In de tentoonstelling 'VBCN 10 jaar jong', onderdeel van het tienjarig jubileum van de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland. Foto: Konstantin Guz

Een portret van Beatrix. Een video-installatie. Een brievenbus. Wie lukraak deze galerie binnenstapt, zal niet snel een patroon ontdekken in de tentoongestelde werken. Het gaat hier dan ook niet om de losse stukken. Het gaat om wat ze samen vormen: een conceptuele tentoonstelling. En die is niet door mensen gemaakt, maar door statistiek.

Alix de Massiac en Vincent van Velsen, de curatoren van de tentoonstelling, leiden ons rond. Van Velsen is een lange man met baard en een rustige stem. De Massiac een kleine vrouw met een knotje die soms bijna niet bij te houden is. Statistisch gezien zouden ze niet verder uit elkaar kunnen liggen.

Samen analyseerden ze 29 kunstcollecties van uiteenlopende organisaties als AkzoNobel, de Erasmus Universiteit en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Telkens kozen ze - puur op basis van data - het meest gemiddelde en het meest afwijkende werk uit de bedrijfscollecties. De Massiac: ‘Eerlijk gezegd zit er niets tussen dat ik zelf zou kiezen om tentoon te stellen.’

Maar om de schoonheid van de kunst draait deze tentoonstelling ook niet. Met deze verzameling willen de twee de cijferobsessie van de kunstwereld aan de kaak stellen. Want is een museum werkelijk beter als het veel bezoekers trekt? Is een dure Rembrandt echt interessanter dan een werk van een beginnend lichtkunstenaar? En als je dan de cijfers totaal de tentoonstelling laat bepalen, wat zie je dan?

Gaan kunst en statistiek wel samen?

De tentoonstelling Vind hier meer informatie over de tentoonstelling. VBCN 10 jaar jong is onderdeel van het tienjarig jubileum van de Of VBCN, een platform waarbij vijftig Nederlandse bedrijven zijn aangesloten die - naast hun kernactiviteit - kunst verzamelen. Van Velsen en De Massiac wonnen de curatorenprijs van de VBCN met hun idee om statistiek te laten beslissen over de inhoud van de tentoonstelling.

Waarom een tentoonstelling maken op basis van statistiek, als je juist tegen de macht van cijfers wilt ageren?

Waarom kozen ze voor de combinatie tussen kunst en statistiek? Allereerst wilden ze de dominantie van cijfers in de kunstsector aan de kaak stellen. Net als in andere sectoren in de samenleving - denk aan de zorg en het onderwijs - wordt kwantiteit steeds vaker verward met kwaliteit. Het meestbezochte museum is het best, het duurste kunstwerk het interessantst. Was 2015 een Zoals vermeld in dit recente NOS-artikel, vol statistieken. ‘goed jaar voor musea,’ dan gaat het puur om bezoekersaantallen.

Die obsessie met cijfers heeft soms nare gevolgen, legt Van Velsen uit: ‘Door de focus op bezoekersaantallen krijgen grote musea steeds meer aandacht, terwijl kleinere kunstinstellingen Platform BK maakte een inventarisatie van Nederlandse cultuurinstellingen die de afgelopen jaren verdwenen. verdwijnen. Ze trekken minder bezoekers waardoor de subsidie wegvalt, wat leidt tot nog minder bezoekers.’ De Massiac valt hem bij: ‘Terwijl lage bezoekersaantallen niet hoeven te betekenen dat het geen goede instelling is.’

Maar waarom een tentoonstelling maken op basis van statistiek, als je juist tegen de macht van cijfers wilt ageren? ‘Zo laten we zien dat het cijferdenken ook op een positieve manier kan worden ingezet,’ zegt De Massiac. ‘Voor de inhoud van de kunst.’

Hoe de twee data verzamelden...

Een jaar lang waren ze bezig met het verzamelen van gegevens. Over het kunstwerk - afmeting, soort, jaar van vervaardiging en aankoop. En over de kunstenaar - geboortedatum, opleiding, afkomst en geslacht van de maker. Bij elke categorie bepaalden ze op basis van die data: is het kunststuk gemiddeld of juist niet? Het werk dat het vaakst als gemiddeld werd aangestipt, werd als ‘meest gemiddeld’ betiteld. Het stuk dat het laagst scoorde, werd het ‘meest afwijkend.’

De obstakels die de curatoren tegenkwamen, zullen iedere dataonderzoeker bekend voorkomen. Zo moesten ze tal van keuzes maken. De Massiac: ‘De selectie van de parameters bijvoorbeeld. Geslacht is nog eenvoudig te definiëren, maar bij afmetingen van de kunstwerken is het al gecompliceerder. Je hebt twee- en driedimensionaal werk, maar ook video’s.’

Bovendien waren niet alle datasets volledig en foutloos. Van Velsen: ‘Dat zorgde voor verrassingen toen we de kunstwerken voor het eerst zagen. We kenden ze alleen uit databases, maar in het echt bleken ze vaak anders dan we dachten.’ Hij wijst naar een portret van een hond door kunstenaar Peter Keizer. ‘Het stond in de database als heel klein, maar er bleken twee extra lijsten omheen te zitten. Daardoor was het opeens veel groter.’ In een andere hoek staat een lichtblauwe brievenbus. ‘Uit de inventaris leek het een heel gemiddeld kunstwerk, een project met brieven. Maar wat niet geregistreerd stond, was dat de brievenbus ook onderdeel van Bij het kunstproject ‘Een groet uit Den Dolder’ van Frank Bloem konden patiënten van een psychiatrische zorginstelling brieven in de bus deponeren. was. Dat was wel de grootste verrassing.’ Ook waren de collectie-inventarissen niet altijd op orde. De Massiac: ‘Een van de kunstwerken die we aanvroegen, bleek al jaren kwijt.’

En net als met veel andere data, geldt ook hier: statistiek is politiek. Slechts 29 van de 50 bij de VBCN aangesloten collecties verleenden hun medewerking aan de tentoonstelling. Van Velsen: ‘Soms vond het bestuur het geselecteerde werk geen goed visitekaartje voor hun bedrijf. Ze hadden niets te winnen met het tonen van een middelmatig werk, dus weigerden ze het uit te lenen.’ Ook de waarde van kunstwerken is een gevoelig punt. ‘Het Leids Universitair Medisch Centrum bezit bijvoorbeeld een werk van Bekijk hier werk van Marlene Dumas. Marlene Dumas. Als je dat zou veilen, levert het een enorm bedrag op voor het ziekenhuis.’

...en er een tentoonstelling mee inrichtten

Wat rolde er uit de dataverzameling van de curatoren? ‘Het gemiddelde kunstwerk is tweedimensionaal en zo’n 90 bij 90 centimeter,’ vertelt Van Velsen. ‘Het is gemaakt door een man die heeft gestudeerd aan de Hier lees je het stuk terug dat Marian onlangs over de Rijksakademie schreef. Rijksakademie, geboren tussen 1950 en 1960.’

Verder viel op dat bedrijven maar weinig werken van niet-westerse kunstenaars aankopen. ‘Grappig genoeg zitten die kunstwerken ook weer niet bij de uitzonderlijkste werken. Wanneer bedrijven iets van niet-westerse kunstenaars aanschaffen, kiezen ze voor een kunstwerk dat qua esthetiek weer heel gemiddeld scoort.’

De werken zeggen veel over de betreffende organisaties. Van Velsen wijst naar een portret van Beatrix. ‘Dit is het gemiddelde werk van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze hebben er heel veel van.’ Even verderop hangt een zeefdruk van een blauw huis met een hondje. ‘Het gemiddelde van het LUMC: Grafiek is kunst waarbij de kunstenaar gebruikmaakt van druktechnieken als lithografie of zeefdruk. Hierdoor kan het kunstwerk in oplage gemaakt worden, waardoor het goedkoper is. Dat werkt goed op ziekenhuiskamers. Chemiebedrijf DSM koopt veel lokaal, van kunstenaars van de Jan van Eyck Academie. Rabobank verzamelt juist heel internationaal, dat past goed bij hun imago.’

Gemiddeld of niet, de analyse levert een behoorlijke warboel op

Gemiddeld of niet, de analyse levert een behoorlijke warboel op. Er hangt veel kleurrijke, figuratieve kunst, maar inhoudelijk is er geen lijn in de tentoonstelling te ontdekken.

Er zijn ook vier nieuwe kunstwerken te zien, speciaal gemaakt voor de tentoonstelling. Zo maakte kunstenaar Jonas Lund op basis van de data awards voor de deelnemende collecties. Het leverde prijzen op als ‘meeste vrienden van Jonas Lund,’ ‘meeste kunstwerken getiteld Ongetiteld’ en Voor de collectie met de meeste ontbrekende data.

Kunstenaar Céline Manz vergrootte een aantal van de meest gemiddelde werken uit op De volledige serie banners is hier te bekijken. reclamebanners. Van dichtbij zie je dat de afbeelding volledig is opgebouwd uit het bedrijfslogo van de betreffende collectie, als een commentaar op de wijze waarop bedrijven kunst als uithangbord gebruiken.

Het staat buiten kijf dat statistiek hier heeft gezorgd voor een boeiende tentoonstelling. Maar is het eigenlijk ook mooi? ‘Het is echt een conceptuele tentoonstelling. De kunstwerken dienen ter illustratie van de uitkomst van het onderzoek. Als je hier binnenloopt zonder onze introductie te lezen is het wel een vreemde tentoonstelling,’ aldus Van Velsen.

Je kunt van Excel geen goede smaak verwachten.

‘VBCN 10 jaar jong’ is nog tot en met 17 januari te bezoeken bij de VBCN Open Space, Konijnenstraat 16A, Amsterdam. Geopend dinsdag t/m zaterdag, 12.00 - 18.00 uur. Op zaterdag 9 januari om 16:00 uur geven de curatoren een gratis rondleiding door de tentoonstelling, aanmelden kan via secretariaat@vbcn.nl.

Verder lezen?

Deze kunst is niet geschikt voor boven je bank, maar zeker een safari waard Even terug opende de Rijksakademie haar deuren voor het publiek. Dé kans om de allernieuwste kunst van aanstormende talenten te ontdekken op deze bijzondere plek. Een waarschuwing vooraf: het idee dat je het mooi moet vinden, of moet snappen, kun je het beste even loslaten als je deze kunst bekijkt. Lees hier mijn verslag terug Rondleiding: Surf mee langs de beste internetkunst Internetkunst vind je niet in musea, boeken of artikelen. Die vind je online. Maar hoe? Kunstenaar Jan Robert Leegte leidt rond door de wondere wereld van de internetkunst. Lees het stuk hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail