Er alles voor doen, wachten op die ene kans, met niks naar huis. Dit is het leven van een reserve-reservekeeper

Michiel de Hoog
Correspondent Sport
Foto’s door Willem de Kam (voor De Correspondent)

Mark Spenkelink is al bijna tien jaar professioneel keeper, maar stond slechts zeventien keer in het doel tijdens een wedstrijd. Genadeloze statistieken. Toch is een ander scenario mogelijk, denkt hij: volwaardig Eredivisie-keeper worden.

Nee, als je puur naar zijn statistieken kijkt, dan ziet het er niet goed uit voor Mark Spenkelink, dat weet hij maar al te goed.

Sinds 2016 is Spenkelink (nu 28 jaar) profvoetballer, voor achtereenvolgens Go Ahead Eagles, Karlstad (Zweden), PSV, Locomotive Tbilisi (Georgië), RKC Waalwijk en TOP Oss. Het aantal wedstrijden dat hij in die achtenhalf seizoenen heeft gekeept?

Als dat matig klinkt, dan kan hij het zelf, eerlijk als hij is, nog wat matiger laten klinken. Twee van die zeventien wedstrijden (bij Karlstad) speelde hij omdat hij speeltijd had geëist; de club stelde hem pardoes op, ook omdat het seizoen nergens meer om ging.

Drie potjes speelde hij voor Jong PSV: één omdat de halve selectie corona had, de andere twee als een gunst voor zijn inzet in een moeilijk coronaseizoen en omdat er niks meer op het spel stond. De resterende negen potjes, voor Locomotive Tbilisi, nou, ook die kan hij vakkundig omlaag praten.

‘Die kon ik spelen omdat ik die wedstrijden bij PSV had mogen keepen’, zegt hij. ‘Speel je ergens een keer, dan heb je opeens ingangen, zeker in het buitenland. Die is lang, die is Nederlands, die is goed met zijn voeten, die kan wel wat.’

Jezelf voor de gek houden, daar houdt Spenkelink niet van.

En toch. Naast de statistieken is er een ander verhaal dat hij zichzelf vertelt: dat er in hem een Eredivisie-keeper schuilt.

De glanzende carrière die maar niet van de grond komt

Als hij een paar wedstrijden op rij zou spelen, als hij op het zelfvertrouwen dat dit hem gaf verder zou groeien, dan zou hij een prima profcarrière kunnen hebben, gelooft Spenkelink.

Waarom dat nog niet is gebeurd? Waarom hij het afgelopen halfjaar reservekeeper van TOP Oss was – niet bepaald de meest prestigieuze keepersjob? Dat is simpel, denkt hij: kansen voor keepers zijn schaars.

In het begin van zijn carrière was hij de reserve van keepers die nooit geblesseerd of geschorst raakten. Daardoor kreeg hij geen speeltijd. En omdat hij niet speelde, leek hij slecht. En omdat hij slecht leek, kwam hij niet aan spelen toe. Terwijl hij in werkelijkheid, door te trainen als geen ander, alleen maar beter is geworden.

Hij weet hoe het klinkt, hij kan raden wat je denkt. Maar hij gelooft dit. Vandaar dat hij na bijna negen jaar nog steeds denkt dat zijn carrière van de grond kan komen.

‘Ik denk dat sommige mensen denken dat ik mezelf voor de gek hou’, zegt Spenkelink. ‘Maar dat doe ik niet.’

Een jongen uit Borne toont ambitie en merkt dat het werkt

Als kind was Mark Spenkelink ervan overtuigd dat hij profvoetballer zou worden. Niemand in zijn dorp Borne nam hem serieus; een scepsis die voor hem werkte als brandstof.

In september 2011 – hij was 14 jaar, keeper van de C1 van dorpsclub NEO, en nog steeds niet gescout door een profclub – stuurde hij vanaf zijn PSP-spelcomputer mails naar NEC, PEC Zwolle en (bij gebrek aan een beter adres) de klantenservice van SC Heerenveen.

‘Hallo! Kunt u mij een email adres geven van de voetbalacademie? Ik ben 14 jaar en speel bij NEO C1 uit Borne als keeper. Ik hoor bij de beste drie keepers van Overijssel en Gelderland.’

Een paar weken later stond opeens een man met een notitieblokje achter zijn doel. Dat moest haast wel… En inderdaad, even later nodigde SC Heerenveen hem uit voor een trainingsstage – een proefperiode.

Het werd nog gekker. Niet lang na die stage stonden er twee andere mannen achter zijn doel. Scouts van FC Twente, die kennelijk bang waren dat Heerenveen in hun achtertuin iets had gezien wat zij hadden gemist.

Het ene moment was hij het lachertje van Borne; het andere werd hij begeerd door twee profclubs. Spenkelink koos voor de jeugdopleiding van Twente – een topclub op fietsafstand. Vier later – twee bij FC Twente, twee in de jeugdopleiding van Go Ahead Eagles – was het zover: hij tekende een contract bij Go Ahead. Hij was geworden wat niemand behalve hij dacht dat hij zou worden: profkeeper.

Om dit moment te markeren liet hij tatoeëren op zijn bovenarm: Our greatest glory consists not in never falling, but in rising every time we fall.

De overtuiging dat hard werken tot succes leidt

Zijn eerste en tweede seizoen als prof bij Go Ahead Eagles speelde Spenkelink niet. De ervaren keepers voor hem raakten niet geblesseerd of geschorst. Daar viel mee te leven. Zeker omdat de club zijn contract met nog eens twee jaar verlengde. Hij zou zijn kansen afdwingen en hij wist precies hoe: door beter te trainen dan de rest.

Trainen deed hij als kind al graag. Het werd een obsessie voor hem nadat hij en las. Die boeken leerden hem dat talent niet iets is wat je wel of niet hebt. Talent – en dus succes – is maakbaar. Waarom had Jamaica zo veel geweldige sprinters, waarom had Rusland zo veel vrouwelijke toptennissers?

Met genen had het niks te maken, Sporters die gericht trainden konden onvermoede hoogten bereiken. En dat waren lang niet altijd de spelers die in de jeugd al de uitblinkers waren.

Het lichtende voorbeeld in The Goldmine Effect was de Deense voetballer Simon Kjaer. Geen van Kjaers jeugdcoaches voorspelde hem een grote toekomst. Maar nog geen vijf jaar later was Kjaer – nuchter type, harde werker – de grootste ster van zijn club.

‘Het was alsof ik over mezelf las’, zegt Spenkelink.

Een keeper heeft nauwelijks controle over zijn carrière

Vol inspiratie ging hij bij Go Ahead het nieuwe seizoen in. Daar botste hij op de werkelijkheid. De nieuwe trainer, John Stegeman, had geen vertrouwen in hem. Spenkelink miste uitstraling; Spenkelink moest agressiever zijn. Maar hoe?

Hij probeerde het met brullen. Telkens als hij zijn goal uitstormde, lardeerde hij het met een oerbrul. Lang duurde dit niet, want het voelde idioot. Hij zag zichzelf als het type denkende, Hij wilde niet zozeer fysiek intimiderend zijn; hij wilde zakelijk de juiste keuzes maken. ‘Als je dan ook nog moet denken of je wel agressief genoeg bent, dan werkt dat niet.’

Brullen of niet: niet veel later gaf Stegeman de voorkeur aan een keeper uit de jeugdopleiding. Opeens was Spenkelink gedegradeerd tot reserve-reservekeeper. Het was een vreemde gewaarwording. Hij had als een bezetene getraind, het voelde alsof zijn carrière net was begonnen, en toch was diezelfde carrière in serieus gevaar.

Want wie zou hem een contract aanbieden, als hij in vier jaar nul wedstrijden had gekeept voor Go Ahead?

Op zoek naar speeltijd belandde hij augustus 2019 in de derde Zweedse divisie, Daar maakte hij in de bekerwedstrijd tegen Sirius, een club uit de hoogste Zweedse divisie, zijn debuut als prof. Hij speelde een lekkere wedstrijd, zonder meer. Maar het gevolg van die ene lekkere wedstrijd vond hij zelf ook wat curieus.

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
‘What does it take to have success? One moment they love you, the next you are on the shelf.’ Mark Spenkelink zette zijn acties tijdens Karlstad-Sirius online in deze video.

Sirius nodigde hem namelijk uit voor een stage, en bood hem daarna zelfs een contract aan, op basis van die ene wedstrijd – ‘zo werkt het blijkbaar’. Waarom het er uiteindelijk niet van kwam, is een lang verhaal, maar begin 2020 zat hij weer op de bank in Deventer als reserve-reservekeeper het einde van zijn carrière in het gezicht te staren. Toch onthield Spenkelink een les: één wedstrijd

De stap naar Zweden markeerde Spenkelink ook met een tatoeage. Een soort rune-achtig teken, betekenis: ‘Waar een wil is, is een weg’.

Klaar zijn voor die ene kans

Hoe die ene kans te krijgen? Toen het voetbal tijdens de pandemie stil kwam te liggen, rook Spenkelink een kans.

Veel voetballers zouden verslappen, verwachtte hij. Als ze niet meer naar de club konden, waren ze op zichzelf aangewezen om fit te blijven. ‘95 procent van de spelers investeert nauwelijks nog in zichzelf na de jeugdopleiding. Na de training gaan ze aan de PlayStation.’

Spenkelink was wel in zichzelf blijven investeren. Zijn verre uittrap, zijn vlakke uittrap, zijn trap met links, zijn sprongkracht, zijn positionering, zijn reflexen – systematisch had hij eraan gewerkt. Zijn lenigheid vergrootte hij ‘door yogalessen te doen met huisvrouwen’; zijn concentratie verbeterde hij met de oefeningen van ‘Iceman’ Wim Hof; zijn dieet door te stoppen met ontbijten en geen zoogdieren te eten.

Hij verdiepte zich in hij deed een cursus neurolinguïstisch programmeren – een manier om te – en volgde meerdere cursussen van zelfhulpgoeroe Michael Pilarczyk. Het doel: maximale regie over leven en carrière.

In de zomer van 2020 – vers werkloos nadat zijn contract bij Go Ahead was afgelopen – was hij inderdaad fitter dan ooit. Meer spieren, meer sprongkracht, meer conditie. Alles wat in zijn controle lag, had hij positief beïnvloed. Hij was autonoom. Maar hij was niet gek. ‘Ik wist ook dat ik compleet afhankelijk was van de grillen van anderen.’

Een noodzaak om te slagen

Om precies te zijn: de grillen van de voetbalmarkt. En die markt bleek nauwelijks onder de indruk van Spenkelinks cv: drie potjes bij een Zweedse laagvlieger.

Een club uit het rechterrijtje van de Keuken Kampioen Divisie waarmee hij contact had, wilde hem niet eens op stage laten komen. Reden: je hebt nauwelijks gespeeld. ‘Dat was wel even slikken.’

Hij merkte de scepsis van zijn omgeving. Zou je wel doorgaan, Mark? Is het niet tijd om ermee te kappen? Waarom ga je niet bij de amateurs spelen? Spenkelinks antwoord was steeds hetzelfde. Hij had gewoon wat geluk gemist. Er waren zoveel spelers die pas laat tot bloei kwamen. En ja: hij voelde ‘de absolute noodzaak om te slagen als profkeeper’.

Hij had een troefkaart in zulke debatten: dorpsgenoot Wout Weghorst. Weghorst speelde op zijn negentiende nog bij de amateurs, maar hield stug vol dat hij prof zou worden. In Borne hadden velen erom gelachen. En kijk nu: Wout was international,

Onder keepers moest nog veel meer verborgen talent zitten, vermoedde Spenkelink. Veldspelers als Weghorst maakten als wissel nog veel speelminuten in een seizoen. De markt kon hen aan het werk zien. Keepers hadden die luxe niet. Als de eerste keeper geen grote fouten maakte, ‘En dan blijven keepers zoals ik zitten.’

Zelfs als een keeper eigenlijk alleen maar beter was geworden – zoals zijn plan was, als rechtschapen ontwikkelingsfanaat. ‘Een carrière van een keeper kan twintig jaar duren’, zegt Spenkelink. ‘Als de rest zowat stilstaat, en ik word elk jaar doelgericht beter, dan ben ik ze na verloop van tijd voorbij.’

Dit verhaal viel alsmaar moeilijker vol te houden. En in augustus 2020 kwam de volgende knauw. Tijdens een training met vrienden landde hij verkeerd op zijn heup. Een week rust, schreef een bevriende fysiotherapeut voor; een week rust die hij niet kon missen. De markt Wat als er nu een kans kwam?

En precies zo ging het. Anderhalve week later kreeg hij een berichtje op Facebook van Albert van der Sleen. was keeperstrainer bij Heerenveen toen Spenkelink er negen jaar eerder stage liep. Inmiddels werkte hij bij PSV en zocht hij voor de reserveploeg een reservekeeper. Was dat misschien iets voor Mark?

Met een koffer vol ibuprofen reed Spenkelink naar Eindhoven. Met een lichaam vol ibuprofen doorstond hij de trainingsweek. Half september tekende hij een contract. Het had een haartje gescheeld, maar zijn carrière was met een jaar verlengd. Hij vierde het met een nieuwe tatoeage: believe.

Een heel seizoen wachten op die ene wedstrijd

Spelen zou hij waarschijnlijk nauwelijks. Maar bij PSV kon hij een jaar lang met goede spelers trainen – en zo het geloof in later succes in stand houden.

Aan het eind van een lastig coronaseizoen kreeg hij een beloning van de club. Hij mocht Jong PSV’s laatste twee wedstrijden van het seizoen spelen. Met name het laatste potje was serieus: tegenstander Almere City kon nog promoveren. Voor een reserve-reservekeeper was dit een geschenk.

De avond ervoor visualiseerde hij hoe de wedstrijd zou verlopen. Hoe hij zou groeien in de wedstrijd, hoe hij veel reddingen moest verrichten, hoe hij die reddingen zou verrichten, en hoe hij dit na afloop soeverein zou uitleggen voor de televisiecamera’s.

En precies zo liep het.

Youtube plaatst cookies bij het bekijken van deze video Bekijk video op Youtube
De hoogtepunten van Spenkelink tijdens Almere-Jong PSV.

Met die wedstrijd in zijn achterzak ging hij die zomer de markt weer op. Heracles Almelo wilde hem meerdere jaren als reserve- of reserve-reservekeeper; Locomotive Tbilisi wilde hem een half seizoen

Voor iemand die jarenlang de comfortzone had beschimpt, was er maar een keuze mogelijk: Tbilisi. Om de stap te markeren, liet Spenkelink weer een tatoeage zetten: amor fati, ‘liefde voor het lot’ in het Latijn.

Een nieuw sprankje hoop

Was Locomotive de goede keuze? Echt op zijn gemak maar hij speelde toch negen verse wedstrijden, die mooi op zijn cv stonden toen hij in december 2021 terugkeerde naar Nederland.

En dus was het weer zoeken naar een club. Er waren opties, maar ze waren niet zo mooi als hij had gehoopt. ‘Basisplaatsen in Georgië tellen kennelijk niet zo erg mee’, concludeerde Spenkelink. Derde keeper bij RKC Waalwijk, dat werd het uiteindelijk.

Toch had zijn optimisme over zijn carrière een boost gekregen. Hij had altijd al gedacht dat de markt keepers niet goed kon inschatten; en dat er dus onontdekt balstoppend talent op de reservebankkrochten te vinden was. Maar wat er opeens helemaal boven in de voedselketen gebeurde, verbaasde zelfs Spenkelink.

Bondscoach Louis van Gaal selecteerde in 2021 een relatief onbekende keeper voor het Nederlands elftal: Mark Flekken. Een jaar later werd het nog maller, vanuit het perspectief van het grote publiek tenminste. En vanuit Spenkelinks perspectief: inspirerender. Van Gaal selecteerde

Noppert had in de tijd dat Spenkelink bij PSV zat een halfjaar zonder club gezeten. Op zijn 27ste had Noppert gekeept als Spenkelink op zijn 24ste. Noppert leek hooguit een te worden – een geestig boegbeeld, een regionale legende, maar geen sportief idool.

En toch!

In september 2022 riep Van Gaal hem op voor het Nederlands elftal. In november zat hij bij de WK-selectie. Enkele dagen voor de eerste wedstrijd bleek dat Noppert zelfs basisspeler zou zijn. En op 9 december 2022 stond Andries Noppert uit Joure in de kwartfinale van het WK Lionel Messi te intimideren.

Dit was meer bewijs voor Spenkelinks geloof dan zelfs hij had kunnen bevroeden. Keepers waren duidelijk een mysterie. En als dan zou dat zomaar ook voor hem kunnen gelden. Hij had alleen een echte kans nodig.

Een basisplaats die zou moeten meetellen

Die kans kwam in het najaar van 2023 – na anderhalf jaar niet-keepen bij RKC. Zowel eerste keeper Etienne Vaessen als reservekeeper Jeroen Houwen raakten geblesseerd. Spenkelink mocht daardoor de thuiswedstrijd tegen Feyenoord keepen – zijn debuut in de Eredivisie.

Al in de eerste minuut kwam hij oog in oog met Feyenoords spits, Santiago Gimenez, een van de beste spelers in de Eredivisie. ‘Ik weet nog dat ik dacht: shit, ik ben te laat. Maar ik kreeg m’n knie er nog tegenaan.’

Die avond schoot Feyenoord 27 keer op zijn doel, 12 keer tussen de palen, wat extreem veel is. En toch werd het maar 1-2. Na afloop wisten de media hem te vinden, de site VoetbalPrimeur de beste spelers van het weekend. ‘Was dit echt je debuut?’, zei Feyenoord-verdediger Bart Nieuwkoop na afloop. ‘Nee toch?’ Spenkelinks trainer, Henk Fraser, voorspelde hem dat zijn ‘carrière nu ging beginnen’.

Zijn carrière bestond uit veel teleurstellingen, die soms werden onderbroken door een shotje succes dat hem op de been hield, maar uiteindelijk leidde naar een nieuwe teleurstelling. Maar deze keer leek anders. Niet lang na die wedstrijd tegen Feyenoord liet hij een nieuwe tatoeage zetten, op de rechterkant van zijn ribbenkast: nil volentibus arduum – niets is moeilijk voor hen die willen.

Toch maar de handdoek in de ring gooien?

Klinkt goed, natuurlijk. Maar klopt het ook?

In augustus 2024 had Spenkelink alleen een aanbieding van TOP Oss, laagvlieger uit de Keuken Kampioen Divisie, om daar tweede keeper te worden, en het de eerste keeper moeilijk te maken. Misschien was één goede wedstrijd toch ook gewoon maar één goede wedstrijd.

Oss’ eerste keeper raakte niet geblesseerd of geschorst. En ondertussen raakten bij RKC de eerste twee keepers geblesseerd. ‘Zul je dus net zien’, zegt Spenkelink. ’Speelt de derde keeper Dat had ik kunnen zijn.’ Een aanbod van RKC om te verlengen als derde keeper had hij naast zich neergelegd.

In december 2024 besloot Spenkelink om het bij Oss voor gezien te houden. De club had nauwelijks geld, als sportschoolinstructeur zou hij meer verdienen – als kersverse vader was geld een belangrijker criterium geworden. En was hij was inmiddels de opleiding van de KNVB voor gaan volgen. Misschien moest hij daar alles op gooien. Wie weet zou hij de jongste technisch directeur van Nederland worden – als hij ergens de kans kreeg.

Een of twee procent kans gaf hij het eind januari nog, dat hij zou blijven keepen. Er waren nog wat clubs die een keeper konden gebruiken, maar er waren veel meer keepers die een baan zochten – jongere keepers, keepers zonder cv’s vol vraagtekens. ‘Eigenlijk ben ik nu op het punt dat ik de handdoek in de ring gooi, omdat ik een toekomst als technisch directeur leuker vind’, vertelde hij me op 29 januari.

‘Maar: ik geloof nog steeds dat het kan’, vervolgde hij. Hij doelde op een mooie carrière als eerste keeper in de Eredivisie. ‘Als ik een keer een echte kans krijg, dan wil ik het nog weleens zien.’

Twee dagen later belde de keeperstrainer van RKC. Hij wist al wat er aan de hand was: RKC’s eerste keeper was geblesseerd en zou dat de rest van het seizoen blijven. Op 7 februari voor een halfjaar als reserve-reservekeeper bij RKC Waalwijk.

Wordt vervolgd, en niemand weet hoe.