillen tussen Shell en branche-organisaties zoals CEFIC. In 2015 concludeerde de eigen externe evaluatiecommissie dat het duurzaamheidsrapport van Shell ‘de urgentie van de transitie [naar koolstofarme energie] onvoldoende voor het voetlicht bracht.’

‘[Brancheverenigingen] zijn in het leven geroepen om te zeggen wat bedrijven zelf niet kunnen of willen zeggen,’ zegt Thomas O’Neill, die Shells lobby in kaart brengt voor Influence Map. ‘Dat is het doel van die organisaties.’

Shells cynische constatering: er gebeurt te weinig

Ziehier de concrete uitwerking van de ‘naar voren gerichte blik’ waar de Shellonderzoekers al in ‘Het verbranden van fossiele brandstoffen is de voornaamste bron van CO2 in de atmosfeer. Daarom moet de energie-industrie de blik naar voren richten en bij overheden en anderen een duidelijke rol opeisen bij de aanpak van de problemen.’ (Bron: ‘The Greenhouse Effect’, 1986.) ‘Shellmensen wordt geadviseerd om direct of via brancheverenigingen het gesprek aan te gaan met nationale overheden,’ schreef Peter Langcake in 1994 in zijn interne evaluatie van het broeikaseffect. ‘Het belang van input leveren op overheidsniveau kan moeilijk Shellpersoneel wordt geadviseerd om direct of via industriegroepen het gesprek aan te gaan met nationale overheden: ‘Het belang van input leveren op overheidsniveau kan moeilijk worden overschat. Nationale regeringen bepalen uiteindelijk het beleid van de VN-organen en zullen dat beleid vervolgens in hun eigen land implementeren.’ (Bron: The Enhanced Greenhouse Effect. A review of the Scientific Aspects. By P. Langcake. Shell research, December 1994.)

Die oproep was duidelijk niet aan Van Beurden is er eerlijk over: hij vindt het beïnvloeden van beleid belangrijker dan het beïnvloeden van de publieke opinie. Dat zegt hij in dit interview. dovemansoren gericht. Volgens Influence Map is Shell een van de Shell heeft ‘engagement intensity: 38,’ volgens Influence Map. Daarmee zit het bedrijf in de top. Bekijk hier de lijst. lobbyisten van de energie-industrie. Shell besteedt jaarlijks minstens Om tot dit bedrag te komen heeft Influence Map de kosten in kaart gebracht van vijf categorieën: 1) Corporate staff costs, 2) External costs for advertising and PR campaigns, 3) Direct political contributions, 4) Direct spend on lobbyists, 5) Support of US oil sector trade associations (API and WSPA). Vervolgens is per categorie een inschatting gemaakt van hoeveel geld in iedere kostenpost wordt uitgegeven aan het tegenwerken van ambitieus klimaatbeleid. Alles bij elkaar opgeteld komt Influence Map op 22 miljoen dollar. Zie het rapport, p.16 en 17. aan het tegenwerken van ‘onbezonnen’ klimaatbeleid. De vorige poging om zulk beleid tegen te werken achtervolgt het bedrijf nog altijd: in 2016 hebben Amerikaanse Congresleden opgeroepen tot een De Los Angeles Times schreef over de oproep van de congresleden: ‘Members of Congress call for investigation of Shell over climate change.’ strafrechtelijk Hier de reactie van het ministerie van justitie op de oproep. Een publieke zaak is nog niet gestart maar ook niet uitgesloten. onderzoek naar Shells bijdrage aan de Amerikaanse twijfelcampagnes. Nog een smet op Shells blazoen: het duurde tot augustus 2015 voordat Shell de notoire Amerikaanse klimaatsceptische lobbygroep ALEC verliet.

Misschien is dat waarom het bedrijf niet bang is dat een deel van haar fossiele bezittingen waardeloos zal worden door ingrijpend klimaatbeleid van overheden. ‘We zien regeringen niet de stappen nemen die consistent zijn met het tweegraden-scenario,’ schreef Shell in 2015 in Bron: Het rapport werd geciteerd in The Guardian.

In het licht van Shells lobby is die uitspraak nogal cynisch. Een spaak in de wielen steken, en dan doodleuk opmerken dat de fiets niet vooruitkomt.

Het zou mooi zijn als Shells investeringen een ander verhaal vertelden. Maar dat is helaas niet het geval, zoals het vijfde en laatste hoofdstuk van dit verhaal laat zien.

In mei 2011 besloot Shell dat het ‘s werelds grootste drijvende gasfabriek zou gaan bouwen: de Prelude. Alles aan de Prelude is gigantisch. Hij weegt ongeveer evenveel als zes vliegdekschepen, is meer dan vier voetbalvelden lang en tot ruim 130 meter hoog. De Prelude kan aardgas uit de zeebodem winnen én dat vervolgens direct vloeibaar maken, zodat tankers het kostbare goedje op zee kunnen komen ophalen. Shell hoopt na de Prelude nog vele nieuwe drijvende platforms te bouwen om gaswinning op eerder onbereikbare plekken mogelijk te maken. Kosten van het eerste exemplaar: tussen de 10 en 13 miljard dollar.

Megaprojecten zoals de Prelude laten zien dat Shell steeds nieuwe grenzen opzoekt om olie en gas uit de aarde te halen. Naast het vloeibare aardgas zet Shell de laatste jaren volop in op oliewinning uit de diepzee. En in 2015 nam het olie- en gasbedrijf BG over voor ruim 64 miljard euro.

De reden? Shell doet zijn best relevant te blijven. Want ondanks de vele miljardeninvesteringen kachelde Shells aandeel in de wereldwijde olie- en gasproductie tussen 2000 en 2015 terug van In 2015 produceerde Shell volgens het recentste jaarverslag (p. 9) 1078 miljoen ‘barrels of oil equivalent’ (BOE staat voor vat olie-equivalent; een maat om zowel de productie van olie als die van aardgas te vatten; de energetische waarde van een kubieke meter aardgas wordt omgerekend tot die van een vat olie). Dat komt neer op 2,95 miljoen BOE per dag. (Op de eigen website schrijft Shell inderdaad ook over de ‘3.0 million barrels of oil equivalent we produce every day.’) Wereldwijd werd er in 2015 volgens de BP Statistical Review of World Energy (editie 2016) 150,7 miljoen BOE olie en gas geproduceerd per dag (om tot deze 150,7 miljoen te komen, is de wereldproductie van olie en die van aardgas in BOE uitgedrukt en bij elkaar opgeteld). Shell produceerde dus 2,95 van de 150,7 miljoen, oftewel 1,96 procent. De overname van BG vergroot Shells aandeel weer Als je de productie van BG, het olie- en gasbedrijf dat Shell in 2016 opkocht, ook meeneemt, produceert Shell 2,4 procent van alle olie en gas op aarde (BG was in 2015 namelijk goed voor 0,704 miljoen BOE per dag). maar het verlies in marktaandeel is nog lang Ondertussen zijn Shells schulden aanzienlijk opgelopen, schreef NRC in februari 2017. niet goedgemaakt. Toen Ben van Beurden in 2015 zei dat de industrie alles moet doen om een ‘gouden tijdperk voor aardgas’ te ontketenen, was het hem dus menens.

Waar Shell de groei van duurzaam graag aan ‘de markt’ overlaat, daar lobbyt het bedrijf volop voor de aanleg van nieuwe gasinfrastructuur en voor overheidsbeleid dat het gebruik van (vloeibaar) Tijdens een keynote speech op de World Gas Conference in Parijs in 2015 noemde Ben van Beurden China als goed voorbeeld, omdat daar speciale tarieven waren ingevoerd om gascentrales te bevoordelen boven steenkool. Hij riep overheden op om meer maatregelen te nemen die het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) zouden stimuleren. Upstream, juni 2015. 'Gas players told to work together for golden age' Shell probeert aardgas neer te zetten als ‘onmisbare pilaar’ van het duurzame energiesysteem. Het is schoner dan kolen, zegt het bedrijf, en kan worden ingezet om het wisselende aanbod van duurzame stroom uit zon en wind Eerder op De Correspondent: Als we zo graag groen willen zijn, waarom investeren we dan in gas? aan te vullen.

Dat klopt, maar er zit een addertje onder het gras. Of zeg maar gerust: een cobra. Want de Europese gasindustrie – met Shell voorop – bouwt Shell staat hierin niet alleen. Ook na het klimaatakkoord van Parijs blijft de Europese Commissie hunkeren naar gas. veel méér dan een ‘brug’ naar een schoon energiesysteem. ‘Als je nu kijkt hoeveel infrastructuur we al hebben voor gas,’ zegt Europarlementariër Bas Eickhout, ‘dan is dat Hij noemt: North Stream, de Southern Gas Corridor, terminals voor vloeibaar aardgas, pijpleidingen met Noord-Afrika en Noorwegen. voor een goed huwelijk tussen aardgas en duurzame energie. Maar Shell ‘The industry will have to work hard collectively to establish [natural gas] as a core pillar of a sustainable energy future,’ zei Ben van Beurden in een interview met olietijdschrift Upstream. Hij waarschuwde dat het ‘gouden tijdperk’ van aardgas nog niet ‘zeker’ was. Daar zou dus verder aan gewerkt worden. Upstream, juni 2015. 'Gas players told to work together for golden age' voor investeringsbesluiten die ons voor nog eens dertig tot veertig jaar aan aardgas vastklinken. Zo vormt het een hindermacht voor de verdere groei van Ondanks de opkomst van goede duurzame alternatieven, blijft Shell dus lobbyen voor beleid en de aanleg van nieuwe infrastructuur die de vraag naar olie en gas nog decennialang zekerstellen. Dit is staand beleid. De auteurs van een driedelige Geschiedenis van de Koninklijke Shell schrijven al over investeringen in de jaren negentig die expliciet ten doel hadden om gas ‘te verkopen aan energie-infrastructuren in ontwikkelingslanden die [Shell] eerst zelf zou helpen opzetten.’ Dat is precies het omgekeerde van wat het bedrijf doorgaans pretendeert: dat het louter passief ‘de vraag’ uit ‘de markt’ volgt.

Ook Shells suggestie dat aardgas ‘klimaatvriendelijk’ is, valt niet te rijmen met de feiten. Aardgas is inderdaad de In dit onderzoek vind je meer cijfers over de klimaatprestaties van gascentrales. schoonste fossiele brandstof. Een gascentrale stoot ongeveer half zoveel CO2 uit als kolen. Maar dat is nog altijd 45 keer zoveel als een windmolen, en 25 keer zoveel als Bron: IPCC, Technology-specific Cost and Performance Parameters, Annex bij het rapport 'Climate Change 2014: Mitigation of Climate Change', p. 1335. De Amerikaanse Energy Information Administration verwacht dat het aandeel van aardgas in de wereldwijde uitstoot oploopt van 20 procent in 2012 tot 26 procent in 2040 - een grotere stijging dan Bron: International Energy Outlook 2016-Energy-related CO2 emissions - Energy Information Administration

De klimaatwinst van aardgas boven steenkool verdampt bovendien als er in de productieketen te veel Hoeveel van het sterke broeikasgas methaan lekt er weg uit de boorputten van Shell? methaan weglekt, een zeer Het methaangas belandt in de atmosfeer door lekkage van gasvelden, boorputten en leidingen. Het vervliegt sneller dan CO2, maar het houdt ook veel meer warmte vast zolang het in de atmosfeer zit. Gemeten over een periode van twintig jaar is methaan (CH4) zeker 86 keer zo effectief in het vasthouden van warmte als dat andere, veel bekendere broeikasgas kooldioxide (CO2). Afhankelijk van welk onderzoek je erop naslaat, verdampt de klimaatwinst van aardgas boven steenkool als meer dan 3 tot 8 procent weglekt. Shell noemt beide cijfers in het duurzaamheidsrapport uit 2015, het eerste is afkomstig van onderzoek dat je hieronder vindt, het tweede van het Internationaal Energieagentschap (IEA). De grens van 3,2 procent wordt in dit artikel beschreven op basis van Amerikaanse cijfers. En uitgerekend Shells rapportage over methaan laat te wensen over, stelt Shells eigen Shells rapportage van methaanlekkage laat te wensen over, stelt Shells eigen Environmental Review Committee. ‘Voor toekomstige rapportages moedigt [de Commissie] Shell aan gedetailleerder in te gaan op de verbetering van manieren om de uitstoot te meten en in te schatten; over de benodigde stappen voor het verder beperken van deze uitstoot, inclusief specifieke doelen; en over de rol die Shell speelt in het bevorderen van beleid dat de uitstoot van methaan inperkt.’ Hier de brief uit 2015. Zolang Shell niet méér transparantie biedt over methaanlekkages, is ‘dat hele ‘gas als transitiebrandstof’-verhaal echt een wassen neus,’ Hier het interview. De Shelldialogen (7): ‘Het echte verhaal van Shell? Keiharde concurrentie met de duurzame toekomst.’ zei een oud-medewerker die ik interviewde.

Toch houdt Shell eraan vast. In 2016 Over Shells analyse schreef ik eerder: Shell heeft nu bijna alle eigenschappen van een fossiel. plaatste het schaliegas onder het kopje ‘toekomstige kansen’ – samen met duurzame energie. Terwijl inmiddels Zelfs als schaliegas kolen vervangt, is het een desastreuze brandstof voor het klimaat. gevoeglijk Aardgas is niet ‘goed’ voor het klimaat (ook al zeggen olie- en gasbedrijven van wel). bekend is dat juist bij schaliegasboringen veel methaanlekkages Shell denkt waarschijnlijk dat het naar schaliegas kan boren zonder dat er methaanlekkages optreden - want Shell vindt zichzelf een superieur bedrijf - en tot op zekere hoogte is dat ongetwijfeld terecht. Maar: die houding is ook deel van het probleem, als die je op het idee brengt om na 2020 weer naar schaliegas te gaan boren. Dat is op geen enkele manier te rijmen met de ambitie om het klimaat te ontzien.

Shell mist de groene boot

Het is dit hiaat tussen kennis en gedrag die steeds opnieuw terugkomt. Shell presenteert zich met dure De Smog Blog schreef over Shells pr-strategie. pr-campagnes - niet zelden Sargasso publiceerde kritisch over Shells kindermarketing. gericht op kinderen – als ‘een innovatief, competitief, vooruitstrevend en toekomstgericht energiebedrijf.’ Maar het R&D-budget is in vergelijking met concurrenten ExxonMobil en Total geven net als Shell jaarlijks ruim een miljard dollar uit aan R&D (research and development). niet uitzonderlijk. De investeringen in klimaatvriendelijke technieken schommelen al sinds 1998 rond de 1 procent van de totale investeringen. Shell investeert daarentegen nog tientallen miljarden in projecten die rechtstreeks indruisen tegen de doelen uit het Uit een rekensom van de Britse denktank The Carbon Tracker Initiative uit november 2015 blijkt dat Shell naar verwachting tussen 2015 en 2025 meer dan 75 miljard dollar in projecten steekt die overbodig zijn in een tweegradenscenario. Sinds de studie is gepubliceerd, heeft Shell flink wat projecten afgeblazen en flink wat assets verkocht. Maar het investeert nog altijd in nieuwe olie- en gasprojecten, die per definitie op gespannen voet staan met de doelen van Parijs. De cijfers van Carbon Tracker komen uit november 2015, je vindt ze terug in dit stuk.

En terwijl Shell blijft investeren in fossiel, mist het de groene boot. De afgelopen zes jaar is er wereldwijd zo’n Bron: Volgens marktanalist Bloomberg New Energy Finance is er tussen 2010 en 2016 jaarlijks zo’n 300 miljard dollar in ‘clean energy’ gestoken. Dit bedrag heeft betrekking op zon, wind en aanpalende ‘slimme’ technologie. De website van Bloomberg New Energy Finance. per jaar in de schone-energiesector geïnvesteerd. Shell zou Het bedrijf produceert nu 2 procent van alle olie en gas op aarde. Om mee te groeien met de groene energievoorziening, zou Shell nu dus ieder jaar ook 2 procent van de duurzame markt moeten pakken. Dat betekent: ieder jaar 6 miljard dollar investeren. Dertig keer zoveel dus als er nu naar de klimaatvriendelijke tak New Energies gaat. Hier meer cijfers. moeten investeren als het nu doet, om alsnog mee te groeien met die markt. Maar in de disclaimer bij een Bron: Het rapport uit 2016 over de energietransitie: ‘Energy Transitions and Portfolio Resilience.' voor investeerders schrijft het bedrijf letterlijk dat het dat voorlopig niet van plan is: ‘Wij hebben geen onmiddellijke plannen om binnen onze investeringshorizon van 10 tot 20 jaar naar een portfolio van netto nul CO2-uitstoot te gaan.’

Dit soort uitspraken laat zien dat Shell al dertig jaar wegloopt voor de ultieme consequentie van de klimaatwetenschap: dat we moeten stoppen met het gebruik van fossiele energie.

Ondanks alle kennis die het bedrijf verzamelde en documenteerde over het klimaatprobleem, begon het aan de grootschalige ontginning van teerzanden.

Ondanks alle kennis over de Lees dit verhaal om meer inzicht te krijgen in de omstandigheden op de Noordpool. extreme Volgens het Amerikaanse Bureau of Ocean Energy Management (BOEM) is er 75 procent kans op een of meer grote olielekken in een hypothetische exploitatiefase van 77 jaar, uitgaande van 8 productieplatforms, 500 bronnen en 4,3 miljard vaten olie. Die 75 procent verwijst naar een olielek van minstens 1.000 vaten. Ter vergelijk: bij de Exxon Valdez spoten 250.000 vaten in zee. Hier meer over Shells activiteiten op de Noordpool. voor klimaat en milieu heeft Shell tussen 2006 en 2015 9 miljard dollar uitgegeven in een September 2015: Shell stopt tot ieders verbazing ineens met boren naar olie en gas op de Noordpool. poging olie en gas te winnen op Shells Noordpoolavontuur was de reden dat het bedrijf in 2015 werd gevraagd de invloedrijke Prince of Wales Corporate Leaders Group te verlaten (Financial Times). de Noordpool.

Ondanks het feit dat de winning van de nu al bekende wereldwijde reserves voldoende zijn om ons stabiele leefklimaat definitief te ontwrichten, blijft Shell zoeken naar nieuwe olie- en gasvelden. In 2015 gaf het bedrijf 6,6 miljard dollar uit aan exploratie; ruim 25 keer zoveel als aan de In 2016 werd een nieuwe business unit opgezet voor de klimaatvriendelijke activiteiten. klimaatvriendelijke activiteiten.

In weerwil van al deze feiten blijft Shell volhouden dat het een ‘kracht voor het goede’ wil zijn in de wereld. Het wil méér energie leveren – omdat de wereldwijde vraag nog altijd stijgt – en tegelijkertijd de uitstoot In april 2016 is een Shellbestuurder lid geworden van een nieuwe groep bedrijven die met NGO’s gaat bespreken hoe de klimaatdoelen van Parijs gehaald kunnen worden. helpen terugbrengen. De beste strategie daarvoor verschilt van land tot land, zegt Shell – maar natuurlijk is aardgas altijd onderdeel van de ideale oplossing, en moeten overheden goed oppassen voor ‘onbezonnen’ en ‘draconische’ maatregelen.

In Nederland is Shell lid van een Bedrijven willen meer aandacht voor klimaat in campagne. coalitie van bedrijven die oproepen tot ambitieuzer klimaatbeleid. CEO Ben van Beurden wil meer Tijdens de presentatie van de jaarcijfers wees Van Beurden ‘de internationale financiële pers en de beleggers op het windpark bij Borssele dat Shell mee gaat helpen bouwen, samen met baggeraar Van Oord en Eneco,’ schreef het AD. ‘Dat is een klein project, maar daar blijft het wat ons betreft niet bij,’ zei Van Beurden. ‘We willen een waardevol portfolio opbouwen. Dus u gaat ons vaker zien bij dit soort tenders.’ AD 3 februari 2017. en hij houdt de optie open om een duurzaam energiebedrijf over te kopen, en zo in één klap een speler van Bron: Van Beurden sprak zich uit over windenergie in het FD: ‘Het imago van Shell moet niet sturend zijn bij bedrijfskeuzes.’ Wie weet. Vooralsnog zijn het alleen maar woorden, niet veel anders dan die van Van der Veer twee decennia geleden.

Waar de schoen al meer dan dertig jaar wringt

Juist voor een bedrijf dat zegt zo graag te willen is de belangrijkste vraag misschien wel: waarom doet het niet al lang méér voor het klimaat? In eerste instantie lijkt het antwoord: Shell kan niet kiezen. Het dilemma tussen groei en groen breekt het bedrijf op. Shell wil het allebei, maar blijft gevangen in die eeuwige spagaat. Gemeende mooie woorden versus te weinig daden. Dat zou een tragisch slot van dit verhaal zijn, en het zou van Shell een metafoor maken voor de samenleving, die ook niet kan kiezen.

Maar ik vrees dat hier niet alleen tragiek in het spel is. Shell maakt namelijk wel degelijk keuzes. Het kiest steeds opnieuw. Iedere keer als een bootje met Shellmedewerkers de zee op gaat om te zoeken naar nieuwe olie- en gasbronnen; iedere keer als een nieuwe put wordt geslagen; iedere keer kiest Shell. De keuze voor fossiel wordt door het bestaande systeem opgelegd: de managers doen wat ze doen, de samenleving vraagt om fossiele energie, aandeelhouders vragen om hoog dividend. Shells gedrag is hier een gevolg van: het kiest bewust voor de activiteiten die nu het meeste opbrengen en die klanten van vandaag het beste dienen.

Overheden die – in tegenstelling tot Shell – de verantwoordelijkheid hebben om burgers te beschermen tegen gevaarlijke klimaatverandering, staan erbij en kijken ernaar.

In een speech uit 1992 zei topman Lo van Wachem: uiteindelijk bepaalt het volk. ‘In de uiteindelijke analyse moet het beleid een afspiegeling zijn van de collectieve wil van burgers, die ze via hun regering doen gelden. Het is de plicht van de industrie om, in het belang van de hele maatschappij, ervoor te zorgen dat dat beleid wordt gebaseerd op de juiste relevante feiten.’

Dat is steeds Shells opstelling geweest. Maar het is ook precies waar de schoen wringt - al meer dan dertig jaar. Want Shell levert niet alleen input voor dat ‘gesprek’ met de samenleving. Het stelt ook voorwaarden aan het beleid. Als een democratisch gekozen overheid – of een groep overheden zoals in de Europese Unie – niet aan die voorwaarden voldoet, levert Shell formidabele weerstand. Beleid dat de kernactiviteiten van Shell bedreigt, wordt zoveel mogelijk kapot gelobbyd.

Ondertussen kan het bedrijf doorgaan met waar het toch al mee bezig was. Door de overname van BG groeiden fossiele reserves met 25 procent. Het bedrijf wil na 2020 nog groeien in schaliegas en -olie. En ook dit jaar gaan er bootjes de zee op om te zoeken naar nieuwe olie en gas. Business as usual tot in lengte der dagen – tot Shell definitief wordt ingehaald door groene concurrenten, of tot alle grimmige voorspellingen uit Climate of Concern werkelijkheid worden.

Dat is niet alleen een tragische samenloop van omstandigheden. Het is ook een systemische fout. De vraag voor de samenleving én voor Shell is: hoe we die gaan rechtzetten.

Een woordvoerder van Shell laat in Hier Shells volledige reactie. een reactie weten: ‘Ons standpunt over klimaatverandering is welbekend; we onderkennen de klimaatuitdaging en de rol die energie speelt in het garanderen van een goede levenskwaliteit. Shell zal blijven oproepen tot effectief beleid voor lagere CO2-uitstoot.’

Hoe olie- en gasreuzen twijfel over klimaatverandering zaaiden Toen wereldleiders eind jaren tachtig hardop begonnen na te denken over manieren om de uitstoot naar beneden te brengen, besloten Amerikaanse olie- en gasbedrijven dat het tijd was voor een tegengeluid. Ze ondermijnden klimaatactie door twijfel te zaaien over de wetenschap. Shell deed mee. Lees hier de analyse Shell erkent al dertig jaar het gevaar van klimaatverandering (en deze film bewijst dat) Uit vertrouwelijke documenten blijkt dat oliebedrijf Shell al sinds 1986 intern alarm slaat over de gevaren van klimaatverandering. Tegelijkertijd werkt het bedrijf al dertig jaar klimaatbeleid tegen. Vandaag openbaren wij opnieuw Shells zelfgemaakte klimaatfilm waarmee het de wereld wilde waarschuwen - en wat het daarna (niet) deed. Bekijk hier de film Zo reageerde Shell op mijn onderzoek naar de verontrustende klimaatfilm die het in 1991 liet maken Vandaag maken wij Shells klimaatfilm Climate of Concern opnieuw openbaar en publiceer ik een uitgebreide reconstructie over Shells vroege klimaatkennis. Vóór publicatie vroeg ik Shell of het gedrag van het bedrijf in lijn is geweest met de kennis die het al sinds eind jaren tachtig verzamelde over klimaatverandering. Hier lees je Shells reactie. Lees hier de reactie Nieuwe verhalen over klimaat en energie in je inbox? Meld je aan voor mijn wekelijkse mail om op de hoogte te blijven. Meld je hier aan

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail