Voor het oog van de wereld nam de Kroaat Slobodan Praljak de gifbeker. Liever stierf hij een martelaarsdood dan dat hij zich neerlegde bij zijn veroordeling tot twintig jaar cel voor de oorlogsmisdaden die hij in Bosnië beging.

Volgens het Joegoslaviëtribunaal is de Kroatische ex-generaal schuldig aan de etnische zuivering van Bosnische moslims én medeplichtig aan de verwoesting van de iconische Stari Most, de Oude Brug van Mostar.

In de straten van die stad aan de Neretvarivier bevochten en Kroaten in 1993 elkaar op leven en dood: een mini-oorlog van enkele maanden binnen de grotere oorlog die heel Bosnië raakte.

Door Kroaten werd oorlogsmisdadiger Praljak spontaan herdacht als een held - inwoners van Zagreb brandden kaarsen in zijn nagedachtenis en in het Kroatisch parlement werd een minuut stilte gehouden (slechts twee parlementsleden weigerden dit eerbetoon).

Als dit Griekse drama iets blootgelegde, dan is het wel de verdeeldheid, een kwart eeuw na de oorlog, over wat zich op de Balkan heeft voltrokken - wie de goeden waren en wie de fouten, wie slachtoffers en wie daders, wie de helden en wie de schurken.

Afgelopen zomer gingen wij ieder aan een kant van de Neretva op onderzoek uit in het geschonden en nog altijd verscheurde Mostar. Frank naar de Kroatische kant van de brug, Maite naar de Bosniakse zijde.

Aflevering één van de televisieserie De Brug (KRO-NCRV) brengt onze zoektocht en bevindingen in beeld. De uitzending kun je hier terugkijken. (Maar dat is niet noodzakelijk om verder te lezen.)

NPO

Bekijk hier aflevering 1 van de documentaireserie De Brug.

Onze ervaringen in Mostar bleven na de opnames door ons hoofd spoken. Dus besloten we brieven aan elkaar te schrijven. Brieven over de verdeeldheid die we zagen en de mogelijkheid tot verzoening. Brieven die verder gaan waar de

Wat is ervoor nodig om een brug niet alleen oevers, maar ook tegengestelde gemeenschappen te laten verbinden?

Hee Maite,

Waar ik bij thuiskomst uit Bosnië nog aan moest denken: de dodenakker. Het omgeploegde kerkhof in het hart van Mostar.

Jij was het die me er over vertelde. Ergens midden in het antieke centrum van Mostar ligt die bizarre begraafplaats met katholieke en islamitische graven door elkaar. Daar is helemaal niets raars aan, zo ging dat in Bosnië en in heel Joegoslavië: een Kroaat wenst na de dood onder een zwarte, marmeren zerk te liggen met een kruisteken erop, een Bosniak verkiest een witmarmeren zuiltje met een halvemaan.

Stills uit een video van de instortende Stari Most door Eldin Palata.

Stills uit een video van de instortende Stari Most door Eldin Palata.

Maar jij en ik geloofden onze oren niet toen onze tolken vertelden dat de begraafplaats in de afgelopen vijfentwintig jaar - dat wil zeggen: sinds het einde van de burgeroorlog - geleidelijk is ontmengd.

Nabestaanden van Bosniakken hebben er in de schaduw van de cipressen de stoffelijke resten van hun dierbaren staan opgraven, om ze met grafstenen en al over te brengen naar een lapje etnisch en religieus gezuiverde grond op hun eigen helft van Mostar.

‘Tot de dood ons scheidt.’ In Mostar is daar niets van waar, daar drijven ze hun etnische schifting door tot in het dodenrijk. Ik vind dat ongehoord. Het lijkt me een ultiem teken van weerstand tegen de ander.

Na alles wat er is gebeurd in de oorlog, inclusief de verwoesting van de brug op die grauwe novemberdag in 1993, lijken de twee bevolkingsgroepen van Mostar domweg niet te wíllen samenleven in een gedeelde stad.

Als de zaken zo liggen, een kwart eeuw na het moorden, zouden wij (en met wij bedoel ik: wij buitenstaanders, de internationale gemeenschap) ons daarbij niet beter kunnen neerleggen?

Anders gezegd: waarom dan al die hulpgelden erin pompen (alleen al aan het herstel van de brug hing een prijskaartje van om de twee helften koste wat kost aan elkaar te klinken? Het is alsof er van buitenaf met de beste bedoeling twee magneten met afstotende polen op elkaar worden gedrukt.

Stel dat ‘we’ die poging staken? Stel dat de Kroaten en de Bosniakken - net als nu - elkaar de rug blijven toekeren? En dat we de met miljoenen aan donorgeld herbouwde Stari Most overlaten aan de toeristen?

Om eerlijk te zijn: gevoelsmatig druist deze suggestie in tegen alle waarden en ideeën waarmee ik ben grootgebracht. En toch: wat is er tegen een gespleten Mostar, als dat is wat de meerderheid daar wil?

Groeten, Frank

Ha Frank,

Het idee dat verzoening niet nodig is, dat elkaar de rug toekeren óók een oplossing is, dat segregatie voor beide groepen beter is - daar gaan mijn nekharen van overeind staan. Het gaat in tegen alles wat ik intuïtief als vooruitgang ervaar.

Tegelijk kan ik niet meteen goede argumenten vinden om die intuïtie kracht bij te zetten. Dus laat ik eens meegaan in je gedachte-experiment. Wat is eigenlijk het probleem van gescheiden leven?

Wat is eigenlijk het probleem van gescheiden leven?

Dat de buren aan de andere kant van de rivier hun stroom van een andere energiemaatschappij krijgen, wat maakt dat uit? Dat de postbodes daar aan de overkant van de rivier het uniform van een andere bezorgdienst dragen, wat kan dat bommen? Dat het vuilnis door andere wagens wordt opgehaald, wat dan nog? Dat je moet overstappen op een andere busdienst wanneer je naar de andere kant van de stad moet, ach, dat is een klein ongemak. Dat ze aan de overkant andere bankpasjes hebben? Dat je aan een telefoonnummer kunt zien dat iemand van de andere kant is? Wat maakt dat allemaal uit, als de instituties aan beide kanten van de brug gewoon werken?

Hoe absurd deze voorbeelden voor ons ook mogen klinken, het is de realiteit in Mostar. En het antwoord van vrijwel iedereen die we spraken - of het nu Bosniakken of Kroaten waren - op de vraag wat daar erg aan is, was: ‘Helemaal niets, hoezo?’

Onze tolk haalde er met een sigaret in de hand haar schouders over op: ja, je kan aan iemands telefoonnummer zien of hij Kroaat of Bosniak is. Dat kan je meestal ook al aan hun namen zien.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Ik was de eerste ochtend van onze opnames op bezoek bij de brandweer van Mostar. Vóór 2004 kon je als inwoner rekenen op de helft van het korps: stond je huis in het oosten, dan kwamen de Bosniakken blussen, stond je huis in het westen, dan rukten de Kroatische brandweermannen uit.

In 2004 zijn de korpsen op bevel van de gouverneur van Bosnië samengevoegd. Hetzelfde geldt trouwens voor de ambulancediensten.

Samenwerking waar het om leven en dood gaat. En elkaar verder lekker laten. Geen LAT-relatie, maar een LTA-relatie - living together apart.

Groeten, Maite

Hee Maite,

Dat is een rake typering. De Kroaten en de Bosniakken die wij spraken legden inderdaad de nadruk op ‘apart’, terwijl ze toch echt met elkaar opgescheept zitten in Mostar. Je zou haast zeggen dat ze gedoemd zijn tot ‘samen’, maar bewust kiezen voor ‘apart’.

Het doet denken aan een nieuw soort apartheid: zelfverkozen. In 1993 is zo’n vorm van apartheid al eens voorgesteld. Als onderdeel van een vredesplan zou heel Bosnië worden opgedeeld in kantons. Drie voor de Serviërs, drie voor de Kroaten en drie voor de Bosnische Moslims. Sarajevo als hoofdstad zou als enige kanton zichzelf blijven, met een etnisch gemengd bestuur.

Ik werkte destijds op de Balkan als correspondent voor de Volkskrant en herinner me de kaartjes in de kranten: om twee Servische kantons aan elkaar te laten grenzen hadden de onderhandelaars (de topdiplomaten Cyrus Vance en David Owen) zelfs een corridor getekend, bestaande uit een hoger gelegen weg die dan over grondgebied van de Bosniakken zou lopen!

Dat plan en nu loopt daar dus die absurde door Mostar, met huizenblokken die aan de ene zijde op het ‘katholieke’ lichtnet zijn aangesloten en aan de andere op het ‘islamitische’. LTA.

Niet dat er geen strubbelingen zijn. Aan de Kroatische kant was dat het opzichtigst in de gestalte van de herbouwde katholieke kerk, een mastodont van een godshuis met een aparte klokkentoren van 105 meter hoog. Strak ontwerp, én: hoger dan de hoogste minaret aan de overkant.

Het kruis op de berg Hum. Stills uit aflevering 1 van De Brug.

Het kruis op de berg Hum. Stills uit aflevering 1 van De Brug.

Pal daarachter, op de berg Hum, is een gigantisch kruis verrezen. En langs het slingerweggetje ernaartoe staat in elke bocht een statie van de kruisweg, ter herdenking vooral aan de Kroatische ‘martelaren’. Het is godgeklaagd: de berg Hum was de strategische hoogte vanwaar de Kroaten de Stari Most, als zijnde een Ottomaans (islamitisch) bouwwerk, met zwaar geschut hebben kapotgeschoten.

Dit zijn niet alleen tekenen van een katholiek reveil: de religieuze symbolen staan demonstratief gericht op het islamitische stadsdeel. Vanwaar deze godsdienstige provocaties? Is het niet genoeg om elkaar gewoon de rug toe te keren?

Uit de gesprekken die ik had na afloop van de kerkdienst kreeg ik de indruk dat ik met Kroaten-in-het-kwadraat te maken had. Jonge mensen die nadrukkelijk katholiek waren en nadrukkelijk de Kroatische vlag vereerden. Ze leken me über-Kroaten, nationalistischer dan hun volksgenoten uit Kroatië zelf.

Maar later kwam daar nog een gedachte bij, en misschien is dat wel een hoopvolle: om hun Kroatische identiteit te versterken hebben zij hun overburen nódig. Een katholieke Kroaat is nadrukkelijk geen Bosnische moslim, vandaar dat zij klokkentorens en kruizen niet alleen op de hemel richten, maar ook op ‘de ander’. De Kroaten kunnen helemaal niet zonder de Bosniakken. Zouden die er niet zijn, tegen wie moesten ze zich dan afzetten?

Groeten, Frank

Ha Frank,

Ook aan ‘mijn kant’ zag ik de tekenen van het afzetten tegen de overkant. Die waren een stuk subtieler dan de metershoge bouwwerken van de Kroaten, maar misschien wel des te venijniger.

Het jaarlijkse kampioenschap brugspringen. Stills uit aflevering 1 van De Brug.

Het jaarlijkse kampioenschap brugspringen. Stills uit aflevering 1 van De Brug.

Neem het brugspringen - dé traditie in Mostar. Al eeuwenlang werpen jongemannen in Mostar zich van de meer dan 20 meter hoge brug. Wie dat het elegantst doet - het stilst in de lucht hangt, het minst smaragdgroene water doet opspatten - wordt tot winnaar gekroond.

Het is een traditie die van oudsher toebehoort aan de Bosnische moslims. In de mensenmassa tijdens het 451ste kampioenschap was dat ook niet te missen: onder de toeschouwers met selfiesticks stonden tientallen vrouwen in niqab. Toeristen uit de Golfstaten, waarvoor Mostar zich profileert als het meest westelijke stukje Islamitisch grondgebied in Europa.

Vlak voor de wedstrijd vroeg ik de winnaar van vorig jaar of er ook Kroaten meededen. ‘Uit heel voormalig Joegoslavië doen springers mee,’ zei hij enthousiast, trots wrijvend over de Stari Most-tatoeage op zijn borst. ‘Slovenen, Serviërs, Macedoniërs, moslims. Kroaten kunnen gewoon meedoen.’
‘Maar doen ze dat ook?’, vroeg ik.
Schouderophalend: ‘Ze schrijven zich niet in.’

Hoe symbolisch: het ligt aan de ander. Zíj schrijven zich niet in. Zíj hebben spiksplinternieuwe kerken nodig, wij hebben de eeuwenoude tradities. Wij Bosniakken zijn - en misschien is dit een groot woord - moreel superieur. Zíj waren de agressors in de oorlog, wij verdedigden onszelf alleen maar. Noem het de slachtofferrol.

Zeker: onder de Bosniakken víélen ook veel meer slachtoffers dan onder de Kroaten (respectievelijk zijn de schattingen 65 tegen Die dubieuze competitie winnen ze.

Maar hoe meer Bosniakken je vandaag de dag spreekt in Mostar, hoe meer je het gevoel krijgt dat ze die rol ook een beetje uitbuiten.

Hun ultieme bewijsstuk is de oude brug. De iconische brug die werd verwoest door hén aan de overkant, door de Kroaten.

Het herbouwen door de na de oorlog was natuurlijk bedoeld als symbool van verzoening. Maar spreek je nu een Bosniak, dan ziet die in de herbouwing vooral een bevestiging van het eigen gelijk. Wíj zijn degenen die hulp verdienden na de oorlog, óns werd kwaad gedaan, ónze Ottomaanse brug staat weer. Is het dan zo gek dat de Kroaten daar een eigen bouwwerk tegenover willen zetten?

Groeten, Maite

Hee Maite,

Beide kanten houden elkaar nu in evenwicht. Ze leunen als het ware de ruggen tégen elkaar. Ieder put een deel van zijn eigenheid uit dit afzetten, schrap zetten. In die zin bestaat er een wederzijdse afhankelijkheid, geen handreiking, geen verbinding, het blijven gescheiden gemeenschappen.

Er is een argument dat pleit vóór ontmenging en vóór de zelfverkozen apartheid dat me verontrust omdat het zo sterk is: mengen en samenleven ís al geprobeerd. Grootschalig en doordacht. Decennialang.

‘Bratsvo i jedinstvo’ heette dat in het Servo-Kroatisch, ‘Broederschap en eenheid’. Dit was niet alleen de slogan, maar ook het streven van de partizaan Josip Broz ‘Tito’ die in de bergen van Bosnië de nazi’s weerstond en na de Tweede Wereldoorlog, waarin verschillende bevolkingsgroepen elkaar naar het leven stonden, aan het roer van de Volksrepubliek Joegoslavië kwam te staan. Tito wilde de schepper zijn van een nieuw volk dat zich niet langer Sloveen, Kroaat, Montenegrijn of Serviër zou voelen, maar in de eerste plaats Joegoslaaf. Als militair, Tito is altijd maarschalk gebleven, gebruikte hij de legerkazernes als kweekscholen waarin de rekruten dagelijks werden blootgesteld aan de ‘broederschap en eenheid’-doctrine.

Links van de boulevard de Kroaten, rechts de Bosnische moslims. Stills uit aflevering 1 van De Brug.

Links van de boulevard de Kroaten, rechts de Bosnische moslims. Stills uit aflevering 1 van De Brug.

Dit ging verder dan opvoedkunde alleen. De jonge dienstplichtigen werden met opzet zo ver mogelijk van huis gelegerd. Een Montenegrijn werd in de deelstaat Kroatië geplaatst, een Bosnische Moslim in de deelstaat Servië, een Kroaat in Kosovo en ga zo maar door - met de nadrukkelijke bedoeling dat ze een vrouw zouden trouwen van de andere bevolkingsgroep en dat uit deze gemengde huwelijken kinderen zouden voortkomen die zich ‘Joegoslaaf’ zouden noemen. ‘Dit lukt niet binnen een generatie’, zei Tito. ‘Maar onze kinderen zullen het zeker meemaken.’

Tito stierf in 1980. Tien jaar later bevochten de Serviërs, de Kroaten en de Bosnische moslims elkaar in een nieuwe burgeroorlog. Die strijd was des te gruwelijker omdat de scheidslijn ineens dwars door de gezinnen liep. Doordat er zo verwoed was aangestuurd op gemengde huwelijken kwamen geliefden en bloedverwanten lijnrecht tegenover elkaar te staan, soms letterlijk in de loopgraven: ouders tegenover kinderen, ouders onderling, broers tegenover broers, zussen tegenover zussen.

Dit was ook het verhaal van Zoran, die ik in Mostar ontmoette: hij vocht in 1993 aan de kant van de Kroaten, zijn broer koos partij voor de Bosnische moslims en sneuvelde. En dat terwijl ze beiden Serviërs zijn.

Ik had een ontmoeting met Zoran maar hij bleek totaal onaanspreekbaar. Hij was dronken. Eiste geld van ons. Reageerde agressief toen we dat weigerden. Begon onze tolk Una uit te schelden, te intimideren en later te stalken met sms’jes: ze moest ‘deserteren’ uit ons team en met hem afspreken in de kroeg.

Vanzelfsprekend lopen er in een stad als Mostar vijfentwintig jaar na de oorlog talloze getraumatiseerden rond. Maar toch: zou zo’n Zoran niet extra verknipt zijn geraakt doordat de frontlinie dwars door zijn familie liep?

Groeten, Frank

Ha Frank,

Jij zegt dus eigenlijk: geforceerd mengen is geprobeerd. Het is mislukt. En het heeft de situatie er alleen maar erger op gemaakt.

Maar is de conclusie dan dat scheiding beter is? Dat lijkt me te kort door de bocht.

Bovendien: het viel me op dat Tito voor de meeste Bosniërs nog altijd een held is. Onze cameraman kocht als souvenir uit Mostar een portemonnee met de maarschalk en profil op de voorkant. Ik sprak ouderen die met nostalgie terugdachten en zich nog altijd identificeren als Joegoslaaf.

Dus waarom is het mengexperiment van Tito mislukt? Is het niet gewoon domme pech geweest dat hijzelf, de sterke leider die nodig was om de versnipperde natie bijeen te houden, overleed?

Misschien moeten we onze hoofdvraag - is gescheiden leven beter dan gemengd - anders formuleren. Is gescheiden leven wel mógelijk?

Is gescheiden leven wel mógelijk?

Want ja, er is veel verdeling, en ja, bevolkingsgroepen leven langs elkaar heen. En ja - en dit vond ik nog het meest schokkende - Kroaten en Bosniakken gaan naar hun eigen scholen, met hun eigen geschiedenisonderwijs.

Maar ik sprak ook mensen, vooral jonge mensen, die daar niet op zitten te wachten. Die juist geïnteresseerd zijn in de ander. Die het helemaal niks uitmaakt dat iemand een ander bankpasje heeft. Of die gewoon, per ongeluk, verliefd worden op een stadsgenoot aan de andere kant van de brug.

Dit is voor mij het menselijke niveau van omgaan met de verdeling. Ver weg van politiek. En ja, dus ook ver weg van pogingen van bovenaf om te mengen.

Ik moet denken aan mijn ontmoeting met Omer Hodzic en Igor Drljo, twee stand-up comedians uit Mostar. Omer is Bosniak, Igor - of Iggy zoals hij zichzelf noemt - Kroaat. Deze jongens van midden twintig gooiden vroeger stenen naar elkaar op straat en maken daar nu grappen over. Harde grappen. Humor als ultieme manier om wonden te helen. Humor als manier om bruggen te slaan. Mensen een spiegel voorhouden om te laten zien hoe absurd hun loopgraven eigenlijk zijn.

Groeten, Maite

Hee Maite,

Balkanhumor is ijzersterk. Ik herinner me een mop uit de oorlog. Wat is het verschil tussen een Kroaat, een Serviër en een Bosnische Moslim? Antwoord: Een Kroaat gaat niet naar de katholieke kerk, een Serviër niet naar de orthodoxe en een Bosnische Moslim niet naar de moskee.

Dus ja, humor helpt. En liefde. En vooral: werk. De enige bedrijvigheid van Mostar is de toeristenindustrie - in de zomermaanden. Hoe meer economische voorspoed, hoe moeilijker het is om de twee stadshelften tegen elkaar op te zetten. Handel is als Haarlemmerolie, zolang zakenpartners aan elkaar verdienen, houden ze elkaar te vriend.

Ooit belandde ik tijdens de oorlog in het hart van Bosnië in een dorp waar geen strijd woedde. Er stond een kermis en er was een skilift. ‘Moeten jullie niet vechten?’ vroeg ik. ‘Nee, wij leven van de handel,’ zeiden de bewoners.

Sigaretten, bier, cd’tjes. Rondom het dorp liep geen enkele frontlijn of loopgraaf. Het was een veilige haven vanwaar je ongehinderd kon oversteken van Kroatisch gebied naar Bosniaks gebied én Servisch gebied: via de brug van de handelsroutes.

Handel, humor en liefde dus. Met die humor en die liefde zit het wel goed, nu nog een inkomen om van te leven.

Groeten, Frank

Ben je na het lezen van deze brieven nieuwsgierig naar de aflevering? Die kun je hier terugkijken.

Wil je op de hoogte blijven van dit project? Dat kan! Schrijf je in voor mijn tweewekelijkse nieuwsbrief, en volg zo alle uitzendingen, artikelen en discussies. Meld je hier aan.

Lees verder

In Bosnië is de oorlog nog overal (op school, in de bus en uit het stopcontact) Lees hier de making-off van de eerste aflevering in Mostar, Bosnië-Herzegovina. Lees mijn verhaal hier terug De grens tussen Catalonië en de rest van Spanje loopt dwars door dit slaperige dorp Lees hier alvast hoe we aflevering 2 van De Brug hebben gemaakt in San Rafaël del Rio. Lees mijn verhaal hier terug Benieuwd welke bruggen we nog meer bezoeken? In dit artikel blikken we alvast vooruit op het hele project. Lees hier ons verhaal terug