Beste,

Elke zaterdagmorgen stuur ik Deze editie een lang verhaal over podcasts, want het eerste podcastproductiebedrijf van Nederland is een feit. Verder aandacht voor concentratiegymnastiek, Instagram versus Snapchat en een nieuw factcheckinitiatief.

Eerste Nederlandse podcastnetwerk gelanceerd

Wie al tien jaar roept dat podcasts op het punt van doorbreken staan, had deze week een moment van genoegdoening. Want het eerste Nederlandstalige podcastproductieplatform is een feit.

Hebben ze in de VS bedrijven als Gimlet (bekend van StartUp & Reply All) en Panoply (Ezra Klein & Malcolm Gladwell), wij hebben nu

Full disclosure: een van de twee oprichters - Tim de Gier - is een goede vriend van me. Met Anne Janssens gaat hij podcasts bedenken en produceren. Deze podcasts hebben ze al:

Het verdienmodel van Dag en Nacht is advertenties. Dat lijkt te werken voor Amerikaanse podcastbedrijven:

  • In de VS is de snelgroeiende podcastadvertentiemarkt in 2020 naar verwachting van het Interactive Advertising Bureau (IAB) goed voor
  • Productiebedrijven hebben (nog) geen concurrentie van targeting-molochs Facebook en Google.
  • Uit onderzoeken van het IAB blijkt dat 83 procent van de luisteraars een positieve indruk van de adverteerder heeft en dat 42 procent het product overweegt aan te schaffen.

Waarom werken advertenties voor podcasts?

Het heeft er waarschijnlijk mee te maken dat het gebruikelijk is dat podcastmakers zelf advertenties inspreken. En je krijgt de meeste makers niet zo gek dat ze een advertentie inspreken voor een product of dienst waar ze niet achter staan.

Daarnaast is de luisterervaring van een podcast heel intiem - in je oor - waardoor er niet te ontsnappen valt aan de commerciële boodschap. Om dat leed te verzachten, maken de meeste podcastmakers iets leuks van advertenties - ze interviewen bijvoorbeeld medewerkers van de adverteerders. Wat ook weer bijdraagt aan de kwaliteit en dus effectiviteit van de advertentie.

Gaat zo’n podcastplatform ook in Nederland werken?

Dat is de grote vraag. Zijn er genoeg luisteraars te vinden voor podcasts in Nederland om rond te kunnen komen van advertenties?

Ja, denken ze bij Dag en Nacht. Omdat de podcast zo’n intiem medium is, is een podcastluisteraar veel meer waard dan een radioluisteraar. Daar komt bij dat podcasts vaak niches bedienen, en daardoor interessant zijn voor adverteerders.

‘Dus ten opzichte van televisie en radio heb je minder luisteraars nodig,’ zegt Tim de Gier in Een Podcast over Media. ‘Als je twintigduizend luisteraars hebt die graag praten over fietsmateriaal, dan is dat genoeg voor een wielerpodcast om rond te komen. Terwijl je op tv een sukkel bent met 20.000 kijkers.’

Adverteerders zijn het daar grofweg mee eens, en daardoor ligt de CPM (kosten per duizend vertoningen) hoger dan bij andere media.

Maar Nederlandse podcasts die 20.000 luisteraars hebben, zijn op één hand te tellen. Dus dat is de eerste uitdaging voor Dag en Nacht Media: podcasts bekender maken in Nederland. Dat willen ze doen door twintig goede podcasts te maken.

Tot het zover is, draait Dag en Nacht Media op een subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Luistertip: leer je weer concentreren

Over podcasts gesproken, hier een luistertip.

Vorig jaar las ik het boek van computerwetenschapper Cal Newport. Daarin beschrijft Newport twee types werk: diep werk en logistiek werk.

Diep werk vereist al je mentale vaardigheden en voegt waarde toe. Logistiek werk zou volledig in dienst van het diepe werk moeten staan.

Maar voor steeds meer werknemers is logistiek werk ál het werk geworden. Zeker in de media! Het enige wat we doen is twitteren, appen, mailen, vergaderen en ‘bereikbaar zijn.’ Daardoor komen we nooit meer toe aan werk waar we al onze cognitieve vaardigheden voor aanspreken en dat écht waarde toevoegt, meent Newport.

Zijn boek verscheen begin vorig jaar. In de Ezra Klein Show praat Newport over zijn nieuwste bevindingen. Hij vertelt onder andere welke rol bedrijven kunnen spelen in het verbeteren van de concentratie van werknemers en wat we zelf kunnen doen om onze concentratie terug te winnen.

The New York Times op Snapchat

Eerlijk gezegd kom ik amper meer in Snapchat. Mijn ‘Stories’ plaats ik nu op Instagram, want daar zitten meer vrienden. En in ‘Discover’ staat voornamelijk meuk - denk integraal doorgeplaatste selfies van de Kardashians en dieettips.

Gelukkig krijgt de app nu een kwaliteitsboost, want The New York Times gaat een deel van zijn verslaggeving publiceren Met een kruiswoordpuzzel op het einde, voor de liefhebber.

Deze move past goed bij de missie van The New York Times om onderdeel te blijven van het dagelijks ritme van zijn (potentiële) abonnees. In februari lanceerde de krant al

‘Snapchat is helemaal niet kapotgemaakt door Instagram’

Ik linkte vorige week naar het nieuwtje dat Instagram Stories nu meer gebruikers heeft dan Snapchat in z’n geheel. En gebruikte dat als bewijsvoering dat monopolist Facebook met succes Snapchat kapot aan het concurreren is.

Typisch gevalletje

Volgens journalist Taylor Lorenz is het Want Instagram en Snapchat vervullen helemaal niet dezelfde behoeften. Deze tweet vat het verschil sterk samen:

‘Instagram stories: Brands, people acting like brands. Snap stories: friends just doing their thing.’

Ik vind het wel een aardig punt en herken het wel van mijn eigen gedrag. Op Instagram schep ik publiekelijk op. Terwijl ik op Snapchat veel meer mezelf was.

Niet voor niets zegt de baas van Snapchat dat zijn platform om authenticiteit draait. Daarom weigert het bedrijf bijvoorbeeld ook structureel samen te werken met influencers.

Dat Facebook (en dochter Instagram) Snapchat een slag hebben toegebracht met gekopieerde functies als Stories, staat wat mij betreft nog steeds vast. Maar dat Snapchat geen enkele kans meer maakt, daar ben ik na het lezen van dit artikel niet meer van overtuigd.

WikiTribune: nieuw factcheckinitiatief van de oprichter van Wikipedia

Jimmy Wales, oprichter van Wikipedia, wil nepnieuws bestrijden door een advertentievrije nieuwssite te lanceren waar lezers en journalisten samen het nieuws factchecken en zo veel mogelijk van hun bronnen publiekelijk

Ik juich het toe dat Wales de kennis van lezers serieus neemt. Ik heb alleen mijn twijfels bij het idee dat je met feiten de oorzaken van nepnieuws succesvol kunt bestrijden. heeft factchecken weinig zin.

Maar de gedachte achter WikiTribune wekt waarschijnlijk wel vertrouwen bij het grote publiek. Als journalisten en lezers vaker gaan samenwerken, moet dat tot meer wederzijds begrip kunnen leiden.

Ik ben benieuwd hoe dit gaat werken, en doe daarom mee aan de crowdfunding.

Met dank aan

Dat was ’m voor deze week. Dank aan Sanne Blauw, Maaike Wind en Maurits Martijn voor de artikeltips.

Tot volgende week!

Innovatie in de media volgen? Ontvang dan elke zaterdagmorgen mijn Medianieuwsbrief. Daarin link ik naar de interessantste artikelen over nieuwe ontwikkelingen en plannen in de mediawereld. Abonneer je via medianieuwsbrief.nl