Zo ontmantelt uitgerekend de rijkste man ter wereld het vangnet voor de armste kinderen ter wereld
Weinig verbaast me méér dan het grote effect dat een piepklein beetje geld, afkomstig uit een rijk land, kan hebben in een arm land. Wanneer je een jaar lang 70 cent van elke 100 dollar aan gemiddeld Amerikaans inkomen opzijzet, vergaar je het jaarsalaris van een inwoner van Madagaskar.*
In 1970 namen rijke landen een monumentaal besluit: minimaal 0,7 procent van hun bruto nationaal inkomen – die 70 cent per 100 dollar – zou naar ontwikkelingshulp vloeien.* Want voor ons is het een peulenschil om elders mensen vooruit te helpen. Zo redde Amerika naar schatting 19 miljoen levens met zijn programma om de hiv-epidemie te bestrijden.*
Zelfs de verstokte navelstaarder kan daar zijn voordeel mee doen: minder verspreiding van ziektes zoals hiv, minder conflicten door honger en armoede, een groter handelsnetwerk, en – voor wie echt puur door eigenbelang wordt gedreven – een groeiend aanbod van prettige vakantiebestemmingen.
Een man die dit ooit helder inzag, was de Republikein Marco Rubio. In 2017 verklaarde hij: ‘Ontwikkelingshulp is geen liefdadigheid.’ Het is ‘minder dan 1 procent van wat de Amerikaanse overheid uitgeeft en essentieel voor de nationale veiligheid’.
Plottwist: Rubio heeft nu, als ’s werelds machtigste minister van Buitenlandse Zaken, besloten dat alle ontwikkelingshulp abrupt moet worden gestaakt. Want Rubio deelt het pluche met miljardair Elon Musk. Het hoofdkantoor van USAID, verantwoordelijk voor tientallen miljarden aan hulpgelden, staat er verlaten bij – gesneuveld dankzij de leugens van de Tesla-tycoon.
Uitgerekend de rijkste man op aarde zet het mes in de organisatie die de armste kinderen op aarde ondersteunt.
Wat de macht van Trump en Musk ons vertelt over de tijdsgeest
De gemakzuchtige reflex bij het koffiezetapparaat is om in Musk een ongeëvenaard kwaad te ontwaren – een unieke bedreiging voor onze beschaving. Zoals veel mensen dat in 2016 projecteerden op Trump. (Mijn docent Latijn vroeg zich hardop af of iemand ‘die man niet moest afstoppen’ – ik vroeg maar niet door.)
Zeldzaam kwaadaardige mensen, dat zijn ze wellicht, maar boeiender is wat de macht van deze figuren – gedragen door een meerderheid van het Amerikaanse electoraat – ons vertelt over de tijdsgeest.
Wie denkt dat het tij zal keren zodra Trump zich verslikt in een Big Mac of Musk zich te pletter rijdt in zijn Cybertruck, mist waar het echt om gaat. Het streven van rijke landen om zich het lot van de armste mensen aan te trekken – tot op zekere hoogte altijd gestut door links én rechts – blijkt geen natuurwet te zijn.
Sterker nog: de jaren vijftig, zestig en zeventig – de decennia waarin westerse landen zorgvuldig bouwden aan de verzorgingsstaat, streefden naar méér internationale samenwerking en stap voor stap universele mensenrechten omarmden – die tijd lijkt steeds meer op een historische uitzondering.
Met een onthutsend gemak vallen we terug in een wereld waarin eigenbelang regeert en we de ander steeds minder als mens zien.
En Europa dan, zo trots op zijn beschaafde normen en waarden? Ook hier wordt de laatste jaren gretig beknibbeld op hulp aan de armsten. Door Parijs, Berlijn en Londen. En ja, ook door Den Haag. ‘We moeten direct stoppen met ontwikkelingshulp’, verkondigde Geert Wilders in zijn winnende verkiezingsprogramma. Het kabinet-Schoof heeft de sloophamer al ter hand genomen.
Wat doen wij als de VS zich straks definitief terugtrekken?
Het is een makkelijk vergeten hoofdstuk (zoals we er in ons geschiedenisboek wel meer hebben): onze huidige welvaart vindt zijn oorsprong in Amerikaanse ontwikkelingshulp. In de periode 1945-’46 verscheepten de Amerikanen 16,5 miljoen ton voedsel naar Europa* – een fors deel van hun eigen voedselvoorraad.
Een uitgemergeld continent zag vervolgens redding in het Marshallplan, en Nederland strekte hongerig zijn handen uit. De haven van Rotterdam herrees uit zijn as,* de Velsertunnel doorboorde de aarde* en de Technische Hogeschool Delft (nu TU Delft) werd uitgebreid.* Allemaal mede mogelijk gemaakt door… ontwikkelingshulp.
Wat doen wij straks als de Verenigde Staten zich definitief terugtrekken, als 20 miljoen mensen niet langer levensreddende hiv-medicijnen krijgen, zoals in 2024,* en als 40 procent van alle humanitaire hulp wereldwijd verdampt?*
Er is een democratisch antwoord: stem bij de volgende verkiezingen op een partij die dat bescheiden percentage van 1970 nog durft te verdedigen.
Dit is geen abstract doemscenario meer
De eerste tekenen van de Amerikaanse draai zijn reeds zichtbaar: in Khartoum, de hoofdstad van Soedan, zijn Amerikaanse gaarkeukens die 816.000 monden voedden al gesloten.*
In Oeganda waarschuwen hulpverleners dat ongeveer 40 procent van de pasgeborenen het hiv-virus zal krijgen, omdat de financiering voor behandelingen is gestopt.
In Oekraïne is de noodhulp aan 57.000 mensen aan de frontlinie direct gestopt,* terwijl ze in de koude winter hun huis niet kunnen verwarmen en geen toegang tot voedsel hebben.
Dit is geen abstract doemscenario meer, maar de bittere realiteit. Experts van over de hele wereld luiden de noodklok.
Als doorsnee belastingbetaler sta ik heus niet te springen bij elke blauwe envelop. Maar 70 cent per 100 euro inkomen? Voor ons een fooi, elders het verschil tussen een hartslag en een grafzerk.