De Correspondent
Lex Bohlmeijer - in gesprek met Fréderike Geerdink
SoundCloud

Interview

Volgens de strijders van de Turks-Koerdische is het hun leider gelukt om de man in zichzelf om te brengen.

Ja, je leest het goed. Öcalan zit al jaren in eenzame afzondering opgesloten in een Turkse gevangenis, maar de strijders van de PKK weten wat hij van hen wil: ze moeten de giftige mannelijkheid in zichzelf om zeep helpen.

Want dit is waar ze zeggen tegen te strijden: de patriarchale cultuur en alles wat die heeft gebracht: kapitalisme, nationalisme, concurrentie, macht, wapens, oorlog.

Niet de enige verrassing

Het is niet de enige verrassing die je te wachten staat als je Dit vuur dooft nooit leest van Fréderike Geerdink (Hengelo 1970). Negen jaar werkte ze in Turkije als correspondent voor diverse bladen. Toen werd ze op verdenking van staatsvijandige activiteiten het land uitgezet.

Ze raakte haar leven kwijt, zegt ze nu: ze woonde in de vooral door Koerden bewoonde stad Diyarbakir, in het zuidoosten van Turkije, en voelde zich daar volkomen thuis. Inmiddels leidt ze dus het leven van een soort balling.

In Noord-Irak stapte Geerdink in een ander universum, waar ze volledig was afgesneden van het dagelijks nieuws

Geerdink vertrok in mei 2016 voor een jaar naar Noord-Irak. In die door Iraakse Koerden geregeerde regio hebben de strijders van de PKK zich teruggetrokken in een aantal kampen. Ze dompelde zich onder in de cultuur van de groep als embedded journalist.

Het was, zegt ze nu, alsof ze terechtkwam in een ander universum. Het bestaan dat ze beschrijft, onder het bladerdak van de walnotenbomen (waar je beschermd bent tegen de drones), doet denken aan het kloosterleven. Er is sprake van devotie en volledige toewijding; de meeste tijd gaat op aan studie, de mannen zijn gescheiden van de vrouwen, er is geen sex, er heerst een andere tijdsberekening.

Het betekende dat Geerdink haar journalistieke levensstijl overboord kon gooien. Ze was afgesneden van het dagelijks nieuws en moest vertragen naar guerilla-tempo. De mislukte couppoging in Turkije die leidde tot grootscheepse zuiveringen in Turkije? Ach, de guerrillero’s taalden daar niet naar. Zij volgen een eigen koers, hebben hun eigen tempo. Geerdink beschrijft dat andere universum van binnenuit. Zo krijg je een uniek inzicht in de gang van zaken bij de PKK.

Zusterorganisaties in Irak, Syrië en Iran

De PKK voert sinds 1976 oorlog tegen de Turkse staat. Ze heeft zusterorganisaties in Noord-Syrië, Noord-Irak en Iran. Het Koerdische volk is immers verspreid over vier verschillende landen.

Maar voor alles is de PKK een ideologie, blijkt uit haar boek. Centraal staat de vrouwenstrijd. Alle guerrillero’s die Geerdink sprak, hameren erop: de partij wil terug naar een matriarchale samenleving, zoals die tienduizend jaar geleden bestond,

Die samenleving zou zijn gekenmerkt door waarden van gezamenlijkheid en gelijkheid. Sectarisch denken, zoals dat in het huidige Midden-Oosten vaak de kop opsteekt, gaat volgens de PKK dwars in tegen de wezenlijke behoeften van de mens. Want mensen willen het liefst elkaar helpen en in stand houden. Het appelleert aan wie wij zijn: wezens die elkaar nodig hebben.

Weg met de natiestaat

In de ideologie wordt dus ook afgerekend met het idee van de natiestaat. Stel je voor dat in het Midden-Oosten de nationale grenzen worden opgeheven, zou dat niet (op de hele lange termijn) de enige echte oplossing zijn voor deze brandhaard? De regio is multi-etnisch, multi-linguistisch. Alle grote monotheïstische godsdiensten komen er vandaan. Welk land je ook neemt, er zullen altijd groepen buitenvallen.

Inmiddels is de PKK effectief de landsgrenzen aan het ondermijnen door - bijvoorbeeld in Noord-Syrië - een systeem op te zetten van Ze noemen dat ‘democratisch confederalisme’. Alle groepen doen eraan mee, zeggen de lokale bestuurders. Er ligt een aan ten grondslag. En als het lukt... wordt de nationale staat buiten spel gezet.

Maar hoe zit het dan met de wapens van de PKK, het geweld dat de beweging allesbehalve schuwt? Er is in het verleden veel mis gegaan en Fréderike Geerdink stelt daar in haar boek ook voortdurend kritische vragen over. Het antwoord van de PKK: in principe zijn de wapens bedoeld voor zelfverdediging. Geerdink vindt veel PKK-geweld om die reden gelegitimeerd: de Koerden worden in Turkije onderdrukt en aangevallen. En elk volk heeft het recht zich te verdedigen, vindt ze.

‘PKK houdt zich aan het oorlogsrecht’

Daarom spreekt zij ook van een ‘niet-internationaal gewapend conflict’, waarbij ze de criteria van het internationaal recht hanteert. Volgens die definitie is de PKK geen terroristische organisatie, en moet zij zich aan het oorlogsrecht houden.

Daar streven de strijders ook naar eigen zeggen naar: zo zouden ze geen kindsoldaten inzetten of landmijnen gebruiken. En burgers mogen niet het doel zijn. Als ze aanslagen plegen, zijn die gericht tegen de Turkse staat, militaire doelen, vertegenwoordigers van het leger.

De Turkse staat houdt zich in ieder geval niet aan dat recht en is zo sterk, daar kun je je niet tegen verdedigen met je blote handen, stelt Geerdink.

De Turkse staat wil zichzelf beschermen en houdt het land tot in de kleinste uithoeken in een ijzeren greep

We leven in een tijd waarin het fascisme weer opkomt en salonfähig wordt, constateert Geerdink. De Turkse staat is in haar ogen altijd fascistoïde geweest en gebleven. Die staat wil zichzelf beschermen en houdt het land tot in de kleinste uithoeken in een ijzeren greep.

Onder president Recep Erdogan mag Turkije onlangs zijn overgegaan op een , in feite is van een grote verandering geen sprake, zegt Geerdink. Erdogan heeft het op zich al centralistische systeem alleen maar versterkt. Het betekent in elk geval dat de Koerden voorlopig geen vrede hoeven te verwachten. En zeker niet een die gepaard gaat met vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.