Beste,

Ik bracht mijn week door met deze twee gele rakkers.

Foto: Lise Straatsma

Foto: Lise Straatsma

Laat ik beginnen met het boek op links: Digital Minimalism - Choosing a Focused Life in a Noisy World (ook verschenen in het Nederlands met de titel

Ik kwam op het boek door van journalist Ezra Klein met de schrijver, Cal Newport. Fan van Newport was ik al, door Deep Work, dat me heeft geholpen om meer tijd te vinden voor focus in mijn werk, bijvoorbeeld door elke dag tot 14.00 uur te blokken voor schrijven en lezen.

In het gesprek vertelt Newport over het belang van solitude, afzondering. Het klinkt dan alsof je je fysiek moet afzonderen, maar dat is niet het geval. Newport geeft een definitie van solitude die hij baseert op het boek

Een subjectieve gemoedstoestand waarin je geest vrij is van de inbreng van anderen.’ In het Engels vond ik het nog wat mooier: ‘free from input from other minds’.

Zo kun je in een huisje op de hei gaan zitten, maar als je de hele dag boeken leest, zonder je je niet af. Aan de andere kant kun je je in een propvolle tram prima afzonderen van de input from other minds.

Sinds ik deze definitie heb gehoord, ben ik eens gaan letten op hoeveel ik me daadwerkelijk afzonder. Ik zit soms een dag te lezen en te praten met collega’s, luister een podcast op de fiets en zet dan ’s avonds een serie aan.

Best vermoeiend, eigenlijk, want ik geef mezelf op zulke dagen nauwelijks tijd om al die input te verwerken. Dus probeer ik nu wat vaker echt tijd voor mezelf te nemen. Ik was dan ook erg blij met de input van Newports mind.

Afzondering is een onderdeel van een groter pleidooi voor een andere omgang met technologie. Newport noemt dat het ‘digitaal minimalisme’. Ik vertel er meer over die ik vandaag publiceerde.

Cijferminimalisme?

Newport bepleit in zijn boek dat je eerst moet nadenken over wat je belangrijk vindt, voordat je bedenkt hoe je technologie wil gebruiken. Anders plemp je je smartphone vol met apps en laat je technologiebedrijven vervolgens voor je beslissen wat waardevol is.

Die houding deed me denken aan Francesca Bria, de Chief Technology and Digital Innovation Officer van Barcelona. De CTO, dus. Ik sprak haar met collega Maurits Martijn eind vorig jaar voor over slimme steden.

‘Wij stemmen de technologie af op onze beleidsagenda, niet andersom.’ Ze wil niet de technologie in de stad door de bedrijven laten bepalen die de gemeente een slimme [lantaarnpaal/vuilnisbak/vul maar in en het bestaat] aan willen smeren.

Bria ging dan ook aan de slag met Decidim, een online platform waar Barcelonezen kunnen meepraten over het beleid in hun stad. ‘70 procent van ons beleid komt van onze burgers’, stelt Bria. (Dit getalletje heb ik helaas niet kunnen checken.)

Newport en Bria zetten me aan het denken: Wat zij doen op het gebied van technologie, kunnen we dat niet ook doen op het gebied van cijfers?

In plaats van ongebreideld te meten - denk aan online data of toetsresultaten van leerlingen - zouden we eerst scherp moeten krijgen wat we precies willen bereiken. Om daar vervolgens de juiste middelen bij te zoeken, kwantitatief óf kwalitatief.

Neem schoolcijfers. Je kunt een ‘maximalist’ zijn en zoveel mogelijk proberen te meten. Je kunt vast beargumenteren dat er een voordeel te behalen is aan die cijfers. Maar wat zijn de kosten die tegenover die baten staan? Helpt het het leerproces? Geeft het de leerling stress?

In het onderwijs zie je nu een opkomst van ‘formatief toetsen’, waarbij de toets geen gevolgen heeft maar alleen dient om inzicht te krijgen in het leerproces. Een leerling kan bij zo’n toets een cijfer krijgen (kwantitatief), maar ook feedback in woorden (kwalitatief). En ik sprak al meerdere leraren die minder cijfers geven dan vroeger.

Dit ‘cijferminimalisme’ is een idee waar ik nog wel even op moet kauwen. Daarom ben ik wel benieuwd wat jullie ervan vinden: Snijdt het hout? Ken jij praktijkvoorbeelden waar al op deze manier met cijfers om wordt gesprongen?

Oorzaak en gevolg

Dan het rechterboek op de foto: van computerwetenschapper Judea Pearl en wetenschapsjounalist Dana Mackenzie.

Als onderzoeker krijg je er ingeramd dat ‘correlatie niet gelijk is aan causaliteit’. Als twee dingen tegelijk gebeuren of bij dezelfde groep mensen, wil dat nog niet zeggen dat het een het ander ook veroorzaakt.

Bekend voorbeeld: er is een relatie tussen schoenmaat van kinderen en hoe goed ze kunnen lezen. Maar dat betekent niet dat je schoenmaat je leesniveau beïnvloedt (of, gekker nog, dat je grotere voeten krijgt als je goed kunt lezen).

Nee, er is een derde ‘verstorende’ variabele: leeftijd. Oudere kinderen hebben én grotere voeten én kunnen beter lezen. Voila. Je leest meer over het door elkaar halen van correlatie en causaliteit in die ik eerder schreef.

Maar hoe weten we dan wél of er sprake is van een oorzakelijk verband? Die vraag is het onderwerp van Het boek waarom. Hoe weten we dat CO2 opwarming van de aarde veroorzaakt? Of roken longkanker?

Een prachtig en belangrijk onderwerp. Want een claim over een oorzakelijk verband afbranden is eenvoudig. Maar het bewijzen? Dat is heel lastig.

Voorbeelden gezocht

Geïnspireerd door Pearl werk ik nu aan een stuk over de verschillende methoden waarmee je een oorzakelijk verband wel hard kunt maken. Een gecontroleerd experiment, bijvoorbeeld, zoals in de geneeskunde veel wordt gebruikt.

Maar er zijn ook andere mooie manieren, zoals een ‘natuurlijk experiment’. Er is dan in de ‘echte wereld’ - dus niet in het laboratorium - een situatie ontstaan die het testen van een oorzakelijk verband mogelijk maakt. Vaak niet omdat de onderzoeker dat zo heeft bedacht, maar bijvoorbeeld omdat de overheid nieuw beleid invoert.

Zo werd in 2006 besloten dat mensen die in 1950 of later waren geboren verminderd recht hadden op vervroegd pensioen. Wat waren de gevolgen van dat beleid? Dat kun je testen door mensen die in 1949 geboren zijn te vergelijken met die uit 1950. De belangrijke aanname: de twee groepen zijn hetzelfde, afgezien van het pensioenbeleid.

De wetenschap staat bol van dit soort slimme en creatieve voorbeelden van onderzoek naar oorzakelijk verbanden. Voor mijn artikel ben ik op zoek naar voorbeelden. Ken jij een mooi voorbeeld van wetenschappelijk onderzoek naar oorzaak en gevolg?

Ik hoor het graag. Alvast veel dank!

Lees-/luistertips

Dan nog wat mooie dingen die ik deze week tegenkwam:

#NerdAlert

Vorige week over de wet van Benford. De wet die laat zien dat de 1 als begincijfer veel vaker voorkomt dan de andere begincijfers. Natuurkundige Pieter van der Deijl vroeg terecht in de bijdragen: wat is de verklaring voor deze wetmatigheid?

Geen gemakkelijke vraag om te beantwoorden (zo deed Steve Mould een poging in van Numberphile, maar daar bleek in te zitten).

De beste uitleg komt, vind ik, van wiskundige James Grime. Bereid je voor op hier en daar.

YouTube

James Grime over de wet van Benford.

Tot slot...

...kregen prins Harry en Meghan deze week een zoon. Niks bijzonders eigenlijk, want: élke baby is een koninklijke baby.

YouTube

James Grime - daar is hij weer - over de kans dat jij familie bent van een royal.

Deze nieuwsbrief liever in je inbox? Als correspondent Ontcijferen onderzoek ik de getallenwereld. In mijn nieuwsbrief houd ik je op de hoogte van wat ik schrijf, zie, hoor en lees. Een vast onderdeel: #NerdAlert, voor de getallenliefhebbers. Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief