Er was eens een prinses van twaalf jaar oud. Zij woonde in een rijk land waar een blinde koning de baas was. Maar er was iets vreemds aan de hand in dit land. Iedereen werd geboren als rijke prins of prinses, maar werd tijdens het leven steeds armer. 

Dat begon al als baby. Als je honger had, kreeg je al snel geen borstvoeding meer. Als je huilde geen knuffel.

De overgrootopa van de koning had lang geleden bevolen dat de mensen niet mochten lachen zonder hand voor hun mond. Deed je dat wel, dan kreeg je een Groot Probleem. Uit angst hadden de mensen al lang geleden besloten niet meer te lachen, waardoor ze het nu waren verleerd.

Op een dag ging de prinses met haar moeder op pad om boodschappen te doen. Ze verdwaalde gemakkelijk in de chaos en herrie van koopjesjagende onderdanen die kilo’s kip kochten. Op haar tenen kon ze net niet bij de bovenste schappen, dus zocht ze naar eten laag bij de grond. Terwijl ze voorzichtig de etenswaren zonder voedingswaarde in haar karretje legde, praatte haar moeder onafgebroken tegen haar mobiele telefoon. 

Het saaie wachten voor de kassa begon. Zachtjes leunde ze tegen een stellingkast met blikjes. Plots verloor ze haar balans en viel tegen de kast, die gevaarlijk wankelde en omviel. Met een enorm kabaal belandde de prinses op de grond, viel boven op de doos met ijsjes die ze in haar handen had. Hij barstte open.

Iedereen had het gezien: in haar mond zag het geel, wit en zwart. De prinses had rotte tanden

Daar lag ze dan, onze mooie prinses. Het ijs dwarrelde als sneeuwvlokjes op haar vetkwabben. Ze trok een rare grijns. De moeder twijfelde geen moment, stopte voor het eerst haar telefoon in haar zak en gaf de prinses een harde klap in het gezicht.

Maar het was al te laat: iedereen had het gezien. In haar mond zag het geel, wit en zwart. De prinses had rotte tanden.

Zomaar een sprookje over Rotterdam-Zuid. Ik zou het aan mijn kinderen kunnen voorlezen. Maar is het wel een sprookje?

Het is extreem slecht gesteld met de mondgezondheid van Rotterdamse kinderen

De scène in de supermarkt is echt gebeurd. In mijn pauze liep ik moeder en dochter, tegen het lijf. Het meisje deed inderdaad alle boodschappen zelf, en moeder was onverstoorbaar aan het bellen. Toen het meisje viel, kreeg ze een harde klap in haar gezicht. En niemand die daar iets van zei, ik ook niet – al brak mijn hart.

Ik weet dat het meisje een slecht gebit heeft en zich daarvoor schaamt. Zij is geen uitzondering.

Het is extreem slecht gesteld met de mondgezondheid van groepen Rotterdamse kinderen. Op 6-jarige leeftijd heeft de helft van de kinderen in Rotterdam-Zuid, en zo’n 60 procent van de Marokkaans- en Turks-Nederlandse kinderen in heel Rotterdam  

De invloed op hun welzijn wordt onderschat: mondgezondheid wordt geïsoleerd gezien van de algemene gezondheid. Terwijl er sprake is van een wisselwerking: een kind met een slecht melkgebit eet slecht, slaapt slecht, groeit slecht en zit niet lekker in zijn vel.

Je tanden tonen je klasse

Gezonde tanden zijn helaas niet gelijk verdeeld. Ieder kind begint met een mooi gebit, en de ouders moeten het gezond houden. Maar in achterstandswijken zorgen veel verschillende problemen voor slechte tanden.

Vaak zijn er ongunstige, vaak cultuurbepaalde, eetgewoonten waarbij kinderen frequent zoete tussendoortjes krijgen. Die hebben een rechtstreeks negatief effect op het gebit. Een ongezond dieet zorgt ook voor slechter speeksel, en daarmee een slechte mondgezondheid. Zo tast een ongezond dieet op twee manieren de tanden aan.

Het werkt ook andersom: een ongezond gebit maakt je ziek. Het geeft een hoger risico op het ontwikkelen van problemen met Er zijn zelfs dat dit het risico op het ontwikkelen van bepaalde soorten kanker  Probeer daar maar eens tegenop te flossen.

Gezonde tanden zijn helaas niet gelijk verdeeld

Ouders hebben vaker weinig zicht op en controle over het poetsgedrag van de kinderen. Wegens onmacht zijn kinderen de baas. Als zij niet goed willen poetsen, dan is dat maar zo – er zijn wel belangrijkere zaken waar ouders zich zorgen over moeten maken. En wat hebben zij dan nog meer niet? Juist, een tandartsverzekering.

dat kinderen wier ouders geen tandartsverzekering hebben, zelf ook vaker geen tandarts zien, omdat ouders niet weten dat controle en behandeling voor kinderen gratis is. Zo zie je tegenwoordig net als vroeger weer aan het gebit tot welke sociaal-economische klasse iemand behoort.

Waarom tandartszorg terug in het basispakket moet

Sinds de ziekenfondsverzekering in 2006 is komen te vervallen, is de mondzorg voor volwassenen langzaamaan vrijwel geheel uit de basiszorg verdwenen. Of het een rendabele bezuinigingsmaatregel is, is nog maar de vraag. Mensen komen nu pas laat bij de tandarts en renovatie kost dan vaak duizenden euro’s.

Er gebeurt ook iets anders. De tandarts zit niet meer in het basispakket, maar een volledige gebitsprothese wel. Dus wat doe ik nu: ik laat de tanden van soms jonge mensen stuk voor stuk trekken (één tand per consult, anders wordt het niet vergoed) om ze daarna een volledige gebitsprothese aan te meten. Die zit namelijk wel in het basispakket.

Dat is vreselijk voor jonge mensen, die soms op hun twintigste of dertigste met een kunstgebit zitten terwijl er nog vele andere gebitssparende opties waren. Ik heb het niet over dak- en thuislozen; dit zijn werkende arme mensen, die ondanks keihard ploeteren alleen een uitgeklede basisverzekering kunnen betalen. 

De overheid die deze problemen heeft veroorzaakt plaatst zichzelf nu buitenspel. Oplossingen worden liever een regeringscyclus doorgeschoven. Zo is er nu niemand de baas: niet de minister van Volksgezondheid, die hierover zou moeten gaan, maar ook niet de zorgverzekeraar of de tandarts. En de patiënt is het al zeker niet.

Gelukkig is er in mijn stad een zorgverzekering voor mensen met een lager inkomen. Het eigen risico is verlaagd en er is budget voor beperkte tandartszorg. Helaas is dat vaak niet toereikend voor de ernstige tandproblemen die er zijn. Daarom zien we in ons straatartsnetwerk dat noodfondsen in Rotterdam grotendeels opgaan aan tandheelkundige zorg. En dan ben ik blij dat ik hier de wegen ken om een tand kosteloos te laten trekken. Maar of dit zo humaan is?

De mond is betrokken bij alles. Bij eten, bij praten, bij alle sociale interacties. De impact van een slecht gebit op iemands leven is enorm: het is de spiegel van je gezondheid. Tandartszorg moet daarom weer in het basispakket. Maar ik verwacht niet dat dit kabinet de visie of het leiderschap heeft om dit te realiseren. Liever laten ze mensen lachen met een hand voor de mond.

Dit artikel verscheen eerder bij ‘online tijdschrift voor de harddenkende Rotterdammer’. Wij herpubliceren dit met toestemming in aangepaste vorm op De Correspondent.

Correctie 19-08-2019: Boven een eerdere versie van het artikel stond dat bij kinderen vaak niets anders meer kan dan alle tanden laten trekken. Dat is echter (gelukkig) pas op latere leeftijd het geval, en de tekst is om die reden aangepast.

Meer lezen?

Illustratie van een kind met een gleufje op haar hoofd waar een muntje in wordt gegooid Illustratie van een kind met een gleufje op haar hoofd waar een muntje in wordt gegooid In de huisartspraktijk zie je: armoede is een voedingsbodem voor slecht ouderschap Kwetsbare kinderen worden kwetsbare ouders, die zelf ook weer kwetsbare kinderen produceren. Als Rotterdamse huisarts zie ik hen vaak in de spreekkamer, voor allerlei complexe problemen die samenhangen met armoede. En ik denk dat er maar één echte oplossing is: meer geld rechtstreeks aan arme gezinnen geven. Lees mijn verhaal terug Verslag uit de spreekkamer van de huisarts, waar het veel te druk is Ik werk als waarnemend huisarts in Rotterdam-Zuid, een relatief arme wijk, waar patiënten vaak met allerlei problemen tegelijk kampen. En hoe graag ik mijn patiënten ook wil helpen, ik merk dat het me soms gewoonweg niet lukt de juiste zorg voor elke patiënt te organiseren. Verslag uit de spreekkamer. Lees mijn verhaal terug