Hoe een kleine egelknuffel een groot verschil maakte in Didi’s leven

Spullen zijn veel meer dan zomaar objecten. Soms roepen ze herinneringen en gevoelens op die woorden niet kunnen vangen. Voor Didi, die herstelt van een eetstoornis, werd een klein egelknuffeltje een symbool van veiligheid, verbondenheid en uiteindelijk haar herstel.
Voor een paar euro te koop bij Ikea, maar voor Didi Brouwer de Koning (29) onbetaalbaar. Als ze het zachte egeltje in haar handpalmen voelt – met zijn grote donkerbruine ogen, lichtbruine buikje en lang puntig wipneusje – krijgt ze een warm, liefdevol gevoel vanbinnen. Deze knuffel was haar houvast in het leven; een leven dat jarenlang werd beheerst door angst.
‘Spullen kunnen echt heel belangrijk zijn en veel emotionele waarde hebben’, reageerde Didi onder een oproep die ik onlangs plaatste. Daarin vroeg ik aan mensen welke rol spullen spelen in hun leven.
Door de overdaad aan dingen om ons heen, en de snelheid waarin we het een voor het ander vervangen, gaan we al snel voorbij aan de diepere betekenis die objecten voor ons kunnen hebben.
Zonde, want die betekenis kan, net als de hechting aan spullen, juist ook tegenwicht bieden aan de wegwerpmaatschappij. Een oude knuffel, een vergeeld boek, een sieraad van een dierbare — soms dragen ze verhalen, herinneringen en gevoelens met zich mee, die woorden niet kunnen vangen.
Hoe kunnen spullen ons troost bieden, ons verleden tastbaar maken of ons helpen om te gaan met moeilijke momenten?
Ze rolt zich op als een egeltje, de stekels uitgestoken om alles buiten te houden
Didi is 14 jaar als ze de eetstoornis anorexia ontwikkelt. Twee jaar later wordt ze voor het eerst opgenomen in een kliniek, nadat een mentor tijdens een zwemles zijn zorgen uit over haar dunne lichaam. Vanaf dat moment gaat het alleen maar bergafwaarts met haar.
Didi voelt zich onbegrepen door haar omgeving en zorgverleners, waardoor ze niet de juiste hulp krijgt. Ze zakt steeds verder weg in haar ziekte, in haar angsten en onzekerheden, en ontwikkelt naast een eetstoornis ook een depressie.
Na in meerdere klinieken te zijn opgenomen, komt ze in 2014 uiteindelijk terecht op een plek waar ze een psychomotorisch therapeut ontmoet. In plaats van alleen te praten, probeert zij door lichaamsbeweging (zoals sport en ademhalingsoefeningen) psychische klachten te behandelen.
Omdat Didi het moeilijk vindt om aan de buitenwereld uit te leggen hoe ze zich voelt, geeft de therapeut haar het boekje Middenin de nacht * van Toon Tellegen. Het boekje staat vol dierenverhalen, gebaseerd op menselijke gevoelens en gedragingen. Het maakt iets in haar los, en ze koopt nog een boek van hem: Misschien wisten zij alles.* Daarin raakt vooral het verhaaltje over de egel haar.
De egel is angstig en eenzaam en laat niet veel andere dieren toe in zijn leven. Tot hij een briefje krijgt van zijn enige vriend, de eekhoorn. ‘Beste egel’, leest de egel. En op dat moment springen er tranen in zijn ogen. ‘Beste egel’, ‘beste egel’, ‘beste egel’, leest hij keer op keer. Ik ben een beste egel, denkt hij. Hij prikt de brief aan zijn voorste stekel boven zijn voorhoofd. Zo kan hij zichzelf er altijd aan herinneren dat hij een beste is – mocht hij daaraan twijfelen.
Didi herkent zichzelf in de egel. ‘Dat gevoel dat je mag zijn zoals je bent, dat miste ik zo ontzettend’, vertelt ze. Als Tellegen een paar maanden later het boekje Het verlangen van de egel* uitbrengt, leest ze ook hierin zichzelf terug.
In dit verhaal wil de egel zijn verjaardag vieren, maar weet hij niet of andere dieren wel naar zijn feest willen komen en of ze het wel naar hun zin zullen hebben. Hij piekert en piekert. Didi: ‘Ik las m’n eigen gedachten. Ik voelde me niet alleen, of de enige gek op de wereld. Ik herkende het verlangen om te verbinden, maar ik kon en durfde het ook niet.’
De boekjes geven Didi de woorden die ze zelf niet kan vinden, een manier om aan de buitenwereld te laten zien wat er in haar omgaat. Haar ziekte maakt dat ze zich angstig oprolt, als een egeltje. De stekels uitgestoken om alles buiten te houden. Heel langzaam, beetje bij beetje, durft ze zich open te stellen voor de wereld om haar heen.
Egel geeft haar een gevoel van veiligheid, iets wat ze zo mist in de wereld om zich heen
Vanaf 2014, als Didi 19 jaar oud is, gaat ze naar een zorgboerderij. Als de eigenaren daar horen over haar liefde voor egels, krijgt ze niet veel later van een van de begeleiders een pluchen egelknuffel cadeau.
Onder zijn wipneusje zit, geklemd tussen zijn handjes, een hibiscusrode aardbei. Hij past precies in haar handpalm. Vanaf dat moment zijn ze onafscheidelijk. Ze draagt hem altijd bij zich. Egel geeft haar een gevoel van veiligheid, iets wat ze zo mist in de wereld om zich heen.
In de jaren daarop, naarmate steeds meer mensen over haar egelliefde horen, wordt Didi overspoeld met knuffels, plaatjes, kaartjes, beeldjes en andere egeldingen. Ze noemt ze ‘hedgehugs’. Maar die ene egelknuffel, die ze van een van haar belangrijkste hulpverleners kreeg, blijft favoriet.
Tot Egel afgelopen zomer spoorloos raakte. Didi: ‘Ik miste hem enorm en nog steeds, maar ik dacht ook: misschien is het wel goed zo, ik voel me nu sterk genoeg om zonder knuffel door de wereld te gaan.’ Want na tien jaar in de hulpverlening te hebben gezeten, gaat het op dat moment een stuk beter met haar.
In 2020 kwam ze op de klinische herstelafdeling Meander in Oegstgeest terecht. Hier ontmoette ze een therapeut die voor haar gevoel echt inzag wat voor strijd Didi voerde, en haar deed inzien dat ze het verdiende om beter te worden. ‘Door het vertrouwen dat ze mij gaf, durfde ik onder mijn stekels vandaan te komen’, aldus Didi.
Vlak voor kerst kreeg ze van die therapeut, aan wie ze naar eigen zeggen haar herstel te danken heeft, een kleine, vilten egelsleutelhanger cadeau. Haar nieuwe favoriet.
Deze egels dragen een boodschap uit: je wordt geliefd, je mag er zijn
Dertien jaar is ze niet naar school geweest. Nu studeert ze, en werkt ze weer als verpleegkundige. Ze heeft vrienden die ze steeds meer kan vertrouwen. En het is geen last meer om wakker te worden. Daar hebben de egels bij geholpen: ‘Ze zijn heel belangrijk voor mij geweest.’
Ze voelde en voelt zich gezien door de beestjes. Ze herinneren haar nog altijd aan al die lieve mensen die ze om zich heen heeft. Aan de mensen van de zorgboerderij die haar kwamen ophalen en op een paard zetten toen ze het zelf niet meer kon. Aan haar vriendin van wie ze laatst spontaan een egelkaartje in de brievenbus vond. Aan haar ouders waarbij ze zich lange tijd onveilig voelde, maar van wie ze nu bijna dagelijks egelplaatjes ontvangt met opbeurende teksten als ‘deze staat voor jou op de uitkijk’.
Deze egels dragen niet alleen herinneringen bij zich, maar ook een boodschap: je wordt geliefd, je mag er zijn. Net als de boodschap op het briefje van de eekhoorn in het verhaal van Tellegen, die de egel vervolgens aan zijn voorste stekel prikte.