Beste,

Onlangs stuurde collega Sanne Blauw me een ontroerend essay door. Het is geschreven door journalist Elizabeth Weil en gaat over

Over de angsten en twijfels en gevoeligheden die daarbij komen kijken; over hoe je je dochter wil behoeden voor het maken van fouten, maar ook wel weet dat fouten maken soms de enige manier is waarop je iets leert.

En ook: over hoe de zorgen over tienerdochters vaak zorgen zijn over seks. Onveilige seks, teleurstellende seks, seks-om-de-verkeerde redenen.

Het aardige was dat de dochter in kwestie, de vijftienjarige Hannah W. Duane, haar moeders essay

Bij een omschrijving van de manier waarop Hannah’s vader haar kwaad maakte tijdens een klimsessie, merkt Hannah bijvoorbeeld op:

‘Ik was niet kwaad. Dat heb ik mijn ouders meerdere keren verteld. Niemand in mijn familie begrijpt dat ik teleurgesteld kan zijn, zonder kwaad te zijn op iemand in het bijzonder. Ik had een rotbui. Ik heb m’n eigen gedachten, oké?’

En wanneer Weil het over puberale woedeaanvallen heeft, riposteert Hannah:

‘Ik zou tienerwoedeaanvallen graag verdedigen. Ze zijn misschien een beetje heftig, maar wanneer het voorbij is merk ik dat het hebben van een freakout wanneer dat het allerlaatste is wat je wil, ook bevrijdend kan zijn. Je hebt precies datgene gedaan wat je helemaal niet had willen doen, en je leeft nog.’

De hele wereld is een bron van zorgen, maar toch

Wat het essay, in combinatie met Hannah’s grappige, gevatte en intelligente commentaar, mooi laat zien, is het contrast tussen de angsten en doemscenario’s van ouders en de zelfredzaamheid en buigzaamheid van kinderen.

Het is alsof je, wanneer je kinderen krijgt, vergeet hoe het was om zelf kind te zijn.

Ik bedoel: niet dat er niets is om bezorgd over te zijn – de hele wereld is een bron van zorgen – maar kinderen zijn ook weer niet de naïeve en weerloze wezens die in die zorgen zo vaak de hoofdrol spelen.

Uit de serie Anamorphosis van Judith van IJken.

Uit de serie Anamorphosis van Judith van IJken.

Het verschil tussen projecteren en kijken

Ik las ‘Raising a teenage daughter’ nadat ik zelf een stuk had geschreven over mijn dochter. Niet een van vijftien, dat duurt goddank nog even, maar een van bijna vier.

Ongeveer een jaar geleden belandde zij in de prinsessenfase: al mijn opvoedvoornemens ten spijt veranderde ze van de ene dag op de andere in een roze suikerspin die de hele dag door ‘Let it go’ ten gehore bracht.

Zij had het prima naar haar zin, ik moest even wennen – en

Zo kwam ik onder meer uit bij het contrast tussen de vrees van volwassenen en de realiteit van kinderen: tussen projectie en écht kijken.

Uit de serie Anamorphosis van Judith van IJken

Uit de serie Anamorphosis van Judith van IJken

Over kijken gesproken: aanleiding voor dit verhaal was Anamorphosis, een serie van fotograaf die al jaren aan een reeks portretten werkt van jonge meisjes in prinsessenjurken.

Die foto’s, die ik prachtig vind – mysterieus, prikkelend, ongemakkelijk, mooi –, gaan net zozeer over de kinderen die erop zijn afgebeeld als over de volwassene die hen afbeeldde.

Begin volgend jaar verschijnt het in boekvorm.

Goede jaarwisseling,

Lynn

Wil je volgen wat ik zoal lees en schrijf? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief Op De Correspondent verdiep ik me in moderne sleutelwoorden en schrijf ik geregeld over technologie, cultuur en literatuur. Wil je per e-mail op de hoogte blijven van nieuwe stukken in de maak en wat ik zoal voor moois tegenkom op De Correspondent en daarbuiten? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief! Inschrijven doe je hier