Thema
Armoede
Hoe krijgen we dat de wereld uit?

Hongerbuikjes, sloppenwijken en kindersterfte. Ook in de eenentwintigste eeuw leven nog miljoenen mensen in extreme armoede. Ze moeten rondkomen van minder dan 1,90 dollar per Sinds 2015 is dit de internationale armoedegrens. Leef je van minder dan 1,90 dollar per dag, dan word je gezien als extreem arm. In dit thema hebben we het over extreme armoede.

Wereldleiders hebben zichzelf daarom een deadline gesteld: in 2030 moet de wereld vrij zijn van extreme armoede.

De vraag is alleen: hoe?

Natuurlijk bestaat op die vraag niet één antwoord. In dit thema brengen we daarom zoveel mogelijk antwoorden samen. We kijken naar de omvang van het probleem, naar de oorzaken en naar mogelijke oplossingen.

Denk mee, praat mee, draag bij. En volg dit thema om op de hoogte te blijven van nieuwe ontdekkingen.

1

Hoeveel armoede is er nu nog?

Laten we met het goede nieuws beginnen: al bijna twee eeuwen daalt het percentage van de wereldbevolking dat extreem arm is.

In 1820 leefde 84 procent van de wereldbevolking in extreme In 1820 werden natuurlijk nog geen data verzameld over armoede, maar de economen Francois Bourguignon en Christian Morrisson maakte in 2002 een schatting van de armoedecijfers die terugging tot 1820. Zij gebruikten de toen gangbare grens van 1 dollar per dag. In 2015 is dit 1,90 dollar per dag geworden. in 1981 was het al 44 procent en vorig jaar viel het percentage voor het eerst onder de 10 procent.

Dat is bijzonder, gezien het feit dat de wereldbevolking in diezelfde periode verzevenvoudigde. Steeds meer mensen profiteren dus van de welvaartsgroei sinds de Industriële Revolutie.

Nóg bijzonderder: de laatste decennia daalde ook het absolute aantal arme mensen. Leefden in 1990 nog 1,95 miljard mensen in extreme armoede, in 2012 waren dat er 896 miljoen.

Dan het slechte nieuws: 896 miljoen arme mensen. Laat dat getal eens op je inwerken.

En dat zijn nog slechts de extreem armen, die leven van minder dan 1,90 dollar per dag. Er zijn ook nog miljarden mensen die leven van bedragen tussen de 2 en 3 dollar per dag - ook zij zijn natuurlijk arm.

2

Wanneer ben je arm?

Elk land bepaalt met een eigen armoedegrens wat arm betekent. Maar dat soort grenzen spreken niet echt tot de verbeelding - jij hebt waarschijnlijk geen idee of je van 32,30 rupees per dag in India kunt overleven.

In 1990 bedacht econoom Martin Ravallion daarom een manier om landen ook onderling te kunnen vergelijken: een wereldwijde armoedegrens van 1 dollar per Natuurlijk is 1 dollar niet overal ter wereld evenveel waard. De dollar waarin de armoedegrens wordt uitgedrukt, is dan ook niet de huis-tuin-en-keuken-dollar, maar de zogenoemde PPP-dollar. PPP staat voor purchasing power parity, oftewel koopkrachtpariteit. De PPP is een soort wisselkoers-plus, een manier om de uitgave in het ene land vergelijkbaar te maken met die in het andere. Met een PPP-dollar kun je net zoveel kopen in Tanzania als in India. (inmiddels 1,90 dollar per dag). Dat schokkende bedrag - hoe kun je leven van maar één dollar per dag? - zette extreme armoede wereldwijd op de kaart.

In Nederland hoeft niemand te leven van 1,90 dollar per dag. Dat betekent niet dat er geen arme mensen zijn. Armoede is namelijk niet alleen absoluut, maar ook relatief. Kunnen bijvoorbeeld alle kinderen in de klas naar een sportclub, dan ben je arm wanneer jouw kind dat niet kan. Adam Smith (1723 - 1790) was een Schotse moraalfilosoof en een pionier op het gebied van de politieke economie. omschreef dat prachtig, toen hij schreef dat je arm bent als je niet ‘in het openbaar kunt lopen zonder Origineel: ‘to walk in public without shame.’ Voor de duidelijkheid: in dit thema hebben we het over absolute extreme armoede.

3

Hoe is het om arm te zijn?

Wat extreme armoede in de praktijk betekent, leerden we in het dorp Dickisoni, een gehucht van ruim driehonderd inwoners in Malawi.

Het betekent slapen op de grond. Niet genoeg te eten hebben. Twee stuks versleten, verwassen of gescheurde kleding bezitten. Niet naar de dokter kunnen gaan. Kinderen niet naar school kunnen sturen. Wat je verdient meteen weer uitgeven, dag na dag. Geen keuze hebben, geen perspectief.

Toch hoor je vaak: zijn arme mensen, hoewel ze minder geld hebben, niet net zo gelukkig als rijke mensen? Onderzoek laat zien dat dit niet het geval is.

Je ziet dat het gemiddelde geluk lager is in armere landen. Je ziet dat de grafiek eruit ziet als een hockeystick: naarmate een land rijker wordt, voegt een extra dollar steeds minder aan het geluk toe.

Ook binnen een land zie je hetzelfde patroon: arme mensen voelen zich ongelukkiger dan hun rijke medebewoners. De voornaamste verklaring: het gaat er niet alleen om hoeveel je verdient, het is ook belangrijk dat je meer verdient dan anderen.

4

Waar is armoede nu nog het ergst?

Dat extreme armoede de laatste dertig jaar wereldwijd enorm daalde, is voor een groot deel te danken aan de economische groei van China. Tussen 1981 en 2011 was China alleen verantwoordelijk voor bijna 70 procent van de daling van extreme Tussen 1981 and 2011 werden 753 miljoen Chinezen boven de 1,90 dollar per dag grens getrokken. In dezelfde periode ging dat wereldwijd om 1,1 miljard mensen.

In andere delen van de wereld daalde armoede een stuk minder hard. Extreme armoede is nu nog vooral geconcentreerd in Sub-Sahara Afrika. Het percentage van de bevolking dat in armoede leeft is volgens de Wereldbank het hoogst in Madagascar (82 procent), Democratische Republiek Congo (77 procent) en Burundi (78 procent).

In absolute aantallen vind je de meeste arme mensen in India. ‘Slechts’ 21 procent van de bevolking leeft daar onder de grens van 1,90 dollar per dag, maar dat zijn bijna 300 miljoen mensen. In Sub-Sahara Afrika als geheel zijn dat zo’n 400 miljoen mensen.

5

Hoe meet je armoede?

Armoede meten, jarenlang, is - juist in arme landen - lastig. Bij gebrek aan loonstrookjes moeten op grote schaal enquêtes worden afgenomen, die ingewikkeld en duur zijn.

Landen hanteren bovendien verschillende methodes in de opzet en uitvoering van armoedeonderzoek, waardoor getallen moeilijk vergelijkbaar zijn.

Nog problematischer: vaak zijn de data niet eens beschikbaar. Voor bijna de helft van de ontwikkelingslanden is niet genoeg informatie voorhanden om de armoedetrend überhaupt te De Wereldbank – waar de VN de armoededata vandaan halen – lost het datagebrek op door de gaten op te vullen. Het neemt aan dat de armoedetrend op dezelfde manier doorgaat of hetzelfde is als op de rest van het betreffende continent. Maar het zijn juist de armste landen die de meeste moeite hebben om de informatie bij elkaar te krijgen, waardoor al snel een te optimistisch beeld ontstaat van wereldwijde armoede.

En áls je al via goede enquêtes armoedecijfers hebt weten te verzamelen, zijn er nog tal van vragen waar die cijfers geen antwoord op geven. Je weet bijvoorbeeld niet of je de allerarmsten hebt bereikt; of mensen altijd arm zijn of alleen toen jij ze ondervroeg; en of iedereen in het gezin wel even arm is. Bovendien blijft het altijd de vraag: gaat armoede niet over méér dan alleen geld? Wat als je wél geld hebt, maar er geen ziekenhuizen of scholen zijn om naartoe te gaan? Hoe je die andere dimensies van armoede meet, is nóg ingewikkelder.

Op de komma nauwkeurig zeggen of armoede afneemt is dus onmogelijk. Je kunt wél iets zeggen over algemene trends: dat Zuid-Amerika de afgelopen tien jaar minder arm is geworden bijvoorbeeld.

6

Is armoede je eigen schuld?

Margaret Thatcher was de eerste vrouwelijke premier van Engeland. Ze was premier van 1979 tot 1990 en voorzitter van de Conservatieve Partij van 1975 tot 1990. zei eens dat armoede ‘een fundamenteel karaktergebrek’ is.

En dat idee, dat arme mensen verantwoordelijk zijn voor hun armoede, heerst nog Neem de Participatiewet uit 2015. Die is bedoeld om mensen in de bijstand ‘prikkels’ te geven aan het werk te gaan. Bij ‘onaangepast gedrag,’ ‘gebrek aan persoonlijke verzorging’ of ‘onverzorgde kleding’ komt er een tijdelijke strafkorting op hun uitkering. De overtuiging: de overheid kan duwtjes geven – voorlichting, toeslagen, boetes en scholing - maar uiteindelijk moeten de armen zichzelf bij de haren uit het moeras trekken.

Onderzoek van psycholoog Eldar Shafir en econoom Sendhil Mullainathan laat zien dat deze gedachtegang fundamenteel verkeerd is. Hun studie toont aan dat arme mensen geen ‘onaangepast gedrag’ vertonen omdat ze daar zin in hebben, maar omdat de ‘bandbreedte’ in hun hoofd in beslag is genomen door hun armoede.

‘Als je de armen wilt begrijpen, moet je je voorstellen dat je met je gedachten elders bent,’ schrijven Shafir en Mullainathan. ‘Het kost veel moeite om jezelf in de hand te houden. Je bent afwezig en raakt snel van streek. En dat elke dag.’

Wat blijkt? Door armoede verliezen mensen zo’n Shafir ontdekte dat Indiase suikerrietboeren 60 procent van hun jaarinkomen in één keer ontvangen, net na de oogst. Dat betekent dat ze een deel van het jaar rijk zijn en een deel van het jaar arm. Wat bleek: de Indiase boeren scoren een stuk slechter op de cognitieve tests op het moment dat ze relatief arm zijn. Niet omdat er iets in hun brein is veranderd – het zijn nog steeds dezelfde boeren – maar gewoon, omdat er beslag is gelegd op een deel van hun bandbreedte. Dat is vergelijkbaar met een nacht niet slapen, of verslaafd zijn aan alcohol.

7

Is armoede de schuld van het Westen?

De rijkdom die de meesten in het Westen genieten, is grotendeels te danken aan onze koloniale geschiedenis. Decennia hebben wij - met slavernij, met het stelen van grondstoffen, met oneerlijke handelsregels - roofbouw gepleegd op landen die nu vaak nog altijd armer zijn dan wij.

In de jaren tachtig hebben de Wereldbank en het IMF bovendien economisch beleid voorgeschreven aan arme landen, dat geen rekening hield met de armsten in de samenleving.

Op De Correspondent hebben we over de samenhang tussen westers imperialisme en armoede nog weinig geschreven. Hebben jullie tips voor boeken, films of onderzoeken, om ons verder in dit onderwerp te verdiepen?

8

Is armoede de schuld van (corrupte) overheden?

Natuurlijk is het de taak van een overheid te zorgen dat haar burgers niet in armoede leven. Maar wat als die overheid totaal niet functioneert? Wat als de ambtenaren en politici alleen bezig zijn zichzelf te verrijken?

Neem Angola, waar de rijkdom van het land - het is inmiddels officieel een middeninkomensland - slechts terechtkomt bij een klein deel van de bevolking. Nog altijd leeft zo’n 40 procent van de Angolezen in extreme armoede.

Het antwoord van het Westen op deze vraag is vaak: in elk geval géén hulp via de overheid uitgeven, want dan komt het geld niet goed terecht. Dat klinkt natuurlijk logisch, maar er schuilt een groot probleem: op die manier gaan hulporganisaties de rol van de overheid overnemen.

Dat zagen we bijvoorbeeld op Haïti: daar is zo’n 80 procent van de scholen in handen van hulporganisaties. Dat betekent dat het ministerie van Onderwijs nauwelijks invloed heeft op de eigen sector.

De president van Somalië, Hassan Sheikh Mohamud, heeft het eens mooi verwoord. Hij zei tegen de internationale hulpgemeenschap: ‘Ja we zijn corrupt, ja we zijn incompetent, ja er is veel wetteloosheid. Maar er is maar één Somalische regering, en als je ons niet als een regering behandelt, zullen we ook nooit een regering worden.’

9

Kunnen internationale afspraken armoede uitroeien?

Tot 2000 waren er eigenlijk geen internationale afspraken over armoedebestrijding. Om een nieuwe impuls aan de strijd tegen armoede te geven, werden de Millenniumdoelen bedacht. Acht doelstellingen, met stip op één: extreme armoede wereldwijd in vijftien jaar halveren.

Is dat gelukt?

Ja.

Maar dat is voor een heel groot deel te danken aan de economische groei van China. In Afrika is het armoedecijfer verre van gehalveerd.

Sinds september vorig jaar hebben de Verenigde Naties een nieuw doel: extreme armoede uitbannen voor 2030. Dit is onderdeel van de Sustainable Development Goals, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen.

Waar de Millenniumdoelen op een koelkastmagneet pasten, vullen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen de hele koelkast: het is een lijst van maar liefst 1. Geen armoede
2. Geen honger
3. Goede gezondheid
4. Hoogwaardig onderwijs
5. Gendergelijkheid
6. Schoon water en sanitaire voorzieningen
7. Duurzame en betaalbare energievoorziening
8. Goede werkgelegenheid en economische groei
9. Innovatie en goede infrastructuur
10. Ongelijkheid verminderen
11. Duurzame steden en gemeenschappen
12. Verantwoord gebruik van hulpbronnen
13. Klimaatmaatregelen
14. Duurzame oceanen
15. Duurzaam landgebruik
16. Vrede en gerechtigheid
17. Samenwerkingsverbanden voor duurzame ontwikkeling
Dat is een risico: hoe zorg je dat landen niet alleen de makkelijker te behalen doelen realiseren?

Dat de lijst zo lang is, komt doordat de héle wereld heeft kunnen meepraten over de doelen - een ongekende diplomatieke onderhandelstrijd die door ingewijden ‘bloedig’ werd genoemd. Er gingen letterlijk diplomaten met elkaar op de vuist.

Het is dus een lange lijst, maar wel een lijst waar alle landen achter staan. En dat biedt hoop. Neem bijvoorbeeld Colombia, dat keihard aan de slag is gegaan om de doelen tot regeringsbeleid te maken.

10

Kan hulp armoede uitroeien?

91,5 miljard euro per jaar, 7,6 miljard euro per maand, 2.940 euro per seconde. Dat is wat de De landen van de Organization for Economic Cooperation and Development (OECD). aan ontwikkelingshulp uitgeven. In de afgelopen vijftig jaar was het opgeteld maar liefst 4,8 biljoen euro. Veel? Nou ja, de oorlogen in Irak en Afghanistan kostten ongeveer evenveel.

Maar in arme landen kun je met zulke bedragen veel goeds doen. In theorie. Of dat ook echt zo is, weten we gek genoeg niet. Want pas sinds een jaar of tien wordt systematisch onderzocht welke hulp werkt.

Dat gebeurt met experimenten: één groep krijgt wél hulp en een vergelijkbare groep niet. Het verschil tussen de groepen toont de impact. Kijk naar het Journal of Development Economics, een toonaangevend academisch tijdschrift: tot tien jaar geleden werd nauwelijks één experiment per jaar gepubliceerd, sindsdien is het aantal geëxplodeerd.

Deze experimentenrevolutie heeft ook gevaren. Het is namelijk nog maar de vraag wat een experiment zegt over ándere landen, of zelfs andere regio’s. Misschien werkt microfinanciering in Kenia goed, maar zet het in India weinig zoden aan de dijk. En hoe meet je het effect van betrouwbare rechtspraak, van democratie, van vrijheid, van verzoening?

De opmars van de experimenten geeft ons zeker meer inzicht in of hulp werkt. Maar dat betekent niet dat hulp die niet onderzocht is, per definitie niet werkt.

Nog altijd geldt meestal: we hebben geen idee.

11

Kan handel armoede uitroeien?

Een van de eerste economen die korte metten maakte met het idee dat hulp armoede zal uitroeien, is Dambisa Moyo. In 2009 publiceerde zij het boek Dead Aid, waarin ze een vurig betoog tegen hulp en vóór handel houdt.

Het is muziek in de oren van Lilianne Ploumen (PvdA). Zij is onze eerste minister die de portefeuilles van Internationale Handel en Ontwikkelingssamenwerking combineert. ‘Ontwikkelingshulp zal uiteindelijk helemaal verdwijnen,’ voorspelde Ploumen kort na haar aantreden.

Ondanks de mooie woorden van Ploumen, maken westerse landen het nog altijd moeilijk voor ontwikkelingslanden om hun producten af te zetten op westerse markten. Moyo schat bijvoorbeeld dat Afrika jaarlijks 500 miljard dollar misloopt door handelsbarrières, voornamelijk landbouwsubsidies, voor westerse Overigens maken Afrikaanse landen het elkaar onderling ook moeilijk. De gemiddelde Afrikaanse importbelasting voor landbouwproducten is 34 procent - één van de redenen dat Afrikaanse landen slechts 10 procent van hun handel drijven met andere Afrikaanse landen. Ter vergelijking: in Europa is dat 63 procent.

Als die eerlijke, open handel er wél zou komen, zou dat onwaarschijnlijk veel groei voor ontwikkelingslanden betekenen. Het Copenhagen Consensus Centre becijferde dat van alle mogelijke manieren om de ontwikkelingswereld vooruit te helpen, dit - verreweg - de grootste impact op arme economieën zal hebben.

Of dat ook leidt tot minder armoede? Niet per definitie. De rijkdom van een groeiende economie bereikt lang niet altijd de armste lagen van de bevolking.

12

Kan een betere overheid armoede uitroeien?

Stel je eens een wereld voor zonder kadaster. In veel ontwikkelingslanden functioneert die instantie nauwelijks. En dat betekent dat het onmogelijk is voor arme mensen om het land waarop ze wonen, of hun groentes verbouwen, officieel te bezitten.

Het gevolg? Onzekerheid. Waarom zou je gaan investeren in een goed huis, of gewassen die op lange termijn meer opleveren, als je grond elk moment onder je vandaan gestolen kan worden?

Een ander voorbeeld: de belastingdienst. Wanneer die niet functioneert, loopt de overheid miljarden dollars aan potentiële inkomsten mis. Geld dat besteed zou kunnen worden aan sociale voorzieningen of infrastructuur. Aan de strijd tegen armoede.

Het invloedrijke boek Geschreven door de econoom Daron Acemoglu en de politicoloog James A. Robinson. beargumenteert dan ook op zeer overtuigende wijze dat het - door de geschiedenis heen - altijd dit soort instituties zijn geweest die ervoor hebben gezorgd dat sommige landen rijk zijn geworden en andere arm.

Waarom we daar in de strijd tegen armoede dan toch relatief weinig aandacht aan besteden? Omdat het veel te saai klinkt. Correspondent Maite Vermeulen gaf er een TEDx Talk over.

YouTube

13

Kan ik armoede uitroeien?

Als je dit thema aan het lezen bent, is de kans groot dat je jezelf weleens de vraag hebt gesteld: wat kan ik doen om armoede de wereld uit te helpen?

Sinds een jaar of tien is er een beweging die probeert antwoord te geven op die vraag. De aanhangers noemen zich effectieve altruïsten. Ze berekenen het effect van verschillende hulpscenario’s - gebaseerd op wetenschappelijke expertimenten - en kiezen het scenario met de grootste impact. Zo komt het ontwormen van kinderen in ontwikkelingslanden als zeer effectief uit de bus.

Het effectief altruïsme heeft ook risico’s. Terwijl er tal van oplossingen zijn, focussen zij zich alleen op die oplossingen waarvan de impact is bewezen. Maar: lang niet alles is onderzocht of kan gemeten worden. Juist bij grote problemen - oorlog, armoede, discriminatie - is er niet één oplossing doorslaggevend. Het zijn vaak verschillende bijdragen die op lange termijn een systeemverandering teweegbrengen. Dat is nooit in een simpele impactrekensom te vangen.

Toch zitten veel mensen met de vraag: aan welk goed doel kan ik nu het beste doneren? Daar willen we in de toekomst meer aandacht aan besteden op De Correspondent. Heb je tips? Deel ze onder de oproep.

14

Een wereld zonder armoede: kan dat?

Nog geen vijftig jaar geleden was de vraag waar dit thema om draait - hoe krijgen we armoede de wereld uit? - geen breedgedragen wens. Armoede werd eeuwenlang gezien als iets noodzakelijks - honger zou ervoor zorgen dat mensen hard gingen werken, en lage lonen zouden nodig zijn voor economische groei.

Sinds de jaren negentig is dat beeld omgeslagen: armoede moet de wereld uit.

Plotseling lijkt dat ook haalbaar. De Verenigde Naties stelden zichzelf het doel extreme armoede voor 2030 uit te roeien. Volgens de Wereldbank is dat per 2050 mogelijk.

En, zoals de bekende Zweedse statisticus Hans Rosling het zegt: ‘Vergeleken met andere grote problemen in de wereld - zoals oorlogen of klimaatverandering - zou het uitroeien van extreme armoede een eitje moeten zijn.’

Vimeo
Bekijk hier hoe Hans Rosling tegen het armoedeprobleem aankijkt.