‘Minder prestatiedruk, meer creatieve vakken.’ Ziehier punt drie uit het manifest Ouders voor goed onderwijs. ‘Om kinderen zich breed te laten ontwikkelen moet muziek, theater en beeldende vorming in het standaardpakket’, schrijft deze groep ouders – onder wie de Zweedse radiodocumentairemaker Jennifer Pettersson, bekend van de podcast

Nu kun je denken dat het hier gaat om de onvrede van een klein groepje – het is ‘slechts’ door 896 ouders getekend. Maar het lijkt breder te leven. Ook het aantal leerlingen dat naar de vrije school gaat, groeide de afgelopen tien jaar met 35 procent, terwijl het totale aantal schoolgaande kinderen in Nederland

Die groei in het antroposofisch onderwijs is deels toe te schrijven aan de behoefte aan ​​een leermethode die zich niet uitsluitend richt op het meetbare, maar zich ook actief bezighoudt met ‘mensvorming’ en de rol van de kunsten hierin. Dat blijkt uit van onderwijsonderzoeksbureau DUO in opdracht van de Vereniging voor Vrije Scholen.

Opvallend is dat ook het platform dat de overheid adviseert, het belang van het ontwikkelen van creativiteit onderschrijft en onderstreept. In hun eindrapportage dat er binnen het onderwijs meer ruimte moet komen voor de ontwikkeling van creativiteit en (het in stand houden van) nieuwgierigheid.

Op de barricade voor het nutteloze

Maar vanwaar deze behoefte? In dit laatste artikel voor mijn serie wil ik meer weten over de rol van kunst bij het vormen van een mens, over de meerwaarde van de nutteloosheid en over de rol die je hierin kunt spelen als opvoeder.

Daarvoor praat ik met schrijver en voormalig Dichter des Vaderlands Anne Vegter. Ik ontmoet haar in de tuin van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en de Akademie van Kunsten, waar ze lid van is. ​Ze is een uitgesproken voorvechter van ‘het nut van het nutteloze’ en zet zich in om kinderen te betrekken bij kunst.

Met Vegters leesaanwijzingen gaan de gedichten opeens leven

Toen zij in 2017 stopte als Dichter des Vaderlands startte zij de website De site is een poging om gedichten toegankelijker te maken voor (jonge) mensen die het moeilijk vinden om gedichten te lezen.

Met Vegters leesaanwijzingen gaan de gedichten – die ik soms best moeilijk vind – opeens leven. Ik maak hieruit op dat ze niet alleen haar vak verstaat, maar het ook weet over te dragen.

Herken je het verhaal van de protesterende ouders?
‘Ja. Ik heb voor mijn kinderen echt hard moeten zoeken naar een school waar ruimte is voor verbeelding. Scholen zijn in mijn ogen steeds meer verworden tot een plek waar leerlingen zo snel mogelijk klaargestoomd moeten worden voor het beroepsleven. Er is minder ruimte voor nadenken, om nog eens terug te komen op wat je vindt, en je breed te ontwikkelen.’

Waarom vind je het belangrijk dat scholen en ouders ruimte maken voor kunst en verbeelding?
‘Omdat er een waarde schuilt in de confrontatie met schoonheid – of het nou gaat om poëzie, toneel, muziek, literatuur of filosofie. Het mooie van kunst is dat die expliciet niet gaat over kennisoverdracht. Je spreekt er een ander soort intelligentie mee aan.’

‘Als wetenschapper heb je ook verbeelding nodig, je moet je een voorstelling kunnen maken van een oplossing’

Hoe bedoel je dat?
‘Via de kunst wordt een stukje van de wereld op een bijzondere manier voor je uitgestald. Dat biedt je de kans om dit uitgeknipte stukje wereld te verbinden met iets wat je eerder dacht of voelde. Je kunt dus stellen dat kunst helpt je gevoel uit te breiden en je blik te verruimen. Het stimuleert je om vrij te denken – er is geen goed of fout als het gaat om kunst.’

‘Het lezen van gedichten of het kijken naar kunst helpt kinderen hun verbeeldingskracht aan te spreken. Verbeelding is volgens mij de eerste stap in een rijker mens worden of een betere burger. Verbeelding gaat bijvoorbeeld vooraf aan empathie. Je hebt het nodig om je een voorstelling te kunnen maken van andermans situatie. Dat is op zichzelf al een hele belangrijke vaardigheid maar wordt nog belangrijker naarmate de samenleving diverser wordt.’

‘Daarnaast is verbeelding ook nodig om oplossingen te vinden. Als wetenschapper heb je bijvoorbeeld ook verbeelding nodig. Je moet je een voorstelling kunnen maken van een oplossing van een bepaald probleem. Je bouwt je hypothese op basis van verbeelding.’

‘Het is niet erg als je niet meteen een oordeel hebt’

Behoort die verbeelding niet tot de standaarduitrusting van kinderen?
‘Jawel, maar om dit vermogen verder te ontwikkelen, moet het wel genoeg worden aangesproken. Daarvoor moet je veel ervaringen hebben opgedaan met kunst. En je moet geholpen worden om het te waarderen. Je moet bijvoorbeeld leren dat je kunst gewoon kunt erváren. En dat het niet erg is als je er niet meteen een oordeel over hebt.’

‘Als je er zo open in staat kan het soms opeens gebeuren dat je een elektrificerende ervaring hebt, zo is mijn ervaring. Soms is dat een schok van herkenning, soms een gevoel – blijheid, afkeer – dat bij je opkomt en soms een verheldering van een gevoel. Het kan van alles zijn.’

Kun je wat voorbeelden geven van hoe het leren waarderen van kunst in zijn werk gaat?
‘Lees een gedicht hardop voor. Zo resoneert het in je lichaam. Dan komt de poëzie uit je ingewanden. Als je hardop praat, spreek je de ratio minder aan. Dat loslaten van die ratio is essentieel en bij het lezen van gedichten best moeilijk. Poëzie is nou eenmaal gemaakt van taal. Je gebruikt de woorden uit een gedicht ook in normale conversaties. Bij een goed gedicht word je meegenomen of gedwongen te accepteren dat een bepaalde uitspraak iets anders is dan wat die in het dagelijks leven betekent.’

‘Anders dan bij veel cognitieve vakken, moet je kinderen ook leren dat er geen universele handleiding is voor kunst ontcijferen. Er zijn geen codes die je moet kraken voor het lezen van een gedicht bijvoorbeeld. Soms begrijp je het niet. En dat is niet erg, maar dat soort dingen moet je mensen vertellen. Anders lopen ze er van weg omdat ze denken dat ze er niet slim genoeg voor zijn, of dat het iets is voor interessant-doeners of andere groepen waar ze niet bij willen horen.’

‘Dichters wonen op stinkende zolderkamers’

Lukt het je kinderen mee te krijgen?
‘Tijdens gastlessen poëzie op middelbare scholen vraag ik eerst wat ze denken bij het woord ‘dichter’. Dan krijg je opmerkingen als ‘die wonen in een stoffige zooi en in een stinkend kamertje’. Of ‘dichters zijn mannen die nooit een vriendin kunnen krijgen – daar ga ik me toch niet mee bezighouden?’. Ze denken dat gedichten héél moeilijk zijn. Een soort hogere wiskunde. Het grappige is dat als ik daarna een gedicht voorlees, er vaak fantastische gesprekken op gang komen.’

Kun je een concreet voorbeeld geven?
‘Ik las met kinderen een van Lars Gustafsson over een trein in de nacht die langzaam in de verte verdwijnt. Toen ik de kinderen vroeg wat ze daarbij voelden, kregen we een gesprek over sterven. Over concentratiekampen en over de oorlogen van nu. Ik vind dat een voorbeeld van een intelligente en gevoelige verbeelding. Ze zijn daar helemaal zelf toe gekomen. Ik heb ze niet van tevoren gezegd ‘dit gedicht is een metafoor voor de reis van Joden naar een concentratiekamp’ – ik ben heel erg wars van zo’n aanpak. Het is ook niet nodig, je ziet dat die beelden uit zichzelf ontwaken.’

‘Door hun opvoeding geven volwassenen zichzelf niet de ruimte om hun kunstbehoeften te zien’

Wat kunnen ouders doen om kinderen gevoel voor kunst bij te brengen?
‘Het belangrijkste is dat je het persoonlijk maakt. Deel je enthousiasme. Vertel waarom je iets mooi vindt. Neem kinderen mee naar een museum of naar een toneelstuk. Lees ze voor. Laat ze kunst spelenderwijs ervaren. Maak het vooral niet dwingend.’

‘Het probleem van dit advies is wel dat het moeilijk is kinderen enthousiast te maken voor kunst als je er zelf geen plezier aan beleeft. En ik denk dat de groep voor wie dat geldt best groot is. Ik heb het gevoel dat dit soort passies van mensen nog te vaak zijn bekneveld in hun kindertijd. Door die opvoeding geven volwassenen zichzelf niet de ruimte om hun eigen kunstbehoeften te zien.’

Hoe doorbreek je dat?
‘De enige manier is door inzicht te krijgen in de subtiele manier waarop je zelf gecodeerd bent als kind. Wat was er belangrijk in jouw gezin vroeger? Vraag jezelf ook steeds weer af: waarom doe ik de dingen zoals ik ze doe? Wat vind ik zelf nou echt belangrijk? En besteed ik daar dan wel genoeg aandacht aan? Als dat een beetje lukt en je blijkt kunst eigenlijk waardevoller te vinden dan je dacht, dan kan er ook iets gaan verschuiven bij je kinderen.’

Verplicht gedicht voor elk Kamerdebat

Kun je stellen dat we onze cultuur een beetje tegen hebben, als het gaat om kunst? Zijn we misschien te nuchter? Te bang voor sentimentaliteit?
‘Misschien. Ik weet in ieder geval dat het ook anders kan. Ik was dertig jaar geleden in IJsland. Daar meldde het journaal dat een bepaalde dichter op die dag een nieuwe bundel had gepubliceerd. In Nederland zouden we dan meteen denken: welke uitgever heeft de boel hier omgekocht? Maar in IJsland keek niemand ervan op. Het was belangrijk nieuws. Poëzie leeft daar heel erg.’

Maar hoe krijg je de Nederlandse geesten daar rijp voor?
‘Ik heb weleens gedacht dat het goed zou zijn om de debatten in de Tweede Kamer te beginnen met een gedicht – en niet alleen in de Poëzieweek. Zelfs voor de mensen die niet gewend zijn om gedichten te lezen, is dat interessant. Als je begint met een gedicht heb je namelijk – voor je met elkaar in debat gaat – eerst even een vrije taalervaring. En dan bedoel ik taal die zijn eigen ruimte creëert en geen belang heeft.’

‘Met een gedicht schep je eigenlijk een nieuwe dimensie. Het biedt je een blik in een soms raadselachtige wereld die je niet kunt besturen. Er wordt geen mening de zaal in geslingerd maar hooguit een vergezicht. En die vergezichten, daar gaat het als het goed is toch om in de politiek.’

Zouden de Kamerleden daarvoor openstaan?
Grijnzend: ‘Het zullen natuurlijk relatief toegankelijke gedichten moeten zijn. Anders kunnen ze er niks mee, die Kamerleden. Maar daarvoor moeten ze mij maar even raadplegen. Ik heb een goede bundel samengesteld waarmee ik zo een jaar zou kunnen vullen.’

Lees verder:

Kinderen zijn net rupsen: nog lang niet af. Deze hoogleraar vertelt hoe je hun brein het beste stimuleert. Als je kinderen goed wilt leren nadenken, moet je hen zó stimuleren dat hun hersenen zich evenwichtig ontwikkelen. Nu gebeurt dat te weinig, zegt Jelle Jolles, hoogleraar neuropsychologie. ‘We halen er niet uit wat erin zit.’ Lees het verhaal hier terug Hoe maken we onze kinderen empathischer? Als het niet goed zit met de relatie tussen ouders en hun kinderen, krijg je daar als maatschappij onherroepelijk mee te maken. Dan moet je allerlei instanties optuigen om mensen weer op de rails te krijgen.’ Dus pleit docent Mary Gordon voor empathischer opvoeden. Maar hoe precies? Lees het verhaal van Marilse hier terug