Beste,

Het is makkelijker om iets nieuws te bouwen dan om de functie van een bestaand gebouw te veranderen. Dat is een van de dingen die ik leerde uit het boek samengesteld door het Belgische architectenbureau RE-ST.

In het boek hebben de architecten het over een ‘verslaving aan nieuwbouw’: als er ruimte nodig is voor wonen, werken, sporten of bijeenkomsten ontstaan er al snel plannen voor een nieuw gebouw. Terwijl er in bestaande panden vaak voldoende ruimte is.

Foto van het boek ‘Zwerfruimte’
Het boek Zwerfruimte is uitgegeven in baksteenvorm. Dat is een verwijzing naar het gezegde: ‘Vlamingen zijn geboren met een baksteen in hun maag’.

Waarom wordt die ruimte dan niet gebruikt? Voor een burgemeester levert het meer prestige op als die een modern dorpshuis laat bouwen, in plaats van de oude kerk daarvoor in gebruik te nemen. Niet bouwen is voor architecten geen verdienmodel. En niet onbelangrijk: veranderingen in bestaande buurten leveren bijna altijd protesten op van bewoners.

Zwerfruimte gaat over België, waar jonge gezinnen graag een kavel kopen en daar een eigen huis op zetten, met de bekende lintdorpen als gevolg. Maar de principes die het boek beschrijft, gelden ook voor Nederland.

De oplossing voor de wooncrisis waar je nooit iemand over hoort

Dat merkte ik toen ik afgelopen weken samen met vormgever Leon de Korte onderzoek deed naar de Zo goed als alle politieke partijen willen de wooncrisis oplossen door een miljoen nieuwe woningen te bouwen. Maar bijna niemand vraagt zich af of we de bestaande vierkante meters beter kunnen verdelen.

Wie daarnaar gaat kijken, ziet dat het tekort aan woonruimte minder groot is dan gedacht. Gemiddeld hebben Nederlanders 65 vierkante meter huis per persoon. Dat is een stuk meer dan de woonruimte die een Duitser (46 vierkante meter) of een Brit (44 vierkante meter) ter beschikking heeft.

Illustratie bij mijn artikel over de verdeling van woonruimte
Santa France maakte deze mooie illustratie bij het artikel over de verdeling van bestaande woonruimte.

Die ruimte is niet gelijk verdeeld. Vooral mensen van in de zestig of ouder wonen groot. Zij hebben hun huis gekocht of gehuurd toen de prijzen nog een stuk lager waren. Nu zijn de kinderen de deur uit, en zijn ze alleen of met zijn tweeën over. Ze zijn gehecht aan de plek en hun buren. En zelfs als ze wel weg willen, kan dat vaak niet. Er zijn weinig kleine appartementen, en de prijzen zijn enorm gestegen.

Er zijn dus niet per se nieuwe woningen nodig, maar wel ander soort woningen. Dat kunnen kleine appartementen zijn waar ouderen heen kunnen verhuizen, zodat hun grote woningen weer vrij komen voor gezinnen. Of grote woningen die worden opgedeeld in meerdere kleine. Of misschien hoeft er niets te veranderen aan de huizen, maar wel aan de regels die het gebruik ervan bepalen. Zo zou het helpen als gepensioneerden die bij hun partner intrekken, hun volledige AOW behouden.

Wat in ieder geval geen goed idee is: hardnekkig doorgaan met eengezinswoningen bouwen. Want er zijn steeds minder gezinnen. In België komen jaarlijks 65.000 woningen vrij doordat de bewoners overlijden, schrijft journalist Tine Hens in Zwerfruimte. In 2030 zullen dat er naar verwachting 90.000 zijn. Er zou weleens een overschot aan grote huizen kunnen ontstaan.

Ondertussen wordt de open ruimte steeds kleiner, zijn schaars en veroorzaakt bouwen uitstoot van CO2 en stikstof.

Saai, maar allesbepalend: het bestemmingsplan

Ik denkt dat er behalve de ‘bouwverslaving’ nog iets anders aan de hand is. Het splitsen van woningen is vaak niet toegestaan omdat het niet binnen het bestemmingsplan van de buurt past. Om dezelfde reden kun je niet zomaar een winkel of werkplaats beginnen in je huis. Dezelfde regels die een goede inrichting van de ruimte moeten garanderen, voorkomen soms dat die zich aanpast aan de veranderende behoefte.

De regels die een goede inrichting van de ruimte moeten waarborgen, voorkomen ook dat die zich aanpast aan de veranderende behoefte

De komende tijd wil ik verder onderzoek doen naar het ruimtegebruik in Nederland. Het land is netjes ingekaderd, met Dat is efficiënt: vanuit XXL distributiecentra worden spullen zo snel mogelijk naar de plek van bestemming gebracht. Uitgestrekte akkers zijn een van de voorwaarden voor de grote opbrengst van de Nederlandse landbouw.

Maar huizen worden groter, bedrijven breiden uit, snelwegen moeten breder om al die werknemers te verplaatsen. We hebben wind- en zonneparken nodig voor onze energie. Als al deze functies los van elkaar steeds meer ruimte innemen, is het land al snel te klein. Ik vraag me dus af: is het niet beter als één plek op meerdere manieren gebruikt kan worden? En moeten de regels voor het gebruik van de ruimte niet wat losser zijn?

Om dit beter te begrijpen, wil ik meer te weten komen over iets wat saai klinkt, maar wel (zo goed als) alles bepaalt: het bestemmingsplan. Ben je betrokken bij het maken van bestemmingsplannen, heb je geworsteld met de strenge eisen die erin zijn vastgelegd, of ken je juist voorbeelden van hoe ruimtelijke planning goed kan werken? Reageer in de bijdragesectie onder deze nieuwsbrief op ons platform, of stuur een mail aan josta@decorrespondent.nl.

Om te lezen, kijken en luisteren

  • Terwijl er een groot tekort is aan betaalbare woningen, neemt het aantal luxe vakantiehuizen snel toe. over de schokkende discrepantie tussen vraag en aanbod (vanaf minuut 20:30).
  • De meeste woningen worden nog steeds gebouwd voor de ‘familie Doorzon’, schrijft architect Andrea Prins in dit artikel voor Maar veel mensen leven helemaal niet meer in een standaardgezin: ze zijn alleenstaand ouder, willen met vrienden samenwonen of met drie generaties.
  • In 2018 bepaalde het ministerie van Binnenlandse Zaken dat er meer standplaatsen moesten komen voor Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Sindsdien zijn er maar 26 plaatsen bij gekomen, op een tekort van zo’n 6.000. Collega Vera Mulder schreef over de discriminatie van deze bevolkingsgroep.
  • In windt collega Jesse Frederik zich op over gedetailleerde bestemmingsplannen die de bouw van woningen vertragen. Rutger Bregman concludeert: het gaat vooral om de tegenstelling tussen mensen die al een groot en betaalbaar huis hebben, en degenen die er niet meer tussenkomen op de woningmarkt.
  • Als we klimaatverandering tegen willen gaan, zullen we onze huizen dus moeten verduurzamen. Maar hoe doe je dat? En wat is duurzaam? In dit artikel voor neemt Frank Mulder de lezer mee op zijn eigen zoektocht − en die van de woongemeenschap waar hij deel van uitmaakt − naar duurzaamheid. Dat levert verrassende inzichten op: zo is biomassa niet per se slecht voor het milieu.

Tot de volgende,

Josta

P.S. Zoals je misschien weet, ben ik behalve correspondent Wonen ook mede-oprichter van een wooncoöperatie, een vereniging van mensen die hun eigen betaalbare huurwoningen bouwen. Ik mocht er iets over vertellen bij

Nieuwsbrief Deze updates in je inbox ontvangen? Dat kan! Elke twee weken stuur ik een mail waarin in je op de hoogte houd van mijn onderzoek en artikelen. Meld je hier aan voor mijn nieuwsbrief