Dinsdag kwamen de Europese milieuministers bijeen in Luxemburg. Met de mouwen opgestroopt? Bewust van hun historische taak? Vol dadendrang? Je zou het verwachten.

De dag ervoor was immers van het VN-klimaatpanel IPCC verschenen. Het rapport laat zien dat het nog kan, de opwarming van de aarde binnen de perken houden. Maar dan moet het roer wel rap en radicaal om.

In besloot de wereld in november 2015 dat de opwarming van de aarde aan het eind van deze eeuw binnen de moet blijven, het liefst 1,5 graad.

Het IPCC benadrukte het belang van de laatste optie. Want die halve graad maakt een wereld van verschil. Neem de insecten. Bij 1,5 graad opwarming delft naar schatting 6 procent van de soorten het onderspit, bij 2 graden drie keer zo veel. Ook leidt een opwarming van 2 graden tot meer oogstverliezen, waterschaarste, sterfte bij hittegolven en doden door ziekten als malaria.

Ze konden de koe meteen bij de horens vatten, de milieuministers. Want twee onderwerpen van majeur belang lagen dinsdag voor: de snelheid waarmee de CO2-uitstoot van auto’s omlaag moet, en welke positie de Europese Unie moet innemen op in december in het Poolse Katowice.

Maar als er bij sommigen al brandende ambities waren, werden die gesmoord in waterige compromissen.

Een stevig potje klimaattouwtrekken

Vorige week stemde het Europees Parlement voor het terugdringen van de CO2-uitstoot van auto’s Dat was al minder ambitieus dan de milieucommissie van het Europees Parlement wilde: 45 procent. Dinsdag deden de Europese ministers er nog eens 5 procentpunt af.

Zo logisch als wat, kun je denken. Want aan het ene einde van het touw stonden Duitsland en de te trekken. Die vonden 30 procent echt het maximum. Aan de andere kant zetten landen als Nederland en Denemarken zich schrap. Die vonden 40 procent echt het minimum. En na dertien uur touwtrekken kwamen ze netjes in het midden uit: 35 procent.

Met z’n zeventienen kun je toch harder trekken dan met z’n elven?

Toch waren de ministers van landen die méér wilden behoorlijk gefrustreerd. Zes van hen, onder wie de door Nederland afgevaardigde staatssecretaris van infrastructuur Stientje van Veldhoven, spraken hun teleurstelling uit in bij de notulen. Zij had daags tevoren nog gepubliceerd met als veelzeggende kop: ‘Let’s not give carmakers a free ride to Paris.

Die zes ministers waren het meest uitgesproken. Maar in totaal waren er zeventien landen die voor minstens 40 procent waren. Met z’n zeventienen kun je toch harder trekken dan met z’n elven?

Zeker, zware jongens als Duitsland leggen meer gewicht in de schaal. Maar in het 40-procentkamp zaten ook grote landen als Italië en Frankrijk.

Waarom veranderden Frankrijk en België van rijbaan?

Voor Frankrijk maakte de kersverse minister van Ecologie, Duurzame Ontwikkeling en Energie François de Rugy zijn debuut in Luxemburg. Hij is de mediagenieke Nicolas Hulot opgevolgd. Die stapte uit de regering, omdat hij het niet langer kon verdragen dat de strijd tegen klimaatverandering en verlies van biodiversiteit zo traag verliep – en dat zijn president zijn rug niet rechter hield in dat gevecht.

Rugy toonde zich bij zijn Europese vuurdoop al meteen plooibaarder dan zijn voorganger. Aan het eind van de rit ‘wist Duitsland zijn invloedrijke buur te overtuigen om van rijbaan te veranderen’, Euractiv met een passende metafoor.

Maar waarom gaf Rugy toe? Politiek is een spel van geven en nemen. Over het wisselgeld dat Frankrijk (wellicht) kreeg, is bij mijn weten nog niets bekend.

Maar over het veranderen van rijbaan van een ander land – België – las ik in Le Soir een Voor de bijeenkomst van dinsdag had België de 40 procent nog als een ‘rode lijn’ gekwalificeerd. Maar het land stuurde geen minister naar Luxemburg; alleen de vervangende permanente vertegenwoordiger bij de EU mocht op komen draven. Die legde aan het begin van de vergadering de Belgische startpositie uit, maar deed er verder het zwijgen toe. Aan het eind legde hij zich neer bij het compromis.

Waarom vocht de Belg niet als een leeuw om de rode lijn te bewaken?

Hard bewijs heeft Le Soir niet, maar de krant legt het verband met een telefoontje tussen bondskanselier Angela Merkel en de Belgische premier Charles Michel afgelopen zondag. België is al weken in rep en roer over een stroomtekort dat komende winter dreigt, nu een aantal kerncentrales platligt. Zit het land in het donker deze winter? Of heeft Merkel soms aangeboden dat ze de reddende hand toesteekt, als de Belgen het verzet tegen soepelere uitstootnormen staken?

Heeft Merkel soms aangeboden dat ze de reddende hand toesteekt, als de Belgen het verzet tegen soepelere normen staken?

Hoe het ook zij, Duitsland en de autoindustrie Er kwam een verplichting uit de bus rollen die relatief bescheiden is, zowel in verhouding tot wat nodig is als tot waar landen elders in de wereld zich op vastleggen.

In het IPCC-rapport is dat om binnen de 1,5 graad opwarming te blijven, we uiterlijk 2050 alle door fossiele brandstoffen aangedreven voertuigen moeten hebben ingeruild voor elektrische. Het rapport geeft India als voorbeeld, waar vanaf 2032 alleen nog elektrische voertuigen verkocht mogen worden.

Elektrische auto’s Wat India wil is dus andere koek dan die 35 procent minder uitstoot van nieuwe auto’s in 2030 die de EU nastreeft.

Vrome woorden, zachte doelen

Maar auto’s vormen natuurlijk maar een deel van het klimaatprobleem. Om de opwarming van de aarde tot een acceptabel niveau te beperken, moet de uitstoot van broeikasgassen van de hele wereldeconomie volgens het IPCC in 2050 uitkomen.

Dinsdag sleutelden de ministers ook aan de inzet van de EU bij de klimaatconferentie van Katowice. De die eruit rolde stond vol vrome woorden. Zo begon de Raad van Ministers met het benadrukken van de ‘ongeziene urgentie de mondiale inspanningen op te voeren om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen’.

Maar die urgentie vertaalde zich niet in harde doelen. De ministers:

  • legden zich niet vast op het streven de opwarming tot 1,5 graad te beperken,
  • verbonden zich niet aan de doelstelling dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 netto nul is,
  • verhoogden het doel voor de totale CO2-reductie die al in 2030 gerealiseerd moet zijn niet. Dat is nu 40 procent ten opzichte van 1990, terwijl 55 procent reductie nodig is om op koers te blijven voor maximaal 1,5 graad opwarming.

De milieuministers hadden de mond vol van hoe de EU voorop blijft gaan in de mondiale strijd tegen klimaatverandering. Maar daden waarmee ze in Katowice aan de wereld laten zien dat Europa echt die gidsrol op zich neemt, bleven uit.

Hoe Europese besluitvorming goede bedoelingen om zeep helpt

En dat terwijl het Europees Parlement zo graag wil dat de EU wél vol dadendrang naar Polen trekt. Woensdag stemde de milieucommissie van het Parlement over wat volgens haar de inzet van de EU in Katowice moet zijn.

Het is een fascinerend schouwspel, zo’n stemming. In razend tempo jast de voorzitter tientallen erdoor. Parlementariërs stemmen door hun hand op te steken. Als niet in een oogopslag is te zien of een amendement een meerderheid heeft, volgt een elektronische stemming.

Wil die 55 procent echt een hard doel worden, dan moet de Commissie daar een wetsvoorstel voor doen. En dan begint het hele spel weer

Over elk woord vechten de parlementariërs. Neem amendement 14. Mireille D’Ornano van Les Patriots, een van het Front National afgescheurde eurosceptische en nationalistische partij, wil dat het woord ‘helaas’ wordt ingevoegd bij de constatering dat de uitstoot van broeikasgassen in 2017 is gestegen. Ze krijgt geen meerderheid.

Meer op het spel staat er bij nummer 45 van Gerben-Jan Gerbrandy (D66). Daarin staat dat de uitstoot van broeikasgassen in de EU in 2030 55 procent lager moet liggen dan in 1990. En dat

Alleen bezit de milieucommissie van het Europees Parlement natuurlijk niet de macht om dit doel vast te leggen. Eerst is het voltallige parlement in de week van 22 oktober nog aan de beurt. En als die 55 procent het daar overleeft, heeft het nog steeds hoogstens een symbolische waarde. Want dit cijfer staat in een parlementaire resolutie – geen wetgevende tekst, hoogstens een advies.

Wil die 55 procent echt een hard Europees doel worden, dan moet de Europese Commissie daar eerst een wetsvoorstel voor doen. En dan begint het hele spel weer: in het Parlement, in de Raad van Ministers en ten slotte in de trialoog, de onderhandelingen tussen Commissie, Raad en Parlement.

Ik wil niet sceptisch zijn, maar dikke kans dat deze goede bedoeling dan weer strandt in de vergaderblubber zoals afgelopen dinsdag in Luxemburg.

Wil je op de hoogte blijven van mijn Brusselse zoektocht? Elke zondag om 10.00 uur publiceer ik een nieuwsbrief waarin ik verslag doe van mijn pogingen het spel in Brussel te doorgronden en initiatieven voor een mooier Europa in kaart te brengen. Die verschijnt op de site, maar kan je ook in je mailbox ontvangen. Schrijf je hier in