Moet je horen wat geluid allemaal met ons doet
Geluid heeft invloed op onze gezondheid, op wie we zijn en hoe we de wereld ervaren. Toch gaat het er maar zelden over. Wat valt er te leren als we onze oren net wat anders spitsen?
Als je de afgelopen maanden zou moeten vatten in één geluid, welk geluid zou dat zijn? Geklap voor de zorgmedewerkers? Italianen die elkaar toezingen vanaf hun balkons? De zaag van de klussende buren? Videobellers op het balkon? De onheilspellende stilte van een stad waar het leven even stilstaat?
Hoewel er geen gebrek was aan dramatische beelden van overspoelde ziekenhuizen en leeggelopen stadscentra, zijn het geluiden die op mij de diepste indruk hebben gemaakt. Zo kwamen de maandelijkse maandagsirenes op 6 april binnen alsof ik naast een ambulance stond. Ik wilde net een kopje thee maken en pas toen de sirenes waren weggeëbd en het vertrouwde vogelgetjilp weer de overhand nam, realiseerde ik me dat ik verstijfd had staan luisteren, midden in de kamer, volledig vergeten water in mijn kopje te schenken.
Ik merkte ook dat ik vatbaarder was voor geluidsopnames. Een fragment van een huisarts in Engeland die haar coronabeschermingsmiddelen aantrekt raakte zo in mijn hoofd gegrift dat ik er zelfs van droomde. Iedere patiënt opnieuw, zo vaak dat je de tel kwijtraakt: schort, masker, bril, handschoenen; schort, masker, bril, handschoenen. Een beetje geritsel van wat plastic, gevolgd door die herkenbare ‘pets’ van een latex handschoen – het gaf mij het gevoel dat ik erbij was, ernaast stond terwijl ze keer op keer in stilte haar pak aantrok, elke ritsel ingegeven door de angst en onzekerheid van het nieuwe normaal.
De geluidsclip is onderdeel van Stay Home Sounds, verzameld door het Cities and Memory-project, dat in maart een wereldwijde oproep voor coronageluiden plaatste en sindsdien honderden geluidsopnames ingezonden kreeg, van protesten tegen de aanpak van de crisis in Brazilië tot een Vlaamse oma die uit Roald Dahls De GVR voorleest om naar haar kleinkind te sturen.
Deze geluiden zijn alledaags, herkenbaar en intiem, net ver genoeg verwijderd van mijn dagelijkse realiteit om een kleine ontsnapping te bieden, maar tegelijkertijd doordrenkt met een directheid die voelbaar maakt hoeveel impact deze pandemie op miljoenen levens heeft.
Ik was niet de enige die een andere beleving van geluid had de afgelopen periode. Zo werd een compilatie stadsgeluiden van New York in de eerste week dat die online kwam meer dan 200.000 keer gestreamd door mensen met heimwee naar hun verdwenen stadskakofonie, en bleken wel meer mensen zich af te vragen of de vogeltjes dit voorjaar niet wat harder klinken dan normaal.*
Als de mens stil is
De coronastilte bracht niet alleen heimwee naar betere tijden met zich mee. Zo konden seismografen* en mariene biologen* profiteren van de relatieve stilte van de mens om unieke metingen te verrichten. Aan verhalen over dieren voor wie de stilte voordelig was ook geen gebrek: van dolfijnen die in Istanbul in alle rust de Bosporus op konden zwemmen tot een kudde geiten die in het uitgestorven stadscentrum van Llandudno in Wales de heggen en parken te grazen nam.
Geluid is blijkbaar pas een onderwerp als het er níet is. En nu de wereld weer langzaam op gang komt – steunend, piepend, brommend, rommelend – zullen we er komende tijd niet veel meer over horen, ben ik bang. En dat is eigenlijk gek.
Geluid is altijd en overal om ons heen. Het heeft invloed op van alles: van onze gemoedstoestand* tot ons evenwicht,* maar ook op onze vatbaarheid voor hart- en vaatziekten* of depressie. Geluid komt altijd binnen, zelfs als je slaapt. Het is onontbeerlijk voor oriëntatie, onmisbaar om op tijd te reageren op gevaar, maar kan tegelijk op ontelbare manieren desoriënterend en ongezond zijn.*
De manier waarop we geluid ervaren en wat het met ons doet varieert dus. Het kan een warm bad zijn of een sluipmoordenaar, een kakofonische nachtmerrie of een extatische vervoering. En misschien wel het belangrijkst: het is voor iedereen anders.
Waarom legt het oor het af tegen het oog?
Ik schreef al eerder op De Correspondent over lawaai, overprikkeling en tinnitus. Zo leerde ik dat geluid een veel grotere maatschappelijke rol speelt dan ik voor mogelijk hield, en dat de ervaringen van zelfs de simpelste geluiden veel meer uiteen kunnen lopen dan ik dacht. Zoals een geluidstechnicus die ik interviewde het omschreef: ‘Elk geluid komt met een gevoel.’ En dat gevoel kan enorme consequenties hebben voor hoe we onszelf en onze omgeving ervaren.
De rol die wij geluid toebedelen in ons dagelijks leven, hangt dus nauw samen met onze gezondheid, hoe we ons voelen, onze omgeving, ons wereldbeeld. Dat laatste is – het woord zegt het al – visueel ingesteld. We praten graag en veel over de dingen die we zien. Alles wat met zien en kijken te maken heeft is dan ook goed vertegenwoordigd in onze taal. Denk aan een aanduiding als Verlichting – alleen al door dat woord lijkt het een tijdsgewricht waarin alles beter werd. Of aan de uitdrukking ‘zien is geloven’, of het woord inzicht. Terwijl ‘van horen zeggen’ niet bepaald een krachtig beeld oproept.
Dit terwijl het menselijk oor variaties in luchtdruk in de orde van tientallen biljoenen (13 nulletjes) kan detecteren. Ter vergelijking: de hoeveelheid kleuren die onze ogen kunnen onderscheiden ligt in de orde van enkele miljoenen. Waarom legt het oor het qua aandacht zo af tegen het oog?
Ik geloof dat geluid vaak ondergesneeuwd raakt in een wereld waarin visuele prikkels – lang niet altijd terecht – voorrang krijgen. En dat is jammer, want er is zo veel kennis over geluid waar je zelden over hoort. Ze zit weggemoffeld tussen de subdisciplines (psychoakoestiek, akoestische ecologie of mediageschiedenis, om maar wat te noemen), maar raakt aan fundamentele maatschappelijke kwesties als welzijn, klimaat, of zelfexpressie.
Wat geluid ons brengt
Daarom ga ik op zoek naar wat meer aandacht voor geluid ons kan brengen. Wat kunnen we leren over onze omgeving als we er aandachtiger naar luisteren? En wat kunnen we leren over onszelf?
Bedenk maar: geluid is je eerste waarneming – de hartslag van je moeder die door het vruchtwater galmt– en zal misschien ook wel je laatste zijn (in sommige boeddhistische tradities fluisteren familieleden de naam van de Boeddha in het oor van een stervende, zodat dit het laatste zal zijn wat diegene ervaart op deze wereld).
Sterker nog, er zouden helemaal geen eerste ervaringen zijn geweest als ons heelal niet was ontstaan met een grote knal. Verdient zoiets fundamenteels niet af en toe een beetje spotlight?
De komende tijd ga ik op zoek naar wat er allemaal te leren valt als je je oren net wat anders spitst. Hoe is geluid in steden bijna een synoniem geworden voor overlast? Hoe worden ideeën over goed en slecht geluid toegepast? Wat zeggen uiteenlopende voorbeelden als zwervers wegjagen met klassieke muziek* tot het richten van geluidskanonnen op demonstranten* over onze opvattingen over geluid?
Om te beginnen wil ik me richten op het o-woord dat altijd rond geluidsvraagstukken lijkt te zweven: overlast. Mijn eerstvolgende artikel zal onderzoeken hoe dat is gekomen, door onze relatie met mechanisch geluid en stedelijke ontwikkeling onder de loep te nemen. Ben je of ken je iemand die met mechanisch geluid en de gevolgen daarvan werkt, of die er veel over weet? Stuur mij een mail of reageer hieronder, dan neem ik contact op.